Agrifoodclicks

Picnic klant kocht vooral groenten en fruit, toiletpapier en ongezouten roomboter

Picnic Klant 3

Groenten en fruit, toiletpapier en ongezouten roomboter waren het  afgelopen jaar populaire producten van online supermarkt Picnic. Dat blijkt uit een analyse van honderdduizenden bestellingen. Vlees en vegetarische producten waren daarentegen minder gewild.

Net als voorgaande jaren heeft Picnic een overzicht gemaakt van de meest bestelde producten in Nederland. Hierbij is onderzocht welke boodschappen buiten de traditionele hardlopers als halfvolle melk en komkommers in trek waren. De analyse laat zien waar de grootste herbivoren, broodliefhebbers en zuivelliefhebbers wonen.

Avocadohoofdstad

Hamsteren van wc-papier blijkt niet alleen te gebeuren in fysieke winkels, maar ook online. In meerdere gebieden staat het product in de top drie. In Rotterdam is het relatief gezien zelfs het bestverkochte product. Daarna worden in ‘010’ ongezouten roomboter en pitloze witte druiven het vaakst via de app aangevinkt. Ook in Eindhoven is ongezouten roomboter de onbetwiste hardloper, gevolgd door uien en G’woon cola Zero.

Groente en fruit zijn in veel gebieden zeer goed vertegenwoordigd. Ze lijken in plaats te zijn gekomen van allerlei vegetarische producten, zoals groenteburgers. Den Haag heeft Amsterdam van de troon gestoten als avocadohoofdstad van Nederland. Behalve de hipstervrucht vinden ook scharreleieren (klasse M) en prei gretig aftrek in de Hofstad. In Amsterdam zijn nu aubergines het meest in trek. Biologische eieren (klasse M) en koolzuurvrij Spa Reine completeren de top drie.

Puntpaprika’s

De grootste groente- en fruitliefhebbers blijken in Delft, Leiden, Ede en Arnhem te wonen. In Delft zijn achtereenvolgens aubergine, pitloze blauwe druiven en snack pruimtomaten het populairst. Leidenaren houden het respectievelijk bij witte champignons, prei en Hollandse aardbeien en mensen in Ede bestellen vooral Jonagold-appels, bloemkool en witte champignons. In Arnhem staan de zoete puntpaprika’s op één, gevolgd door cherrytomaatjes en Hollandse aardbeien.

In Nijmegen is het zuivel dat de klok slaat. Daar staat de Fresca d’Oro mozzarella op één. Een ander zuivelproduct, crème fraiche, staat op nummer twee, bosui op nummer drie. Bijna hetzelfde lijstje is zichtbaar in Alkmaar, alleen staat daar bloemkool in plaats van mozzarella. Zuivel is ook in Dordrecht in trek. Yoghurt Griekse stijl is er het bestverkochte product. Ook prei en witte champignons zijn zeer gewild. Schiedammers bestellen het liefst mandarijnen. Daarnaast zijn ze groot liefhebber van scharreleieren (klasse L) en groene ijsthee.

Carnivoren uitgestorven

Afgaande op de analyse lijken in Nederland nauwelijks nog carnivoren te wonen. Almere vormt een uitzondering op dat beeld. In die stad werd rundergehakt procentueel gezien het vaakst besteld. Andere producten die Flevolanders graag in hun digitale winkelmand stoppen zijn energydrink en witlof.

 In Spijkenisse wonen de grootste frisdrankliefhebbers van Nederland. Energy drink en de light-variant zijn niet aan te slepen, terwijl de inwoners ook geen genoeg krijgen van de suikervrije cola. Rijswijkers zijn grote fans van de mango, en dan specifiek de eetrijpe variant. Verder gaan de bewoners voor yoghurt Griekse stijl en scharreleieren (klasse M).   

Budgetpils

De grootste liefhebbers van bier wonen in uiteenlopende gebieden. Budgetpils slaat aan. In Gouda prijkt Export pils bovenaan de lijst, gevolgd door karnemelk en ongezouten roomboter. In Helmond is hetzelfde bier het populairst, daarna volgen groene ijsthee en ijsbergsla. Enschedeërs gaan voor ander budgetbier. Ondanks de aanwezigheid van de Grolsch-fabriek wordt er het meest De Klok-pils gedronken. Ook schouderham en Conference-peren gaan er veelvuldig over de digitale toonbank. 

 Op de gezonde tour gaan ze in Utrecht. Daar staan Elstar-appels bovenaan de lijst, gevolgd door havermoutvlokken en kinderbananen. Ook in Amersfoort lijken inwoners heel bewust boodschappen te doen: fijn volkorenbrood is het best verkocht en sperziebonen staat op plek drie.

Waldkorn

Brood gaat in Zoetermeer letterlijk als warme broodjes over de toonbank. Inwoners bestellen er relatief gezien het vaakst witte puntjes en een heel boeren waldkornbrood. Daarna is magere yoghurt het populairst. Brood staat ook in Apeldoorn op één, zij het dat het hier gaat om een heel boeren tijger tarwebrood. Verder houden Apeldoorners van lichtgerookte spekreepjes en pitloze witte druiven. Rozijnen-krentenbollen gaan het hardst in Nieuwegein.

Sperziebonen zijn in Tilburg het meest verkochte product. Ook witte puntjes en magere yoghurt worden bij vele huishoudens aan de deur bezorgd. In het nabijgelegen Breda zijn kinderbananen het meest gewild. Cola zero en witte champignons zijn eveneens populair. Het meest gevraagde product in Soest is volle melk, gevolgd door scharreleieren (klasse M) en Hollandse aardbeien. Den Bosch houdt het op respectievelijk 3 ster Beter Leven-eitjes, rucola en pitloze witte druiven. In Veenendaal gaat het om yoghurt Griekse stijl, afbak baguettes en cherrytomaatjes, terwijl in Vlaardingen vierlaags toiletpapier en koolzuurvrije Spa Reine het meest gewild zijn.

Over Picnic

De app only super Picnic die eind 2015 van start ging, bezorgt  boodschappen zonder onnodige tussenschakels. De klant kiest welke rit het beste uitkomt en weet via de Picnic boodschappenradar tot op de minuut hoe laat de bezorging zal plaatsvinden. De kosten van deze manier van distributie zijn zo laag, dat de bezorging gratis is en de boodschappen daarnaast de laagste prijs hebben.

Picnic is een initiatief van internetondernemers Joris Beckers en Frederik Nieuwenhuys voormalig eigenaren van Fredhopper,  ontwikkelaar van personalisatiesoftware voor webwinkels. Serie-ondernemer Michiel Muller stond eerder aan de wieg van de onbemande tankstations Tango en ANWB-concurrent Route Mobiel, en ondernemer Bouke van der Wal is eigenaar van supermarktketen Boni. Later is ook retailondernemer Gerard Scheij aan boord gekomen.

 

ValuSect wil ontwikkeling van voedsel op basis van insecten stimuleren

Insect_brood_ValuSect_0520_TN

De wereldbevolking groeit, terwijl de beschikbaarheid van voedsel  afneemt. Er is dus behoefte aan duurzame alternatieven voor voedselbronnen. Insecten kunnen het voedsel van de toekomst worden. Toch is er in de dichtbevolkte westerse landen weerstand. Het Europese project ValuSect wil daar verandering in brengen.

Inagro praktijkcentrum voor onderzoek en voorlichting in land- en tuinbouw, gaat samen met negen internationale partners duurzame productie- en verwerkingstechnieken ontwikkelen voor voedingsmiddelen op basis van insecten. Bedrijven met een idee kunnen via een vouchersysteem steun krijgen. Er zitten twee Nederlandse partners in het projectconsortium, namelijk NGN en Stichting Fontys.

 Ongeveer 30% van de consumenten in Europa is bereid insecten als voedsel te consumeren. ValuSect of valuable insects wil dat aandeel verhogen. Het project gaat de ontwikkeling en marktintroductie van levensmiddelen op basis van insecten stimuleren door de kwaliteit van productie en verwerking van insecten te verbeteren, smaakproeven met consumenten uit te voeren en het milieueffect te verminderen. Er wordt onderzoek gevoerd naar de uitstoot van broeikasgassen, de impact van substraten, de voedselveiligheid en de houdbaarheid van de voedingsproducten.

“De vraag is niet of insecten de oplossing kunnen zijn voor de groeiende behoefte aan eiwitten. De vraag is wat de beste strategie is om die ontwikkeling te bevorderen.”

Sabine Van Miert, projectleider, Thomas More Hogeschool

 

Streven naar duurzamere insectenkweek

Om het onderzoek vorm te geven en uit te voeren, werken onderzoekers van Thomas More Hogeschool en Inagro samen met acht internationale partners. Inagro krijgt al regelmatig vragen van de sector en het beleid over de impact van insectenkwekerijen op hun omgeving. Ook de werkelijke duurzaamheid van insecten in vergelijking met andere landbouwhuisdieren roept vragen op.

“Met ValuSect willen we de uitstoot van broeikasgassen kwantificeren voor verschillende soorten insecten: meelwormen, krekels en sprinkhanen. Daarnaast voeren we ook onderzoek uit naar emissies van fijn stof en ammoniak die de directe omgeving van een insectenkwekerij kunnen beïnvloeden.”

Carl Coudron, Inagro

 

Bedrijfssteun via vouchersysteem

Geïnteresseerde agrovoedingsbedrijven kunnen vouchers met een waarde tot € 40. 000 ontvangen voor ondersteuning bij productontwikkeling,
uitvoering van smaakproeven of voor verbetering van kweek- en verwerkingstechnieken. Afhankelijk van de vraag zal de projectpartner met de meeste expertise in dat domein ondersteuning bieden. Zowel starters als ervaren bedrijven met een innovatief idee kunnen een beroep doen op dit vouchersysteem, dat dit najaar gelanceerd wordt.

 

Het project

ValuSect is een project dat voor € 2,08 miljoen wordt gefinancierd door het Interreg North-West Europe programma. Het project ging op 26 september 2019 van start en loopt tot eind juni 2023. Het consortium wordt door Thomas More Hogeschool  gecoördineerd en bestaat uit 9 leden en 8 geassocieerde partners  verspreid over 7 landen.

De leden zijn: Inagro vzw, Aberystwyth  University, Zürcher Fachhochschule, Stichting Fontys,  het Innovatiesteunpunt,  Teagasc, New Generation Nutrition Pro-active, AliénorEU en BIC Innovation Limited.

Eatch gaat automatische keuken ontwikkelen

Start-up Eatch heeft een converteerbare lening van 300.000 euro ontvangen van het Innovatiefonds Noord-Holland. Met de financiering gaat het bedrijf een automatische keuken ontwikkelen. Veel consumenten zijn op zoek naar gemak, maar ook naar gezonde en gepersonaliseerde voeding voor een betaalbare prijs.

De problemen met de huidige opties voor maaltijden buiten de deur zijn dat ze vaak te ongezond of te duur zijn om dagelijkse te eten. De automatische keuken van Eatch is een antwoord op deze trends. De in 2019 opgerichte start-up in Amsterdam ontwikkelt samen met TOP BV de eerste volledig geautomatiseerde keuken ter wereld.

Betaalbaar, gezond, snel en persoonlijk

Eatch biedt een volwaardig alternatief voor de dagelijkse maaltijd door een maaltijd aan te bieden die betaalbaar, gezond en snel beschikbaar is op basis van persoonlijke voorkeuren. De behoefte naar dit type maaltijden speelt niet alleen in restaurants, maar ook in onder andere ziekenhuizen, vliegvelden, bedrijfskantines en supermarkten. De automatische keuken is in staat om in te spelen op al deze markten. Ook de opkomst van restaurants die alleen bezorgen is een interessante markt die door de coronaproblematiek in een versnelling is gekomen.

 Jelle Sijm, Co-foun­der van Eatch BV: “De fi­nan­cie­ring van het In­no­va­tie­fonds NH stelt ons in staat om samen met onze part­ners het pro­to­ty­pe van de au­to­ma­ti­sche keu­ken af te ron­den. Nadat we het pro­to­ty­pe af heb­ben, kun­nen we de tech­no­lo­gie bin­nen een korte tijd op­scha­len om zo­doen­de de eer­ste vol­le­dig au­to­ma­ti­sche keu­ken ter we­reld naar de markt te kun­nen bren­gen.”

Wou­ter Keij, di­rec­teur In­no­va­tie­fonds Noord-Hol­land: “De au­to­ma­ti­sche keu­ken van Eatch is een op­los­sing voor be­drij­ven die wil­len in­spe­len op de hui­di­ge trends waar­bij ge­zon­de en per­soon­lij­ke voe­ding in sec­to­ren zoals de ge­zond­heids­zorg van waar­de kun­nen zijn. Bij­ko­mend voor­deel is dat voed­sel­ver­spil­ling dank­zij de keu­ken van Eatch kan wor­den te­rug­ge­bracht. Eatch heeft be­lang­rij­ke part­ners aan het pro­ject ver­bon­den wat ver­trou­wen geeft in een suc­ces­vol pro­ject.”

In­no­va­tie­fonds Noord-Hol­land

Het In­no­va­tie­fonds Noord-Hol­land is een ini­ti­a­tief van de pro­vin­cie Noord-Hol­land, de Uni­ver­si­teit van Am­ster­dam, de Ho­ge­school van Am­ster­dam, Am­ster­dam UMC en San­quin, met steun door de Eu­ro­pe­se Unie via het Eu­ro­pees Fonds voor Re­gi­o­na­le Ont­wik­ke­ling. Het fonds on­der­steunt on­der­ne­mers in de pro­vin­cie Noord-Hol­land met fi­nan­cie­ring van in­no­va­tie in de fase van Proof-of-Con­cept. Het fonds ver­strekt con­ver­teer­ba­re le­nin­gen. De loop­tijd van het eer­ste fonds­deel is 2018-2023.

Meer informatie Eatch.me

     :

 

 

Pruimen rijpen perfect in rijpcel

EXSA r2e

EXSA Europe lanceert ready to eat pruimen

Belangrijk bij de stijgende vraag naar pruimen is dat de consument er van uit kan gaan dat het fruit bij aankoop smaakvol en rijp is. Daarom lanceert EXSA Europe  het concept ready to eat pruimen. Het bedrijf heeft hiervoor een rijpcel ontwikkeld die het rijpingsproces van de pruimen gecontroleerd kan versnellen. Door een combinatie van de juiste smaak en rijpheid heeft de consument met de ready to eat pruimen van EXSA Europe perfect rijp fruit.

IMG_9403

EXSA Europe heeft de rijpcel samen met de QC partner en de rijpspecialisten van Nijssen ontworpen. De luchtvochtigheid en temperatuur kunnen op maat worden ingesteld om zo het rijpingsproces gecontroleerd te versnellen. Dit optimaliseert de smaak en zorgt ervoor dat de pruimen eetrijp zijn als ze gekoeld in de winkels liggen.

De pruimen van EXSA Europe komen uit Zuid-Afrika en worden na aankomst in Nederland op kwaliteit en rijpheid beoordeeld, hierna worden ze de rijpcel ingereden voor het rijpingsproces. Voor verzending wordt nogmaals de kwaliteit en de rijpheid gemeten.

Het proces zorgt ervoor dat de pruimen met de juiste rijpheid geleverd kunnen worden van medio december tot en met mei EXSA Europe biedt een divers aanbod aan variëteiten van pruimen en pluots, een natuurlijke kruising tussen een plum en een apricot.

Over EXSA Europe

EXSA Europe is gespecialiseerd in het telen en verkopen van druiven, citrus, steenfruit en meloenen van gebieden buiten Europa. Dit doet zij samen met haar aandeelhouders: de telers. Om de nieuwste en beste variëteiten aan te kunnen bieden, op het juiste moment is de organisatie continu bezig met innoveren en het uitwisselen van informatie van teelt naar markt en andersom. Bovendien beheert EXSA Europe de hele keten van het fruit: van bron tot levering.

 

 

 

 

Health Food Wall nu ook in Amsterdam UMC, locatie AMC

Healthfoodwall_standardstudio6

 

Health Food Wall is nu ook te vinden op het Voetenplein, locatie AMC van Amsterdam UMC. De muur met gekoelde vakken met daarin maaltijden en salades biedt werknemers, gasten en bezoekers 24/7 een gezonde keuze. De automaat en het assortiment van Health Food Wall zijn geschikt voor werknemers van het ziekenhuis die gezond willen eten maar weinig tijd hebben of die onregelmatige diensten draaien.  

Health Food Wall


Het bedrijf Health Food Wall is ontstaan uit een behoefte aan een snelle en gemakkelijke maaltijd die ook gezond is. Daarnaast wil oprichtster Anouk Snelders met haar producten bijdragen aan de gezondheid en het bewustzijn van klanten, een positieve impact hebben op het milieu en het dierenwelzijn ondersteunen.

Op dit moment zijn er Health Food Walls te vinden op Schiphol Plaza en in de RAI. Met de opening in Amsterdam UMC, locatie AMC start Health Wall dit jaar een verdere uitbreiding van de  gezonde snackmuur  in diverse branches zoals kantoren, campussen en tankstations.

Nieuw POP3 project gaat optimale pootaardappelteelt onderzoeken

 

De beste kwaliteit pootaardappelen komt in de nabije toekomst van het land na  teelt met hulp van hightech, dataverwerking en drones. Met deze technieken gaat het nieuwe POP-3-project Precisietechnologische ontwikkeling in pootaardappelen de optimale teelt onderzoeken. In het project dat bij Loonbedrijf Sturm Jacob in Wieringerwerf werd gepresenteerd, wordt gerichte cameravision technologie ontwikkeld en in praktijk gebracht. Het project is nu een jaar op weg.

 

Aardappelteelt Precisietechnologie Vldtesten Nagele K van Boheemen Links Toon Tielen (WUR), 3 studenten (2 AERES Dronten 1 WUR) rechts Koen (WUR).

Een deel van het team dat de optimale teelt onderzoekt in het POP3 project Precisietechnologische ontwikkeling in pootaardappelen. V.l.n.r. Toon Tielen (WUR), twee studenten van AERES Dronten, een van WUR  en rechts Koen van Boheemen, technisch onderzoeker precisielandbouw & smart farming van WUR. Het team voerde op het bedrijf van Koen van Boheemen in Nagele de eerste veldtesten uit met een proefopstelling op een aardappelrooier. (foto: Green Campus Amsterdam)

 

Het projectteam met daarin telers Mts. Henk Geerligs in Anna Paulowna en Leendert Koolen van VOF Poldergoed in Wieringerwerf wil de technieken in de komende twee jaar in de praktijk testen en uitontwikkelen. Vervolgens kan een ontwikkelaar en distributeur van machines de resultaten van het project doorvertalen naar de hele sector. In het team zijn verder vertegenwoordigd Greenport Noord Holland Noord, AERES Hogeschool Dronten, Universiteit van Amsterdam, Wageningen Universiteit en Amsterdam Green Campus.

Opbrengst per strekkende meter

Hightech, dataverwerking en drones moeten straks de productierisico’s in de teelt beter beheersen, het teeltresultaat per strekkende meter aardappelrug meten en daarmee lokale teeltvoorwaarden achterhalen. De technieken ondersteunen de pootaardappelteler om de optimale teelt van het land te halen.

De nieuwe technieken betekenen een forse stap naar voren in de pootaardappelteelt. “Voor rooivruchten zoals de pootaardappel zijn in het verleden oplossingen ontwikkeld, maar deze zijn nu gedateerd. De pootgoedteler heeft nog geen volledig inzicht in de opbrengstvariaties per strekkende meter”, constateren projectleider Niek Persoon van Amsterdam Green Campus en Koen van Boheemen van WUR. De huidige bruto opbrengstmeting wordt uitgevoerd met een weegcel, betreft alleen bruto gewicht, is niet kwantitatief en is op zandgrond weliswaar redelijk betrouwbaar, maar op kleigrond lastig. Het signaal is bovendien schokkerig en leren is beperkt mogelijk. Voor de toekomstige meting is herkenning nodig van iedere gerooide vrucht, het tellen en vorm bepalen voor schatting van maat en gewicht. Dan volgt detectie van tarra zoals kluiten en mollen waarna het gewicht kan worden geschat.

 

Proefopstelling op aardappelrooier

In dit eerste jaar van het project is er in het project een proefopstelling in het lab gemaakt onder semi-applicatie condities. “Daarbij zijn verschillende cameraopstellingen uitgetest en dat heeft geleid tot een geschikte combinatie die in de vervolgfase in het veld kan worden uitgetest”, vertellen Van Boheemen en  Persoon.

“Het is ons gelukt om nu tijdens de aardappeloogst een eerste proefopstelling op een aardappelrooimachine uit te testen onder praktijkcondities. De opstelling maakt gebruik van computer vision cameratechnieken om de gevraagde meetgrootheden van de geoogste aardappelen te bepalen. Hierbij geeft de opstelling informatie over de netto-opbrengst, het knolaantal en de maatvoering van de geoogste aardappels en dat gekoppeld aan GPS coördinaten per strekkende meter”, aldus de projectleider over de eerste veldtesten die het team onlangs uitvoerde op het bedrijf van Koen van Boheemen in Nagele.

 

Met data naar opbrengst per hectare

Pootaardappelen verschillen in kwaliteit, ook al komen ze ogenschijnlijk uit dezelfde koude grond. Het POP-project zet een systeem op waarmee teler zijn teeltopbrengst per strekkende meter inricht en per hectare kan bepalen. Data spelen daarin een centrale rol. Met die informatie kunnen akkerbouwers onder andere de plantafstand plaatsspecifiek variëren en toewerken naar een uniformer knolaantal over het hele perceel. Deze opzet maakt de route vrij naar verdere teeltoptimalisatie. De precisietechnologie ondersteunt de teler om te sturen op een hogere opbrengst, beter bodembeheer en het voorkomen van inefficiënt gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.

Aanpak met tussenresultaten

De uiteindelijke proefopstelling komt tot stand via een aantal tussenresultaten waaronder projectorganisatie en initiële specificities, literatuuronderzoek en marktscan van toepasbare technieken, ontwerp van vision software zoals integratie sensor aan software voor voorgrondsegmentatie, individuele knolsegmentatie en GPS plus een proefopstelling onder simulatie ofwel labcondities. Volgend jaar vinden de tweede veldtesten plaats. Daarna volgen het uitwerken van de resultaten van de praktijktesten en het vaststellen van eindspecificaties. Het project wordt afgerond met de organisatie van een demo- en informatiedag voor de sector.

 

 

 

 

 

HACCP codeersysteem OnlinePrint vanuit de cloud

Info Food Labels lanceert het HACCP codeersysteem OnlinePrint vanuit de cloud. Het is een wereldwijd toepasbaar HACCP codeersysteem dat vanuit de cloud door voedselverwerkende bedrijven en keukens kan worden bediend. Het systeem voldoet aan huidige en toekomstige HACCP regel- en wetgeving.

Invullen en printen

agrifoodclicks okt 2019 vissoepAfbeelding OnlinePrint rollen

“De problematiek van het manueel coderen wordt in een klap opgelost met de mogelijkheid om de labels in te vullen in de cloud en ze meteen uit de printer te laten rollen’’, vertelt Paul Duijnstee die het systeem bedacht. “Met OnlinePrint hoef je geen software te installeren. Je stelt met een paar klikken je label samen.”

Het werken met Info Food Label vanuit de cloud is getest bij Van der Valk Hotel Middelburg, De Waag in Leiden, het Leonardo Royal Hotel Amsterdam, Zorgwaard Brabant en Hygiënecodeonline. Het codeersysteem is gebaseerd op Info Food labels dat in 2005 door chefs en docenten vanuit de keuken is bedacht. Dit systeem werkte met pictogrammen in plaats van met tekst.  

Duijnstee heeft naar aanleiding van de pilot een aantal wensen toegespeeld gekregen. Dat is bijvoorbeeld het kunnen koppelen van recepturen of het kunnen invullen van bijzondere gegevens per patiënt. In België is het belangrijk dat de leveranciersnaam en het lotnummer voor de traceerbaarheid van bacteriologische besmettingen vermeld worden.

Integratie binnen huidige keukens

Een samenwerking met Brother International Nederland heeft geresulteerd dat de Brother TD-4550 label printer bij de pilot deelnemers is getest en functioneert. Doordat Brother International een speciale Windows printerdriver heeft ontwikkeld is het mogelijk om de installatie en integratie binnen de huidige keukens te vereenvoudigen.

Naast de Nederlandse taal zal de print driver ook door andere talen ondersteund worden om wereldwijd te kunnen coderen in deze nieuwe stijl. We zijn op de goede weg om HACCP coderen 2.0 binnen de wereldwijde keukens tot een succes te maken.

Geen lijmresten

De labels van Info Food Labels zijn van onveranderde kwaliteit. Ze laten geen ongewenste lijm en papierresten achter op opbergbakken en voedselcontainers. De  lijm van Info Food Labels lost op bij 70°C tijdens het naspoelprogramma van de vaatwasser. Hiermee wordt het probleem van de kruisbesmetting sterk gereduceerd

Over Info Food Labels

 Info Food Labels is leverancier van het Pictogramlabel4all pakket waarmee het hotels en restaurants in Europa voorziet van HACCP-labeloplossingen. De labels zijn geschikt voor vriezer en koelkast zonder sticker- of lijmresten achter te laten en eenvoudig zijn te verwijderen.

 

www.infofoodlabels.com/onlineprint

 

 

 

VitalFluid helpt tuinder met de inzet van stikstof als meststof

Europese subsidie voor vijf Nederlandse innovatieve scale-ups

VitalFluid

VitalFluid werkt aan een technologie waarmee de tuinder bij de teelt stikstof als meststof  kunnen inzetten. Met de technologie kunnen tuinders in eigen beheer met duurzaam opgewekte energie stikstof fixeren en inzetten als meststof. VitalFluid is een van de vijf Nederlandse scale-ups  die met hun innovaties zijn geselecteerd voor de tweede call van 2019 van het mkb (SME) instrument (fase 2) van Horizon 2020.

De plasmatechnologie die het bedrijf ontwikkelt, bindt stikstof direct vanuit de lucht en  lost het in de vorm van nitraat op in voedingswater voor gewassen. Bij dit proces wordt lucht, water en elektriciteit gebruikt. Met de technologie van VitalFluid kan de tuinder in eigen beheer met duurzaam opgewekte energie stikstof fixeren en inzetten als meststof.

Het bedrijf is bezig met een optimalisatie van het systeem en houdt demonstraties in de komkommer en tomatenteelt. De huidige productie van stikstof als meststof belast het milieu en is alleen mogelijk in grote chemische fabrieken.

Vijf geselecteerde scale-ups

VitalFluid is een van de vijf Nederlandse scale-ups  die met hun innovaties zijn geselecteerd voor de tweede call van 2019 van het mkb (SME) instrument (fase 2) van Horizon 2020. De scale-ups krijgen gezamenlijk net iets meer dan €10 miljoen aan Europese subsidie. Hiermee krijgen zij de kans hun bedrijf op te schalen en hun innovatieve producten naar Europese of wereldwijde markten te brengen. Als voorbereiding op de pitch in Brussel volgde VitalFluid de pitch-oefensessie bij RVO.nl. Het bedrijf gebruikte naast het Horizon 2020 MKB-instrument de Vroege Fase Financiering.

De andere scale-ups die ondersteuning kregen van de RVO   zijn Plantics, Micreos, Rainmaker en Runecast Solutions.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) hielp deze bedrijven met advies over indienen, feedback op voorstellen en het aanscherpen en oefenen van de pitches. Het Nederlandse mkb scoort goed in de Europese innovatietop. Eerder dit jaar mochten 9 Nederlandse scale-ups naar Brussel, 4 bedrijven kregen toen de subsidie toegekend.

Horizon 2020

Horizon 2020  is het programma van de Europese Commissie om Europees onderzoek en innovatie te stimuleren. Het mkb-instrument is voor innovatieve bedrijven die internationaal willen opschalen en groeien als bedrijf. Tot 2020 is er budget beschikbaar voor haalbaarheidsstudies en het uitvoeren van Europese businessplannen.

AgriFoodTech 11 & 12 december 2019: De nieuwste innovaties in de agrifoodbusinessketen

AgriFoodTechlogo2019

Op 11 & 12 december organiseert Mikrocentrum in de Brabanthallen in Den Bosch de vierde editie van AgriFoodTech. Het platform presenteert met een combinatie van de topsectoren High Tech Systemen & Materialen en Agri & Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen de nieuwste innovaties in de agrifoodbusinessketen.

De beurs en het congres brengen dit jaar de thema’s Food Factory of the future, de slimme kas, effectievere en efficiëntere machines, Big Data & ICT, Foodinnovations en Voedselveiligheid & -verspilling voor het voetlicht. De lezingen geven nieuwe inzichten over de kansen voor high tech en ICT-toepassingen waaronder robotica, materialen, coatings, vision, sensoren, aandrijftechnieken, grijpers, software, big data en IoT.

In de aanloop naar AgriFoodTech 2019 is er op 19 september bij Mikrocentrum in Veldhoven een gratis toegankelijke netwerk- en kennisbijeenkomst.

AgriFoodTech2019 richt zich op toeleveranciers, ontwikkelaars, ontwerpers, onderzoekers, OEM-ers, system integrators, dienstverleners en gebruikers uit de agrifoodbusinessketen.

Informatie: www.agrifoodtech.nl

Bioraffinage van gras: voor eigen bedrijf of in veevoerproduct

Boeren kunnen op termijn in de regio machines gras laten verwerken voor gebruik op het eigen bedrijf of voor nieuwe producten voor gericht voedermanagement die Grassa samen met Fransen Gerrits ontwikkelt. Veehouders kunnen door bioraffinage de samenstelling van het voer beter afstemmen op de behoefte van de dieren.

Grassa wil samen met het mengvoederbedrijf in Erp de bioraffinage van gras verder opschalen tot veevoerproducten. Eind dit jaar worden de eerste producten voor gericht voedermanagement verkrijgbaar. “Het gaat om een graseiwitconcentraat voor toepassing in bijvoorbeeld pluimveevoeders of in krachtvoer voor melkvee, een ingekuild grasvezelproduct voor rundvee en een prebioticum rijk aan fructose oligo-sacchariden voor toepassing in voeders voor jong vee en petfood”, aldus Peter van Paridon, ceo van Grassa.

“Het graseiwitconcentraat ofwel eiwitfractie vanuit gras heeft een mooi aminozuurprofiel en een verteerbaarheid die vergelijkbaar is met soja eiwitconcentraat. Deze stroom is daarmee erg geschikt voor bijvoorbeeld pluimveevoeders en biggenvoer, maar hij kan ook worden teruggevoerd via het rantsoen van de melkveehouder”, verklaart Jan van Haperen, hoofd Nutritie van Fransen Gerrits.

“Verder komt er vezelkoek ofwel vezelfractie in balen of eventueel in de nabije toekomst in brokvorm op de markt. Een perfecte grondstof om structuur aan te vullen in rantsoenen voor met name herkauwers.”

“Veehouders kunnen door bioraffinage de samenstelling van het voer beter afstemmen op de behoefte van de dieren. Daarnaast kunnen we lokaal goed verteerbaar non-GMO eiwit produceren waarmee soja uit Zuid-Amerika kan worden vervangen”, reageert Van Paridon op de vraag wat de boeren hebben aan gerichter voeren.

FOS, de derde stroom die uit de raffinage voor veevoer beschikbaar komt, is met name sap van het gras met een hoog aandeel aan fructo-oligosacchariden. Deze hebben een prebiotische werking in de darmen van bijvoorbeeld jonge biggen of in producten voor petfood.

Grassa carbery shinagh farm walk115 (2)

(Beeld: MacMonagle-macmonagle.com)

Bioraffinage: antwoord op VLOG en Kringloopwijzer

Lokale boeren kunnen nu zelf gras voor bioraffinage aanleveren bij de verwerkingslocatie van Grassa in Holwerd. Gras verwerken kan op termijn regionaal met kleinschalige machines, verwacht Van Paridon. Het product is dan bestemd voor gebruik op eigen bedrijf of voor nieuwe producten voor gericht voedermanagement die Grassa samen met mengvoederbedrijf Fransen Gerrits ontwikkelt.

“Er komen nogal wat vragen op melkveehouders af vanuit onder meer afnemers, retail en overheid als het gaat om het voeren van de koeien. Denk aan VLOG, de Kringloopwijzer, maar daarnaast ook aan een mogelijke verschuiving naar grondstoffen vanuit EU-28 en 65 procent van eigen bodem”, aldus Jan van Haperen.

“Door zoveel mogelijk gras van eigen bodem – in wat voor vorm dan ook — in rantsoenen te kunnen voeren geeft dat voordelen en kunnen veehouders voor het grootste deel aan deze vraag voldoen. Door grondstof in meerdere fracties uit elkaar te trekken en gerichter weer in te zetten kunnen zij daarnaast een plus bereiken qua stikstof- en fosforefficiëntie.”   

Raffineren in eigen regio

“Lokale boeren kunnen zelf gras aanleveren bij de Grassa verwerkingslocatie in Holwerd, geeft de ceo aan. “Uiteindelijk zullen wij met relatief kleinschalige machines regionaal gaan verwerken.”

Grassa carbery shinagh farm walk115 (1)

“Op deze manier kan een melkveehouder er bijvoorbeeld voor kiezen om een aantal hectare van het totaal grasareaal te raffineren en de rest bijvoorbeeld in te kuilen. Hij kan er ook voor kiezen om de latere snedes te raffineren om toch meer voedingswaarde ook uit deze snedes te kunnen halen”, aldus Van Haperen.

Grassa gaat eind dit jaar de eerste commerciële volumes leveren met een installatie die ongeveer 4 ton gras per uur verwerkt. Begin volgend jaar zal dat worden uitgebreid tot 12 ton per uur en daarna zal snel verder worden opgevoerd, voorziet Van Paridon.

 

Bijdragen aan circulaire economie

Het mengvoederbedrijf in Erp heeft volgens de ceo van Grassa de mogelijkheden van bioraffinage voor een bijdrage aan de circulaire economie vroeg ingezien en besloten mee te investeren in Grassa. “Daarnaast zal Fransen Gerrits als eerste mengvoederfabrikant de Grassa producten gaan toepassen. De nauwe samenwerking met een belangrijke speler in de mengvoederindustrie zal essentieel zijn voor de snelle groei van Grassa.”

“Vanwege de ontwikkelingen die wij waarnemen in de markt zijn wij op zoek gegaan naar goede alternatieve eiwitbronnen binnen Noordwest-Europa. Gras is nog altijd een van de meest efficiënte eiwitbronnen in deze regio. Met name de mogelijkheid voor een bijdrage aan circulaire economie door het terug voeren van grondstoffen naar melkveehouders was voor ons een argument om ons hier verder in te verdiepen.”

Van Haperen: “Naast het participeren in Grassa bestaat de rol van ons met name in de nutritionele verwaarding en ook in eerste instantie afname van de producten. Zoals gezegd kunnen we eiwitconcentraat en de fructo-oligosacchariden gedeeltelijk inzetten in onze biggenvoeders. Daarnaast kunnen wij als Victoria Mengvoeders, onze merknaam voor rundveevoeders, dit concept aanbieden aan onze melkveehouders. Op deze manier helpen wij hen vooruit met het invullen van vragen vanuit afnemers en overheid. Daarnaast kunnen we er mede op deze manier voor zorgen dat melkveehouders positief scoren op stikstof- en fosforefficiëntie.”       

Grassa, gevestigd op het Bio Treat Center in Venlo, kreeg samen met co-investeerders Fransen Gerrits, het LIOF Brightlands Venture Partners en de aandeelhouders een financiering van € 2 miljoen voor het project voor de opschaling tot veevoerproducten.

 Ook uit groenteresten  

“Plantaardig eiwit en vezel zijn ook in humane voeding essentieel. Grassa heeft al eerder aangetoond dat eiwit uit spinazie of kool uitstekend kan worden toegepast in een vleesvervangend product als groentenuggets. In deze fase is onze commerciële focus primair gericht op toepassing in diervoeding, maar daarnaast zal de ontwikkeling van producten en toepassingen voor humane voeding doorgaan” zegt Van Paridon over de plannen van Grassa richting voedingsindustrie.

Zo zette Grassa samen met Proverka en Dalco een keten op om groentenuggets met eiwitconcentraat uit groenteresten op de markt te brengen. Proverka verzamelt en verwerkt groentereststromen tot onder meer sappen en Dalco is gericht op de productie van maaltijdcomponenten uit reststromen. Concrete andere producten zijn nog niet uitgewerkt. Wel is het plantaardig eiwitconcentraat een geschikt alternatief voor dierlijk eiwit in verwerkte producten als soepen en sauzen.

 

 

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2020 Ria Besseling