Agrifoodclicks

VitalFluid helpt tuinder met de inzet van stikstof als meststof

Europese subsidie voor vijf Nederlandse innovatieve scale-ups

VitalFluid

VitalFluid werkt aan een technologie waarmee de tuinder bij de teelt stikstof als meststof  kunnen inzetten. Met de technologie kunnen tuinders in eigen beheer met duurzaam opgewekte energie stikstof fixeren en inzetten als meststof. VitalFluid is een van de vijf Nederlandse scale-ups  die met hun innovaties zijn geselecteerd voor de tweede call van 2019 van het mkb (SME) instrument (fase 2) van Horizon 2020.

De plasmatechnologie die het bedrijf ontwikkelt, bindt stikstof direct vanuit de lucht en  lost het in de vorm van nitraat op in voedingswater voor gewassen. Bij dit proces wordt lucht, water en elektriciteit gebruikt. Met de technologie van VitalFluid kan de tuinder in eigen beheer met duurzaam opgewekte energie stikstof fixeren en inzetten als meststof.

Het bedrijf is bezig met een optimalisatie van het systeem en houdt demonstraties in de komkommer en tomatenteelt. De huidige productie van stikstof als meststof belast het milieu en is alleen mogelijk in grote chemische fabrieken.

Vijf geselecteerde scale-ups

VitalFluid is een van de vijf Nederlandse scale-ups  die met hun innovaties zijn geselecteerd voor de tweede call van 2019 van het mkb (SME) instrument (fase 2) van Horizon 2020. De scale-ups krijgen gezamenlijk net iets meer dan €10 miljoen aan Europese subsidie. Hiermee krijgen zij de kans hun bedrijf op te schalen en hun innovatieve producten naar Europese of wereldwijde markten te brengen. Als voorbereiding op de pitch in Brussel volgde VitalFluid de pitch-oefensessie bij RVO.nl. Het bedrijf gebruikte naast het Horizon 2020 MKB-instrument de Vroege Fase Financiering.

De andere scale-ups die ondersteuning kregen van de RVO   zijn Plantics, Micreos, Rainmaker en Runecast Solutions.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) hielp deze bedrijven met advies over indienen, feedback op voorstellen en het aanscherpen en oefenen van de pitches. Het Nederlandse mkb scoort goed in de Europese innovatietop. Eerder dit jaar mochten 9 Nederlandse scale-ups naar Brussel, 4 bedrijven kregen toen de subsidie toegekend.

Horizon 2020

Horizon 2020  is het programma van de Europese Commissie om Europees onderzoek en innovatie te stimuleren. Het mkb-instrument is voor innovatieve bedrijven die internationaal willen opschalen en groeien als bedrijf. Tot 2020 is er budget beschikbaar voor haalbaarheidsstudies en het uitvoeren van Europese businessplannen.

AgriFoodTech 11 & 12 december 2019: De nieuwste innovaties in de agrifoodbusinessketen

AgriFoodTechlogo2019

Op 11 & 12 december organiseert Mikrocentrum in de Brabanthallen in Den Bosch de vierde editie van AgriFoodTech. Het platform presenteert met een combinatie van de topsectoren High Tech Systemen & Materialen en Agri & Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen de nieuwste innovaties in de agrifoodbusinessketen.

De beurs en het congres brengen dit jaar de thema’s Food Factory of the future, de slimme kas, effectievere en efficiëntere machines, Big Data & ICT, Foodinnovations en Voedselveiligheid & -verspilling voor het voetlicht. De lezingen geven nieuwe inzichten over de kansen voor high tech en ICT-toepassingen waaronder robotica, materialen, coatings, vision, sensoren, aandrijftechnieken, grijpers, software, big data en IoT.

In de aanloop naar AgriFoodTech 2019 is er op 19 september bij Mikrocentrum in Veldhoven een gratis toegankelijke netwerk- en kennisbijeenkomst.

AgriFoodTech2019 richt zich op toeleveranciers, ontwikkelaars, ontwerpers, onderzoekers, OEM-ers, system integrators, dienstverleners en gebruikers uit de agrifoodbusinessketen.

Informatie: www.agrifoodtech.nl

Bioraffinage van gras: voor eigen bedrijf of in veevoerproduct

Boeren kunnen op termijn in de regio machines gras laten verwerken voor gebruik op het eigen bedrijf of voor nieuwe producten voor gericht voedermanagement die Grassa samen met Fransen Gerrits ontwikkelt. Veehouders kunnen door bioraffinage de samenstelling van het voer beter afstemmen op de behoefte van de dieren.

Grassa wil samen met het mengvoederbedrijf in Erp de bioraffinage van gras verder opschalen tot veevoerproducten. Eind dit jaar worden de eerste producten voor gericht voedermanagement verkrijgbaar. “Het gaat om een graseiwitconcentraat voor toepassing in bijvoorbeeld pluimveevoeders of in krachtvoer voor melkvee, een ingekuild grasvezelproduct voor rundvee en een prebioticum rijk aan fructose oligo-sacchariden voor toepassing in voeders voor jong vee en petfood”, aldus Peter van Paridon, ceo van Grassa.

“Het graseiwitconcentraat ofwel eiwitfractie vanuit gras heeft een mooi aminozuurprofiel en een verteerbaarheid die vergelijkbaar is met soja eiwitconcentraat. Deze stroom is daarmee erg geschikt voor bijvoorbeeld pluimveevoeders en biggenvoer, maar hij kan ook worden teruggevoerd via het rantsoen van de melkveehouder”, verklaart Jan van Haperen, hoofd Nutritie van Fransen Gerrits.

“Verder komt er vezelkoek ofwel vezelfractie in balen of eventueel in de nabije toekomst in brokvorm op de markt. Een perfecte grondstof om structuur aan te vullen in rantsoenen voor met name herkauwers.”

“Veehouders kunnen door bioraffinage de samenstelling van het voer beter afstemmen op de behoefte van de dieren. Daarnaast kunnen we lokaal goed verteerbaar non-GMO eiwit produceren waarmee soja uit Zuid-Amerika kan worden vervangen”, reageert Van Paridon op de vraag wat de boeren hebben aan gerichter voeren.

FOS, de derde stroom die uit de raffinage voor veevoer beschikbaar komt, is met name sap van het gras met een hoog aandeel aan fructo-oligosacchariden. Deze hebben een prebiotische werking in de darmen van bijvoorbeeld jonge biggen of in producten voor petfood.

Grassa carbery shinagh farm walk115 (2)

(Beeld: MacMonagle-macmonagle.com)

Bioraffinage: antwoord op VLOG en Kringloopwijzer

Lokale boeren kunnen nu zelf gras voor bioraffinage aanleveren bij de verwerkingslocatie van Grassa in Holwerd. Gras verwerken kan op termijn regionaal met kleinschalige machines, verwacht Van Paridon. Het product is dan bestemd voor gebruik op eigen bedrijf of voor nieuwe producten voor gericht voedermanagement die Grassa samen met mengvoederbedrijf Fransen Gerrits ontwikkelt.

“Er komen nogal wat vragen op melkveehouders af vanuit onder meer afnemers, retail en overheid als het gaat om het voeren van de koeien. Denk aan VLOG, de Kringloopwijzer, maar daarnaast ook aan een mogelijke verschuiving naar grondstoffen vanuit EU-28 en 65 procent van eigen bodem”, aldus Jan van Haperen.

“Door zoveel mogelijk gras van eigen bodem – in wat voor vorm dan ook — in rantsoenen te kunnen voeren geeft dat voordelen en kunnen veehouders voor het grootste deel aan deze vraag voldoen. Door grondstof in meerdere fracties uit elkaar te trekken en gerichter weer in te zetten kunnen zij daarnaast een plus bereiken qua stikstof- en fosforefficiëntie.”   

Raffineren in eigen regio

“Lokale boeren kunnen zelf gras aanleveren bij de Grassa verwerkingslocatie in Holwerd, geeft de ceo aan. “Uiteindelijk zullen wij met relatief kleinschalige machines regionaal gaan verwerken.”

Grassa carbery shinagh farm walk115 (1)

“Op deze manier kan een melkveehouder er bijvoorbeeld voor kiezen om een aantal hectare van het totaal grasareaal te raffineren en de rest bijvoorbeeld in te kuilen. Hij kan er ook voor kiezen om de latere snedes te raffineren om toch meer voedingswaarde ook uit deze snedes te kunnen halen”, aldus Van Haperen.

Grassa gaat eind dit jaar de eerste commerciële volumes leveren met een installatie die ongeveer 4 ton gras per uur verwerkt. Begin volgend jaar zal dat worden uitgebreid tot 12 ton per uur en daarna zal snel verder worden opgevoerd, voorziet Van Paridon.

 

Bijdragen aan circulaire economie

Het mengvoederbedrijf in Erp heeft volgens de ceo van Grassa de mogelijkheden van bioraffinage voor een bijdrage aan de circulaire economie vroeg ingezien en besloten mee te investeren in Grassa. “Daarnaast zal Fransen Gerrits als eerste mengvoederfabrikant de Grassa producten gaan toepassen. De nauwe samenwerking met een belangrijke speler in de mengvoederindustrie zal essentieel zijn voor de snelle groei van Grassa.”

“Vanwege de ontwikkelingen die wij waarnemen in de markt zijn wij op zoek gegaan naar goede alternatieve eiwitbronnen binnen Noordwest-Europa. Gras is nog altijd een van de meest efficiënte eiwitbronnen in deze regio. Met name de mogelijkheid voor een bijdrage aan circulaire economie door het terug voeren van grondstoffen naar melkveehouders was voor ons een argument om ons hier verder in te verdiepen.”

Van Haperen: “Naast het participeren in Grassa bestaat de rol van ons met name in de nutritionele verwaarding en ook in eerste instantie afname van de producten. Zoals gezegd kunnen we eiwitconcentraat en de fructo-oligosacchariden gedeeltelijk inzetten in onze biggenvoeders. Daarnaast kunnen wij als Victoria Mengvoeders, onze merknaam voor rundveevoeders, dit concept aanbieden aan onze melkveehouders. Op deze manier helpen wij hen vooruit met het invullen van vragen vanuit afnemers en overheid. Daarnaast kunnen we er mede op deze manier voor zorgen dat melkveehouders positief scoren op stikstof- en fosforefficiëntie.”       

Grassa, gevestigd op het Bio Treat Center in Venlo, kreeg samen met co-investeerders Fransen Gerrits, het LIOF Brightlands Venture Partners en de aandeelhouders een financiering van € 2 miljoen voor het project voor de opschaling tot veevoerproducten.

 Ook uit groenteresten  

“Plantaardig eiwit en vezel zijn ook in humane voeding essentieel. Grassa heeft al eerder aangetoond dat eiwit uit spinazie of kool uitstekend kan worden toegepast in een vleesvervangend product als groentenuggets. In deze fase is onze commerciële focus primair gericht op toepassing in diervoeding, maar daarnaast zal de ontwikkeling van producten en toepassingen voor humane voeding doorgaan” zegt Van Paridon over de plannen van Grassa richting voedingsindustrie.

Zo zette Grassa samen met Proverka en Dalco een keten op om groentenuggets met eiwitconcentraat uit groenteresten op de markt te brengen. Proverka verzamelt en verwerkt groentereststromen tot onder meer sappen en Dalco is gericht op de productie van maaltijdcomponenten uit reststromen. Concrete andere producten zijn nog niet uitgewerkt. Wel is het plantaardig eiwitconcentraat een geschikt alternatief voor dierlijk eiwit in verwerkte producten als soepen en sauzen.

 

 

Flanders Food lanceert programma gebrouwen vleesvervangers

FlandersFood b3e49717-818a-4524-bf1c-a258b6fc6c6a

 Tofu, falafel en veggieburgers kennen we ondertussen allemaal, maar er zijn nog een heleboel alternatieve eiwitten die niet op ons bord belanden. Gebrouwen vlees heeft het potentieel om – in tegenstelling tot andere alternatieven – nutritioneel evenwaardig te zijn aan vlees.

Vlaanderen lanceert daarom een nieuw programma met focus op de eiwittransitie, getrokken door Flanders’ FOOD – de speerpuntcluster agrifood.

Vierde generatie vlees

De vierde generatie van vlees(vervangers) bestaat uit cellen die worden omgezet in eiwitrijke producten door middel van een brouwproces in fermentatietanks. Het kan hierbij gaan om cellen van microbiële oorsprong of echte dierlijke cellen.
Het enige product uit deze categorie dat in Europa voor menselijke consumptie te verkrijgen is, is Quorn (microfungi). Verdere producten zitten nog in een onderzoeks- en opschalingsfase.

New & Shifting Resources: eiwittransitie

Vlaanderen kan een voortrekkersrol spelen in deze nieuwe ontwikkeling door in te zetten op onderzoek, begeleiding en innovatie. Flanders’ FOOD lanceert daarom een nieuw programma: New & Shifting Resources, waarbij in eerste instantie gefocust wordt op de eiwittransitie. Hierbij worden op een constructieve manier alle stakeholders (industrie, academia, ngo’s en overheid) bij elkaar gebracht om verder te bouwen aan een verantwoorde en eiwitrijke toekomst.

Urban Ponics teelt verticaal groenten en kruiden

Urban Ponics teelt groentes en kruiden verticaal met wortels die in de lucht groeien en gevoed worden met voedingrijke nevel. De waterdamp is verrijkt met een humusextract, afkomstig uit de Amazone, aldus De Telegraaf.

Urban Ponics 43691872_239858340043963_7363547719039713280_n

Laurens Trebes ontwikkelde de innovatieve teeltmethode vanuit zijn ervaringen in Venezuela waar hij jaren ondernam. Hij heeft een fabriek in Venezuela waar hij water uit de Amazone filtert. „We halen het water uit de rivierdelta vlak bij zee. Dit brakke water zit vol met voedingsstoffen. Het door Urban Ponics ontwikkelde humusextract bevat meer dan negentig mineralen en spoorelementen. Het komt in gedroogde vorm naar Nederland.

„Met 100 kilo extract kan ik een jaar vooruit. We lossen het op in water, waarna het in de vorm van nevel wordt opgenomen door de plantenwortels. Onze groentes bevatten daardoor veel meer mineralen dan traditioneel gekweekte groentes”, aldus Trebes die erop wijst dat door de intensieve landbouw de Hollandse grond juist heel arm is aan mineralen. „Dat wordt aangevuld met kunstmest, maar dat bevat alleen twaalf mineralen die voor de groei van de plant van belang zijn.”

Meer smaak

Mineralen als jodium en selenium ontbreken in veel groentes. Hij durft dan ook te beweren dat consumenten die ’zijn’ producten eten minder groente nodig hebben, omdat die gezonder zouden zijn. Ook zit er volgens hem aan de in de lucht gekweekte groentes meer smaak: „Daarnaast hoeven wij geen gebruik te maken van bestrijdingsmiddelen en is ons watergebruik 95% lager ten opzichte van traditionele methoden.”

De bladgroentes van Urban Ponics, waaronder snijbiet, rucola en Chinese broccoli, zijn verkrijgbaar bij de biologische supermarktketen Marqt, horecagroothandel Hanos en maaltijdbox De Krat. De groentes worden met wortel en al verkocht. Dit zorgt er volgens Trebes voor dat ze langer vers blijven. In Nederland richt Urban Ponics zich op consumenten die bereid zijn te betalen voor gezonder en smaakvoller eten. In de toekomst wil de ondernemer zijn methode ook introduceren in landen met waterschaarste, aldus De Telegraaf.

Nutritional Concepts Lab verwerkt agf tot gezonde gepersonaliseerde voeding

Het Nutritional Concepts Lab in Venlo verwerkt groenten en fruit tot voeding. Uitgangspunt hierbij is dat de bioactieve stoffen die in het uitgangsmateriaal aanwezig zijn behouden blijven. Deze stoffen hebben een preventieve werking op de weerstand tegen de verschillende welvaartsziekten.

De R&D faciliteit, een van de nieuwe onderzoekslaboratorium op de Brightlands Campus in Venlo, ontwikkelt innovatieve mixen die worden ingezet in de humane interventietest met Universiteit van Maastricht. Doel van het onderzoek is het wetenschappelijk aantonen dat de verschillende bio actieve stoffen specifiek weerstandverhogende effecten genereren tegen diverse welvaartsziekten. Uiteindelijk leveren ze in de praktijk toekomstig een bijdrage aan het gezond ouder worden.

Brightlands Campus Greenport Venlo i275411Brigh10_519234505142964_589323410790596109_n 

De nieuwe R&D locatie op de Brightland Campus is een installatie van 10 meter hoog die regionale groenten en fruitproducten bewerkt waarbij de gezonde inhoudsstoffen behouden blijven.

De installatie is een aanscherping van de  Smoodtechnologie die Henri Michiels zo’n vijf jaar geleden ontwikkelde. De voormalig directeur en aandeelhouder van machinefabrikant Dinnissen ontwikkelde Smood, een voedingsconcept ontstaan vanuit de basisgedachte dat verse producten zoals groenten en fruit gezond, maar tegelijkertijd beperkt houdbaar zijn. De Smoodtechnologie maakt deze versproducten  langer houdbaar, terwijl vitaminen en andere gezonde bestanddelen behouden blijven.

De installatie in het Nutritional Concepts Lab biedt de volgende gecontroleerde processen: mengen, drogen en coaten. Het proces vindt geconditioneerd plaats via een vacuüm coatingtechnologie en door op een lage temperatuur te processen. Door het proces onder de 40°C te houden behoudt het product smaak, vitaminen en andere voedzame stoffen en blijven deze beschikbaar in het eindproduct. De bewerkte producten zijn ongeveer een jaar houdbaar.

‘’Het proces heeft vele manieren van bereiden van producten: separaat of in combinatie, met over- en onderdruk en verwarmen via wokken, au bain marie en dergelijke’’, vertelt directeur Raymond Nolet van Mifood die de procesinstallatie beheert.

‘’Het verwerken van groente en fruit met behoud van bio actieve stoffen tot voeding met een preventieve werking heeft gezondheidseffecten op mensen met diabetes, hart- en vaatziekten en bepaalde kankersoorten”, aldus Nolet. De producten zijn leverbaar in pearls met een stevige lading groente en fruitbestanddelen en zonder toegevoegde suikers. Ook geëxtrudeerde producten met een gezonde coating als basis voor diverse producten zoals over de salades en in soepen en maaltijden zijn mogelijk.

Zelf testen

 Geïnteresseerde voedingsmiddelenfabrikanten kunnen zelf testen in het NCL of er hun eigen producten aangevuld met de Dinnissen technologie Iaten vervaardigen. Productieruns zijn mogelijk tot 100 kilo per batch. Raymond Nolet: “Onze faciliteit is tweeënhalve dag per week beschikbaar voor bedrijven die willen innoveren. Zij worden begeleid door ons team van operators”.

De producten worden na de R&D fase in Venlo op de werking en effecten van de bioactieve stoffen getest in de labs in Venlo. Daarnaast worden bij UM in Maastricht humane interventietesten uitgevoerd. Er start een drie jarig onderzoek onder 200 consumenten naar de gezondheidseffecten van de groenten- en fruitmixen.

De vier campussen van Brightlands zijn een initiatief van de provincie Limburg, verschillende Limburgse onderwijsinstellingen, Maastricht UMC+ en bedrijven in de regio.

Het nieuwe Nutritional Concepts Lab is het tiende onderzoekslaboratorium op de Brightlands Campus in Venlo. Er zijn tot nu toe 52 bedrijven en instellingen gevestigd op de locatie.

Air Products verrijkt verpakte voeding met natuurlijke aroma’s

 
   

Air Products introduceert Freshline Aroma MAP, een systeem dat natuurlijke aroma’s zoals essentiёle oliёn in de verpakking injecteert gelijktijdig met het modified atmosphere packaging gas (MAP). Er zijn geen bijkomende productiestappen noodzakelijk.

 Aroma-MAP-CMYK

Met dit innovatieve systeem biedt Air Products fabrikanten van voedingsmiddelen een nieuwe manier om natuurlijke aroma’s aan verpakte voedingsmiddelen toe te voegen en zo de zintuiglijke ervaring van consumenten te verbeteren. Dit kan toekomstig koopgedrag gunstig beïnvloeden. Deze technologie heeft ook potentie om de verspilling van voedsel tegen te gaan en vermindert het risico op het terugsturen van niet-verkochte producten. Het gebruik van specifieke essentiële oliën kan – vergeleken met standaard MAP – de houdbaarheid van het product verlengen.

Inspelen op zintuiglijke marketing

De natuurlijke essentiёle oliёn of aroma’s, die met het Freshline Aroma MAP-systeem in de verpakking geïnjecteerd worden, komen tegemoet aan de stijgende vraag naar Clean Label ingrediënten. Het toevoegen van geuren die emoties triggeren helpt voedingsbedrijven om een emotionele band met hun klanten te creëren. Zintuiglijke marketing is de laatste jaren sterk in opmars. Dat is niet alleen trendy maar vooral zeer efficiënt en biedt een waaier aan mogelijkheden voor de voedingsmiddelenindustrie.

 

“De markt voor verpakte voedingsmiddelen blijft groeien. Ook voor voedingsproducten die verpakt worden onder gemodificeerde atmosfeer is er nog veel potentieel. Het gebruik van natuurlijke aroma’s die de zintuiglijke ervaring van de consument versterken, biedt producenten uitstekende mogelijkheden”, zegt Ann Callens, Food & Cryo Segment Manager bij Air Products.

 “Je kunt spreken van een win-win situatie voor alle betrokkenen. Ons systeem wordt eenvoudigweg geïntegreerd in de bestaande verpakkingslijn. Het toevoegen van aroma’s kan een meerwaarde betekenen voor tal van voedingsmiddelen, waaronder bewerkt vlees, gedroogde producten en bakkerijproducten.”

 

De machine injecteert dankzij de vooraf ingestelde parameters een nauwkeurige en herhaalbare hoeveelheid aroma in de gasstroom. Het mengsel van MAP-gas en actieve en aromastoffen wordt naar de verpakkingsmachine geleid, waar het vervolgens op dezelfde manier als bij standaard MAP in de verpakking geïnjecteerd wordt. Het systeem is veilig, hygiënisch en voldoet aan alle geldende richtlijnen en best practises in de voedingsmiddelenindustrie.

 

Over Air Products

 

Air Products is al meer dan 75 jaar een wereldwijd toonaangevende onderneming voor industriële gassen. De kernactiviteiten van het bedrijf op het gebied van industriële gassen omvatten de levering van atmosferische en procesgassen en het bijbehorende materieel aan industriёle bedrijfstakken zoals voeding en dranken, raffinage en petrochemie, metaalbewerking en elektronica. Daarnaast is Air Products wereldwijd de voornaamste leverancier van procestechnologie en -apparatuur op het gebied van vloeibaar aardgas.

 

Air Products realiseerde in boekjaar 2017 een omzet van $ 8,2 miljard uit de lopende activiteiten in 50 landen en heeft een huidige beurswaarde van ongeveer $ 35 miljard. Ongeveer 15.000 enthousiaste, getalenteerde en toegewijde medewerkers worden gedreven door het doel van Air Products om innovatieve oplossingen te ontwikkelen die het milieu ten goede komen, de duurzaamheid vergroten en die gericht zijn op de uitdagingen waar klanten, gemeenschappen en de wereld mee te maken krijgen.

www.airproducts.nl

Graaggedaan.nl gaat samen met Localtomorrow

Samenwerking online verswinkelplatformen vergroot kansen online innoveren

Graaggedaan.nl  gaat samen met de Belgische branchegenoot Localtomorrow. Beide bedrijven zijn gespecialiseerd in online oplossingen voor verswinkels. De samenwerking vergroot de kansen voor online innoveren.

Graaggedaan.nl is een landelijke website waar de consument online boodschappen kan bestellen bij versspeciaalzaken  zoals kaas- en  delicatessenwinkels.  Hij zoekt op graaggedaan.nl speciaalzaken in zijn woonplaats en bestelt en betaalt online de versboodschappen. Vervolgens haalt hij de bestelling op in de winkel of laat deze thuis bezorgen.

 

De samenwerking met Localtomorrow biedt in NL kansen voor nieuwe software innovaties voor verswinkels, zoals het afhalen van bestellingen vanuit onbemande koelkasten. “We hebben gekozen voor samenwerken vanwege het belang van schaalgrootte. Belangrijk omdat investeringen in software gigantisch zijn.

De samenwerking met Localtomorrow vergroot de mogelijkheden voor innovatieve software oplossingen. Op technisch vlak vullen we elkaar en kunnen we nieuwe software oplossingen uitwerken die ook in Nederland voor verswinkels interessant zijn. In Belgie werken verswinkeliers bijvoorbeeld met onbemande koelkasten waar uit de klant via een code 24 uur lang zijn bestellingen kan halen”, aldus directeur Aart-Jan van der Kaaij van graaggedaan.nl.

 graaggedaan.nl kaashuis-4-056598578c7f7124abb5de9a9feda8a0ff715024a6e21c04b1df71db7460fa4d

Het online winkelplatform voor verswinkels bevat voor de winkelier opties als een professionele webwinkel waar versondernemers hun online assortiment kunnen beheren, aanbiedingen kunnen instellen met looptijd, vaste dagaanbiedingen kunnen instellen etc. De webshops zijn voor consumenten te benaderen vanaf een platform, maar ze kunnen door winkels ook vanaf hun eigen website worden benaderd.

Er werken momenteel nog weinig kaaswinkels met de webshop. De grote meerderheid is slager en bakker gevolgd door groenteman.’”Gewone’ kaas leent zich blijkbaar wat minder voor online bestellen, hoewel ik zeker mogelijkheden zie voor “cadeau- en delicatessen-pakketten. Dit zijn typisch producten die online besteld worden. Vergelijkbare ervaring hebben we met fruitmanden van groente specialisten. Overigens leveren wij naast het online platform graaggedaan.nl ook veel webshops in eigen huisstijl voor de versspecialisten”, vertelt Aart-Jan van der Kaaij.

 

Consumenten kunnen hun favoriete winkels aangeven, eerdere bestellingen herhalen en bij meerdere winkels bestellen en in een keer afrekenen. 

Het doel van graaggedaan is om via het internet de positie van de echte verswinkel te versterken. Het team van graaggedaan.nl helpt winkeliers met folders en ander materiaal voor de promotie van het online verkoopkanaal.

 

Localtomorrow NV is  in Belgiȇ actief met onder meer bakkersonline.be, slagersonline.be, meattime.be, fishtime.be en dorponline.be. Naast de activiteiten in België is het bedrijf ook actief in Spanje, Duitsland en Frankrijk

Versketens werken samen voor een betere data-uitwisseling

Vijf dingen die we moeten weten over FreshUpstream

Versproducenten gaan voor in de keten -  tussen de schakels van boer, tuinder, veehouder, visser, verwerker, handel en logistiek – samenwerken om data beter ketenbreed te kunnen delen.

Deze samenwerking in de stichting FreshUpstream is nieuw, want tot nu toe delen vooral producent en retailer gegevens. Vijf dingen die we volgens programmamanager Harrij Schmeitz en voorzitter Philip den Ouden moeten weten over FreshUpstream.

1 – De participerende partijen
GS1 Nederland is een drijvende kracht achter het
platform en de belangrijkste sponsor. Diverse brancheorganisaties
ondersteunen de stichting FreshUpstream: het Groenten-
Fruit Huis, de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie
(FNLI), Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO
Nederland), het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL)
en FrugICom. Ook bedrijven als Vion en Fruitmasters doen
mee.
De stichting FreshUpstream werkt intensief samen met en
draagt bij aan het onderzoeksproject Trusted Source over
betrouwbare informatie over voeding, opgezet door het
Ministerie van Economische zaken en Wageningen UR.
Versketens werken samen aan data-uitwisseling
Versproducenten gaan tussen de schakels van boer, tuinder, veehouder, visser, verwerker,
handel en logistiek samenwerken om data beter ketenbreed te kunnen delen. Deze samenwerking
in de stichting FreshUpstream is nieuw, programmamanager Harrij Schmeitz en
voorzitter Philip den Ouden brengen ons op de hoogte.

2 – De doelen
FreshUpstream wil voor diverse versketens
ketenbreed de GS1-standaarden toepassen. De standaarden
worden nu vooral toegepast in de keten voor AGF-producten.
In andere ketens – zuivel, vlees, vis – is dit minder. Natuurlijk
wordt er op veel plaatsen gewerkt aan het delen van informatie.
Dit is erg gefragmenteerd en de initiatieven sluiten niet op
elkaar aan. Versketens hebben in het delen van informatie nu
vooral te maken met informatie over product, volumes, aantallen,
logistieke info en dergelijke.
In de AGF-keten is door ketenpartijen zelf, door het oprichten
van FrugIcom, het initiatief genomen om het delen van informatie
sterk te verbeteren door een breed draagvlak voor
bestaande standaarden, vooral de GS1-standaarden, te bou-
wen. FreshUpstream bouwt voort op die ervaring waar
FrugICom in de AGF-keten al jaren GS1 als standaard hanteert
en nu werkt aan een verdere internationalisering van datauitwisseling
in de AGF-sector.
Door uit te gaan van bestaande en goed werkende standaarden
en deze in alle versketens toe te passen, kan efficiënt worden
gewerkt en kunnen kosten en tijd worden bespaard. Door dezelfde
DigiTaal te gebruiken, wordt communicatie niet alleen
binnen ketens, maar ook tussen ketens, sterk bevorderd.
GS1 fungeert daarbij als onafhankelijke organisatie die wereldwijd
afspraken over verschillende identificatiestandaarden (bijvoorbeeld
voor product en productcategorie of productielocatie) en
informatiestandaarden (welke informatie staat waar?) ontwikkelt
en vastlegt voor het effectief uitwisselen en toegankelijk maken
van informatie over product, producent en productie.

FreshUpstream-Infographic-050318 (002)

 

3 – Zo gaat FreshUpstream bijdragen aan
voedselveiligheid
Gegevens uitwisselen door hele keten heen kan onder meer
bijdragen aan het verder verbeteren van de voedselveiligheid.
Het gaat dan niet alleen om informatie over het product,
maar ook om de productiewijze, de productkwaliteit en de
grondstoffen voor de verse producten zoals groenten of vlees
en vleeswaren. Dan wordt duidelijk of de teler of veehouder
tijdens de productie bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen
of antibiotica heeft gebruikt en waarvoor het product of de
producent is gecertificeerd, ook voor partijen verder in de
keten.
Hier horen gegevens bij van de locatie van het productiebedrijf
en van de locatie voor de opslag van de versproducten. Informatie
van deze schakels geeft meer inzicht over de herkomst
van het vers. Ook hiervoor hoeft geen nieuwe identificatiestandaard
te worden opgezet: het bestaande Global Location
Number (GLN) voldoet prima als uniforme coderingsmethode
door de keten heen.

4 – De voordelen voor de voedingsmiddelenketen
Een uniforme standaard voor het uitwisselen van gegevens in
de hele keten moet leiden tot voordelen voor de hele keten.
Dus ook voor partijen in de primaire schakels. Stroomlijnen voor
een betere informatievoorziening vergroot de beheersing van
de hele aanvoerketen richting consument.
Ook de verwerkers – de voedingsmiddelenfabrikanten – hebben
veel baat bij dit initiatief. Immers, versproducten zijn hun belangrijkste
grondstoffen. Betere, betrouwbare en meer
informatie uit voorliggende ketenschakels die efficiënt toegankelijk
wordt gemaakt, is een evident voordeel. Essentieel ook
voor een naadloze distributie en logistiek: efficiënte bestel- en
leverprocessen en uitlevering.
Stroomlijnen kan ook veel bijdragen aan betere beheersing van
grondstofgebruik en dus minder voedselverspilling bij fabrikant,
handel en retailer.

5 – De voordelen voor de consument
Voedingsmiddelenfabrikanten kunnen een betere
informatievoorziening en een grotere transparantie over de
productiewijze aan de consument bieden. Zij kunnen werken
met meer uitgebreide, correcte en transparante productinformatie
van een goede datakwaliteit voor etiketinformatie op het
product.
Fabrikanten krijgen meer duidelijkheid over de herkomst en
kwaliteit van grondstoffen, de locaties waar versproducten zijn
geproduceerd, zijn be- en verwerkt, waar ze werden verpakt en
waar ze werden opgeslagen. De industrie vergroot hiermee de
transparantie over de producten naar de markt.

Vier domeinen
In het stroomlijnen van data uit het primaire deel van de
keten focust FreshUpstream zich om te beginnen op informatie
binnen vier domeinen: gewasbeschermingsmiddelen,
dierbehandelingsmiddelen, diervoeders en de toepassing van
het global location number (GLN). De stichting overlegt voor
ieder domein met partijen om de vervolgstappen vast te stellen.
Ook start ze een bredere discussie over het belang van
voedselveiligheid en het borgen via informatie-uitwisseling.

 

Meer informatie: Freshupstream.com en www.gs1.nl

 

 

Wolhandkrab en zilte groenten uit de Wieringermeer

Wolhandkrabmetslaachteroeverwieringermeer

Wolhandkrab en zilte groenten rechtstreeks van de boerderij uit de Wieringermeer. Het kan: bij een boerderij pal achter de IJsselmeerdijk in de kop van Noord-Holland liggen visvijvers waarin de Chinese krabbensoort en ook karpers worden gekweekt. Op het water drijven bakken waarin sla groeit en er zijn testen met de teelt van gewassen in zilt water.

Het is een opzet in een duurzaam gesloten systeem dat zoet met zilt water verenigt.In dit project Achteroever Wieringermeer verkennen Rijkswaterstaat, visonderneming Meromar Seafoods, onderzoeksinstituten Deltares en Zilt Proefbedrijf en Sportvisserij Nederland de mogelijkheden op het gebied van waterbeheer, aquacultuur en tuinbouw.

Duurzaam van krab en vis tot sla

Het systeem op de boerderij aan de dijk is volledig duurzaam. De Chinese wolhandkrab komt als klein diertje uit het zoete IJsselmeerwater in de netten van vissers terecht en gaat voor de verdere groei in een van de vier zoet waterbassins van de boerderij.

De krab kwam in de vorige eeuw in het ballastwater van schepen naar Europa toe en vormt nu als gekweekt schaaldier voor aquacultuurbedrijf Meromar Seafoods, een van de projectpartners, een geliefd exportproduct voor de Aziatische keuken.

De wolhandkrabben en de karpers worden gevoerd met larven van Black Soldier Flies. Deze vliegenlarven zijn onder led licht gekweekt met afval van de geteelde sla en van gft dat ze deels ook in compost omzetten.

De uitwerpselen van de krabben en karpers dienen weer als mest voor de slateelt op de boerderij. De karpers in de visvijvers bevorderen de teelt van sla in de drijvende bakken. De vissen zorgen voor bodemwerking in de bassins. Ze woelen in de grond waardoor goede voedingsstoffen voor de sla naar boven komen.

Testen met zilt en zoet

Op de boerderij worden op 20 hectare testen met de teelt in zoet en zilt water uitgevoerd. De Wieringermeer polder, die in 1930 uit de voormalige zoute Zuiderzee is ontstaan, heeft ook nu nog te maken met kwelwater. Dit is mild zilt water dat vanuit de polderbodem opwelt naar de oppervlakte. Dit komt omdat de polder meters diep onder het waterniveau van het IJsselmeer ligt. Het brakke zoute water kan geschikt zijn voor de teelt van zilte groenten, zo onderzoekt Zilt Proefbedrijf. De boeren in de belangrijke agrarische polder die de Wieringermeer is, kunnen er echter alleen gewassen verbouwen wanneer er voldoende zoet water door de sloten spoelt. Die combinatie van brak en zoet water is ideaal om te onderzoeken of een gesloten systeem ook in gebieden met verzilting elders in Nederland en in de wereld kansen voor een rendabele gewassenteelt heeft.

Achteroevers voor voedsel wereldwijd

Achteroevers, locaties voor de berging van zoet water binnen de dijk, vormen niet alleen een antwoord op klimaatverandering, de stijgende zeespiegel en de behoefte aan een flexibeler waterpeil. Het concept is naast zoetwater opslag ook geschikt voor het duurzaam produceren van voedsel in ons land en wereldwijd.

De vraag naar schoon zoet water en voedsel neemt immers overal in de wereld toe terwijl de beschikbaarheid door de groei van de bevolking en klimaatverandering steeds meer onder druk staat.

De onderzoekspartners willen Achteroever Wieringermeer ontwikkelen tot een natuurlijk productiesysteem waarin water en alle grondstoffen maximaal worden benut. Wanneer de processen voor zilt en zoet water haalbaar en rendabel blijken, biedt het project nieuwe opties voor het waterbeheer en voor opschaling in het IJsselmeergebied en andere regio’s die te maken hebben met verzilten.

Het project Achteroever in de Wieringermeer gaat dan ook nieuwe producten verder ontwikkelen en kennis verzamelen over duurzame watergestuurde en gecombineerde productieprocessen voor voedsel.

In het netwerk van publieke en private partijen wordt meegedacht over de mogelijkheden voor opschaling. Hierin denken ook Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Stichting AKWA, provincie Noord-Holland en gemeente Hollands Kroon mee.

De pilot van rond 2,8 miljoen – deels opgezet met subsidie vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en de provincie Noord-Holland, wordt in maart 2019 afgerond.

Dit artikel is gepubliceerd in de rubriek Agri & Food van  maakindustrie.nl

 

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2019 Ria Besseling