Agrifoodclicks

Wolhandkrab en zilte groenten uit de Wieringermeer

Wolhandkrabmetslaachteroeverwieringermeer

Wolhandkrab en zilte groenten rechtstreeks van de boerderij uit de Wieringermeer. Het kan: bij een boerderij pal achter de IJsselmeerdijk in de kop van Noord-Holland liggen visvijvers waarin de Chinese krabbensoort en ook karpers worden gekweekt. Op het water drijven bakken waarin sla groeit en er zijn testen met de teelt van gewassen in zilt water.

Het is een opzet in een duurzaam gesloten systeem dat zoet met zilt water verenigt.In dit project Achteroever Wieringermeer verkennen Rijkswaterstaat, visonderneming Meromar Seafoods, onderzoeksinstituten Deltares en Zilt Proefbedrijf en Sportvisserij Nederland de mogelijkheden op het gebied van waterbeheer, aquacultuur en tuinbouw.

Duurzaam van krab en vis tot sla

Het systeem op de boerderij aan de dijk is volledig duurzaam. De Chinese wolhandkrab komt als klein diertje uit het zoete IJsselmeerwater in de netten van vissers terecht en gaat voor de verdere groei in een van de vier zoet waterbassins van de boerderij.

De krab kwam in de vorige eeuw in het ballastwater van schepen naar Europa toe en vormt nu als gekweekt schaaldier voor aquacultuurbedrijf Meromar Seafoods, een van de projectpartners, een geliefd exportproduct voor de Aziatische keuken.

De wolhandkrabben en de karpers worden gevoerd met larven van Black Soldier Flies. Deze vliegenlarven zijn onder led licht gekweekt met afval van de geteelde sla en van gft dat ze deels ook in compost omzetten.

De uitwerpselen van de krabben en karpers dienen weer als mest voor de slateelt op de boerderij. De karpers in de visvijvers bevorderen de teelt van sla in de drijvende bakken. De vissen zorgen voor bodemwerking in de bassins. Ze woelen in de grond waardoor goede voedingsstoffen voor de sla naar boven komen.

Testen met zilt en zoet

Op de boerderij worden op 20 hectare testen met de teelt in zoet en zilt water uitgevoerd. De Wieringermeer polder, die in 1930 uit de voormalige zoute Zuiderzee is ontstaan, heeft ook nu nog te maken met kwelwater. Dit is mild zilt water dat vanuit de polderbodem opwelt naar de oppervlakte. Dit komt omdat de polder meters diep onder het waterniveau van het IJsselmeer ligt. Het brakke zoute water kan geschikt zijn voor de teelt van zilte groenten, zo onderzoekt Zilt Proefbedrijf. De boeren in de belangrijke agrarische polder die de Wieringermeer is, kunnen er echter alleen gewassen verbouwen wanneer er voldoende zoet water door de sloten spoelt. Die combinatie van brak en zoet water is ideaal om te onderzoeken of een gesloten systeem ook in gebieden met verzilting elders in Nederland en in de wereld kansen voor een rendabele gewassenteelt heeft.

Achteroevers voor voedsel wereldwijd

Achteroevers, locaties voor de berging van zoet water binnen de dijk, vormen niet alleen een antwoord op klimaatverandering, de stijgende zeespiegel en de behoefte aan een flexibeler waterpeil. Het concept is naast zoetwater opslag ook geschikt voor het duurzaam produceren van voedsel in ons land en wereldwijd.

De vraag naar schoon zoet water en voedsel neemt immers overal in de wereld toe terwijl de beschikbaarheid door de groei van de bevolking en klimaatverandering steeds meer onder druk staat.

De onderzoekspartners willen Achteroever Wieringermeer ontwikkelen tot een natuurlijk productiesysteem waarin water en alle grondstoffen maximaal worden benut. Wanneer de processen voor zilt en zoet water haalbaar en rendabel blijken, biedt het project nieuwe opties voor het waterbeheer en voor opschaling in het IJsselmeergebied en andere regio’s die te maken hebben met verzilten.

Het project Achteroever in de Wieringermeer gaat dan ook nieuwe producten verder ontwikkelen en kennis verzamelen over duurzame watergestuurde en gecombineerde productieprocessen voor voedsel.

In het netwerk van publieke en private partijen wordt meegedacht over de mogelijkheden voor opschaling. Hierin denken ook Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Stichting AKWA, provincie Noord-Holland en gemeente Hollands Kroon mee.

De pilot van rond 2,8 miljoen – deels opgezet met subsidie vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en de provincie Noord-Holland, wordt in maart 2019 afgerond.

Dit artikel is gepubliceerd in de rubriek Agri & Food van  maakindustrie.nl

 

Blockchain helpt ketenschakels in agri & food met slim samenwerken

Blockchain helpt alle schakels in de keten van agri & food in slim samenwerken, ook  de consument. Informatie delen tussen partijen zorgt bij de uiteindelijke klant voor meer openheid over kwaliteit, herkomst en samenstelling van het product en helpt hem om gezonder te kiezen bij zijn aankoop van voeding.

Bedrijven die actief zijn in ketens voor eieren, vlees, groente, fruit en aardappelen kunnen nu beginnen met de technologie in het eerste Nederlandse blockchainplatform in de agri & foodsector. Het platform, dat is ontwikkeld door Food Insights en in licentie beschikbaar wordt gesteld, geeft alle schakels gelegenheid tot open communiceren.

De technologie vergroot kansen voor onderling samenwerken en het delen van product- en productie-informatie. Door het beschikbaar stellen van dergelijke gegevens kunnen boer, teler en veehouder efficiënter en marktgerichter produceren en zo bijdragen aan het beperken van voedselverspilling. Ondanks talloze initiatieven in het terugdringen van food waste is de verspilling nog relatief hoog. We gooien per persoon jaarlijks  rond 50 kilo voedsel wel en grofweg 38 procent van voeding voor menselijke consumptie wordt weggegooid of verwerkt tot veevoer.

Bijdragen aan circulaire transitie

Blockchain kan tevens helpen om circulariteit te bevorderen, verwacht FoodInsights. Nu Nederland in de startblokken staat voor een transitie naar een circulaire economie wordt het recyclen van rest- en zijstromen in de agri en foodsector een belangrijke factor voor het slagen van die transitie.

Door die transparantie versterken bedrijven hun onderlinge relatie in de keten, niet alleen tot en met de consument, ook toezichthouder en financiers blijven betrokken door het delen van informatie.

Het platform ondersteunt bedrijven ook om de kwaliteit van producten te borgen, de keten slimmer op te zetten en het werkkapitaal makkelijker te financieren.

 

Decentraal netwerk

Ook Lan Gé, senior scientist Innovatie, Risico- en Informatiemanagement bij Wageningen Economic Research, ziet voor agrifoodketens de voordelen van een transparant decentraal netwerk dat blockchaintechnologie is.  Lan Gé startte samen met TNO een pilotproject naar de toepassing van blockchaintechnologie in agrifoodketens.

Blockchain kan bijvoorbeeld worden toegepast in certificeringsprocessen van voedselproducten en tracking in logistieke processen. Iedere schakel in de voedselketen zoals producenten, leveranciers, verwerkers, distributeurs, detailhandelaren, regelgevers en consumenten, heeft toegang tot informatie over de oorsprong en kwaliteit van het product. Het blockchainnetwerk kan er dan bijvoorbeeld ook voor zorgen dat de bron van eventuele besmette producten sneller getraceerd kan worden.

De samenwerking tussen Wageningen Economic Research en TNO heeft inmiddels geleid tot een eerste proof of concept voor Agrofood.

Delen zonder risico

Het delen van gegevens in blockchain is zonder risico. De technologie verpakt informatie zo dat dit veilig in ketens en systemen kan worden gedeeld.

Blockchain combineert bestaande technologieën zoals cryptografie en database- en netwerkbeheer voor het uitwisselen van data in een open netwerk. De technologie kan fungeren als een volledig digitale keten naast de fysieke keten.

De bekendste toepassing van de technologie is het Bitcoin-systeem voor betalingen. Volgens Lan Gé is blockchain in feite te gebruiken bij alle vormen van transacties, zoals de registratie van woningtransacties zonder notarissen. Het werken zonder de zogenoemde ‘trusted third party’ maakt zo’n systeem mogelijk efficiënter en minder kwetsbaar. In plaats van intermediairs wordt er gebruik gemaakt van onder andere algoritmes en cryptografie.

Dit artikel is gepubliceerd in de rubriek Agri & Food van maakindustrie.nl

 

 

 

Betere paprika’s en minder energieverbruik met slimme sensoren

SensorenpaprikateeltPointed-Temperature-Sensor-monitort-in-deze-case-paprikas_foto-30MHz-150x150 

Een betere kwaliteit van de paprikateelt met minder energieverbruik: het kan met geavanceerde sensortechnologie. Het Amsterdamse bedrijf 30MHz brengt samen met Kwekerij Moors en Proeftuin Zwaagdijk een draadloze vruchttemperatuursensor op de markt voor de monitoring en aansturing van het groeiproces. De technologie is volgens 30MHz breed toepasbaar in de tuinbouw en wordt als proef ingezet bij paprikakwekerij Moors in Someren.

Bij telers van vruchten en bloemen groeit de vraag naar draadloze infrarood temperatuursensoren. Nu wordt vaak alleen het macroklimaat dus CO2, temperatuur en  luchtvochtigheid gemeten. Door ook het microklimaat te meten kan de instelling van kassen worden verfijnd en kunnen telers sneller inspelen op de plantbehoefte.

Volgens Cor-Jan Holwerda van 30MHz leidt het gebruik van de nieuwe sensortechnologie tot betere resultaten: “Het risico dat vruchten te warm worden waardoor rotting op kan treden neemt substantieel af. Dankzij de sensoren die met infrarood hun metingen doen worden zaken als temperatuur, vochtigheid, watergift, ventilatie en verwarming optimaal geregeld. De uitval gaat omlaag en de opbrengst omhoog.”

De hitte- en vochtbestendige sensoren zijn verstelbaar en kunnen desgewenst van plek wisselen. De resultaten van de metingen worden door teeltspecialisten op een gepersonaliseerd en aanstuurbaar dashboard uitgelezen.

Toepassing van draadloze sensortechnologie in combinatie met een voor iedere teler op te stellen klimaatmodel tot energiebesparing en kwaliteitsverbetering leiden, verwacht Holwerda. “Voor ons project in de paprikateelt houden we rekening met een energiebesparing van minimaal vijf procent in de komende vijf jaar. Een bijkomend pluspunt is dat het gebruik van chemische gewasbescherming kan worden verminderd.” Het klimaatmodel wordt mede gebaseerd op bestaande meetwaarden in de kas en aangevuld met nieuwe informatie.

Nederlands afvalwater wordt voedingsbron cacaoplantages Dominicaanse Republiek

 

De wereld verkeert in een chocolade crisis. De vruchtbare gronden waarop cacao groeit worden steeds armer. De grondstoffen en nutriënten die in de producerende landen uit de grond worden gehaald, worden in het westen opgegeten en gaan niet meer terug naar waar ze vandaan komen.

 Chocolatemakers gaat hier met Nederlandse Waterschappen en de Tres Hombres wat aan doen, namelijk struviet (fosfaat) dat de Waterschappen winnen uit het Nederlandse afvalwater terugbrengen naar cacaoplantages in de Dominicaanse Republiek. Daar wordt het weer als voedingsrijke grondstof gebruikt.

 Afvalstof wordt voedingsstof

Waterschappen winnen struviet als een van de waardevolle grondstoffen terug uit afvalwater. Dit mineraal wordt in de Dominicaanse Republiek gemixt met lokale organische stof en compost om zo een duurzame grondstof voor cacaobomen te vormen.

De Tres Hombres heeft bij aankomst in Nederland de nieuwe oogst biologische cacao voor Chocolatemakers gelost. Het zeilende vrachtschip vaart terug met struviet. Zo wordt in Nederland een overschot aan fosfaat verminderd en het tekort op de Dominicaanse Republiek aangevuld

 Rodney Nikkels van Chocolatemakers: ”De bodem op cacaoplantages wordt steeds armer doordat nutriënten via de cacaobonen naar onder andere Nederland worden geëxporteerd en niet worden aangevuld. Hierdoor wordt de fosfaathuishouding in de bodem verstoord. Als het groeien van cacao een toekomst wil houden zijn drastische oplossingen nodig”.

De bodemverarming van cacaoplantages komt deels door het gebrek aan kennis bij boeren over bodembeheer, biodiversiteit en klimaatverandering, maar vooral door het eenrichtingsverkeer van nutriënten. Door bodemverarming worden cacaobomen ziek of gaan ze dood en er ontstaat ontbossing voor de aanwas van nieuwe cacaoplantages. Jongere generaties boeren willen geen cacaoboer meer worden.

Over Chocolatemakers

Chocolatemakers is een ‘bean to bar’ ambachtelijke chocoladefabriek in Amsterdam Noord.  Chocolatemakers koopt hoge kwaliteit biologische cacao direct bij de cacaoboeren in voor een eerlijke en goede prijs. De chocoladerepen worden verpakt in 100% recyclebaar materiaal en bedrukt met bio-inkt. Chocolatemakers werkt samen met boerencoöperaties in Peru, Dominicaanse Republiek en Congo.

IPSS denkt aan mobiele suikerraffinage op erf

WURpilotplantsuikerbLayout-RD1-1024x723

Ingenieursbureau IPSS denkt aan mobiele suikerraffinage op het erf van boerderijen. De mobiele fabrieken zijn ondergebracht in zeecontainers en worden bij boerderijen geplaatst om op locatie suiker uit suikerbieten en reststromen te halen. Het idee is om uiteindelijk kleine mobiele suikerfabrieken in zeecontainers te bouwen en te plaatsen bij bedrijven die reststromen hebben. Dit is mogelijk door een procedé dat is ontwikkeld door Wageningen UR.

Met de nieuwe methode kunnen suikerbieten bij boeren op het erf eenvoudig worden geraffineerd tot suikers. Suikerbieten, grondstoffen en reststromen bevatten eveneens aminozuren. Om reststromen meerdere componenten bevatten zijn vaak veel bewerkingen nodig om deze eruit te halen.

Het procede van Wageningen UR heeft dankzij een anti-solvent minder processtappen nodig om de componenten te isoleren. Door dit anti-oplosmiddel toe te voegen aan het mengsel en vervolgens het water weg te vangen, worden suikers en andere componenten onoplosbaar en kristalliseren ze. Het proces is energiezuinig en werkt zonder drogen en centrifugeren. Daardoor kan het lokaal en op kleine schaal worden ingezet, zoals bij boerderijen.

IPSS start in Wageningen een pilotfabriek om het procedé verder te testen en te onderzoeken naar commerciële haalbaarheid.

Ook andere reststromen verwerken

IPSS en Wageningen UR rekenen ook op verwerking van andere reststromen, bijvoorbeeld afkomstig van de appelmoesindustrie. Daarnaast wordt onderzocht of suikers uit andere reststromen gekristalliseerd kan worden.

Een kleine proeffabriek volgens IPSS in de vijftien weken van het bietenseizoen zo’n 300 hectare suikerbieten verwerken. Het maximale volume van de andere grondstoffen is nog onbekend.

Er is in Nederland behoefte aan meer capaciteit om suikers uit bieten te raffineren. Ons land heeft in Hoogkerk en Dinteloord twee grote productielocaties van Suiker Unie waar suikers uit bieten wordt gehaald.  Er is behoefte aan meer capaciteit, maar een nieuwe productiefaciliteit kost 500 miljoen euro.

Ook interesse in buitenland

Ook in het buitenland is volgens IPSS interesse in de mobiele suikerraffinage, onder meer in de suikerproducerende en -verwerkende industrie in Duitsland, Zwitserland en Nigeria en bij de teelt van suikerhoudende gewassen in Portugal, Canada en Engeland.

Katalysator zet biomassa sneller en efficiënter om in waardevolle grondstoffen

Scheikundigen van de Universiteit Utrecht ontwikkelden samen met Britse en Amerikaanse collega’s een nieuwe, herbruikbare katalysator die biomassa sneller en efficiënter omzet in waardevolle hernieuwbare producten als plastics en brandstoffen.Op de vinding is inmiddels een octrooi aangevraagd. Het onderzoek werd uitgevoerd binnen het publiek-private samenwerkingsverband CatchBio, dat nieuwe manieren ontwikkelt om niet-eetbare biomassa te verwerken.

De katalysator versnelt zeer selectief één van de chemische reacties die nodig zijn voor de verwerking van cellulose, een onderdeel van plantenmateriaal. Bij deze reactie wordt levulinezuur omgezet in een volgende groene chemische bouwsteen, γ-valerolacton. De katalysatoren die voor deze omzetting worden gebruikt, zijn vaak metalen. Uitgebreid onderzoek leidde tot een katalysator gebaseerd op de metalen ruthenium en palladium. Deze stuurt de omzetting veel sneller dan bestaande katalysatoren en doet dat bovendien heel specifiek, waardoor minder afval wordt geproduceerd.

Gesloten kringloop

In 2050 woont ongeveer driekwart van de wereldbevolking in de stad. Voor het behoud van een goede leefomgeving in miljoenensteden en agglomeraties van grote steden, zoals de Randstad, zijn duurzame en gesloten kringlopen essentieel. Biomassa omzetten in chemische bouwstenen voor de productie van materialen en brandstoffen is zo’n kringloop. Hierbij gaat het om niet-eetbare en snelgroeiende biomassa zoals stro, loof en hout.

Cruciaal

De biomassa wordt eerst omgezet in een select aantal chemische bouwstenen. Hieruit kan een groot aantal hernieuwbare basischemicaliën, zoals plastics, brandstoffen en oplosmiddelen, worden geproduceerd. Deze vormen weer de basis voor de brandstoffen en materialen in het dagelijks leven, variërend van geneesmiddelen tot kleding. Om in de toekomst op deze manier in de behoefte van de wereldbevolking te kunnen voorzien, is per kilo biomassa een maximale opbrengst nodig. Daarom zijn katalysatoren van cruciaal belang en heeft optimalisatie hiervan een grote impact.

CatchBio

Het publiek-private samenwerkingsverband CatchBio, ‘Catalysis for Sustainable Chemicals for Biomass’, is in 2008 opgericht en bestaat uit 21 partners van Nederlandse universiteiten, onderzoeksinstituten en bedrijfsleven. CatchBio heeft als doel om op een schone manier brandstof, chemicaliën en materialen uit niet-eetbare biomassa te halen. Hiervoor werkt het samenwerkingsverband aan meer dan 60 onderzoeksprojecten met een totaalbudget van 28 miljoen euro. Dit geld is opgebracht vanuit de deelnemende bedrijven, onderzoeksinstellingen en het SmartMix-programma van het ministerie van Economische Zaken.

www.catchbio.nl

 catchbio_pb_march2015

Weergave van een elektronen-microscopische opname van de nieuwe katalysator bestaande uit de metalen Ruthenium en Palladium, te zien als grijs witte bol. Rechts een uitvergroting van de katalysator waarbij de roze bolletjes de Ruthenium en blauwe bolletjes voor Palladium voorstellen. Het molecuul Luvelinezuur (links) wordt omgezet in γ-Valerolacton (rechts).

 

 

 

 

VALORIE mobiele proeffabriek algenraffinage

TNO heeft VALORIE, een mobiele proeffabriek voor algenraffinage, gestart.  VALORIE (Versatile Algae On-site Raw Ingredient Extractor) zuivert in Lelystad op maat de gewenste ingrediënten uit algen. Dit procede vindt plaats in hoeveelheden die voor afnemers  aantrekkelijk zijn voor het inrichten van formuleringen van nieuwe producten. TNO is wereldwijd pionier met het op dergelijke schaal winnen van alle waardevolle ingrediënten uit de alg in plaats van een enkel deel van de alg. Met een innovatieve technologie kan de taaie celwand van algen non-destructief worden opengebroken. Hieruit worden vervolgens stoffen als eiwitten, oliën, en koolhydraten op een energie-effectieve manier  gewonnen.

TNO heeft samen met partner Algae Food & Fuel met de opschaling naar proeffabriek het proces geschikt gemaakt voor industriële pilots.  VALORIE is een gezamenlijk initiatief van TNO en Algae Food & Fuel,  en wordt ingezet voor de partners Sabic, De Wit Oils, Van Wijhe Verf en Royal HaskoningDHV van het GAIA project ( Getting Algae Ingredients  Applied).  Algen vormen een aantrekkelijk alternatief als grondstof. Ze bestaan uit waardevolle ingrediënten,  hebben een zeer hoge groeisnelheid en kunnen worden geteeld op onvruchtbare grond. Algen zijn hét landbouwgewas van de toekomst en kunnen grondstoffen leveren voor de productie van voedsel voor mens en dier, chemische producten en farmaceutische producten. (foto: Pieter Machielsen, NFPP)

Valorie_Fotocredit_PieterMachielsen_NFPPhotography

 

Cosun en Philips onderzoeken plastics uit bietenpulp

Cosun Biobased Products, onderdeel van Royal Cosun, heeft samen met Philips het project Beets to Biopolymers opgezet. Doel is te onderzoeken hoe chemische bouwstenen uit suikerbietenpulp kunnen worden ingezet voor de ontwikkeling van nieuwe hoogwaardige plastics. Philips wil biobased plastic toepassen in bijvoorbeeld koffiezetapparaten en strijkijzers.

Samen met Suiker Unie, een onderdeel van Cosun, wordt in de provincie Groningen onderzoek gedaan naar bouwstenen die uit de pulp kunnen worden gehaald. In combinatie met het recyclen van plastic wil Philips met de inzet van biobased plastics de carbon footprint voor de consumentenproducten verkleinen.

Cosun Biobased Products wint componenten uit reststromen voor biobased materialen ter vervanging van fossiele grondstoffen. De onderneming is lid van het Biobased Industries Consortium (BIC), een Europees samenwerkingsverband van bedrijven in agrofood, chemie, energie en gerelateerde sectoren. Doel is om door ketensamenwerking nieuwe processen, producten en toepassingen te ontwikkelen voor plantaardige restanten en daarmee bij te dragen aan de biobased economy.

 

 

Scarlet-Plus en Gensos ontwikkelen technieken voor vergassen natte afvalstromen

 

 

Foto prototype unit voor superkritische vergassing van drijfmest - Foto SPARQLE International BV 23-7-2014

Sparqle International BV is de initiatiefnemer van de technologie in project Scarlet-Plus. Hierbij komen in transporteerbare volumes waterstofrijk brandbaar gas en CO2 vrij die bruikbaar zijn in de landbouw. Het restproduct is een filtraat van water met daarin een neerslag van met name mineralen, onder andere fosfor, kalium en stikstof.

Het project onderzoekt momenteel het duurzaam verwerken van rundveedrijfmest via deze innovatieve methode en ontwikkelt een plan voor een demo-unit. Er wordt gekeken wat de samenstelling van de restfractie is en hoe de groene mineralen weer kunnen worden teruggewonnen. Ook wordt gekeken hoe die groene mineralen in de land- en tuinbouw kunnen worden toegepast als kunstmestvervangers en of dit past binnen de wettelijke regels.

Gensos

Gensos is samen met de TU Delft ver gevorderd met het ontwikkelen van superkritische vergassing. Dit is een innovatieve technologie voor het omzetten van natte afvalstromen zoals mest of andere natte biomassa in duurzaam gas (energie) en water.  Bij superkritisch vergassen wordt biomassa afgebroken door superkritisch water. Dit in tegenstelling tot conventioneel vergassen waarbij biomassa afbreekt met warmte. Vergeleken met traditionele vergisting wordt bij superkritische vergassing  een hoog omzettingsrendement gehaald. Biomassa zijn hernieuwbare brandstoffen die met dezelfde snelheid aangroeien als ze worden gebruikt. Dat zijn bijvoorbeeld agrarische gewassen, dierlijke mest, zeewier, algen en rioolafval.

Bij het vergassen, het scheikundig omzetten van biomassa in een brandbaar gas, richt Gensos zich samen met enkele partners (o.a. waterschappen, HVC en Omrin) op onder meer de agrarische sector en de voedingsmiddelenindustrie. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan een pilotplant die mestoverschot en rioolslib volgens deze techniek vergast. Deze pilot installatie van 500 liter per uur wordt later dit jaar in gebruik genomen.

Superkritische biomassa vergassing bestaat sinds de zeventiger jaren. Toen lag de focus op superkritische oxidatie. Omdat de zuurstoftoevoer rond deze condities verre van optimaal is ging de aandacht naar vergassen in diverse pilot installaties. Hoewel toen de technische haalbaarheid van de techniek werd aangetoond bleven problemen onopgelost. Gensos ontwikkelde een combinatie van deze techniek met bestaande vergassingstechnieken tot superkritische water vergassing.  De techniek behaalt een zeer hoog thermisch rendement van rond 70%, te vergelijken met conventioneel vergassen van droge biomassa. Het bedrijf heeft een ‘proof of principle’ van het superkritische vergassingsproces voor omzetting van mineraalrijke biomassa in een experimentele continue superkritische vergassingsopstelling met een capaciteit van 100 liter per uur.

Het project Scarlet-Plus,, mede gefinancierd door het ministerie van EZ (Topsector Energie /TKI Gas, experimenteert met het verwerken van natte biomassa zoals digestaat, waterzuiveringsslib, rundveedrijfmest en gemaaide waterplanten via superkritisch vergassen. Een ander project is dat van Gensos samen met de TU Delft.

Gensos reactor Matti versie

 

 

 

 

 

 

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2018 Ria Besseling