Agrifoodclicks

De Valk Wekerom Meppel produceert nu biovoeders op eigen lijn

 

Tekst: Ria Besseling

Beeld: De Valk Wekerom

De Veevoederproducent De Valk Wekerom gaat zelf in Meppel  biologische veevoeders produceren. Het bedrijf investeerde hiervoor in een nieuwe eigen productielijn die deze zomer operationeel is. Arie van Middendorp, bedrijfsleider van de vestigingen Lunteren en Meppel is verantwoordelijk voor het investeringsprogramma in Meppel, geeft uitleg over de nieuwe productielijn.

De nieuwe fabriek voor biologische veevoeders in Meppel is zodanig ingericht dat reguliere en biologische grondstoffen gescheiden zijn van elkaar. “Dat geldt voor de inname van de grondstoffen, voor de maal- en menglijn en de perslijn en ook voor de premixen, mineralen, vloeistoffen en laadstraat. Het zijn kortom twee compleet gescheiden fabrieken op een locatie”, vertelt  Arie van Middendorp.

Aanleiding voor de uitbreiding op de locatie is de landelijk sterk stijgende vraag naar biologische veevoeders. Bij De Valk Wekerom is de omzet van biologisch voeder vorig jaar gestegen met ruim 30 procent. De verwachting is dat dit de komende jaren verder toeneemt. De coöperatie heeft al sinds 2001 biologisch voer in haar assortiment maar liet deze productstroom tot voor kort bij derden produceren. “Door de groei van de afgelopen jaren wordt het nu interessant om het in eigen beheer te gaan produceren. De fabriek, die acht jaar in ons bezit is, wordt nu al uitgebreid met een tweede fabriek. Door in de biologische productie een samenwerking aan te gaan met AgruniekRijnvallei wordt de productie in Meppel hoger. Hierdoor nemen de kosten per ton af en dat is gunstig voor onze klant. Daarnaast kan door de samenwerking fabriekspecialisatie worden doorgevoerd”, legt de bedrijfsleider uit.

In de nieuwe fabriek zijn de maal- en menglijn voorzien van een wals,  hamermolen en menger met een perslijn, ingericht door Van Mourik Machinebouw, Strukton voor de elektriciteitsvoorzieningen en Engie voor automatisering. “De nieuwe enkelassige menger van Van Mourik, heeft een capaciteit van van drie ton, is prima geschikt voor het doel en voldoet aan de huidige wet- en regelgeving om goede meetprocedures uitvoeren”, aldus Van Middendorp. “Dit is bovendien een mooie compacte menger die prima past in de nieuwe afdeling. We hebben gekeken naar een paddle, maar die zijn veel groter. Hiervoor ontbrak de ruimte.” Voor het afvullen en verwerken worden de batches voor 99 procent in bulk verwerkt.”Dat varieert gemiddeld van 20 tot 32 ton per vracht”.

 

De pers die hier tijdens de verbouwing werd geplaatst, is een vrij standaard onderdeel van de nieuwe productielijn. De machine werd tweedehands aangekocht, gerenoveerd en goedgekeurd door de NVWA.

 

 

De wals bij De Valk Wekerom heeft een aantal aanpassingen die specifiek voor de sector zijn. Over welke dat zijn laat Van Middendorp zich niet uit. (foto’s: De Valk Wekerom Meppel)

 

De opstelling van de nieuwe proceslijn, die een capaciteit van 30 á 35 ton per uur  heeft, is voor een groot deel vergelijkbaar met de bestaande. De installaties die op de locatie operationeel worden, bestaan voor regulier en voor biologische voeders uit de wals, hamermolen, menger mixer en persen. “Er is weinig verschil tussen beide lijnen, al is de nieuwe lijn wel op details aangepast. Dit om in kleine stappen naar een efficiënter proces te gaan.” Welke innovatieve oplossingen dit zijn? Daar laat van Middendorp zich niet over uit.

Andere oplossingen waaronder Atex-maatregelen zijn in de complete grondstoffenlijn meegenomen, tot en met de menger. De nieuwe machine voldoet aan de richtlijn en is state-of-the-art.

In totaal heeft coöperatie De Valk Wekerom in 2018 bijna 257.000 ton voer verkocht. Deze zomer wordt die productiecapaciteit verhoogd met 35.000 ton extra. “In de opstartfase is het de bedoeling om dit volume te produceren en op termijn zal dat toenemen”, verwacht Middendorp. “De installatie is dusdanig flexibel ingericht dat de verwachte volumestijging naar de toekomst toe opgevangen kan worden. Er is voldoende ruimte in de capaciteit.”

Is er mogelijkheid tot uitbreiden van de lijn? Ja die is er, bevestigt de bedrijfsleider. “De begincapaciteit is in mijn ogen heel gemakkelijk houdbaar. We moeten met deze maal- en menglijn zeker vooruit kunnen. We hebben een omgevingsvergunning van 7 x 24 uur, terwijl we 8 tot 10 uur gaan draaien. De reguliere lijn draait 10 tot 12 uur en eigenlijk kan het personeel dit gemakkelijk aan. We voorzien 1,5 tot 2 extra medewerkers in de personele bezetting dus dit kan goed uit”, zo berekent hij.

De besturing voor de bio-lijn is volledig opgenomen in de huidige besturing, maar toch ook weer gescheiden van de reguliere fabriek. Het hart van de besturing is een Siemens PLC S7 met een deel bediening met touch screen voor bediening in het veld en voor de bulkwagens bij stort.

Een deel bestaat tevens uit grotere schermen in de bedieningsruimte. “Dit biedt meer overzicht en werkt rustig voor de medewerkers. Bovendien zorgt deze opzet voor een snelle en flexibele sturing van productie. Door de besturing van de biologische fabriek in de huidige automatisering op te nemen kunnen we met weinig extra arbeidskrachten toch de beide lijnen bedienen”.

De Valk Wekerom telt op de locatie Meppel nu vier medewerkers, maar gaat naar  vijf en waarschijnlijk zes nieuwe medewerkers. Daarvan komen er 1,5 of 2 op de nieuwe afdeling te werken. Door de centrale automatisering vanuit de regelkamer kunnen de mensen in dezelfde tijd invloed op het proces uitoefenen. De Valk Wekerom koos voor deze oplossing omdat op deze manier de efficiency in productie en logistiek van de nieuwe afdeling verbetert.

Flexibiliteit versnelt

De nieuwe lijn leidt voor De Valk Wekerom tot een versnelde flexibiliteit van uitlevering, een uitbreiding van productvarianten en een vergroting van tailor made aanbod, voorziet Van Middendorp. “Door te opereren met gescheiden lijnen in één gebouw met één automatisering kunnen wij met weinig arbeidskrachten op een efficiënte wijze biologisch voer produceren. Doordat wij zelf de regie hebben kunnen wij snel bijsturen op marktontwikkelingen en klantspecifieke wensen”.

Over De Valk Wekerom

Coöperatie De Valk Wekerom UA met vestigingen in Lunteren en Meppel, produceert jaarlijks rond de 255.000 ton veevoeder. Dat gaat voor het overgrote deel naar pluimvee-, rundvee, geiten- en varkenshouders. De coöperatie is actief in de Gelderse Vallei en Noord-Midden-Nederland. Deze gebieden worden met eigen chauffeurs en vrachtwagens vanuit de twee productielocaties bediend.

Het bedrijf kende over 2018 een prima jaar. De omzet in tonnen vanuit eigen verkoop steeg met 3,2%. De jaaromzet ging met 4% van 78 miljoen euro in 2017 naar ruim 81 miljoen euro vorig jaar. Het nettoresultaat bedroeg 305.003 euro, de solvabiliteit steeg van 45% naar 47%.

 

 

 

 

Diviande lanceert Fifty Fifty: hybride product van half vlees half groente

Diviande Package-FiftyFifty-web-300x160-1-300x180

Diviande lanceert Fifty Fifty, een nieuw hybride productconcept dat voor 50 procent uit vlees en voor 50 procent uit groente bestaat.

Fifty Fifty is volgens Diviande een alternatief voor consumenten die minder vlees willen eten (flexitariërs). Ook kan het gebruikt worden om kinderen meer groente te laten eten.

Het concept bestaat momenteel uit twaalf producten, waaronder een Boon-stam, Bretonse Schnitzel, Champignon Schnitzel, Koteletto, Burger Italian style en Burger Mexican style.

Voor de producten worden meer dan vijftien soorten groente gebruikt. Fifty Fifty zit in een  verpakking die volgens Diviande het plasticverbruik met 80 procent terugdringt.

Diviande is een internationale vleesproducent, ingericht voor het portioneren en vacuüm verpakken voor retail, horeca, cash en carry en de leisure markt. 

 

Yuka app voor gezonde producten krijgt steeds meer aanhangers

Yuka 56823215_706629083086532_8311052040369340416_nYuka, een Franse app die de gezondheidsscore van producten aangeeft, krijgt steeds meer aanhangers. Wereldwijd raadplegen al 11,5 miljoen consumenten de gratis app.

Yuka scant met de smartphone de streepjescode van een product en toont dan een gezondheidsscore, aangevuld met kleurcodes. Producten krijgen punten voor de voedingskwaliteit op basis van calorieën, suiker, zout, verzadigde vetten, eiwitten en vezels , voor de afwezigheid van al dan niet schadelijke additieven en voor het al dan niet biologisch zijn van het product. Yuka vermeldt nu 450.000 producten.

De app is nog niet beschikbaar voor de Nederlandse consument. De Belgische klant kan Yuka sinds dit voorjaar in het Frans of het Engels raadplegen. Er zijn nu ongeveer  250.000 Belgen die de app op hun smartphone hebben.

Yuka telt in totaal ruim 11,5 miljoen gebruikers in Frankrijk, België, Zwitserland, Luxemburg, Spanje en Groot-Brittannië. Eind dit jaar volgen de VS en Canada.

Nutri-Score 30739332_1197247207073121_2009777964174016512_o

Nutri-Score

Ook Nutri-Score geeft de klant inzicht in de gezondheidsscore van een product. In Belgie is dit voedsekeuzelogo nu een jaar in gebruik, in Nederland is discussie over het al dan niet invoeren van het logo. Voedingsfabrikanten aarzelen, maar de supermarkten zien het etiket graag op producten in de winkel. Volgend jaar moet duidelijk zijn of Nutri-Score op de verpakkingen komt.

Albert Heijn online  

Albert Heijn wil dit najaar beginnen met vermelding van Nutri-Score op het online-assortiment. Dit om te kijken wat de reacties van klanten zijn en of Nutri-Score hen helpt een gezondere keuze te maken. Alle eigenmerk-producten op ah.nl krijgen na de zomer het Nutri-Scorelogo. Daarna wil Albert Heijn starten met productcategorieën in de winkel waarbij klanten graag geholpen worden met een gezondheidslogo zoals zuivel en ontbijtproducten.

Albert Heijn pleit sinds vorig jaar voor een landelijke invoering van de Nutri-score in Nederland na positieve ervaringen van zusterbedrijf Delhaize in België. “Sinds de afschaffing van het Vinkje mist een helder voedselkeuzelogo waarmee klanten worden geholpen als ze bij het schap staan”, vertelt Anita Scholte op Reimer, hoofd kwaliteit en duurzaamheid.  “Albert Heijn heeft diverse systemen bekeken en is een groot voorstander van de Nutri-score. Dit logo informeert klanten op een gedegen, duidelijke en volledige manier over de nutritionele waarden van het product. Het zou mooi zijn als dit logo wordt omarmd door de overheid, het bedrijfsleven en andere betrokken partijen.”

 

AgriFoodTech 11 & 12 december 2019: De nieuwste innovaties in de agrifoodbusinessketen

AgriFoodTechlogo2019

Op 11 & 12 december organiseert Mikrocentrum in de Brabanthallen in Den Bosch de vierde editie van AgriFoodTech. Het platform presenteert met een combinatie van de topsectoren High Tech Systemen & Materialen en Agri & Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen de nieuwste innovaties in de agrifoodbusinessketen.

De beurs en het congres brengen dit jaar de thema’s Food Factory of the future, de slimme kas, effectievere en efficiëntere machines, Big Data & ICT, Foodinnovations en Voedselveiligheid & -verspilling voor het voetlicht. De lezingen geven nieuwe inzichten over de kansen voor high tech en ICT-toepassingen waaronder robotica, materialen, coatings, vision, sensoren, aandrijftechnieken, grijpers, software, big data en IoT.

In de aanloop naar AgriFoodTech 2019 is er op 19 september bij Mikrocentrum in Veldhoven een gratis toegankelijke netwerk- en kennisbijeenkomst.

AgriFoodTech2019 richt zich op toeleveranciers, ontwikkelaars, ontwerpers, onderzoekers, OEM-ers, system integrators, dienstverleners en gebruikers uit de agrifoodbusinessketen.

Informatie: www.agrifoodtech.nl

Bioraffinage van gras: voor eigen bedrijf of in veevoerproduct

Boeren kunnen op termijn in de regio machines gras laten verwerken voor gebruik op het eigen bedrijf of voor nieuwe producten voor gericht voedermanagement die Grassa samen met Fransen Gerrits ontwikkelt. Veehouders kunnen door bioraffinage de samenstelling van het voer beter afstemmen op de behoefte van de dieren.

Grassa wil samen met het mengvoederbedrijf in Erp de bioraffinage van gras verder opschalen tot veevoerproducten. Eind dit jaar worden de eerste producten voor gericht voedermanagement verkrijgbaar. “Het gaat om een graseiwitconcentraat voor toepassing in bijvoorbeeld pluimveevoeders of in krachtvoer voor melkvee, een ingekuild grasvezelproduct voor rundvee en een prebioticum rijk aan fructose oligo-sacchariden voor toepassing in voeders voor jong vee en petfood”, aldus Peter van Paridon, ceo van Grassa.

“Het graseiwitconcentraat ofwel eiwitfractie vanuit gras heeft een mooi aminozuurprofiel en een verteerbaarheid die vergelijkbaar is met soja eiwitconcentraat. Deze stroom is daarmee erg geschikt voor bijvoorbeeld pluimveevoeders en biggenvoer, maar hij kan ook worden teruggevoerd via het rantsoen van de melkveehouder”, verklaart Jan van Haperen, hoofd Nutritie van Fransen Gerrits.

“Verder komt er vezelkoek ofwel vezelfractie in balen of eventueel in de nabije toekomst in brokvorm op de markt. Een perfecte grondstof om structuur aan te vullen in rantsoenen voor met name herkauwers.”

“Veehouders kunnen door bioraffinage de samenstelling van het voer beter afstemmen op de behoefte van de dieren. Daarnaast kunnen we lokaal goed verteerbaar non-GMO eiwit produceren waarmee soja uit Zuid-Amerika kan worden vervangen”, reageert Van Paridon op de vraag wat de boeren hebben aan gerichter voeren.

FOS, de derde stroom die uit de raffinage voor veevoer beschikbaar komt, is met name sap van het gras met een hoog aandeel aan fructo-oligosacchariden. Deze hebben een prebiotische werking in de darmen van bijvoorbeeld jonge biggen of in producten voor petfood.

Grassa carbery shinagh farm walk115 (2)

(Beeld: MacMonagle-macmonagle.com)

Bioraffinage: antwoord op VLOG en Kringloopwijzer

Lokale boeren kunnen nu zelf gras voor bioraffinage aanleveren bij de verwerkingslocatie van Grassa in Holwerd. Gras verwerken kan op termijn regionaal met kleinschalige machines, verwacht Van Paridon. Het product is dan bestemd voor gebruik op eigen bedrijf of voor nieuwe producten voor gericht voedermanagement die Grassa samen met mengvoederbedrijf Fransen Gerrits ontwikkelt.

“Er komen nogal wat vragen op melkveehouders af vanuit onder meer afnemers, retail en overheid als het gaat om het voeren van de koeien. Denk aan VLOG, de Kringloopwijzer, maar daarnaast ook aan een mogelijke verschuiving naar grondstoffen vanuit EU-28 en 65 procent van eigen bodem”, aldus Jan van Haperen.

“Door zoveel mogelijk gras van eigen bodem – in wat voor vorm dan ook — in rantsoenen te kunnen voeren geeft dat voordelen en kunnen veehouders voor het grootste deel aan deze vraag voldoen. Door grondstof in meerdere fracties uit elkaar te trekken en gerichter weer in te zetten kunnen zij daarnaast een plus bereiken qua stikstof- en fosforefficiëntie.”   

Raffineren in eigen regio

“Lokale boeren kunnen zelf gras aanleveren bij de Grassa verwerkingslocatie in Holwerd, geeft de ceo aan. “Uiteindelijk zullen wij met relatief kleinschalige machines regionaal gaan verwerken.”

Grassa carbery shinagh farm walk115 (1)

“Op deze manier kan een melkveehouder er bijvoorbeeld voor kiezen om een aantal hectare van het totaal grasareaal te raffineren en de rest bijvoorbeeld in te kuilen. Hij kan er ook voor kiezen om de latere snedes te raffineren om toch meer voedingswaarde ook uit deze snedes te kunnen halen”, aldus Van Haperen.

Grassa gaat eind dit jaar de eerste commerciële volumes leveren met een installatie die ongeveer 4 ton gras per uur verwerkt. Begin volgend jaar zal dat worden uitgebreid tot 12 ton per uur en daarna zal snel verder worden opgevoerd, voorziet Van Paridon.

 

Bijdragen aan circulaire economie

Het mengvoederbedrijf in Erp heeft volgens de ceo van Grassa de mogelijkheden van bioraffinage voor een bijdrage aan de circulaire economie vroeg ingezien en besloten mee te investeren in Grassa. “Daarnaast zal Fransen Gerrits als eerste mengvoederfabrikant de Grassa producten gaan toepassen. De nauwe samenwerking met een belangrijke speler in de mengvoederindustrie zal essentieel zijn voor de snelle groei van Grassa.”

“Vanwege de ontwikkelingen die wij waarnemen in de markt zijn wij op zoek gegaan naar goede alternatieve eiwitbronnen binnen Noordwest-Europa. Gras is nog altijd een van de meest efficiënte eiwitbronnen in deze regio. Met name de mogelijkheid voor een bijdrage aan circulaire economie door het terug voeren van grondstoffen naar melkveehouders was voor ons een argument om ons hier verder in te verdiepen.”

Van Haperen: “Naast het participeren in Grassa bestaat de rol van ons met name in de nutritionele verwaarding en ook in eerste instantie afname van de producten. Zoals gezegd kunnen we eiwitconcentraat en de fructo-oligosacchariden gedeeltelijk inzetten in onze biggenvoeders. Daarnaast kunnen wij als Victoria Mengvoeders, onze merknaam voor rundveevoeders, dit concept aanbieden aan onze melkveehouders. Op deze manier helpen wij hen vooruit met het invullen van vragen vanuit afnemers en overheid. Daarnaast kunnen we er mede op deze manier voor zorgen dat melkveehouders positief scoren op stikstof- en fosforefficiëntie.”       

Grassa, gevestigd op het Bio Treat Center in Venlo, kreeg samen met co-investeerders Fransen Gerrits, het LIOF Brightlands Venture Partners en de aandeelhouders een financiering van € 2 miljoen voor het project voor de opschaling tot veevoerproducten.

 Ook uit groenteresten  

“Plantaardig eiwit en vezel zijn ook in humane voeding essentieel. Grassa heeft al eerder aangetoond dat eiwit uit spinazie of kool uitstekend kan worden toegepast in een vleesvervangend product als groentenuggets. In deze fase is onze commerciële focus primair gericht op toepassing in diervoeding, maar daarnaast zal de ontwikkeling van producten en toepassingen voor humane voeding doorgaan” zegt Van Paridon over de plannen van Grassa richting voedingsindustrie.

Zo zette Grassa samen met Proverka en Dalco een keten op om groentenuggets met eiwitconcentraat uit groenteresten op de markt te brengen. Proverka verzamelt en verwerkt groentereststromen tot onder meer sappen en Dalco is gericht op de productie van maaltijdcomponenten uit reststromen. Concrete andere producten zijn nog niet uitgewerkt. Wel is het plantaardig eiwitconcentraat een geschikt alternatief voor dierlijk eiwit in verwerkte producten als soepen en sauzen.

 

 

Nutritional Concepts Lab verwerkt agf tot gezonde gepersonaliseerde voeding

Het Nutritional Concepts Lab in Venlo verwerkt groenten en fruit tot voeding. Uitgangspunt hierbij is dat de bioactieve stoffen die in het uitgangsmateriaal aanwezig zijn behouden blijven. Deze stoffen hebben een preventieve werking op de weerstand tegen de verschillende welvaartsziekten.

De R&D faciliteit, een van de nieuwe onderzoekslaboratorium op de Brightlands Campus in Venlo, ontwikkelt innovatieve mixen die worden ingezet in de humane interventietest met Universiteit van Maastricht. Doel van het onderzoek is het wetenschappelijk aantonen dat de verschillende bio actieve stoffen specifiek weerstandverhogende effecten genereren tegen diverse welvaartsziekten. Uiteindelijk leveren ze in de praktijk toekomstig een bijdrage aan het gezond ouder worden.

Brightlands Campus Greenport Venlo i275411Brigh10_519234505142964_589323410790596109_n 

De nieuwe R&D locatie op de Brightland Campus is een installatie van 10 meter hoog die regionale groenten en fruitproducten bewerkt waarbij de gezonde inhoudsstoffen behouden blijven.

De installatie is een aanscherping van de  Smoodtechnologie die Henri Michiels zo’n vijf jaar geleden ontwikkelde. De voormalig directeur en aandeelhouder van machinefabrikant Dinnissen ontwikkelde Smood, een voedingsconcept ontstaan vanuit de basisgedachte dat verse producten zoals groenten en fruit gezond, maar tegelijkertijd beperkt houdbaar zijn. De Smoodtechnologie maakt deze versproducten  langer houdbaar, terwijl vitaminen en andere gezonde bestanddelen behouden blijven.

De installatie in het Nutritional Concepts Lab biedt de volgende gecontroleerde processen: mengen, drogen en coaten. Het proces vindt geconditioneerd plaats via een vacuüm coatingtechnologie en door op een lage temperatuur te processen. Door het proces onder de 40°C te houden behoudt het product smaak, vitaminen en andere voedzame stoffen en blijven deze beschikbaar in het eindproduct. De bewerkte producten zijn ongeveer een jaar houdbaar.

‘’Het proces heeft vele manieren van bereiden van producten: separaat of in combinatie, met over- en onderdruk en verwarmen via wokken, au bain marie en dergelijke’’, vertelt directeur Raymond Nolet van Mifood die de procesinstallatie beheert.

‘’Het verwerken van groente en fruit met behoud van bio actieve stoffen tot voeding met een preventieve werking heeft gezondheidseffecten op mensen met diabetes, hart- en vaatziekten en bepaalde kankersoorten”, aldus Nolet. De producten zijn leverbaar in pearls met een stevige lading groente en fruitbestanddelen en zonder toegevoegde suikers. Ook geëxtrudeerde producten met een gezonde coating als basis voor diverse producten zoals over de salades en in soepen en maaltijden zijn mogelijk.

Zelf testen

 Geïnteresseerde voedingsmiddelenfabrikanten kunnen zelf testen in het NCL of er hun eigen producten aangevuld met de Dinnissen technologie Iaten vervaardigen. Productieruns zijn mogelijk tot 100 kilo per batch. Raymond Nolet: “Onze faciliteit is tweeënhalve dag per week beschikbaar voor bedrijven die willen innoveren. Zij worden begeleid door ons team van operators”.

De producten worden na de R&D fase in Venlo op de werking en effecten van de bioactieve stoffen getest in de labs in Venlo. Daarnaast worden bij UM in Maastricht humane interventietesten uitgevoerd. Er start een drie jarig onderzoek onder 200 consumenten naar de gezondheidseffecten van de groenten- en fruitmixen.

De vier campussen van Brightlands zijn een initiatief van de provincie Limburg, verschillende Limburgse onderwijsinstellingen, Maastricht UMC+ en bedrijven in de regio.

Het nieuwe Nutritional Concepts Lab is het tiende onderzoekslaboratorium op de Brightlands Campus in Venlo. Er zijn tot nu toe 52 bedrijven en instellingen gevestigd op de locatie.

Avebe groeit mee in de marktvraag naar plantaardig

    Avebe-head-office-small-576x275

Aardappeleiwit heeft ijzersterke troeven in wereldwijde behoefte voedingseiwit

Ria Besseling

Avebe opende afgelopen zomer een nieuwe productielijn voor voedingseiwit Solanic in de fabriek in Gasselternijveen. Het concern wil met de nieuwe lijn de plantaardige eiwitproductie voor humane voeding verder uitbreiden. De reden: de wereldwijd groeiende marktvraag naar plantaardig.

Aardappeleiwit: een restproduct dat vroeger goed was voor afvoer, daarna voor veevoer en sinds een jaar of tien past het steeds beter als hoogwaardig ingrediënt voor voeding. Avebe gaat volop mee in die toenemende waardering voor het plantaardig eiwit. Het concern speelde hierop vorig jaar in met het verruimen van de productiecapaciteit en met nieuwe productconcepten.

Aardappeleiwit heeft minstens drie ijzersterke troeven: het bezit een hoge voedingswaarde en dezelfde functionele eigenschappen – schuimen, emulgeren en geleren – als dierlijk eiwit en het heeft een riante voorsprong als duurzaam ingrediënt.

Het aardappelbedrijf bouwde met productconcepten als Solanic al meer dan tien jaar een solide naam op in de markt. In dit concept is aardappelzetmeel behandeld met een enzym dat producten als zuivel een volle romige textuur geeft. Het Etenia-concept bevat geen e-nummer en geeft mogelijkheden om clean label concepten voor uiteenlopende toepassingen te ontwikkelen. 

 ‘Avebe wil zich positioneren als expert op het gebied van textuur van plantaardige alternatieven’

Groei in goede voeding

In haar nieuwe strategie Binden & Bouwen 2.0 zet Avebe groei in goede voeding centraal. Dit betekent voor het bedrijf groeien in voedingsingrediënten die gezond en duurzaam zijn. Eiwit met het merk Solanic, zetmeel met de merken Etenia en Eliane en combinaties van beide zoals Perfectasol vormen een uitstekend ingrediënt in alternatieven voor vlees. Om te kunnen voldoen aan de groeiende marktvraag verdubbelde het concern de productiecapaciteit met de nieuwe Solanic productielijn in Gasseltenijveen. Het concern investeerde in totaal 55 miljoen euro voor uitbreiding van de eiwitproductie en verduurzaming van de productiecapaciteit. Dat gebeurt onder meer door sap na de aardappelverwerking te zuiveren tot proceswater.

De vegetarische markt wordt een grotere afnemer van aardappeleiwit. Zo gebruikt De Vegetarische Slager het eiwit als ingrediënt ter vervanging van kippeneiwit in de plantaardige Roockworst die dit jaar is gelanceerd. Aardappeleiwit zorgt voor een goede textuur en stevigheid en draagt het plantaardige label.

“Avebe heeft in haar strategie tot 2023 de focus op duurzame en gezonde voeding gericht. Dit past uitstekend bij de trend dat consumenten steeds vaker plantaardige producten eten in plaats van dierlijke producten. Ze beseffen dat minder vlees eten goed is voor mens, dier en milieu”, aldus marketing manager Jaap Harkema. “Dan heb ik het niet alleen over vegetariërs en veganisten, maar ook over een grote groep flexitariërs: mensen die een paar keer week geen vlees te eten omdat ze bezig zijn met dierenwelzijn, duurzaamheid of hun eigen gezondheid. De consument wil meer keus en betere kwaliteit”.

 

Avebe pizza-topping-576x275

De ingrediënten van Avebe komen terug in uiteenlopende voedingsproducten

“Dit stelt de voedingsproducent voor uitdagingen: wanneer je een product ‘ombouwt’ van dierlijk naar plantaardig veranderen textuur, smaak en voedingswaarde. Avebe wil zich positioneren als expert op het gebied van de textuur van plantaardige alternatieven voor vlees, zuivel, zoetwaren, sauzen en bakkerijproducten. Al onze producten, aardappelzetmeel, -eiwit en –vezels, zijn uiteraard plantaardig maar ook allergeenvrij en uitstekend in staat om dierlijke grondstoffen als melk, ei of gelatine te vervangen zonder in te leveren op textuur en mondgevoel”.

Perfectasol D520 is hiervan een goed voorbeeld volgens Harkema. “Dit is een textuuroplossing  voor plantaardige pizzakaas die het smeltgedrag en mondgevoel van op melk gebaseerde kaas benadert. Maar dan duurzaam en vrij van E-nummers en allergenen. Avebe won met dit  concept in een combinatie van aardappelzetmeel en –eiwit vorig najaar de Most Novel Protein Ingredient Award op de Protein Summit van Bridge2Food.”

Perfectasol is ook geschikt voor een reeks alternatieven voor zuivel, zoals yoghurt, spreads, ijs, desserts en zelfs fetakaas die tot in Griekenland wordt toegepast. Ook voor gelatinevrije snoep, die als veggie wordt gepositioneerd, is het een oplossing. En we werken aan betere alternatieven voor vlees, de grootste potentiële markt. Veel plantaardige voedingsproducten op basis van Avebe ingrediënten zijn nu al te vinden in de schappen van de supermarkt.”

 ‘We werken aan de grootste potentiële markt: betere plantaardige alternatieven voor vlees’

Naar minder vet en suiker

Een ander voorbeeld is de wens om vet en suiker in voedingsmiddelen te reduceren ziet de marketing manager. ‘’Als je echter vet uit een product haalt verander je de textuur. Hierdoor is het zogenoemde mondgevoel van zo’n product anders: het voelt en smaakt minder romig. Avebe produceert zetmelen en eiwitten die helpen om dat te compenseren en het product net zo smakelijk te maken, ondanks dat er minder vet in zit. Deze ingrediënten zijn clean label en allergeenvrij. Avebe biedt voor dit soort situaties een totaaloplossing aan zijn klanten met niiet alleen een ander ingrediënt, maar een compleet nieuw recept. Zo nemen we productontwikkelaars van onze klanten tijd en werk uit handen.”

Avebe

‘Clean label zetmelen’

Productinnovaties met zetmeel en eiwit worden belangrijker  omdat consumenten steeds vaker willen weten wat er nu precies in de producten zit die zij eten. Harkema: “Mensen willen weten of wat ze eten gezond is of juist niet. Dan zien ze liever zo min mogelijk e-nummers op de etiketten omdat die een negatief imago hebben. Maar die e-nummers zitten er soms niet voor niets in en zijn niet allemaal kunstmatig. Avebe ontwikkelt zogenoemde ‘clean label zetmelen’. Die hebben de eigenschappen van zetmelen met e-nummers, maar kunnen gewoon als ‘zetmeel’ op het etiket vermeld worden. Daarnaast zijn de zetmelen en eiwitten die Avebe produceert allemaal plantaardig en allergeenvrij. De aardappel is dus een heel ‘schoon’ product. En dat wordt gewaardeerd door onze klanten. Wij zijn dan ook transparant in ons productieproces en welke grondstoffen wij gebruiken.”

Innovatiecentrum

Om een rol te blijven spelen in deze innovatieve markt opende Avebe afgelopen najaar het Innovatiecentrum op de Zernike Campus in Groningen. Harkema: “Hier hebben we onze interne afdelingen Marketing, Sales en Innovaties samengebracht en werken we intensief samen met de Hanzehogeschool, Rijksuniversiteit Groningen, startups en andere bedrijven.”

“We willen verder groeien in goede voeding. Ons aardappelzetmeel en aardappeleiwit voegen waarde toe voor onze klanten. We streven naar de beste oplossing en willen met onze innovaties aansluiten bij de behoeften en trends in de markt.

 

Plantaardige eiwitten: marktvraag in vlees, zuivel en gezond

De markt voor plantaardige eiwitten is volgens Jaap Harkema miljoenen tonnen groot en groeit hard met 5 tot 7 procent per jaar. “De traditioneel grootste bronnen zijn soja en tarwe. Erwt komt sterk op. En er verschijnen steeds meer nieuwe plantaardige eiwitten op de markt waar aardappeleiwit er een van is.”

“De markt zoekt naar plantaardige eiwitten die in staat zijn dierlijke eiwitten te vervangen die niet allergeen zijn – soja en tarwe zijn dat wel –  en die een hoge voedingswaarde hebben, vergelijkbaar met melkeiwit.”

De behoefte aan plantaardige eiwitten zal volgens hem stijgen in productsegmenten als vlees, zuivel en sport- en gezondheidsvoeding (dranken, repen, gepersonaliseerde voeding voor ouderen en patiënten etc). Door de vraag naar alternatieven voor vlees en zuivel groeien plantaardige eiwitten met dubbele cijfers op de markt voor levensmiddelen, zo blijkt uit het EU-rapport de ontwikkeling van plantaardige eiwitten in Europa.

Promoten voor voeding

Diervoeder blijft de belangrijkste afzetmogelijkheid (93 procent), maar op de markt voor plantaardige eiwitten is een aanzienlijke segmentatie ontstaan door de groeiende vraag in de sectoren hoogwaardige diervoeders en levensmiddelen. Een van de voorstellen van de Europese Commissie om de productie van plantaardige eiwitten te ontwikkelen is het promoten van de voordelen van plantaardige eiwitten voor voeding, gezondheid, klimaat en milieu. Dat gebeurt dit jaar met steun van bijna tweehonderd miljoen euro van het promotieprogramma van de Commissie.

 

 

 

 

Agrifirm werkt met Protix aan nieuwe concepten met insecten

ProtixOERei p-0dd9001d5c8e02451cba06418b7740738_view

Agrifirm werkt met Protix aan nieuwe concepten met insecten.  De initiatieven variëren van het ontwikkelen van concepten voor vleeskuikens, leghennen en varkens tot gerichte toepassingen voor een circulaire bodemverbeteraar.

Dick Hordijk, CEO van Agrifirm: “We zijn er trots op dat we onze krachten bundelen met die van een andere Nederlandse pionier op het gebied van circulariteit en duurzaamheid. Deze samenwerking past binnen de missie van Agrifirm om een verantwoorde voedselketen te creëren voor toekomstige generaties. De toekomst van voedsel dwingt alle spelers in het wereldwijde voedselsysteem om opnieuw te kijken naar hun oude ideeën over hoe voedsel wordt gemaakt, waar het vandaan komt en of het echt gezond en duurzaam is. Een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties kan alleen worden gerealiseerd indien alle spelers daadwerkelijk bereid zijn hun gewoonten te veranderen. Een verantwoordelijkheid die ook zakelijke kansen met zich meebrengt. Wij zijn van mening dat hier een mooie kans ligt voor het ontwikkelen van meer concepten als OERei, een innovatief eiconcept dat Protix enkele maanden geleden succesvol op de markt heeft gebracht.” 

Protix is de eerste en grootste producent van gecertificeerde, hoogwaardige en duurzame ingrediënten gemaakt uit insecten. Producten ProteinX, LipidX en Bloosom worden gemaakt in een productiefaciliteit van wereldklasse en zijn gebaseerd op de zwarte soldatenvlieg. Met hun pioniersmentaliteit en gedrevenheid om een maatschappij te realiseren met een kleine ecologische voetafdruk, willen ze het huidige voedselsysteem op de helling zetten en rigoureus verbeteren.

Tarique Arsiwalla, oprichter en Chief Commercial Officer van Protix: “Met Agrifirm hebben we een waardevolle partner, nieuwe klant en leverancier gevonden, met veel kennis en ervaring. Het bedrijf heeft een duidelijke ambitie om te zorgen voor positieve en blijvende verandering, door een voedselsysteem te realiseren dat duurzamer en meer circulair is. We zijn er trots op dat we elkaar bij die missie kunnen steunen.” Ronald van de Ven, directeur van Agrifirm Noord-West Europa: “De op resultaatgerichte cultuur van Protix past goed binnen onze ambities. We breiden ons onderzoek uit met hun ingrediënten en ontwikkelen innovatieve nieuwe producten en concepten voor houders van kippen, leghennen en varkens, zowel in Nederland als daarbuiten. Ook verbreden we ons bereik om het volledig potentieel te ontdekken van de natuurlijke bodemverbeteraar van Protix – met een hoog gehalte aan organische stoffen – en de bijkomende eigenschappen ervan. We gaan uitgebreid onderzoek in het veld doen en samenwerken met het team van Protix om dit verder te vermarkten in de vorm van nieuwe producten die zowel goed zijn voor ons als voor de planeet.” Deze aankondiging volgt op een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding die Protix op dit moment in Nederland realiseert en die in het tweede kwartaal van 2019 operationeel zal zijn.

Royal Agrifirm Group

Met meer dan 3000 betrokken medewerkers draagt Royal Agrifirm Group bij aan een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties. Wij leveren meetbare, relevante en duurzame waarde op het boerenerf, op de akker en aan de voederindustrie. 120 jaar geleden opgericht in Nederland, zijn we nu een agrarische coöperatie met een internationaal netwerk van dochterbedrijven in 16 landen in Europa, Zuid-Amerika en Azië en een wereldwijd distributienetwerk. Binnen deze regio’s opererend onder de lokale merken: Agrifirm, Nuscience, Nutral, Nutrifarma, Preconex, Lusai, Cehave Korm, Bonda en Oldambt.

Met kwalitatief hoogwaardige diervoeders, premixen, concentraten, mineralenmengsels en additieven voor de veevoederindustrie, producten voor gewas- en teeltverbetering, dier- en gewasspecifieke digitale oplossingen en professioneel advies, bieden we nutritionele oplossingen voor ondernemende veehouders, integraties, voerbedrijven, distribiteurs en teeltoplossingen voor telers. Wij willen de nummer één kennis- en oplossingsgerichte partner zijn voor onze klanten op het gebied van veevoeders, teelten en dier-, plant- en bodemgezondheid. Better Together!

Protix

Sinds de oprichting in 2009 is het Protix missie om het voedselsysteem terug in balans met de natuur te brengen: circulariteit en gebruik van natuurlijke grondstoffen staan hierbij centraal. Het bedrijf produceert eiwitten en andere hoogwaardige nutrienten uit insecten. Deze insecten worden gekweekt op plantaardige reststromen; hierdoor wordt tegelijkertijd een bijdrage geleverd aan het terugdringen van voedselverspilling. Door hoogwaardige nutrienten uit insecten op een betrouwbare basis te leveren aan klanten maakt Protix vandaag al blijvende impact. We zijn trots op onze innovatieve veevoer concepten waarbij stappen voorwaarts gezet worden op zowel footprint als dierenwelzijn.

 

 

Vleeswarenfabrikanten Kips en Stegeman schakelen naar vega

Vleeswarenfabrikanten Kips en Stegeman schakelen naar de vegetarische markt. Kips zet met vegetarische vleeswaren de stap naar vegan, terwijl Stegeman Vollof vleeswaren met een aandeel groenten lanceert. Beide fabrikanten spelen in op de markt van vleesvervangers die een sterke groei laat zien. De consumptie van vleeswaren en vleesproducten staat daarentegen onder druk.

Kips introduceert vier vega-producten: vegetarische leverworst, paté, smeerleverworst en filet americain. Het is het eerste vega assortiment van het leverworstmerk. Vanaf eind dit jaar ligt het een jaar lang exclusief in de schappen van Albert Heijn.

Kips kleintje smeerworst vegaKips filet americain vega

 

 Kips speelt met de vega-producten in op veranderende consumentengewoonten. Jo-Anne van der Laan: “Wij constateren al geruime tijd dat de consumptie van vlees jaarlijks iets terugloopt. Flexitariërs kiezen ervoor af en toe geen vlees te eten. Wij spelen daarop in door nu ook vega-producten onder het Kips-merk te brengen. Daarbij mikken we op een brede doelgroep; ook vegetariërs en veganisten, want er zitten geen dierlijke eiwitten in deze nieuwe Kips-producten.”

Vollof met 30 procent groenten

Stegeman lanceert Vollof, een reeks nieuwe vleeswaren met 30 procent groenten: boterham- en grillworst, gehakt, Gelderse gekookte worst, leverworst en filet americain. De producten zijn verkrijgbaar bij de grotere Albert Heijn-filialen en online via AH.nl. Begin volgend jaar komen hier drie producten bij: palingworst, kookworst en smeerleverworst.

Stegeman-Vollof Pop up

 Groente vervangt deels vet

De Vollof-producten bevatten tot 65 procent minder vet, maar zijn naar eigen zeggen net zo smakelijk en makkelijk in het dagelijks gebruik als vergelijkbare reguliere vleeswaren. Groente als gedeeltelijke vervanger van vet is het kenmerk van de nieuwe lijn traditionele vleeswarenproducten van Stegeman Vollof.

De Deventer vleeswarenfabrikant speelt met Vollof in op de groeiende behoefte van de Nederlandse consument aan verantwoorde voedingskeuzes die passen bij een evenwichtiger eetpatroon.Theo Toering van Stegeman: ‘Consumenten zijn zich steeds bewuster van wat ze eten en daar spelen we met Stegeman Vollof op in. We bieden de consument met Stegeman Vollof de mogelijkheid om te genieten van vleeswaren die echt aanzienlijk minder vet bevatten door hier groente aan toe te voegen.’

Bij de ontwikkeling van Stegeman Vollof was het de kunst om te zorgen voor minder vet, meer groente, vitaminen en vezels en tegelijk de smaakbalans te behouden. De producten bevatten eenderde aan groente – bij smeerleverworst is dat zelfs de helft – en tot zelfs 65 procent minder vet dan het marktgemiddelde.

Over Kips

Kips, onderdeel van Zwanenberg Food Group, produceert naast leverworst ook andere vleesproducten, snacks en vleeswaren. Zwanenberg Food Group is een voedingsmiddelenconcern met 1600 medewerkers en een omzet van circa € 400 miljoen.

Het concern produceert  soepen, sauzen en vegetarische producten.  Daarnaast exporteert Zwanenberg vleesconserven (onder andere onder de merknaam Zwan) naar meer dan honderd landen wereldwijd. Er zijn eigen productielocaties in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.  

Over Stegeman

Stegeman levert vanuit de locaties in Deventer en Wijhe droge worsten, verpakte vleeswaren – voornamelijk onder private label, spreads, maaltijdcomponenten en vegetarische producten. Stegeman is sinds 2008 onderdeel van  Campofrio Food Group, vooraanstaand vleesverwerkende bedrijf in Europa en een van de vijf grootste vleesverwerkende bedrijven in de wereld. Campofrio is met acht verschillende business units actief in Europa en de VS. Deze zijn gevestigd in: Spanje, Italië, Portugal, VS, Duitsland, België, Frankrijk, Nederland en een joint venture in Roemenië.

Het Vinkje mag niet meer, pleidooi voor Nutri-Score

 

Tekst: Ria Besseling

Voedingswaardelabels: trekt ieder land zijn eigen plan?

Europese foodfabrikanten zijn nu bijna twee jaar verplicht om de voedingswaarde op het etiket van voedingsproducten te vermelden. Deze etikettering betekent een mooie stap vooruit naar een uniforme Europese regelgeving. Maar qua vorm van het label en eventuele logo’s trekken diverse landen hun eigen plan. Gaat Nederland met Nutri-score de Fransen en Belgen achterna?

Nutri-Score 30739332_1197247207073121_2009777964174016512_o

Wat gaat Nederland nu doen? De voedingsindustrie gebruikte het Vinkje, maar dat mag dus binnenkort officieel niet meer op producten staan. Het wachten is op een besluit van VWS of er een ander logo moet komen. “Op dit moment zijn producenten die het vinkje gebruikten het logo aan het uitfaseren”, zegt het FNLI in een reactie. “Daarmee is er in Nederland geen voorkeursysteem meer voor additionele informatie over voedingswaarden. Omdat de meeste systemen genotificeerd moeten worden door de Nederlandse overheid bij de Europese Commissie in Brussel is VWS aan het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Wij vinden verder onderzoek verstandig, omdat er nog onduidelijkheid is over wat consumenten het beste zou helpen en welk systeem het meeste draagvlak heeft in Nederland.”

Foodwatch heeft een oproep staatssecretaris Blokhuis van VWS gedaan om snel tot een standpunt over een nieuw onafhankelijk voedingslabel te komen dat het Vinkje op voedseletiketten moet vervangen.
De voedselwaakhond vindt Nutri-score – naast het Britse verkeerslichtsysteem – een goede kandidaat, mits het aan fabrikanten wordt opgelegd om op al hun voedseletiketten te vermelden.

De Consumentenbond is blij dat het Vinkje op voedselverpakkingen verdwijnt, maar wil dat er snel een alternatief komt. Consumenten hebben behoefte aan een logo dat gezonde keuzes makkelijker maakt, zo blijkt. De Consumentenbond legde ruim 1600 consumenten vier keer twee ontbijtgranen voor. Op het oog vergelijkbare producten, zijn niet altijd even gezond. Consumenten kozen vaker voor het gezondere product wanneer het Franse Nutri-Score logo of het Britse Verkeerslichtensysteem op de verpakkingen stond.  Zo’n 62 procent van de ondervraagde consumenten denkt met een voedselkeuze logo op de voorkant van verpakkingen  gemakkelijker een keuze te kunnen maken. Consumenten hebben bij een nieuw logo voorkeur voor kleurcodes. Zij willen ook dat een nieuw logo op gezonde en ongezonde producten staat  en dat het onafhankelijk van het bedrijfsleven ontwikkeld wordt.

Voedingswaardelogo’s, Europees of per land?

En wat doen andere landen  met voedingswaardelogo’s? In diverse landen verschijnen eigen logo’s en labels voor nutritioneel etiketteren van de hoeveelheid calorieën, vetten, verzadigde vetten, koolhydraten, suikers, proteïnen en zout. Terwijl een erkend en betrouwbaar Europees voedingswaardelabel eigenlijk beter past in een uniforme markt. Gaat ieder land het anders doen? In Nederland hanteerden we lange tijd het Ik Kies Bewust-logo, beter bekend als het Vinkje, maar dat mogen fabrikanten vanaf oktober niet meer op producten zetten. Nu gaan er stemmen op om het kleurensysteem van Nutri-Score in te voeren. Dit label geeft met een letter en een kleur, gemeten naar de hoeveelheden voedingsstoffen en ingrediënten, een beeld hoe gezond of ongezond een product is. De consument kan een product met dit logo snel en eenvoudig bestempelen tot gezond of minder gezond.

 

Heldere boodschap

 

Het Voedingscentrum heeft geen voorkeur voor de vorm van het logo. “Elk logo heeft voor- en nadelen die goed bestudeerd moeten worden. Om naar consumenten een heldere boodschap te communiceren, is het belangrijk dat alle producenten en winkels meedoen, de consument begrijpt wat het logo betekent, het logo de consument aanspreekt en het voor de consument duidelijk is dat voedingsmiddelen uit de Schijf van Vijf de meeste gezonde keuze zijn. Deze randvoorwaarden zijn ook belangrijk om te voorkomen dat consumenten minder vertrouwen in het etiket krijgen”, aldus Wieke van der Vossen, expert voedselveiligheid en etikettering van het Voedingscentrum.

Over de invloed van verschillende etikettering of gebruik van een logo door bedrijven die produceren voor verschillende Europese landen is de expert van het Voedingscentrum duidelijk: “De etiketten met voedingswaardes zijn in verschillende landen nu al anders, bijvoorbeeld alleen al in de taal. Dit zou volgens ons geen belemmering hoeven te zijn omdat bedrijven hier nu al op ingesteld zijn.”

 

In Europa is het dus verplicht om de voedingswaarde op het etiket te vermelden zoals aangegeven in de wet Voedselinformatie (Vo. 1169/2011). Maar binnen deze wetgeving is het gebruik van een logo niet verder uitgewerkt. Als het om logo’s gaat zijn er twee Europese wetten van belang: de wet Voedselinformatie en de Claimswetgeving (Vo. 1924/2006). “Er is verder niet in deze wetten vastgelegd welke logo’s gebruikt mogen worden en hoe dit is geregeld. Wel zijn er bijkomende eisen. De EU-commissie heeft bij het systeem Nutri-Score aangetekend dat de groene A-score eigenlijk een claim is die bij de commissie moet worden meegedeeld voor gebruik in het land.” De kanttekening houdt in dat een land moet melden wanneer het die groene A-score als claim voor gezonde producten gaat gebruiken.

 
 

Nutri-Score: twijfels in België

 

Zijn wij in Nederland in afwachting van een logo na het Vinkje, de Belgen besloten onlangs om Nutri-Score in te voeren. Supermarkten in Belgie introduceren Nutri-Score nu in de winkels. Delhaize vermeldt het label de komende jaren op steeds meer huismerkproducten en klanten van Colruyt-formules kunnen met de SmartWithFood-app de Nutri-Score van producten nagaan.

Voedingswaarde etikettering 27303 Bami goreng Boni Selection

Bami goreng, een van de eerste Boni Selection-producten met Nutri-Score label die Colruyt in de schappen brengt. (Beeld: Colruyt)

 

Toch weifelt de Belgische voedingsindustrie. Belgische foodfabrikanten geven de voorkeur aan Europese wetgeving. Als ieder land op eigen houtje te werk gaat, wordt exporteren mogelijk moeizaam. Verder bestaat de kans dat fabrikanten van ongezonde producten consumenten niet waarschuwen voor grote hoeveelheden suiker, vet en zout in hun producten. Waardoor het label minder betrouwbaar wordt voor consumenten.

Toch besloot de Belgische minister van Volksgezondheid Maggie De Block deze zomer om Nutri-Score in te voeren. Voedingsbedrijven bepalen weliswaar vrijwillig of ze het label gebruiken, maar het ministerie verwacht dat de Belgische industrie hiervoor kiest.

 

Naar Frans voorbeeld

 

België volgt met de introductie van Nutri-Score Frankrijk dat er sinds vorig jaar mee werkt en het systeem verder heeft ontwikkeld. Nutri-Score is gebaseerd op het verkeerslichtensysteem Traffic Light dat de Britse gezondheidsdienst FSA in 2007 al ontwikkelde. Dit label laat vier aparte kleuren zien voor de ingrediënten vet, verzadigd vet, suiker, zout.

Nutri-score 1

Ook de Fransen beschouwen de Europese regels over consumenteninformatie voor voedingsmiddelen als wettelijke basis. Deze bepalen onder meer dat landen eigen systemen kunnen invoeren zolang deze vrijwillig blijven. Maar dat geldt dus alleen voor producten die in het land zelf op de markt komen. En zo zien de Fransen dat ook met Nutri-Score. Toch zijn grote internationale merkfabrikanten als Bonduelle en Danone gestart met het systeem. Andere internationale concerns als Unilever, Mondelȇz, Nestlé, PepsiCo en Coca-Cola zien daarentegen niets in het label. Zij onderzoeken in een bredere EU-context of Evolved Nutrition Label initiatief ofwel vermelding van voedingswaarden op basis van kleuren en porties, consumenten zou kunnen helpen bij het maken van gezondere keuzes.

 

Logo alleen niet genoeg voor gezonder kiezen

Het Voedingscentrum geeft aan dat een voedselkeuzelogo alleen niet genoeg is om mensen gezonder te laten kiezen. “Het is een middel om mensen te laten zien wat gezondere producten zijn. Maar het is niet wetenschappelijk aangetoond dat voedselkeuzelogo’s ervoor zorgen dat mensen vaker voor gezondere producten kiezen. Een voedselkeuzelogo kan daarom onderdeel zijn van een integrale aanpak, maar er is meer nodig om mensen gezonder te laten kiezen”, aldus Van der Vossen.

Ook het instituut anses (agence Française de sécurité sanitaire de l’alimentation) onderzocht de impact van de keuzes die consumenten maakten en oordeelde dat op basis van de huidige kennis niet kan worden aangetoond dat dergelijke systemen ook invloed hebben op de volksgezondheid.

 

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2019 Ria Besseling