Agrifoodclicks

Future 50 Foods: dit wordt het voedsel van de toekomst

Future 50 Foods Knorr 902837_460569854055860_479304135_o

Unilever-merk Knorr, het Wereld Natuurfonds en dr. Adam Drewnowski, directeur van The Center of Public Health Nutrition aan de Universiteit van Washington, hebben The Future 50 Foods opgesteld. Op de lijst staan 50 plantaardige voedingsmiddelen die de voedingswaarde van maaltijden kunnen verhogen en tegelijkertijd het negatieve effect van voedselproductie aanzienlijk verminderen.

Op dit moment komt driekwart van de voeding op de wereld van slechts twaalf gewassen en vijf diersoorten. De aarde kan volgens deskundigen na minder dan zestig oogsten niet meer voldoende voedsel produceren voor de groeiende wereldbevolking. Tenzij eetgewoonten wereldwijd gaan veranderen.

 Future 50 Foods is gebaseerd op drie basisprincipes voor een gezondere wereldbevolking en een gezondere planeet:

  • Meer variatie en een grotere hoeveelheid groenten
  • Meer plantaardige eiwitbronnen in plaats van vlees, gevogelte, zuivel en vis
  • Meer variatie in de soorten gewassen en andere bronnen van koolhydraten

Voedingswaarde, smaak en milieu-impact

De Future 50 Foods lijst bevat bekende, maar vaak nog onderbenutte ingrediënten zoals linzen, quinoa en boerenkool, en minder bekende ingrediënten zoals fonio, pompoenbloemen en cactus.

Ieder ingrediënt is geselecteerd op basis van voedingswaarde, smaak en lage impact op het milieu. Een deel van de gewassen hebben tevens een hogere opbrengst dan de nu gangbare landbouwgewassen. Bovendien zijn sommige gewassen toleranter voor extreme weers- en milieuomstandigheden.

Avebe groeit mee in de marktvraag naar plantaardig

    Avebe-head-office-small-576x275

Aardappeleiwit heeft ijzersterke troeven in wereldwijde behoefte voedingseiwit

Ria Besseling

Avebe opende afgelopen zomer een nieuwe productielijn voor voedingseiwit Solanic in de fabriek in Gasselternijveen. Het concern wil met de nieuwe lijn de plantaardige eiwitproductie voor humane voeding verder uitbreiden. De reden: de wereldwijd groeiende marktvraag naar plantaardig.

Aardappeleiwit: een restproduct dat vroeger goed was voor afvoer, daarna voor veevoer en sinds een jaar of tien past het steeds beter als hoogwaardig ingrediënt voor voeding. Avebe gaat volop mee in die toenemende waardering voor het plantaardig eiwit. Het concern speelde hierop vorig jaar in met het verruimen van de productiecapaciteit en met nieuwe productconcepten.

Aardappeleiwit heeft minstens drie ijzersterke troeven: het bezit een hoge voedingswaarde en dezelfde functionele eigenschappen – schuimen, emulgeren en geleren – als dierlijk eiwit en het heeft een riante voorsprong als duurzaam ingrediënt.

Het aardappelbedrijf bouwde met productconcepten als Solanic al meer dan tien jaar een solide naam op in de markt. In dit concept is aardappelzetmeel behandeld met een enzym dat producten als zuivel een volle romige textuur geeft. Het Etenia-concept bevat geen e-nummer en geeft mogelijkheden om clean label concepten voor uiteenlopende toepassingen te ontwikkelen. 

 ‘Avebe wil zich positioneren als expert op het gebied van textuur van plantaardige alternatieven’

Groei in goede voeding

In haar nieuwe strategie Binden & Bouwen 2.0 zet Avebe groei in goede voeding centraal. Dit betekent voor het bedrijf groeien in voedingsingrediënten die gezond en duurzaam zijn. Eiwit met het merk Solanic, zetmeel met de merken Etenia en Eliane en combinaties van beide zoals Perfectasol vormen een uitstekend ingrediënt in alternatieven voor vlees. Om te kunnen voldoen aan de groeiende marktvraag verdubbelde het concern de productiecapaciteit met de nieuwe Solanic productielijn in Gasseltenijveen. Het concern investeerde in totaal 55 miljoen euro voor uitbreiding van de eiwitproductie en verduurzaming van de productiecapaciteit. Dat gebeurt onder meer door sap na de aardappelverwerking te zuiveren tot proceswater.

De vegetarische markt wordt een grotere afnemer van aardappeleiwit. Zo gebruikt De Vegetarische Slager het eiwit als ingrediënt ter vervanging van kippeneiwit in de plantaardige Roockworst die dit jaar is gelanceerd. Aardappeleiwit zorgt voor een goede textuur en stevigheid en draagt het plantaardige label.

“Avebe heeft in haar strategie tot 2023 de focus op duurzame en gezonde voeding gericht. Dit past uitstekend bij de trend dat consumenten steeds vaker plantaardige producten eten in plaats van dierlijke producten. Ze beseffen dat minder vlees eten goed is voor mens, dier en milieu”, aldus marketing manager Jaap Harkema. “Dan heb ik het niet alleen over vegetariërs en veganisten, maar ook over een grote groep flexitariërs: mensen die een paar keer week geen vlees te eten omdat ze bezig zijn met dierenwelzijn, duurzaamheid of hun eigen gezondheid. De consument wil meer keus en betere kwaliteit”.

 

Avebe pizza-topping-576x275

De ingrediënten van Avebe komen terug in uiteenlopende voedingsproducten

“Dit stelt de voedingsproducent voor uitdagingen: wanneer je een product ‘ombouwt’ van dierlijk naar plantaardig veranderen textuur, smaak en voedingswaarde. Avebe wil zich positioneren als expert op het gebied van de textuur van plantaardige alternatieven voor vlees, zuivel, zoetwaren, sauzen en bakkerijproducten. Al onze producten, aardappelzetmeel, -eiwit en –vezels, zijn uiteraard plantaardig maar ook allergeenvrij en uitstekend in staat om dierlijke grondstoffen als melk, ei of gelatine te vervangen zonder in te leveren op textuur en mondgevoel”.

Perfectasol D520 is hiervan een goed voorbeeld volgens Harkema. “Dit is een textuuroplossing  voor plantaardige pizzakaas die het smeltgedrag en mondgevoel van op melk gebaseerde kaas benadert. Maar dan duurzaam en vrij van E-nummers en allergenen. Avebe won met dit  concept in een combinatie van aardappelzetmeel en –eiwit vorig najaar de Most Novel Protein Ingredient Award op de Protein Summit van Bridge2Food.”

Perfectasol is ook geschikt voor een reeks alternatieven voor zuivel, zoals yoghurt, spreads, ijs, desserts en zelfs fetakaas die tot in Griekenland wordt toegepast. Ook voor gelatinevrije snoep, die als veggie wordt gepositioneerd, is het een oplossing. En we werken aan betere alternatieven voor vlees, de grootste potentiële markt. Veel plantaardige voedingsproducten op basis van Avebe ingrediënten zijn nu al te vinden in de schappen van de supermarkt.”

 ‘We werken aan de grootste potentiële markt: betere plantaardige alternatieven voor vlees’

Naar minder vet en suiker

Een ander voorbeeld is de wens om vet en suiker in voedingsmiddelen te reduceren ziet de marketing manager. ‘’Als je echter vet uit een product haalt verander je de textuur. Hierdoor is het zogenoemde mondgevoel van zo’n product anders: het voelt en smaakt minder romig. Avebe produceert zetmelen en eiwitten die helpen om dat te compenseren en het product net zo smakelijk te maken, ondanks dat er minder vet in zit. Deze ingrediënten zijn clean label en allergeenvrij. Avebe biedt voor dit soort situaties een totaaloplossing aan zijn klanten met niiet alleen een ander ingrediënt, maar een compleet nieuw recept. Zo nemen we productontwikkelaars van onze klanten tijd en werk uit handen.”

Avebe

‘Clean label zetmelen’

Productinnovaties met zetmeel en eiwit worden belangrijker  omdat consumenten steeds vaker willen weten wat er nu precies in de producten zit die zij eten. Harkema: “Mensen willen weten of wat ze eten gezond is of juist niet. Dan zien ze liever zo min mogelijk e-nummers op de etiketten omdat die een negatief imago hebben. Maar die e-nummers zitten er soms niet voor niets in en zijn niet allemaal kunstmatig. Avebe ontwikkelt zogenoemde ‘clean label zetmelen’. Die hebben de eigenschappen van zetmelen met e-nummers, maar kunnen gewoon als ‘zetmeel’ op het etiket vermeld worden. Daarnaast zijn de zetmelen en eiwitten die Avebe produceert allemaal plantaardig en allergeenvrij. De aardappel is dus een heel ‘schoon’ product. En dat wordt gewaardeerd door onze klanten. Wij zijn dan ook transparant in ons productieproces en welke grondstoffen wij gebruiken.”

Innovatiecentrum

Om een rol te blijven spelen in deze innovatieve markt opende Avebe afgelopen najaar het Innovatiecentrum op de Zernike Campus in Groningen. Harkema: “Hier hebben we onze interne afdelingen Marketing, Sales en Innovaties samengebracht en werken we intensief samen met de Hanzehogeschool, Rijksuniversiteit Groningen, startups en andere bedrijven.”

“We willen verder groeien in goede voeding. Ons aardappelzetmeel en aardappeleiwit voegen waarde toe voor onze klanten. We streven naar de beste oplossing en willen met onze innovaties aansluiten bij de behoeften en trends in de markt.

 

Plantaardige eiwitten: marktvraag in vlees, zuivel en gezond

De markt voor plantaardige eiwitten is volgens Jaap Harkema miljoenen tonnen groot en groeit hard met 5 tot 7 procent per jaar. “De traditioneel grootste bronnen zijn soja en tarwe. Erwt komt sterk op. En er verschijnen steeds meer nieuwe plantaardige eiwitten op de markt waar aardappeleiwit er een van is.”

“De markt zoekt naar plantaardige eiwitten die in staat zijn dierlijke eiwitten te vervangen die niet allergeen zijn – soja en tarwe zijn dat wel –  en die een hoge voedingswaarde hebben, vergelijkbaar met melkeiwit.”

De behoefte aan plantaardige eiwitten zal volgens hem stijgen in productsegmenten als vlees, zuivel en sport- en gezondheidsvoeding (dranken, repen, gepersonaliseerde voeding voor ouderen en patiënten etc). Door de vraag naar alternatieven voor vlees en zuivel groeien plantaardige eiwitten met dubbele cijfers op de markt voor levensmiddelen, zo blijkt uit het EU-rapport de ontwikkeling van plantaardige eiwitten in Europa.

Promoten voor voeding

Diervoeder blijft de belangrijkste afzetmogelijkheid (93 procent), maar op de markt voor plantaardige eiwitten is een aanzienlijke segmentatie ontstaan door de groeiende vraag in de sectoren hoogwaardige diervoeders en levensmiddelen. Een van de voorstellen van de Europese Commissie om de productie van plantaardige eiwitten te ontwikkelen is het promoten van de voordelen van plantaardige eiwitten voor voeding, gezondheid, klimaat en milieu. Dat gebeurt dit jaar met steun van bijna tweehonderd miljoen euro van het promotieprogramma van de Commissie.

 

 

 

 

Agrifirm werkt met Protix aan nieuwe concepten met insecten

ProtixOERei p-0dd9001d5c8e02451cba06418b7740738_view

Agrifirm werkt met Protix aan nieuwe concepten met insecten.  De initiatieven variëren van het ontwikkelen van concepten voor vleeskuikens, leghennen en varkens tot gerichte toepassingen voor een circulaire bodemverbeteraar.

Dick Hordijk, CEO van Agrifirm: “We zijn er trots op dat we onze krachten bundelen met die van een andere Nederlandse pionier op het gebied van circulariteit en duurzaamheid. Deze samenwerking past binnen de missie van Agrifirm om een verantwoorde voedselketen te creëren voor toekomstige generaties. De toekomst van voedsel dwingt alle spelers in het wereldwijde voedselsysteem om opnieuw te kijken naar hun oude ideeën over hoe voedsel wordt gemaakt, waar het vandaan komt en of het echt gezond en duurzaam is. Een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties kan alleen worden gerealiseerd indien alle spelers daadwerkelijk bereid zijn hun gewoonten te veranderen. Een verantwoordelijkheid die ook zakelijke kansen met zich meebrengt. Wij zijn van mening dat hier een mooie kans ligt voor het ontwikkelen van meer concepten als OERei, een innovatief eiconcept dat Protix enkele maanden geleden succesvol op de markt heeft gebracht.” 

Protix is de eerste en grootste producent van gecertificeerde, hoogwaardige en duurzame ingrediënten gemaakt uit insecten. Producten ProteinX, LipidX en Bloosom worden gemaakt in een productiefaciliteit van wereldklasse en zijn gebaseerd op de zwarte soldatenvlieg. Met hun pioniersmentaliteit en gedrevenheid om een maatschappij te realiseren met een kleine ecologische voetafdruk, willen ze het huidige voedselsysteem op de helling zetten en rigoureus verbeteren.

Tarique Arsiwalla, oprichter en Chief Commercial Officer van Protix: “Met Agrifirm hebben we een waardevolle partner, nieuwe klant en leverancier gevonden, met veel kennis en ervaring. Het bedrijf heeft een duidelijke ambitie om te zorgen voor positieve en blijvende verandering, door een voedselsysteem te realiseren dat duurzamer en meer circulair is. We zijn er trots op dat we elkaar bij die missie kunnen steunen.” Ronald van de Ven, directeur van Agrifirm Noord-West Europa: “De op resultaatgerichte cultuur van Protix past goed binnen onze ambities. We breiden ons onderzoek uit met hun ingrediënten en ontwikkelen innovatieve nieuwe producten en concepten voor houders van kippen, leghennen en varkens, zowel in Nederland als daarbuiten. Ook verbreden we ons bereik om het volledig potentieel te ontdekken van de natuurlijke bodemverbeteraar van Protix – met een hoog gehalte aan organische stoffen – en de bijkomende eigenschappen ervan. We gaan uitgebreid onderzoek in het veld doen en samenwerken met het team van Protix om dit verder te vermarkten in de vorm van nieuwe producten die zowel goed zijn voor ons als voor de planeet.” Deze aankondiging volgt op een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding die Protix op dit moment in Nederland realiseert en die in het tweede kwartaal van 2019 operationeel zal zijn.

Royal Agrifirm Group

Met meer dan 3000 betrokken medewerkers draagt Royal Agrifirm Group bij aan een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties. Wij leveren meetbare, relevante en duurzame waarde op het boerenerf, op de akker en aan de voederindustrie. 120 jaar geleden opgericht in Nederland, zijn we nu een agrarische coöperatie met een internationaal netwerk van dochterbedrijven in 16 landen in Europa, Zuid-Amerika en Azië en een wereldwijd distributienetwerk. Binnen deze regio’s opererend onder de lokale merken: Agrifirm, Nuscience, Nutral, Nutrifarma, Preconex, Lusai, Cehave Korm, Bonda en Oldambt.

Met kwalitatief hoogwaardige diervoeders, premixen, concentraten, mineralenmengsels en additieven voor de veevoederindustrie, producten voor gewas- en teeltverbetering, dier- en gewasspecifieke digitale oplossingen en professioneel advies, bieden we nutritionele oplossingen voor ondernemende veehouders, integraties, voerbedrijven, distribiteurs en teeltoplossingen voor telers. Wij willen de nummer één kennis- en oplossingsgerichte partner zijn voor onze klanten op het gebied van veevoeders, teelten en dier-, plant- en bodemgezondheid. Better Together!

Protix

Sinds de oprichting in 2009 is het Protix missie om het voedselsysteem terug in balans met de natuur te brengen: circulariteit en gebruik van natuurlijke grondstoffen staan hierbij centraal. Het bedrijf produceert eiwitten en andere hoogwaardige nutrienten uit insecten. Deze insecten worden gekweekt op plantaardige reststromen; hierdoor wordt tegelijkertijd een bijdrage geleverd aan het terugdringen van voedselverspilling. Door hoogwaardige nutrienten uit insecten op een betrouwbare basis te leveren aan klanten maakt Protix vandaag al blijvende impact. We zijn trots op onze innovatieve veevoer concepten waarbij stappen voorwaarts gezet worden op zowel footprint als dierenwelzijn.

 

 

Vleeswarenfabrikanten Kips en Stegeman schakelen naar vega

Vleeswarenfabrikanten Kips en Stegeman schakelen naar de vegetarische markt. Kips zet met vegetarische vleeswaren de stap naar vegan, terwijl Stegeman Vollof vleeswaren met een aandeel groenten lanceert. Beide fabrikanten spelen in op de markt van vleesvervangers die een sterke groei laat zien. De consumptie van vleeswaren en vleesproducten staat daarentegen onder druk.

Kips introduceert vier vega-producten: vegetarische leverworst, paté, smeerleverworst en filet americain. Het is het eerste vega assortiment van het leverworstmerk. Vanaf eind dit jaar ligt het een jaar lang exclusief in de schappen van Albert Heijn.

Kips kleintje smeerworst vegaKips filet americain vega

 

 Kips speelt met de vega-producten in op veranderende consumentengewoonten. Jo-Anne van der Laan: “Wij constateren al geruime tijd dat de consumptie van vlees jaarlijks iets terugloopt. Flexitariërs kiezen ervoor af en toe geen vlees te eten. Wij spelen daarop in door nu ook vega-producten onder het Kips-merk te brengen. Daarbij mikken we op een brede doelgroep; ook vegetariërs en veganisten, want er zitten geen dierlijke eiwitten in deze nieuwe Kips-producten.”

Vollof met 30 procent groenten

Stegeman lanceert Vollof, een reeks nieuwe vleeswaren met 30 procent groenten: boterham- en grillworst, gehakt, Gelderse gekookte worst, leverworst en filet americain. De producten zijn verkrijgbaar bij de grotere Albert Heijn-filialen en online via AH.nl. Begin volgend jaar komen hier drie producten bij: palingworst, kookworst en smeerleverworst.

Stegeman-Vollof Pop up

 Groente vervangt deels vet

De Vollof-producten bevatten tot 65 procent minder vet, maar zijn naar eigen zeggen net zo smakelijk en makkelijk in het dagelijks gebruik als vergelijkbare reguliere vleeswaren. Groente als gedeeltelijke vervanger van vet is het kenmerk van de nieuwe lijn traditionele vleeswarenproducten van Stegeman Vollof.

De Deventer vleeswarenfabrikant speelt met Vollof in op de groeiende behoefte van de Nederlandse consument aan verantwoorde voedingskeuzes die passen bij een evenwichtiger eetpatroon.Theo Toering van Stegeman: ‘Consumenten zijn zich steeds bewuster van wat ze eten en daar spelen we met Stegeman Vollof op in. We bieden de consument met Stegeman Vollof de mogelijkheid om te genieten van vleeswaren die echt aanzienlijk minder vet bevatten door hier groente aan toe te voegen.’

Bij de ontwikkeling van Stegeman Vollof was het de kunst om te zorgen voor minder vet, meer groente, vitaminen en vezels en tegelijk de smaakbalans te behouden. De producten bevatten eenderde aan groente – bij smeerleverworst is dat zelfs de helft – en tot zelfs 65 procent minder vet dan het marktgemiddelde.

Over Kips

Kips, onderdeel van Zwanenberg Food Group, produceert naast leverworst ook andere vleesproducten, snacks en vleeswaren. Zwanenberg Food Group is een voedingsmiddelenconcern met 1600 medewerkers en een omzet van circa € 400 miljoen.

Het concern produceert  soepen, sauzen en vegetarische producten.  Daarnaast exporteert Zwanenberg vleesconserven (onder andere onder de merknaam Zwan) naar meer dan honderd landen wereldwijd. Er zijn eigen productielocaties in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.  

Over Stegeman

Stegeman levert vanuit de locaties in Deventer en Wijhe droge worsten, verpakte vleeswaren – voornamelijk onder private label, spreads, maaltijdcomponenten en vegetarische producten. Stegeman is sinds 2008 onderdeel van  Campofrio Food Group, vooraanstaand vleesverwerkende bedrijf in Europa en een van de vijf grootste vleesverwerkende bedrijven in de wereld. Campofrio is met acht verschillende business units actief in Europa en de VS. Deze zijn gevestigd in: Spanje, Italië, Portugal, VS, Duitsland, België, Frankrijk, Nederland en een joint venture in Roemenië.

CBL: supermarkten hebben beperkte rol in versketens

 De landbouwbegroting voor 2019 van het nieuwe ministerie van LNV brengt veel  discussie over ketens en goede prijzen voor de boer op gang, verwacht het CBL. Volgens de supermarktorganisatie zijn die ketens vaak ingewikkelder ingericht dan wordt gedacht. Supermarkten hebben voor het grootste deel geen invloed op de prijs die een boer krijgt voor zijn producten.

 Supermarkten stellen duidelijke eisen aan hun leveranciers. Alle producten voldoen aan alle wettelijke eisen. Daar bovenop werken supermarkten ook met bovenwettelijke eisen voor hun leveranciers. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het gebruik van extra kwaliteitskeurmerken. Als het product ook voldoet aan deze bovenwettelijke eisen, kan het een keurmerk krijgen. Hoog scorende keurmerken zijn bijvoorbeeld Beter Leven Keurmerk, Fairtrade, ASC, MSC, UTZ, Milieukeur en Weidezegel.

“Vaak wordt de voedselketen voorgesteld als een zandloper, met in het midden slechts een handje vol supermarkten die allesbepalend zouden zijn”, vertelt Marc Jansen, directeur CBL. “Wij hebben voor een aantal ketens in beeld gebracht hoe de volumestromen lopen. Hieruit blijkt weer eens hoeveel de Nederlandse land- en tuinbouwsector exporteert. Op die hoogwaardige kwaliteitsexport is iedereen trots, ook wij. Maar Nederlandse supermarkten hebben hier voor zowel prijs- als kwaliteitseisen geen enkele invloed op.”

Zes ketens in beeld: export produktstroom domineert

Het CBL bracht zes ketens in beeld de appelketen, eierketen, tomatenketen, uienketen, varkensketen en zuivelketen. In deze laatste keten komt 30 procent van de totale productstroom van zuivelproducten in Nederland in de supermarkt terecht.  Het overige aandeel betreft export. De zuivelketen heeft tevens een grote reststroom, zoals wei uit kaasproducten. Van varkensvlees wordt ruim 80 procent geëxporteerd, van uien bijna 100 procent en van tomaten ruim 90 procent.

 

Supermarktenindeversketen CBL Ketenvisualisatie Varken Supermarktenindeversketen CBL Ketenvisualisatie Zuivel SupermarktindeversketenCBL Ketenvisualisatie Tomaat

 

 

Fooditive: additieven en zoetstoffen uit agf reststromen

Fooditive 37811372_436474286862984_3652551458236137472_n

Start-up 7th circle introduceert Fooditive, een assortiment additieven en zoetstoffen voor de foodindustrie uit reststromen uit de agf sector.

De natuurlijke producten zijn gebaseerd op restproducten van groenten en fruit. Zo zijn de emulgatoren van Fooditive afgeleid van aardappelen, zijn bananenschillen het  hoofdingrediënt voor de verdikkingsmiddelen en staan wortelen aan de basis van de. conserveringsmiddelen. De zoetstoffen worden gemaakt van schillen van peren en appels. Deze mix wordt  volgens een gepatenteerd droog- en mengproces met zelf ontwikkelde machines omgezet tot een nieuwe zoetstofformule. De zoetstof is geschikt voor zuivel  ,ijs,  diepgevroren desserts, dranken, gebak, soepen,  sauzen en conserven.

Duurzaam productieproces

7th Circle richt zich met de producten op een duurzaam productieproces voor fabrikanten en draagt bij aan de opbouw van een circulaire economie. Boeren leveren bovendien tegen een eerlijke prijs  de grondstoffen waarmee afval in additieven wordt getransformeerd.

De natuurlijke zoetstoffen zijn caloriearm en daarmee veilig voor mensen die lijden aan diabetes of zich bewust willen zijn van hun gewicht.”Consumenten willen begrijpen wat ze eten,” aldus Moayad Abushokhedim, wetenschapper en 7th Circle oprichter. “7th Circle streeft ernaar om het bewustzijn onder consumenten te vergroten. Zij moeten weten dat er natuurlijke gezonde alternatieven bestaan voor veel van de e-nummers waar we tot nu toe mee te maken hadden.”

Naar minder suiker

Met het bedenken en ontwikkelen van de producten strijdt Fooditive voor een wereld met minder suikerconsumptie. Fooditive wil niet verantwoordelijk zijn voor aan obesitas gerelateerde aandoeningen, zoals hartaandoeningen, beroertes, type 2-diabetes en zelfs bepaalde soorten kanker.

Daarnaast hanteert 7th Circle strenge maatstaven om de voedselveiligheid te kunnen garanderen, door bijvoorbeeld te testen op pesticiden en zware metalen. Om de strategie van duurzaamheid te onderstrepen, streeft de startup naar een productie die volledig op basis van hernieuwbare energie is gebaseerd.

 

 

Viswinkelier communiceert nog nauwelijks over duurzame vis

Viswinkel Peter Tol 4 13122984_585482258278229_6710870528960039516_o

Viswinkeliers communiceren nog nauwelijks over duurzame vis. Informeren over duurzame vis kost extra inspanningen en geld. Een deel van de visdetaillisten meent dat hun klanten niet geïnteresseerd zijn in duurzame vis. Dit komt naar voren uit het rapport Communicatie over duurzame vis in de visdetailhandel van de Good Fish Foundation en de Wetenschapswinkel van Wageningen University & Research.

De diversiteit onder visdetaillisten is groot. De bedrijfstypen, maar ook de verkooplocatie en de klantenkring zijn van invloed op de samenstelling van het verkochte assortiment en ook op de communicatie. Visdetaillisten communiceren de naam en prijs van de vis op het label bij de vis in de toonbank. Het label is echter te klein voor het opnemen van extra informatie. Duurzaamheidsinformatie over herkomst, vangsttechniek en seizoen wordt mondeling, maar ook via posters en beeldschermen aan de klant gegeven.

Consumenten gaan volgens visdetaillisten naar een viswinkel vanwege kwaliteit, versheid en het persoonlijke contact. Enkele visdetaillisten geven aan dat zij het verhaal bij de duurzame vis aan hun klanten vertellen. De ervaring is dat dit het bewustzijn vergroot waardoor deze klanten geneigd zijn om vaker duurzame vis te kopen.

Viwinkeliers kopen hun product vers, gerookt of bewerkt in, vaak van meerdere gespecialiseerde leveranciers. Ze geven aan dat het geen probleem is om van deze leveranciers de gewenste informatie over duurzaamheid weer van hun toeleveranciers krijgen. Aandachtspunt is dan ook vooral of de doorstroming van deze informatie naar de detailhandel uniformer kan worden. Uit het onderzoek blijkt vooral dat er voor visdetaillisten nog een flinke uitdaging ligt om hun klanten te informeren over duurzaamheid.

BD Graan opende nieuwe fabriek voor biologisch meel

BD GraanfamDonker 15f9m8dE-1538039478-3f99a3ef14b6e5643179f6186c66071e

BD Graan in Middenmeer nam onlangs officieel de nieuwe productieruimte in gebruik. De groothandel in biologisch graan verwerkt in de nieuwe fabriek granen tot productie- en consumptiegereed meel en mengsels.

Biologische bakkers kunnen voor hun broodproducten rechtstreeks bij het bedrijf meel op maat in de juiste samenstelling en vochtgehalte bestellen. De producten gaan verder ook via de groothandel naar biologische bakkerijen, groothandels en supermarkten.

 

De biologische  gerst, tarwe, haver, rogge, spelt, boekweit en gierst die BD Graan verwerkt komt deels van elders en deels uit het buitenland. Een klein deel wordt op eigen land geteeld en als lokaal product uitgeleverd. Het graan gaat daarnaast naar collega molenaars.

Het akkerbouwbedrijf van zestig hectare in de Wieringermeer in Noord-Holland dat  Jelte Wiersma vijftig jaar geleden begon, is door dochter Ank, schoonzoon Harry Donker en hun opvolger zoon Jan  in de afgelopen jaren verbreed met de teelt van biologische granen waaronder tarwe, spelt, gerst en haver.

De gewassen werden jarenlang in een verwerkingslijn op het eigen bedrijf verwerkt totdat investeren in een moderne maalderij met een grotere capaciteit noodzaak werd. De nieuwe productielocatie van de familie Donker heeft nu een verwerkingscapaciteit van zo’n 3000 ton per jaar. 

De moderne fabriek van BD Graan verwerkt niet alleen de granen van eigen land, maar ook gewassen van Nederlandse biologische collega-boeren en buitenlandse granen zoals boekweit, gierst, rijst of quinoa.

In de fabriek vindt het pellen, schonen en malen van de eigen tarwe, gerst, haver en rogge plaats, aangevuld met granen uit het buitenland.. 

Ook muesli wordt bij BD Graan verwerkt tot kant-en-klaar product dat via de groothandels terecht kan komen in winkels zoals biologische supermarkt Ekoplaza.

Alle granen die worden  gemalen moeten voldoen aan dezelfde eisen als de reguliere granen. Ank Donker: “We zijn altijd op zoek naar zaaigraan met goede bakcijfers, maar ook de natuur heeft hier zijn invloed op. We kunnen de bakgranen intern controleren op bakkwaliteit in ons eigen laboratorium”.

Samenstellen op klantniveau

In de verwerking en processing van de granen zijn het op klantniveau samenstellen van het graan, meel en de graanvlokken en ook het bepalen van het vochtgehalte belangrijke aspecten voor de uitlevering in 25 kiloverpakkingen. Harry Donker: “Alle producten hebben productspecificaties die afnemers kunnen opvragen. Goede biologische granen moeten beantwoorden aan de hoge verwachtingen van de bakkers die er mooie stoere stevige broodproducten van willen maken. Zo zit er in het graan voor een goede houdbaarheid maximaal 15 procent vocht, voor graanvlokken die langer houdbaar moeten zijn, is dit 12 tot 14 procent.”

Het vernieuwde proces kent enkele innovaties zoals rvs silo’s die goed schoon zijn te houden, nieuwe stenen waarop de granen worden gemalen en de procesbewaking werd verbeterd met metaaldetectie.

De fabriek is energieneutraal ingericht, in lijn met de biologische bedrijfsvoering van het akkerbouwbedrijf.  De energie voor het productieproces wordt opgewekt met eigen windmolens en zonne-energie.

 

Versketens werken samen voor een betere data-uitwisseling

Vijf dingen die we moeten weten over FreshUpstream

Versproducenten gaan voor in de keten -  tussen de schakels van boer, tuinder, veehouder, visser, verwerker, handel en logistiek – samenwerken om data beter ketenbreed te kunnen delen.

Deze samenwerking in de stichting FreshUpstream is nieuw, want tot nu toe delen vooral producent en retailer gegevens. Vijf dingen die we volgens programmamanager Harrij Schmeitz en voorzitter Philip den Ouden moeten weten over FreshUpstream.

1 – De participerende partijen
GS1 Nederland is een drijvende kracht achter het
platform en de belangrijkste sponsor. Diverse brancheorganisaties
ondersteunen de stichting FreshUpstream: het Groenten-
Fruit Huis, de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie
(FNLI), Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO
Nederland), het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL)
en FrugICom. Ook bedrijven als Vion en Fruitmasters doen
mee.
De stichting FreshUpstream werkt intensief samen met en
draagt bij aan het onderzoeksproject Trusted Source over
betrouwbare informatie over voeding, opgezet door het
Ministerie van Economische zaken en Wageningen UR.
Versketens werken samen aan data-uitwisseling
Versproducenten gaan tussen de schakels van boer, tuinder, veehouder, visser, verwerker,
handel en logistiek samenwerken om data beter ketenbreed te kunnen delen. Deze samenwerking
in de stichting FreshUpstream is nieuw, programmamanager Harrij Schmeitz en
voorzitter Philip den Ouden brengen ons op de hoogte.

2 – De doelen
FreshUpstream wil voor diverse versketens
ketenbreed de GS1-standaarden toepassen. De standaarden
worden nu vooral toegepast in de keten voor AGF-producten.
In andere ketens – zuivel, vlees, vis – is dit minder. Natuurlijk
wordt er op veel plaatsen gewerkt aan het delen van informatie.
Dit is erg gefragmenteerd en de initiatieven sluiten niet op
elkaar aan. Versketens hebben in het delen van informatie nu
vooral te maken met informatie over product, volumes, aantallen,
logistieke info en dergelijke.
In de AGF-keten is door ketenpartijen zelf, door het oprichten
van FrugIcom, het initiatief genomen om het delen van informatie
sterk te verbeteren door een breed draagvlak voor
bestaande standaarden, vooral de GS1-standaarden, te bou-
wen. FreshUpstream bouwt voort op die ervaring waar
FrugICom in de AGF-keten al jaren GS1 als standaard hanteert
en nu werkt aan een verdere internationalisering van datauitwisseling
in de AGF-sector.
Door uit te gaan van bestaande en goed werkende standaarden
en deze in alle versketens toe te passen, kan efficiënt worden
gewerkt en kunnen kosten en tijd worden bespaard. Door dezelfde
DigiTaal te gebruiken, wordt communicatie niet alleen
binnen ketens, maar ook tussen ketens, sterk bevorderd.
GS1 fungeert daarbij als onafhankelijke organisatie die wereldwijd
afspraken over verschillende identificatiestandaarden (bijvoorbeeld
voor product en productcategorie of productielocatie) en
informatiestandaarden (welke informatie staat waar?) ontwikkelt
en vastlegt voor het effectief uitwisselen en toegankelijk maken
van informatie over product, producent en productie.

FreshUpstream-Infographic-050318 (002)

 

3 – Zo gaat FreshUpstream bijdragen aan
voedselveiligheid
Gegevens uitwisselen door hele keten heen kan onder meer
bijdragen aan het verder verbeteren van de voedselveiligheid.
Het gaat dan niet alleen om informatie over het product,
maar ook om de productiewijze, de productkwaliteit en de
grondstoffen voor de verse producten zoals groenten of vlees
en vleeswaren. Dan wordt duidelijk of de teler of veehouder
tijdens de productie bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen
of antibiotica heeft gebruikt en waarvoor het product of de
producent is gecertificeerd, ook voor partijen verder in de
keten.
Hier horen gegevens bij van de locatie van het productiebedrijf
en van de locatie voor de opslag van de versproducten. Informatie
van deze schakels geeft meer inzicht over de herkomst
van het vers. Ook hiervoor hoeft geen nieuwe identificatiestandaard
te worden opgezet: het bestaande Global Location
Number (GLN) voldoet prima als uniforme coderingsmethode
door de keten heen.

4 – De voordelen voor de voedingsmiddelenketen
Een uniforme standaard voor het uitwisselen van gegevens in
de hele keten moet leiden tot voordelen voor de hele keten.
Dus ook voor partijen in de primaire schakels. Stroomlijnen voor
een betere informatievoorziening vergroot de beheersing van
de hele aanvoerketen richting consument.
Ook de verwerkers – de voedingsmiddelenfabrikanten – hebben
veel baat bij dit initiatief. Immers, versproducten zijn hun belangrijkste
grondstoffen. Betere, betrouwbare en meer
informatie uit voorliggende ketenschakels die efficiënt toegankelijk
wordt gemaakt, is een evident voordeel. Essentieel ook
voor een naadloze distributie en logistiek: efficiënte bestel- en
leverprocessen en uitlevering.
Stroomlijnen kan ook veel bijdragen aan betere beheersing van
grondstofgebruik en dus minder voedselverspilling bij fabrikant,
handel en retailer.

5 – De voordelen voor de consument
Voedingsmiddelenfabrikanten kunnen een betere
informatievoorziening en een grotere transparantie over de
productiewijze aan de consument bieden. Zij kunnen werken
met meer uitgebreide, correcte en transparante productinformatie
van een goede datakwaliteit voor etiketinformatie op het
product.
Fabrikanten krijgen meer duidelijkheid over de herkomst en
kwaliteit van grondstoffen, de locaties waar versproducten zijn
geproduceerd, zijn be- en verwerkt, waar ze werden verpakt en
waar ze werden opgeslagen. De industrie vergroot hiermee de
transparantie over de producten naar de markt.

Vier domeinen
In het stroomlijnen van data uit het primaire deel van de
keten focust FreshUpstream zich om te beginnen op informatie
binnen vier domeinen: gewasbeschermingsmiddelen,
dierbehandelingsmiddelen, diervoeders en de toepassing van
het global location number (GLN). De stichting overlegt voor
ieder domein met partijen om de vervolgstappen vast te stellen.
Ook start ze een bredere discussie over het belang van
voedselveiligheid en het borgen via informatie-uitwisseling.

 

Meer informatie: Freshupstream.com en www.gs1.nl

 

 

Dit bestellen de klanten van Picnic

Bananen, melk en komkommers zijn al sinds de start van online supermarkt Picnic in 2015 de beste verkochte producten. Het bedrijf heeft inmiddels ruim 165.000 klanten in bijna 60 steden. Een analyse van een jaar bestellen maakt duidelijk waar de grootste carnivoren wonen, welk bier het populairst is en waar de meeste koopjesjagers wonen. Dit bestellen de klanten van Picnic.

Picnic Klant 3

Amsterdammer koopt vegetarisch, Utrechter biologisch

Uit de analyse van de honderdduizenden bestellingen die in een jaar tijd bij Picnic werden gedaan blijkt dat in Amsterdam de meeste vegetarische producten worden besteld, gevolgd door Utrecht en Oegstgeest. Inwoners van Almere zijn meer van het vlees en in Leiden ging de meeste vis over de digitale toonbank. In de Randstad wordt 22 procent meer groente en fruit besteld dan daarbuiten. Biologische producten worden het meest besteld in achtereenvolgens Utrecht, Den Haag en Amersfoort.
 
Hipstervrucht

De populariteit van de avocado is ook terug te zien in de bestellingen bij Picnic. Amsterdammers bestellen de hipstervrucht het meest, gevolgd door klanten in Utrecht en Den Haag. Brabanders gaan liever voor het bruine fruit: in Breda en Tilburg worden de meeste diepgevroren kroketten besteld. Inwoners van Veenendaal en Ede bestellen de meeste frikandellen.
 
Waddinxveen diepvries

In Waddinxveen worden de meeste diepvriesproducten verkocht, gevolgd door Hoofddorp en Helmond. Vooral klanten in Hoofddorp houden kennelijk van makkelijk, want in deze stad worden ook de meeste kant-en-klare pizza’s besteld. Warmond en Diemen staan op de tweede en derde plek. In Helmond ontbreekt frisdrank zelden op het boodschappenlijstje, in De Meern is melk het favoriete drankje.
 
Bier of wijn

Uit de analyse van Picnic blijkt dat Brabanders meestal voor bier kiezen. Eindhoven voert de top drie aan, gevolgd door Den Bosch en Breda. De Randstad gaat liever aan de wijn: in Rotterdam wordt dit het meest besteld, gevolgd door Amsterdam en Den Haag.
 
De ene bierdrinker zweert bij het Amsterdamse Heineken, de ander gaat voor het Twentse Grolsch. Dit laatste merk wordt echter het meest besteld in Voorburg. s Heineken is niet het populairst in Amsterdam, maar in Rotterdam. Wie het alcoholvrij houdt drinkt vaak water. Schiedammers en Amsterdammers kiezen voor bruisend. Een frisje kan natuurlijk ook, al zorgt de keuze voor cola voor een dilemma: Coke of Pepsi? Nieuwegein kiest voor Coca Cola, terwijl klanten in Veenendaal juist voor concurrent Pepsi kiezen.
 
In Brabant zijn klanten dol op aanbiedingen; In Rosmalen, Den Bosch en Tilburg gaan de meeste producten met korting het winkelmandje in.

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2019 Ria Besseling