Agrifoodclicks

Nieuw POP3 project gaat optimale pootaardappelteelt onderzoeken

 

De beste kwaliteit pootaardappelen komt in de nabije toekomst van het land na  teelt met hulp van hightech, dataverwerking en drones. Met deze technieken gaat het nieuwe POP-3-project Precisietechnologische ontwikkeling in pootaardappelen de optimale teelt onderzoeken. In het project dat bij Loonbedrijf Sturm Jacob in Wieringerwerf werd gepresenteerd, wordt gerichte cameravision technologie ontwikkeld en in praktijk gebracht. Het project is nu een jaar op weg.

 

Aardappelteelt Precisietechnologie Vldtesten Nagele K van Boheemen Links Toon Tielen (WUR), 3 studenten (2 AERES Dronten 1 WUR) rechts Koen (WUR).

Een deel van het team dat de optimale teelt onderzoekt in het POP3 project Precisietechnologische ontwikkeling in pootaardappelen. V.l.n.r. Toon Tielen (WUR), twee studenten van AERES Dronten, een van WUR  en rechts Koen van Boheemen, technisch onderzoeker precisielandbouw & smart farming van WUR. Het team voerde op het bedrijf van Koen van Boheemen in Nagele de eerste veldtesten uit met een proefopstelling op een aardappelrooier. (foto: Green Campus Amsterdam)

 

Het projectteam met daarin telers Mts. Henk Geerligs in Anna Paulowna en Leendert Koolen van VOF Poldergoed in Wieringerwerf wil de technieken in de komende twee jaar in de praktijk testen en uitontwikkelen. Vervolgens kan een ontwikkelaar en distributeur van machines de resultaten van het project doorvertalen naar de hele sector. In het team zijn verder vertegenwoordigd Greenport Noord Holland Noord, AERES Hogeschool Dronten, Universiteit van Amsterdam, Wageningen Universiteit en Amsterdam Green Campus.

Opbrengst per strekkende meter

Hightech, dataverwerking en drones moeten straks de productierisico’s in de teelt beter beheersen, het teeltresultaat per strekkende meter aardappelrug meten en daarmee lokale teeltvoorwaarden achterhalen. De technieken ondersteunen de pootaardappelteler om de optimale teelt van het land te halen.

De nieuwe technieken betekenen een forse stap naar voren in de pootaardappelteelt. “Voor rooivruchten zoals de pootaardappel zijn in het verleden oplossingen ontwikkeld, maar deze zijn nu gedateerd. De pootgoedteler heeft nog geen volledig inzicht in de opbrengstvariaties per strekkende meter”, constateren projectleider Niek Persoon van Amsterdam Green Campus en Koen van Boheemen van WUR. De huidige bruto opbrengstmeting wordt uitgevoerd met een weegcel, betreft alleen bruto gewicht, is niet kwantitatief en is op zandgrond weliswaar redelijk betrouwbaar, maar op kleigrond lastig. Het signaal is bovendien schokkerig en leren is beperkt mogelijk. Voor de toekomstige meting is herkenning nodig van iedere gerooide vrucht, het tellen en vorm bepalen voor schatting van maat en gewicht. Dan volgt detectie van tarra zoals kluiten en mollen waarna het gewicht kan worden geschat.

 

Proefopstelling op aardappelrooier

In dit eerste jaar van het project is er in het project een proefopstelling in het lab gemaakt onder semi-applicatie condities. “Daarbij zijn verschillende cameraopstellingen uitgetest en dat heeft geleid tot een geschikte combinatie die in de vervolgfase in het veld kan worden uitgetest”, vertellen Van Boheemen en  Persoon.

“Het is ons gelukt om nu tijdens de aardappeloogst een eerste proefopstelling op een aardappelrooimachine uit te testen onder praktijkcondities. De opstelling maakt gebruik van computer vision cameratechnieken om de gevraagde meetgrootheden van de geoogste aardappelen te bepalen. Hierbij geeft de opstelling informatie over de netto-opbrengst, het knolaantal en de maatvoering van de geoogste aardappels en dat gekoppeld aan GPS coördinaten per strekkende meter”, aldus de projectleider over de eerste veldtesten die het team onlangs uitvoerde op het bedrijf van Koen van Boheemen in Nagele.

 

Met data naar opbrengst per hectare

Pootaardappelen verschillen in kwaliteit, ook al komen ze ogenschijnlijk uit dezelfde koude grond. Het POP-project zet een systeem op waarmee teler zijn teeltopbrengst per strekkende meter inricht en per hectare kan bepalen. Data spelen daarin een centrale rol. Met die informatie kunnen akkerbouwers onder andere de plantafstand plaatsspecifiek variëren en toewerken naar een uniformer knolaantal over het hele perceel. Deze opzet maakt de route vrij naar verdere teeltoptimalisatie. De precisietechnologie ondersteunt de teler om te sturen op een hogere opbrengst, beter bodembeheer en het voorkomen van inefficiënt gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen.

Aanpak met tussenresultaten

De uiteindelijke proefopstelling komt tot stand via een aantal tussenresultaten waaronder projectorganisatie en initiële specificities, literatuuronderzoek en marktscan van toepasbare technieken, ontwerp van vision software zoals integratie sensor aan software voor voorgrondsegmentatie, individuele knolsegmentatie en GPS plus een proefopstelling onder simulatie ofwel labcondities. Volgend jaar vinden de tweede veldtesten plaats. Daarna volgen het uitwerken van de resultaten van de praktijktesten en het vaststellen van eindspecificaties. Het project wordt afgerond met de organisatie van een demo- en informatiedag voor de sector.

 

 

 

 

 

23 – 26 februari 2020 Parijs: Salon du Fromage

 

sfpl_logo-FR

Van 23 – 26 feb 2020 vindt in Porte de Versailles in Parijs de internationale vakbeurs voor kaas en zuivelproducten Salon du Fromage plaats.

260 exposanten uit heel Europa

De Salon du Fromage die in februari voor de zestiende keer wordt georganiseerd, verwacht 260 exposanten uit heel Europa waaronder ambachtelijke kaasproducenten en rijpingsbedrijven, producenten van zuivelproducten, fabrikanten van apparatuur en dienstenleveranciers,

Beursdeelnemers uit Nederland, Spanje, Groot-Brittannie, Portugal, Italië, Denemarken, Zwitserland – en ditmaal voor het eerst ook uit Estland – presenteren producten, noviteiten en kennis uit de kaaswereld aan ruim 8000 bezoekers uit bijna 50 landen. Daaronder zijn kaasmakers, groothandelaren, supermarkten, restauranthouders, distributeurs, importeurs en exporteurs. De Salon du Fromage et des ProduitsLaitiers (vakbeurs voor kaas en zuivelproducten) is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een internationaal trefpunt voor kwaliteitskazen en zuivelproducten.

Nieuwe exposanten

De Salon du Fromage breidt haar aanbod telkens uit met nieuwe exposanten. Tot nu toe hebben zich bedrijven aangemeld waaronder CoopérativeLaitière de la Sèvre, producent van AOC boter en room, Laiterie de Kerguillet, biologisch melkproducent die in 2020 zijn 100-jarig bestaan viert, Maison Fischerkaasrijper in Munster, Petit Forestier, Europees leider in verhuur van koelwagens, koeltoonbanken en koelcontainers, zuivelproducent  Pur Natur en La Vallée Verte, Duitse  biologische producent en kaasproducent Flandrien Fromage.

Betty Koster, eigenaresse van kaaswinkel Fromagerie L’amuse in IJmuiden, is ook volgend jaar weer op de beurs: “Salon Du Fromage was voor mij de eerste beurs waar kleinschalige producenten zelf hun producten promoten. Waar je de parels in de kaasbranche kon vinden!” “Nu, dik 20 jaar later is dat enorm gegroeid maar tegelijkertijd zeer specialistisch gebleven. Een absolute must voor ieder werkzaam in onze heerlijke wereld, die van kaas.”

Betty Koster _amuse_stands-1

 

Ontdekkingsdorp VillageDécouverte: 12 nieuwe bedrijven

Ontdekkingsdorp VillageDécouverte, gestart in 2018, breidt volgend jaar uit met twaalf bedrijven die voor het eerst deelnemen aan de beurs.  

In een gezamenlijk paviljoen staan:

Nederland met Goudse kaasproducent Kaaslust BV

Estland met Andre Juustufarm OÜ, producent van boerenkaas

De Franse deelnemers zijn:

Alta-Cima 2B, Corsicaanse kaasproducent

Anselin, producenten van Neufchâtel ambachtelijke producten

Baillon&Cie, producent gespecialiseerd in kaascake

Camembert 5 Frères, producent van camembert in het Seine-Maritime gebied.

CasgiuCasanu: vereniging van Corsicaanse boerenkazen

Cha: distributeur van kefir van uit Griekenland geïmporteerde melk

Hennart: rijper van ambachtelijke boerenkazen

Uit Spanje komen:

ThinkMediteranean: producent van gedroogde vruchtencakes.

Oliveras: distributeur van Spaanse kazen en delicatessenproducten

 Italiaanse deelnemer is: CarozziFormaggi: ambachtelijke producent van BOB-kazen

Het Verenigd Koninkrijk is aanwezig met South CaernarfonCreameries,  zuivelcoöperatie van Welshe kazen en boter

 

De Salon du Fromage vindt plaats van zondag 23 tot en met woensdag 26 februari 2020 in half 7.3 van beurscomplex Paris Porte de Versailles.

Informatie: Promosalons Nederland, 5 MS Halfweg, 020-4620020,

netherlands@promosalons.com Coen Rosdorff en

Martha Elsdijk (bezoekers), Anne Marievan Schaik(exposanten).

  www.salon-fromage.com. Een toegangsbadge voor bezoekers is aan te vragen via de volgende promotiecode Agrifoodclicks AGRIPAR20

Stal van de Toekomst: innovaties voor energieneutrale en duurzame varkenshouderij

Stal van de Toekomst werkt aan innovaties voor energieneutrale en duurzame varkenshouderij

Ria Besseling

Beeld: De Hoeve Innovatie

Met de Stal van de Toekomst brengt De Hoeve Innovatie de laatste innovaties binnen de Keten Duurzaam Varkensvlees voor het voetlicht. Het bedrijf in Valkenswaard werkt aan oplossingen voor een energieneutrale en duurzame varkenshouderij. Het doel: ondernemen met gezondere dieren en een hogere opbrengst zonder directe schaalvergroting.

Dagontmesting verlaagt emissie

Een van de innovaties richt zich op het verbeteren van milieu en dierenwelzijn. Het doel is de ammoniakuitstoot met 85 procent en de geurvorming met 70 procent terugdringen. De innovatie komt tegemoet aan de wens van de provincie Noord-Brabant dat de stallen al over drie jaar moeten voldoen aan de nieuwste milieueisen.

De Stal van de Toekomst werd hiervoor ingericht met een betonnen stalvloer met koeling in de vloer. De mest van de varkens verdwijnt in goten die dagelijks worden geleegd in de monovergister op De Hoeve. De energie die vrijkomt na het omzetten van methaan tot biogas wordt weer op het bedrijf gebruikt.

Uit de pilots blijkt dat er met 1 kuub dagverse mest tot 40 kuub biogas kan worden omgezet. Dagelijks ontmesten is een van de maatregelen om de ammoniakuitstoot in de stal te verlagen en een bruikbaar alternatief voor gebruik van een luchtwasser. De monovergister is in deze optioneel

De nieuwe stalconcepten worden momenteel getest op vier Brabantse varkenshouderijen. Eric van Zutphen in Veghel heeft gespeende biggen in stallen en kraamstallen met dagontmesting. Aandacht voor dierenwelzijn en ook dagontmesting moeten hier volgens de pilot leiden tot gezondere dieren en een hogere opbrengst.

StalvdToek Vinkel Erwin van de Wielen (1)

Erwin van der Wielen houdt zich bij Tewi Agro in Vinkel in het Praktijkonderzoek Dagontmesting bezig met  onderzoek naar het welzijn van gespeende biggen.

StalvdToek Rob en Piet van der Zanden (jan 2018) (2)

Ook op het bedrijf van Piet en Rob van der Zanden in Volkel loopt een onderzoek naar dagontmesting bij de guste en dragende zeugen, kraamzeugen, gespeende biggen en vleesvarkens. De varkenshouders zien dat een goed stalklimaat positief is voor de vleeskwaliteit.

 

Hans Verhoeven in Valkenswaard neemt als demonstratiebedrijf binnen de Keten Duurzaam Varkensvlees deel aan alle proeven voor de nieuwe stalconcepten. Medio volgend jaar komen de resultaten van de eerste metingen op de locaties naar buiten. “De metingen laten tot nu toe zien dat het concept doet wat ervan verwacht wordt. Het definitieve resultaat is bekend na een jaar lang meten”, aldus Marion Kunstt-Verhoeven. De innovatieve stalsystemen moeten straks in nieuwe en bestaande stallen kunnen worden ingevoerd. Staan hiervoor al locaties van varkenshouderijen in de planning? Marion Kunstt-Verhoeven: “Er is veel interesse bij varkenshouders. Als de metingen uitgevoerd zijn kan een ieder concreet de aanvraag indienen”.

Stal vd Toekomst Hans Verhoeven (6)

Dierenwelzijn

Een beter dierenwelzijn wordt eveneens onderzocht via pilots met een langere verblijfsduur van de biggen bij de zeug. Daarnaast moet een nieuw hogedruk drinkwatersysteem met minder risico op bacteriën leiden tot een betere gezondheid van de varkens. Hoe het dierenwelzijn verder kan worden verbeterd wordt onderzocht met het achterwege laten van het staarten couperen.

De innovatieve systemen worden ontwikkeld met steun van de provincie Noord-Brabant die 2,6 miljoen euro beschikbaar stelde. Ook WUR, ministeries, de gezondheidsraad, waterschappen en andere experts zijn betrokken bij het project om de varkenshouderij te verduurzamen.

Marion Kunstt over de plannen op langere termijn met de Stal van de Toekomst: “We willen varkenshouders helpen verduurzamen door de big data die beschikbaar komen met de RFID-oormerken, te vertalen in handzame tools. Dit om het management te verbeteren en te laten zien wat een goed stalsysteem hieraan bijdraagt”. Het belangrijkste onderscheid in duurzaamheid in de markt van korte ketenconcepten volgens Marion Kunstt: “Gezondheid is de basis, kennisuitwisseling de oplossing”. Het accent in de varkenshouderij van de toekomst ligt volgens haar op “gezamenlijk de markten benaderen, kennis gezamenlijk ontwikkelen en delen en op een gezonde omgeving en gezonde dieren”.

Korte keten concepten zetten in op circulair, lokaal en duurzaam

Tekst: Ria Besseling

Beeld: Colruyt Group, Hamletz, Dreug

De nieuwste korte keten concepten in varkensvlees zetten in op een circulaire gesloten kringloop, op lokaal en op duurzaam. Onderscheid gaat de route naar een eigen toekomst in de markt betekenen. Hoe zijn die ketens opgezet?

Varkenshouder Davy Bovyn levert vanuit gesloten kringloop

Varkenshouder Davy Bovyn in het Belgische Zonnebeke werkt met Bio-Planet samen in een circulaire lokale biologische varkensvleesketen. De biologische supermarktformule met zo’n 30 winkels in België nam begin dit jaar het initiatief om met Bovyn samen te werken. Bijzonder is dat die keten tot en met de winkel circulair van opzet is.

Met dit biologisch lokaal vers vleesassortiment speelt Bio-Planeet in op meerdere actuele uitdagingen: de klimmende vraag naar lokale en biologische vleesproducten en vermindering van voedselverspilling. “We willen een antwoord bieden op de groeiende vraag naar lokale bioproducten waarbij de vraag naar biovarkensvlees elk jaar met 4 procent stijgt”, zegt Jeroen Van Belleghem, afdelingshoofd bediening bij Bio-Planet. “Om ons van een Belgisch aanbod te verzekeren gaan we partnerships aan, waaronder BioVar.be en nu ook de samenwerking met Davy Bovyn uit Zonnebeke.”

De keten is tot en met de winkel circulair: de supermarkt laat de reststromen van haar leveranciers van kaas, plantaardige dranken en straks ook  brood op de boerderij van Bovyn aanleveren. Dit gebeurt door de transporteurs van de deelnemende leveranciers aan de keten. Bovyn verwerkt de restpartijen in een eigen bras-brijvoerinstallatie op de boerderij. Hierin worden de droge en natte producten gemengd en verpompt naar de voederbakken van de dieren.

 Restanten als varkensvoer

 De restantproducten zoals wei uit de kaasproductie van drie lokale biologische kaasmakerijen en straks ook brood vullen de granen aan die biologische boer Bovyn van eigen grond oogst. Hij verbouwt op zo’n 25 hectare akkerbouwgewassen waarvan de opbrengst volledig naar zijn 160 biologische zeugen gaat.

Met de mest van de varkens, die hij op zijn akkers kan gebruiken voor groenteteelt, maakt de varkenshouder in Zonnebeke de keten circulair en kan hij zijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk houden. De gesloten kringloop met gebruik van lokaal voer in plaats van soja houdt de CO2 footprint laag.

Bovendien kan Bovyn met de reststromen uit de winkel voedsel verspillen beperken. Zijn bedrijf is nu half gesloten en wordt in augustus volgend jaar volledig gesloten. 

Bio Planet lokaal-zero-waste-varkensvlees-2Bio Planet lokaal-zero-waste-varkensvlees-1

 

 De varkens gaan als ze na zeven, zeveneneenhalve maand afmesten slachtrijp zijn en zo’n 100 kilo wegen, naar slachterij Van Hoornweder in Torhout. Uitsnijderij Delavi in Tielt verwerkt de karkassen vervolgens tot technische delen. Daarna wordt het vlees op de slagerijafdeling van iedere Bio-Planetwinkel verwerkt tot varkenskoteletten, hamlappen, spiezen en barbecueproducten. De hammen worden bij Hamboerke geproduceerd tot ambachtelijke gekookte ham voor de vleeswaren bedieningsafdeling in de Bio-Planetwinkels.

Davy Bovy is positief over zijn ervaring met Bio-Planet. “We hebben een open relatie over de opzet en de algehele voortgang van dit ketenconcept met goed overleg.”

“De afmestperiode van zeven maanden viel me mee, maar het spenen en de batterijperiode kostten me meer moeite. De speenvoeders zijn kwalitatief minder goed omdat het wetgevend niet is toegestaan om bepaalde dingen of grondstof in biologische voeders te gebruiken. Dit in tegenstelling tot gangbare voeders.”

Over de verkoopprijs die het concept hem oplevert laat hij zich niet uit. “Ik ben enorm trots dat ik op mijn boerderij kringlopen kan sluiten en zoveel mogelijk verliezen kan beperken.”

Ook keten met BioVar.be en Delav

Met de geboorte van de eerste biggen in de nieuwe biologische varkensstal in Ruiselede ging begin dit jaar vanuit de Colruyt Group een andere samenwerking  rond biologisch varkensvlees van start. In augustus liggen de eerste vleesproducten uit deze Belgische keten van mesterij BioVar.be in Ruiselede en uitsnijderij Delavi in Tielt in de schappen van de winkels van Colruyt en Bio-Planet.

‘Gezondheid is de basis, kennisuitwisseling de oplossing’

 

Hamletz varkensvlees: diervriendelijk en energieneutraal

Het Nederlandse Hamletz-vlees komt uit een diervriendelijke en energieneutrale kringloop. De familie Ten Have Mellema in Beerta houdt in de nieuwe open Dartelstal 4900 varkens volgens de eisen van het 2 sterren Beter Leven keurmerk. Annechien ten Have is vanwege de aandacht voor welzijn de eerste Nederlandse varkensboer die met dit 2 sterren keurmerk werkt.

De varkens worden gevoerd met tarwe en lupine van de 200 hectare eigen land. Ook het stro in de stallen komt van het eigen land. De mest van de varkens verdwijnt in een eigen vergistingsinstallatie voor de productie van elektriciteit. Er wordt ongeveer 5 mio kWh elektriciteit aan het elektriciteitsnet geleverd. De warmte die vrij komt, verwarmt de woning en de stallen van Ten Have. Ook worden er verschillende producten gedroogd. Digestaat gaat als restproduct terug op de akkers. De gesloten kringloop met gebruik van lokaal voer in plaats van soja houdt de CO2 footprint laag.

De varkens gaan naar Vion in Groenlo. De slachterij is samen met Agrifirm ketenpartner voor Albert Heijn dat dit varkensvlees sinds juni onder de merknaam Boerderijvlees in de schappen legt. Hamletz Dartelstal uitloop voorjaarsachtig 2019 02Hamletz Annechien ten Have AH Boerderijvlees

Dreug: meerprijs geeft zeugenvlees meerwaarde 

Zeugen zijn beslist geen restproduct in de varkenshouderij, want ze kunnen in een korte keten uitstekend tot droge worst van Dreug worden verwerkt. Dreug, afkomstig van zeugen van lokale varkensboeren en verwerkt bij ambachtelijke slagers, wordt opgezet door Ivo van Dijk.

Hij werkt met Dreug als merk waarvoor nu wekelijks een zeug – vier jaar oud en rond 230 kilo zwaar – van varkenshouder Jan Pipers in Enschede naar slachterij Luijerink in Losser gaat. Al het smaakvolle rijpe zeugenvlees – zo’n 160 kilo geslacht gewicht – wordt hier tot droge worst in vier smaken verwerkt.

Van Dijk: “We zijn bezig met opschaling waarvoor momenteel plannen worden uitgewerkt. Er waren al gesprekken met boeren die willen samenwerken met Dreug”.

Dreug 50018989_2285463048445410_7593967414480470016_o Dreug Ivo van Dijk 59352708_2365480440443670_2843330399344525312_n

 Bijdragen aan verduurzamen

 Met gemiddeld ruim € 2 per kilo geslacht gewicht ontvangen de varkenshouders het dubbele van de marktprijs voor hun zeugen. Zeugenvlees is in de sector normaliter een onrendabele nevenstroom waarvoor de boer een bodemprijs ontvangt. “Van boeren wordt verwacht dat ze verduurzamen. Veel boeren willen dat ook. Maar zolang ze aan de achterkant de laagste prijs krijgen, kunnen ze dat nooit doorvertalen. Goedkoop betekent meestal ook niet duurzaam”, weet Van Dijk.

Voorwaarde is dat de varkensboeren met de meeropbrengst bijdragen aan het verduurzamen van de varkenshouderij. “Dit kan op meerdere manieren. CO2-reductie is een belangrijk issue en dierwelzijn zal een rol blijven spelen. Dreug werkt samen met bedrijven die zelf al willen verduurzamen. Zo wil varkenshouder Jan Pipers met zijn bedrijf energieneutraal worden.” Dreug levert momenteel aan delicatessenwinkels in Overijssel, Utrecht, Noord-Holland en in Duitsland. Levering aan horeca wordt toekomst.

 

 

 Annechien ten Have:

‘Best lastig aan consument uit te leggen wat een beter welzijn is’

“Het is best lastig om aan de consument uit te leggen wat een beter welzijn is. Het blijkt dat de consument het Beter Leven Keurmerk wel kent, maar geen focus heeft op de sterren. Dus is twee sterren relatief onbekend. Dat is een hobbel die we moeten nemen”, ziet Annechien Ten Have, varkenshouder met 2 sterren Beter leven Keurmerk.

Albert Heijn brengt dit varkensvlees onder de merknaam Boerderijvlees in de schappen. Hamletz vlees ligt verder in de winkels van Boon, Deen, Hoogvliet en Poiesz. Plus had het merk tot voor kort op proef in het assortiment, maar ziet een uitdaging in de verwaarding en het prijsverschil met  1 ster Beter Leven en biologisch varkensvlees. Ook winkelcommunicatie en naamsbekendheid van Hamletz zijn punt van aandacht. 

VitalFluid helpt tuinder met de inzet van stikstof als meststof

Europese subsidie voor vijf Nederlandse innovatieve scale-ups

VitalFluid

VitalFluid werkt aan een technologie waarmee de tuinder bij de teelt stikstof als meststof  kunnen inzetten. Met de technologie kunnen tuinders in eigen beheer met duurzaam opgewekte energie stikstof fixeren en inzetten als meststof. VitalFluid is een van de vijf Nederlandse scale-ups  die met hun innovaties zijn geselecteerd voor de tweede call van 2019 van het mkb (SME) instrument (fase 2) van Horizon 2020.

De plasmatechnologie die het bedrijf ontwikkelt, bindt stikstof direct vanuit de lucht en  lost het in de vorm van nitraat op in voedingswater voor gewassen. Bij dit proces wordt lucht, water en elektriciteit gebruikt. Met de technologie van VitalFluid kan de tuinder in eigen beheer met duurzaam opgewekte energie stikstof fixeren en inzetten als meststof.

Het bedrijf is bezig met een optimalisatie van het systeem en houdt demonstraties in de komkommer en tomatenteelt. De huidige productie van stikstof als meststof belast het milieu en is alleen mogelijk in grote chemische fabrieken.

Vijf geselecteerde scale-ups

VitalFluid is een van de vijf Nederlandse scale-ups  die met hun innovaties zijn geselecteerd voor de tweede call van 2019 van het mkb (SME) instrument (fase 2) van Horizon 2020. De scale-ups krijgen gezamenlijk net iets meer dan €10 miljoen aan Europese subsidie. Hiermee krijgen zij de kans hun bedrijf op te schalen en hun innovatieve producten naar Europese of wereldwijde markten te brengen. Als voorbereiding op de pitch in Brussel volgde VitalFluid de pitch-oefensessie bij RVO.nl. Het bedrijf gebruikte naast het Horizon 2020 MKB-instrument de Vroege Fase Financiering.

De andere scale-ups die ondersteuning kregen van de RVO   zijn Plantics, Micreos, Rainmaker en Runecast Solutions.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) hielp deze bedrijven met advies over indienen, feedback op voorstellen en het aanscherpen en oefenen van de pitches. Het Nederlandse mkb scoort goed in de Europese innovatietop. Eerder dit jaar mochten 9 Nederlandse scale-ups naar Brussel, 4 bedrijven kregen toen de subsidie toegekend.

Horizon 2020

Horizon 2020  is het programma van de Europese Commissie om Europees onderzoek en innovatie te stimuleren. Het mkb-instrument is voor innovatieve bedrijven die internationaal willen opschalen en groeien als bedrijf. Tot 2020 is er budget beschikbaar voor haalbaarheidsstudies en het uitvoeren van Europese businessplannen.

Bioraffinage van gras: voor eigen bedrijf of in veevoerproduct

Boeren kunnen op termijn in de regio machines gras laten verwerken voor gebruik op het eigen bedrijf of voor nieuwe producten voor gericht voedermanagement die Grassa samen met Fransen Gerrits ontwikkelt. Veehouders kunnen door bioraffinage de samenstelling van het voer beter afstemmen op de behoefte van de dieren.

Grassa wil samen met het mengvoederbedrijf in Erp de bioraffinage van gras verder opschalen tot veevoerproducten. Eind dit jaar worden de eerste producten voor gericht voedermanagement verkrijgbaar. “Het gaat om een graseiwitconcentraat voor toepassing in bijvoorbeeld pluimveevoeders of in krachtvoer voor melkvee, een ingekuild grasvezelproduct voor rundvee en een prebioticum rijk aan fructose oligo-sacchariden voor toepassing in voeders voor jong vee en petfood”, aldus Peter van Paridon, ceo van Grassa.

“Het graseiwitconcentraat ofwel eiwitfractie vanuit gras heeft een mooi aminozuurprofiel en een verteerbaarheid die vergelijkbaar is met soja eiwitconcentraat. Deze stroom is daarmee erg geschikt voor bijvoorbeeld pluimveevoeders en biggenvoer, maar hij kan ook worden teruggevoerd via het rantsoen van de melkveehouder”, verklaart Jan van Haperen, hoofd Nutritie van Fransen Gerrits.

“Verder komt er vezelkoek ofwel vezelfractie in balen of eventueel in de nabije toekomst in brokvorm op de markt. Een perfecte grondstof om structuur aan te vullen in rantsoenen voor met name herkauwers.”

“Veehouders kunnen door bioraffinage de samenstelling van het voer beter afstemmen op de behoefte van de dieren. Daarnaast kunnen we lokaal goed verteerbaar non-GMO eiwit produceren waarmee soja uit Zuid-Amerika kan worden vervangen”, reageert Van Paridon op de vraag wat de boeren hebben aan gerichter voeren.

FOS, de derde stroom die uit de raffinage voor veevoer beschikbaar komt, is met name sap van het gras met een hoog aandeel aan fructo-oligosacchariden. Deze hebben een prebiotische werking in de darmen van bijvoorbeeld jonge biggen of in producten voor petfood.

Grassa carbery shinagh farm walk115 (2)

(Beeld: MacMonagle-macmonagle.com)

Bioraffinage: antwoord op VLOG en Kringloopwijzer

Lokale boeren kunnen nu zelf gras voor bioraffinage aanleveren bij de verwerkingslocatie van Grassa in Holwerd. Gras verwerken kan op termijn regionaal met kleinschalige machines, verwacht Van Paridon. Het product is dan bestemd voor gebruik op eigen bedrijf of voor nieuwe producten voor gericht voedermanagement die Grassa samen met mengvoederbedrijf Fransen Gerrits ontwikkelt.

“Er komen nogal wat vragen op melkveehouders af vanuit onder meer afnemers, retail en overheid als het gaat om het voeren van de koeien. Denk aan VLOG, de Kringloopwijzer, maar daarnaast ook aan een mogelijke verschuiving naar grondstoffen vanuit EU-28 en 65 procent van eigen bodem”, aldus Jan van Haperen.

“Door zoveel mogelijk gras van eigen bodem – in wat voor vorm dan ook — in rantsoenen te kunnen voeren geeft dat voordelen en kunnen veehouders voor het grootste deel aan deze vraag voldoen. Door grondstof in meerdere fracties uit elkaar te trekken en gerichter weer in te zetten kunnen zij daarnaast een plus bereiken qua stikstof- en fosforefficiëntie.”   

Raffineren in eigen regio

“Lokale boeren kunnen zelf gras aanleveren bij de Grassa verwerkingslocatie in Holwerd, geeft de ceo aan. “Uiteindelijk zullen wij met relatief kleinschalige machines regionaal gaan verwerken.”

Grassa carbery shinagh farm walk115 (1)

“Op deze manier kan een melkveehouder er bijvoorbeeld voor kiezen om een aantal hectare van het totaal grasareaal te raffineren en de rest bijvoorbeeld in te kuilen. Hij kan er ook voor kiezen om de latere snedes te raffineren om toch meer voedingswaarde ook uit deze snedes te kunnen halen”, aldus Van Haperen.

Grassa gaat eind dit jaar de eerste commerciële volumes leveren met een installatie die ongeveer 4 ton gras per uur verwerkt. Begin volgend jaar zal dat worden uitgebreid tot 12 ton per uur en daarna zal snel verder worden opgevoerd, voorziet Van Paridon.

 

Bijdragen aan circulaire economie

Het mengvoederbedrijf in Erp heeft volgens de ceo van Grassa de mogelijkheden van bioraffinage voor een bijdrage aan de circulaire economie vroeg ingezien en besloten mee te investeren in Grassa. “Daarnaast zal Fransen Gerrits als eerste mengvoederfabrikant de Grassa producten gaan toepassen. De nauwe samenwerking met een belangrijke speler in de mengvoederindustrie zal essentieel zijn voor de snelle groei van Grassa.”

“Vanwege de ontwikkelingen die wij waarnemen in de markt zijn wij op zoek gegaan naar goede alternatieve eiwitbronnen binnen Noordwest-Europa. Gras is nog altijd een van de meest efficiënte eiwitbronnen in deze regio. Met name de mogelijkheid voor een bijdrage aan circulaire economie door het terug voeren van grondstoffen naar melkveehouders was voor ons een argument om ons hier verder in te verdiepen.”

Van Haperen: “Naast het participeren in Grassa bestaat de rol van ons met name in de nutritionele verwaarding en ook in eerste instantie afname van de producten. Zoals gezegd kunnen we eiwitconcentraat en de fructo-oligosacchariden gedeeltelijk inzetten in onze biggenvoeders. Daarnaast kunnen wij als Victoria Mengvoeders, onze merknaam voor rundveevoeders, dit concept aanbieden aan onze melkveehouders. Op deze manier helpen wij hen vooruit met het invullen van vragen vanuit afnemers en overheid. Daarnaast kunnen we er mede op deze manier voor zorgen dat melkveehouders positief scoren op stikstof- en fosforefficiëntie.”       

Grassa, gevestigd op het Bio Treat Center in Venlo, kreeg samen met co-investeerders Fransen Gerrits, het LIOF Brightlands Venture Partners en de aandeelhouders een financiering van € 2 miljoen voor het project voor de opschaling tot veevoerproducten.

 Ook uit groenteresten  

“Plantaardig eiwit en vezel zijn ook in humane voeding essentieel. Grassa heeft al eerder aangetoond dat eiwit uit spinazie of kool uitstekend kan worden toegepast in een vleesvervangend product als groentenuggets. In deze fase is onze commerciële focus primair gericht op toepassing in diervoeding, maar daarnaast zal de ontwikkeling van producten en toepassingen voor humane voeding doorgaan” zegt Van Paridon over de plannen van Grassa richting voedingsindustrie.

Zo zette Grassa samen met Proverka en Dalco een keten op om groentenuggets met eiwitconcentraat uit groenteresten op de markt te brengen. Proverka verzamelt en verwerkt groentereststromen tot onder meer sappen en Dalco is gericht op de productie van maaltijdcomponenten uit reststromen. Concrete andere producten zijn nog niet uitgewerkt. Wel is het plantaardig eiwitconcentraat een geschikt alternatief voor dierlijk eiwit in verwerkte producten als soepen en sauzen.

 

 

Lokaal kilo’s schuiven verbindt Groninger boeren met horeca en retail

 Vers uit de provincie komt naar de stad

In Groningen is Lokaal kilo’s schuiven in opzet, een project om vers voedsel uit de provincie aan de horeca in de stad te vermarkten. Deelnemende agrarische bedrijven uit de Ommelanden maakten samen met restauranthouders via een veiling kennis met producten uit de buurt. Ze moeten in de nabije toekomst handel en kilo’s  opleveren.

Initiatiefnemers Wilbert van de Kamp en Ritzo ten Cate hebben de eerste bijeenkomsten voor Lokaal kilo’s schuiven achter de rug. Er blijkt voldoende belangstelling en inzet om lokale versproducten van boeren aan restauranthouders te leveren. Twee partijen die elkaar niet snel opzoeken kunnen elkaar op een interessante manier vinden.

Het doel is nu het project uitrollen tot een online platform dat vraag en aanbod koppelt van vers uit de buurt. De initiatiefnemers zien ook een supermarkt of verzamelpunt bij de binnenstad van Groningen als een kans voor lokaal vers vermarkten. Het idee komt voort uit het Reframe-project, bedoeld om productie en consumptie van regionaal voedsel te versterken, waaraan Wilbert van de Kamp deelnam.

Lokaal Kilo's Schuiven 17 juni 2019-23

Niet anoniem

Biologisch akkerbouwer Gert Noordhoff in Bellingwolde, deelnemer aan Lokaal kilo’s schuiven, vindt het een goed initiatief, “vooral omdat je rechtstreeks contact met de afnemer hebt en je product niet anoniem de keten in gaat. Ik had witte kolen in de aanbieding tijdens de bijeenkomst. Ze zijn verkocht aan een cateringbedrijf, maar zouden de volgende dag worden geplant. De kolen zijn van een laat ras waarmee ik als biologisch akkerbouwer trips wil voorkomen. Ze komen nu in oktober van het land en worden dan geleverd. We gaan dan ook een culinaire reis met kool organiseren om de bezoekers te wijzen op de mogelijkheden met het product.” Noordhoff, die tevens Tiny Blue pompoenen voor horeca en retail verbouwt, verwacht op termijn meer groentegewassen aan te bieden om de rechtstreekse banden met de horeca uit te breiden.

Die insteek hebben ook andere deelnemers aan het project waaronder biologisch landbouwbedrijf Eikemaheert in Loppersum, akkerbouwbedrijf Bosma agf in Zuidwolde, biologisch-dynamisch groentebedrijf Eemstuin in Uithuizermeeden, pluimveebedrijf Jansen Vrije Uitloop in Assen, geitenboerderij Ter Veen in Dorkwerd en Bosschaart Fruitbedrijf in Noordbroek. De boeren leveren hun vers geoogst vers aan Groninger restaurantkoks als Dennis Klompsma van Paviljoen Sterrenbos, cateraar Sytse Kramer – hij kookt ook bij Poortershoes –  en David Rutgers, alias de Wilde Slager.

 Lokaal Kilo's Schuiven 17 juni 2019-37

Direct leveren is kansrijke verkoop

Doel van Lokaal kilo’s schuiven is Groninger boeren onderling van elkaar laten leren en ontdekken dat direct leveren aan horeca kansrijke verkoop betekent. “Het is belangrijk om boeren zelf te laten nadenken over vermarkten en samen met restauranthouders en koks te praten over vers lokaal voedsel”, verduidelijkt Wilbert van de Kamp.

“Boeren en horeca hebben elkaar veel te melden. Lokale producten staan mooi op de menukaart en leveren boeren trots voor het product op. Restauranthouders vervullen op hun beurt een bijzondere functie voor bijzondere producten uit de buurt. Zij maken ze herkenbaar voor de gast.”

De samenwerking tussen boer en restauranthouder is dan ook een mooi startpunt voor verdere uitbreiding, verwacht Wilbert. “We willen nu eerst schaal maken. Dan wordt ook leveren aan bijvoorbeeld ziekenhuizen een optie. Een online platform moet straks vraag en aanbod in een breed versassortiment inzichtelijk maken, handel faciliteren en transacties administratief afhandelen.” De gemeente Groningen heeft steun voor participatie in de logistiek toegezegd.

Vers via veiling

 Lokaal Kilo's Schuiven 17 juni 2019-30

Tot nu toe waren er twee bijeenkomsten van Lokaal kilo’s schuiven. Na de eerste dit voorjaar trok de tweede sessie onlangs bijna honderd aanwezigen – tachtig boeren en tien restauranthouders. Zij konden via een veiling bieden,kopen, proeven en nader kennis maken met producten uit de buurt die in de nabije toekomst handel en kilo’s moeten opleveren. Van de Kamp: “Met producten die voor startprijs werden verkocht konden de agrariërs vraag ontdekken.” Op de eerste veiling werd zo’n 800 euro verhandeld. De horecaondernemers kochten kilo’s groenten, levende kippen,  kolen en 500 eieren. Kok Dennis Klompsma van Paviljoen Sterrenbos kocht op deze manier een hele bok van geitenboerderij Ter Veen en hij maakte lokale quiche van uien van boer Gert Sterenborg waarop hij had geboden.

Lokaal kilo’s schuiven is druk bezig met de voortgang. Van de Kamp: “Na de avond in april keken we op de tweede bijeenkomst wat werkte en hebben we dat uitvergroot en voortgezet. De aanwezigen werd gevraagd om mee te denken over het vervolg en met goede ideeën en suggesties. Zij zijn immers de markt.” Van de Kamp en Ten Cate overwegen om de agrariërs in drie groepen in te delen: ondernemers met bestaande producten, zij die producten wellicht aan de foodgroothandel willen verkopen en ondernemers met bijzondere en specifieke producten.

 “Een volgende keer – in september of oktober gaan we weer een bijeenkomst plannen – willen we kijken of we een aantal grotere B2B-transacties kunnen laten plaatsvinden om zo steeds meer richting een echte veiling te gaan. En we willen nog even extra gas geven op de horecakant. Hoe krijgen we de volgende keer tenminste vijftig chefs en eigenaren op onze veiling?”

Lokaal Kilo's Schuiven 17 juni 2019-2 Lokaal Kilo's Schuiven 17 juni 2019-4 Lokaal Kilo's Schuiven 17 juni 2019-8 Lokaal Kilo's Schuiven 17 juni 2019-9 

 

Een vast terugkerend event met een veiling dit najaar is een van de andere ideeen. “Een veiling met speciale producten op de Horeca Beurs Noord-Nederland op maandag 30 september in de Martinikerk is eveneens een geschikte gelegenheid om vakmensen uit horeca en foodservice kennis te laten maken met Lokaal kilo’s schuiven”, zo verwacht hij.

 Met hub naar consument

Ook de consument in Groningen stad kan in de toekomst mogelijk kennismaken met vers van Groninger bodem. Deze locatie, een foodhub of versverzamelpunt nabij de binnenstad, brengt dan een assortiment vers uit de Ommelanden en inspireert de klant met kennis en ideeën om te koken met lokale waren. Met het bezorgen van bestellingen in het centrum met een elektrische bakfiets – eventueel via bezorgdiensten als Fooddrop en Cycloon – zet het project in op duurzaam. 

Telers leveren eigen aardappel voor friettenten Pieperz

 Tiger Pieperz gaat ook naar retail en horeca

Pieperz _VDV1663 

De friettenten van Pieperz serveren nu bijna een jaar ambachtelijke versgebakken friet in de schil van een eigen aardappelras. De formule betrok van veredelaar HZPC vorig jaar het ras Tiger en zette een eigen keten op voor de verse friet. Nu die keten staat lonken de schappen van de supermarkt en de horecafrituur.

Telers Dirk Beuling in Emmeloord en Ralph Kunz van Agrarhandel Kunz in Eich in de Pfalz gaan het nieuwe seizoen van de frietaardappelen veelbelovend in. “De aardappels zitten in de grond en de start lijkt goed. We zijn in Duitsland iets later dan we hoopten voor de vroege aardappels omdat het niet warm genoeg is en er veel regen is gevallen. Vorig jaar hadden we, ondanks de droogte, een prima opbrengst en goede sortering omdat het areaal onder beregening lag”, aldus Frank van der Geest, buitendienstmedewerker bij pootaardappelhandel HZPC.

Over de verwachtingen voor de opbrengst van dit jaar valt nog weinig te zeggen omdat het nog vroeg in het seizoen is. Aangezien de arealen weer onder beregening zijn gepoot wordt er meer verwacht dan de oogst van 2018, namelijk 50 ton per hectare van de geschikte sortering en een gemiddelde lengte van 100 mm.

De eerste hectares aardappels werden vorig jaar voor het eerste seizoen speciaal voor Pieperz geteeld op 8 hectare kleigrond bij teler Ko en Johan Scholtens in Marknesse en eveneens op bijna 8 hectare bij Dirk Beuling in Emmeloord. De eerste oogst was veelbelovend: de teelt van de Tiger consumptieaardappelen vond plaats in mooie gele klei en kende een goede opbrengst, ondanks de warme en droge zomer. De Tiger aardappel is bovendien heel lang in het seizoen beschikbaar – tot komende zomer.

Pfalz: vroeg teeltgebied

Werd er vorig jaar in Nederlandse polders gepoot, dit tweede seizoen ging ook in een teeltgebied over de grens van start. Zo is bij Dirk Beuling in Emmeloord opnieuw bijna 8 hectare Tiger Pieperz gepoot en ligt er nu bij collega-akkerbouwer Ralf Kunz van Agrarhandel Kunz in Eich in de Pfalz een perceel van 2,5 hectare.

Beuling heeft al langer ervaring met het ras. “Ik ben nu voor het derde jaar bezig met Tiger, het eerste jaar nog op enkele hectare”, vertelt de contractteler bij HZPC. “De ervaringen met Tiger zijn goed. En het is een mooi ander ras erbij, naast de Agria’s en Alverstone die ik teelt”. Over prijsafspraken en terugverdientijd laat hij zich niet uit.

Waarom nu in 2019 weer deze akkerbouwer en waarom een in Duitsland? “Beuling is een van de eerste telers die consumptieaardappelen van het ras Tiger heeft geteeld. Verder hebben wij Beuling ook ieder jaar voor ons Processing rassen demoveld”, verklaart sales key accountmanager Andrik Waalkens van HZPC.

“Kunz in de Pflaz is toegevoegd om dit jaar ook wat vroeger reeds Tiger consumptie-aardappelen beschikbaar te hebben voor Pieperz. De Pfalz is een vroeg teeltgebied. Zodoende hebben we snel weer nieuwe Tigers beschikbaar”.

De twee telers hebben hun teelten en teeltplan door de samenwerking met Pieperz niet hoeven aan te passen. Waalkens: “Wel is goede grond met beregeningsmogelijkheden belangrijk voor de samenwerking”.

Samen met Nedator en Oliehoorn

Tiger Pieperz is het resultaat van een project, opgezet met HZPC, groothandel Nedato en sausleverancier Oliehoorn. Met HZPC zijn rassen getest op smaak en er werden nieuwe rassen uitgeprobeerd. Waarom kwamen de partijen vorig jaar op Tiger uit? “We hebben destijds veel rassen en nog in ontwikkeling zijnde rassen in verschillende olie getest. Uiteindelijk bepaalt de consument en die vond uiteindelijk de Pieperz Tiger aardappel het lekkerste gebakken in Green-label olie van Oliehoorn”, vertellen Frank van der Geest en Pieperz-directeur Ton Verhoeven.

Pieperz _VDV9331  (foto’s: Pieperz) 

“We zijn met Pieperz begonnen om te proberen de lekkerste frieten te bakken en zijn op zoek gegaan naar bedrijven die ons daarbij zouden kunnen helpen. We kwamen erachter dat HZPC ontwikkelaar is van de aardappelrassen voor onder andere McDonalds en Lay’s en hebben hen gevraagd wat van belang is voor een lekker frietje, aldus Verhoeven over de aanloop naar de samenwerking. Een groot gedeelte van de smaak betreft de aardappel, maar ook de olie is van groot belang. “Derhalve kwamen we uit bij Oliehoorn. Zowel HZPC als Oliehoorn vonden het een leuke oefening om dit mee uit te zoeken”.

Het ras Tiger Pieperz met zijn goede drogestofgehalte en prima smaak heeft geschikte eigenschappen voor de friet. De aardappel heeft een grove sortering om lange frieten te krijgen. Om voor de frieten knapperig van buiten en romig van binnen te blijven is een gelijkmatige droge stofverdeling van groot belang.

Herkenbaar voor consument

 Oorspronkelijk begon HZPC met Pieperz met een ander ras, Challenger, “maar we wilden voor Pieperz ook graag een herkenbaar ras voor de consument. De Pieperz Tiger aardappel heeft een herkenbare schil met tijgermotief, vandaar de naam Pieperz Tiger”, aldus Verhoeven. “Het gaat bij een goed frietje om de juiste eigenschappen van de aardappel of zoals Jamie Oliver het na het proeven van ons product aangaf: “crunchy from the outside en creamy from the inside”ofwelromig aan de binnenkant en krokant aan de buitenkant”.

“Naast raseigenschappen is het telen en verwerken van de aardappels van groot belang. De gronden van de voormalige zeebodem in de Flevopolder zijn daarvoor uitermate geschikt. De uniforme bodem en kleigrond maakt de aardappelen beter bewaarbaar. Kleigronden geven de aardappelen meer inhoud en body. Daardoor zijn ze wat sterker en langer te bewaren.

“In Nedato hebben we een partner voor opslag, wassen en verpakken van de aardappels. Worden ze te hard gewassen dan beschadigen ze en gaat de bakkwaliteit achteruit. Zijn ze niet goed genoeg gewassen dan zorgt dat voor werk bij Pieperz zelf en daar zitten we ook niet op te wachten”, weet Verhoeven.

Naar commercieel

Er is een speciale aardappel voor Pieperz ontwikkeld. Dit is een proces van jaren. Op welke wijze wordt dit terugverdiend? “We zijn vroegtijdig aangehaakt bij een in onze ogen superster voor de toekomst. Het ras zal uiteindelijk commercieel ook voor fabrieken mogelijk een rol van betekenis gaan spelen”, aldus Van der Geest.

 Over het contact met Pieperz en de keten via HZPC en Nedato en prijsafspraken die  zijn gemaakt laat hij weten: “We werken vooral samen om veel van elkaar te leren. De consument staat daarbij centraal. We gunnen elkaar ook een goede prijs. De telers telen tegen een vaste vergoeding of voor een afgesproken prijs, Nedato en Pieperz maken op dezelfde wijze afspraken op basis van voor wat hoort wat. Er vinden geen onderhandelingen plaats. Iedereen berekent wat fair is”.

En wat vinden de telers zelf van de friet? Dirk Beuling: “Het is een frietaardappel met een prima smaak. Dat weet ik omdat ik zelf ook friet bak”.

Verhoeven: “Over smaak valt niet te twisten, maar de telers die wij kennen vinden de frieten heerlijk, zeker met lekkere mayonaise van Oliehoorn. Ze smaken het lekkerst als ze worden gegeten in de friettenten van Pieperz die zijn uitgevoerd in een sfeer die misschien het beste kan worden beschreven als een etalage van het boerenleven met trekkerneuzen, oude aardappelrooiers en lampen gemaakt van aardappelmanden”.

 Niet exclusief

De frietaardappelen eindigen bij de vestigingen van Pieperz als dik gesneden friet met schil in de frituur voordat de klant ervan gaat genieten. Pieperz werkt op deze manier met een korte keten en een nieuw ras, maar dit blijft zoals gezegd niet exclusief voor Pieperz. Tiger Pieperz zal uiteindelijk een commercieel ras worden.

De eigenaar van de Pieperz-frietketen: “Onze exclusiviteit wordt geborgd door de kwaliteitseisen die we stellen en de kwaliteit van de friet die we zelf serveren en leveren aan restaurants. Het gegeven dat een fabriek stappen in het proces heeft zitten waardoor de smaak toch anders wordt dan de door Pieperz vers gesneden en voorgebakken friet geeft ons voldoende comfort. Restaurants en fijnproevers weten dit en waarderen dit ook”, is zijn ervaring.

“Het accent van ons eindproduct ofwel vers gebakken friet in de schil, ligt op de aardappelsmaak en de bereiding in goede frituurolie. En niet alleen de teelt, ook het proces van opslag en wassen – niet te hard, want we verkopen friet in de schil – en afleveren is belangrijk voor de kwaliteit van ons product. Het blijkt wel dat echt verse friet lekkerder is dan verse fabrieksfriet, gezien de tweede plaats waarmee we in de AD Friettest eindigden”.

 

Sterke keten is basis voor uitrol eigen merk

Pieperz-voorman Ton Verhoeven hecht aan de opbouw van een sterke keten door samenwerken. ”We willen samen met de teler produceren voor een goede beschikbaarheid, kwaliteit en fatsoenlijke prijs. Een sterke eigen keten en een eigen merk geven mogelijkheden om het product op meer manieren in de  markt te zetten”.

Pieperz als ambachtelijke frietformule is volop in ontwikkeling. Er zijn nu vestigingen in Veghel, Eerde en Eindhoven. Eind mei opent de vierde  locatie in Oosterhout en eind juni volgt de vijfde in Strijp-S in Eindhoven. Verhoeven wil in de komende jaren naar een uitrol van vijftig locaties. 

Retail en horeca

Maar de formule-eigenaar heeft meer plannen met Pieperz Tiger: een uitrol van het eigen merk. Naast de frituur van de Pieperz locaties lonken ook de schappen van de supermarkt.  “We zijn nu in samenwerking met Nedato bezig om te kijken of we de Pieperz aardappel ook in consumentenverpakking in retail aan de klanten kunnen gaan leveren voor thuisbakkers. Binnenkort kunnen we de voorgebakken Pieperz frieten ook via de Sligro aan restaurants uitleveren.”

De Lelystadse Boer lanceert webshop met verse producten van het land


Iedereen in Lelystad kan vanaf nu eten van de boer uit de buurt. Met de lancering van de

webshop etenvandelelystadseboer.nl is het mogelijk om meerdere malen per week verse en

gezonde producten te bestellen en thuis te laten bezorgen.

Lelystadse Boer Distr -4402 FotostudioWierd

Fotostudio Wierd.

 

‘Vers en gezond eten is enorm belangrijk’, vertelt voorzitter van stichting De Lelystadse Boer Rob ter Haar. Doordat we de producten hier in de Flevopolder telen en produceren, is het ook nog eens veel duurzamer. Geen tussenhandel betekent geen extra transport, dus versere producten op je bord. En voor ons boeren is het ook erg leuk. We zijn gewend om te telen voor afzet in heel Europa en daarbuiten, maar het liefst zijn we in direct contact met mensen uit onze eigen stad.’

 

De Lelystadse Boer is een samenwerkingsverband van 70 boeren rondom Lelystad Airport. De boeren willen graag ‘dat het goed boeren blijft’. Ze organiseren bijvoorbeeld de Lelystadse Oogstdag en willen dat reizigers in de terminal van Lelystad Airport producten uit de ‘Groentetuin van Europa’ kunnen eten.

 

Gevarieerd assortiment

De Lelystadse boeren uit de Flevopolder bieden hun producten via de webshop direct aan aan inwoners en bedrijven binnen de gemeente Lelystad. Rob: ‘Doordat er meer dan 70 boeren verbonden zijn aan de stichting kunnen we een mooi en gevarieerd assortiment aanbieden in de categorieën groenten, fruit, aardappelen, vlees, zuivel, kaas, brood en ook fruitsappen, ijs en jam. Drie keer per week worden de boodschappen (vaak gratis) bezorgd.

Zakelijk bestellen

De Lelystadse Boer levert ook aan horeca via etenvandelelystadseboer.n/zakelijk. Verschillende restaurants en bedrijfsrestaurants kiezen al voor lokale en verse producten. Via deze shop kunnen bedrijven bijvoorbeeld ook vers fruit laten bezorgen.

 

Urban Ponics teelt verticaal groenten en kruiden

Urban Ponics teelt groentes en kruiden verticaal met wortels die in de lucht groeien en gevoed worden met voedingrijke nevel. De waterdamp is verrijkt met een humusextract, afkomstig uit de Amazone, aldus De Telegraaf.

Urban Ponics 43691872_239858340043963_7363547719039713280_n

Laurens Trebes ontwikkelde de innovatieve teeltmethode vanuit zijn ervaringen in Venezuela waar hij jaren ondernam. Hij heeft een fabriek in Venezuela waar hij water uit de Amazone filtert. „We halen het water uit de rivierdelta vlak bij zee. Dit brakke water zit vol met voedingsstoffen. Het door Urban Ponics ontwikkelde humusextract bevat meer dan negentig mineralen en spoorelementen. Het komt in gedroogde vorm naar Nederland.

„Met 100 kilo extract kan ik een jaar vooruit. We lossen het op in water, waarna het in de vorm van nevel wordt opgenomen door de plantenwortels. Onze groentes bevatten daardoor veel meer mineralen dan traditioneel gekweekte groentes”, aldus Trebes die erop wijst dat door de intensieve landbouw de Hollandse grond juist heel arm is aan mineralen. „Dat wordt aangevuld met kunstmest, maar dat bevat alleen twaalf mineralen die voor de groei van de plant van belang zijn.”

Meer smaak

Mineralen als jodium en selenium ontbreken in veel groentes. Hij durft dan ook te beweren dat consumenten die ’zijn’ producten eten minder groente nodig hebben, omdat die gezonder zouden zijn. Ook zit er volgens hem aan de in de lucht gekweekte groentes meer smaak: „Daarnaast hoeven wij geen gebruik te maken van bestrijdingsmiddelen en is ons watergebruik 95% lager ten opzichte van traditionele methoden.”

De bladgroentes van Urban Ponics, waaronder snijbiet, rucola en Chinese broccoli, zijn verkrijgbaar bij de biologische supermarktketen Marqt, horecagroothandel Hanos en maaltijdbox De Krat. De groentes worden met wortel en al verkocht. Dit zorgt er volgens Trebes voor dat ze langer vers blijven. In Nederland richt Urban Ponics zich op consumenten die bereid zijn te betalen voor gezonder en smaakvoller eten. In de toekomst wil de ondernemer zijn methode ook introduceren in landen met waterschaarste, aldus De Telegraaf.

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2019 Ria Besseling