Agrifoodclicks

Versketens werken samen voor een betere data-uitwisseling

Vijf dingen die we moeten weten over FreshUpstream

Versproducenten gaan voor in de keten -  tussen de schakels van boer, tuinder, veehouder, visser, verwerker, handel en logistiek – samenwerken om data beter ketenbreed te kunnen delen.

Deze samenwerking in de stichting FreshUpstream is nieuw, want tot nu toe delen vooral producent en retailer gegevens. Vijf dingen die we volgens programmamanager Harrij Schmeitz en voorzitter Philip den Ouden moeten weten over FreshUpstream.

1 – De participerende partijen
GS1 Nederland is een drijvende kracht achter het
platform en de belangrijkste sponsor. Diverse brancheorganisaties
ondersteunen de stichting FreshUpstream: het Groenten-
Fruit Huis, de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie
(FNLI), Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO
Nederland), het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL)
en FrugICom. Ook bedrijven als Vion en Fruitmasters doen
mee.
De stichting FreshUpstream werkt intensief samen met en
draagt bij aan het onderzoeksproject Trusted Source over
betrouwbare informatie over voeding, opgezet door het
Ministerie van Economische zaken en Wageningen UR.
Versketens werken samen aan data-uitwisseling
Versproducenten gaan tussen de schakels van boer, tuinder, veehouder, visser, verwerker,
handel en logistiek samenwerken om data beter ketenbreed te kunnen delen. Deze samenwerking
in de stichting FreshUpstream is nieuw, programmamanager Harrij Schmeitz en
voorzitter Philip den Ouden brengen ons op de hoogte.

2 – De doelen
FreshUpstream wil voor diverse versketens
ketenbreed de GS1-standaarden toepassen. De standaarden
worden nu vooral toegepast in de keten voor AGF-producten.
In andere ketens – zuivel, vlees, vis – is dit minder. Natuurlijk
wordt er op veel plaatsen gewerkt aan het delen van informatie.
Dit is erg gefragmenteerd en de initiatieven sluiten niet op
elkaar aan. Versketens hebben in het delen van informatie nu
vooral te maken met informatie over product, volumes, aantallen,
logistieke info en dergelijke.
In de AGF-keten is door ketenpartijen zelf, door het oprichten
van FrugIcom, het initiatief genomen om het delen van informatie
sterk te verbeteren door een breed draagvlak voor
bestaande standaarden, vooral de GS1-standaarden, te bou-
wen. FreshUpstream bouwt voort op die ervaring waar
FrugICom in de AGF-keten al jaren GS1 als standaard hanteert
en nu werkt aan een verdere internationalisering van datauitwisseling
in de AGF-sector.
Door uit te gaan van bestaande en goed werkende standaarden
en deze in alle versketens toe te passen, kan efficiënt worden
gewerkt en kunnen kosten en tijd worden bespaard. Door dezelfde
DigiTaal te gebruiken, wordt communicatie niet alleen
binnen ketens, maar ook tussen ketens, sterk bevorderd.
GS1 fungeert daarbij als onafhankelijke organisatie die wereldwijd
afspraken over verschillende identificatiestandaarden (bijvoorbeeld
voor product en productcategorie of productielocatie) en
informatiestandaarden (welke informatie staat waar?) ontwikkelt
en vastlegt voor het effectief uitwisselen en toegankelijk maken
van informatie over product, producent en productie.

FreshUpstream-Infographic-050318 (002)

 

3 – Zo gaat FreshUpstream bijdragen aan
voedselveiligheid
Gegevens uitwisselen door hele keten heen kan onder meer
bijdragen aan het verder verbeteren van de voedselveiligheid.
Het gaat dan niet alleen om informatie over het product,
maar ook om de productiewijze, de productkwaliteit en de
grondstoffen voor de verse producten zoals groenten of vlees
en vleeswaren. Dan wordt duidelijk of de teler of veehouder
tijdens de productie bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen
of antibiotica heeft gebruikt en waarvoor het product of de
producent is gecertificeerd, ook voor partijen verder in de
keten.
Hier horen gegevens bij van de locatie van het productiebedrijf
en van de locatie voor de opslag van de versproducten. Informatie
van deze schakels geeft meer inzicht over de herkomst
van het vers. Ook hiervoor hoeft geen nieuwe identificatiestandaard
te worden opgezet: het bestaande Global Location
Number (GLN) voldoet prima als uniforme coderingsmethode
door de keten heen.

4 – De voordelen voor de voedingsmiddelenketen
Een uniforme standaard voor het uitwisselen van gegevens in
de hele keten moet leiden tot voordelen voor de hele keten.
Dus ook voor partijen in de primaire schakels. Stroomlijnen voor
een betere informatievoorziening vergroot de beheersing van
de hele aanvoerketen richting consument.
Ook de verwerkers – de voedingsmiddelenfabrikanten – hebben
veel baat bij dit initiatief. Immers, versproducten zijn hun belangrijkste
grondstoffen. Betere, betrouwbare en meer
informatie uit voorliggende ketenschakels die efficiënt toegankelijk
wordt gemaakt, is een evident voordeel. Essentieel ook
voor een naadloze distributie en logistiek: efficiënte bestel- en
leverprocessen en uitlevering.
Stroomlijnen kan ook veel bijdragen aan betere beheersing van
grondstofgebruik en dus minder voedselverspilling bij fabrikant,
handel en retailer.

5 – De voordelen voor de consument
Voedingsmiddelenfabrikanten kunnen een betere
informatievoorziening en een grotere transparantie over de
productiewijze aan de consument bieden. Zij kunnen werken
met meer uitgebreide, correcte en transparante productinformatie
van een goede datakwaliteit voor etiketinformatie op het
product.
Fabrikanten krijgen meer duidelijkheid over de herkomst en
kwaliteit van grondstoffen, de locaties waar versproducten zijn
geproduceerd, zijn be- en verwerkt, waar ze werden verpakt en
waar ze werden opgeslagen. De industrie vergroot hiermee de
transparantie over de producten naar de markt.

Vier domeinen
In het stroomlijnen van data uit het primaire deel van de
keten focust FreshUpstream zich om te beginnen op informatie
binnen vier domeinen: gewasbeschermingsmiddelen,
dierbehandelingsmiddelen, diervoeders en de toepassing van
het global location number (GLN). De stichting overlegt voor
ieder domein met partijen om de vervolgstappen vast te stellen.
Ook start ze een bredere discussie over het belang van
voedselveiligheid en het borgen via informatie-uitwisseling.

 

Meer informatie: Freshupstream.com en www.gs1.nl

 

 

Landbouwbeurs Sima Sipsa 8 – 11 oktober 2018 Algiers

Van 8 tot en met 11 oktober 2018 wordt in het Safex expostiecentrum in Algiers de landbouwbeurs Sima Sipsa gehouden. Nederland dat vorig jaar met 14 bedrijven deelnam, is dit jaar Pays a l’Honneur van de Sima Sipsa 2018. Dat betekent dat het  HOLLAND Paviljoen dit jaar groter is en dat Nederlandse agro-bedrijven nog meer aandacht vanuit de Algerijnse agrarische sector en in de media zullen krijgen.

Algerije, het grootste land van Afrika, is met 40 miljoen inwoners een interessante markt voor de export van Nederlandse landbouwproducten en -kennis. 74 procent van het voedsel dat in het land wordt geconsumeerd wordt ingevoerd. Dat maakt dat veel Nederlandse exporteurs de weg naar Algerije al hebben gevonden: voor Nederlandse melkpoeder en pootaardappelen is Algerije zelfs de belangrijkste exportbestemming.

Maar omdat de regering ernaar streeft om zoveel mogelijk voedsel in eigen land te produceren, is er bijvoorbeeld grote behoefte aan versterking van de pluimvee- en de melkveeketen, van meer lokale productie tot uitbreiding van de verwerkingscapaciteit. Datzelfde geldt ook voor de aardappelketen waar lokale reproductie van pootgoed, betere opslag en verwerking tot houdbare voedselproducten op de wensenlijst van de overheid staan. En voor de bedekte tuinbouw, waar dringend een verbeteringsslag in het huidige plastic (tunnel)kas type moet worden gemaakt. In bijna alle ketens wordt gezocht naar meer en betere productie, bewaring en verwerking.

 

Onder druk van de lang lage olie- en gasprijs en het daarmee gepaard gaande deviezentekort heeft Algerije een aantal importbeperkingen opgelegd. Maar voorlopig betreffen die vooral kant en klare ‘luxe’ (voedsel)producten en niet de primaire producten, de machines en andere ingrediënten voor een uitbreiding van de Algerijnse landbouw en voedselproductie.

SIMA SIPSA is een beurs die gericht is op de landbouwproductie: uitgangsmateriaal, grondbewerkings- plant- en oogstmachines, stalinrichtingen voor de melkvee en pluimveehouderij, irrigatiemateriaal, inputs als (kunst)mest, (biologische) bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen, gemechaniseerde verwerkingslijnen zijn  voorbeelden van producten die op de Sima Sipsa worden tentoongesteld.

Jaarlijks komen zo’n 25.000 Algerijnse vakbezoekers naar de beurs om persoonlijke contacten te leggen.

De initiator van het HOLLAND Paviljoen, dat in de centrale hal wordt opgebouwd, is de Nederlandse Ambassade in Algiers. In het HOLLAND Paviljoen is ook een plek ingeruimd voor de private sector netwerkorganisatie Conseil d’Affaires Algero – Neerlandais (CAAN) die Nederlandse bedrijven kan informeren over zaken doen met Algerijnse bedrijven.
      

Deelnemen in het HOLLAND Paviljoen op de Sima Sipsa? Vul dan het Document d’engagement in en stuur het voor 30 augustus op naar Landbouwbureau in Algiers tahar.maza@minbuza.nl

Food Valley Summits Protein for the Future & Sports & Nutrition

foodvalleysummits2018-banner

10-11 oktober 2018, Ede

Nieuwe ingrediënten, technologieën, eindproducten, trends, (inter)nationale marktsuccessen en -kansen en de consument staan centraal op 10-11 oktober tijdens de summits over plantaardige eiwitten en sport en voeding. Influencers uit het internationale bedrijfsleven en vanuit kennisinstellingen onderzoeken met het publiek de mogelijkheden om het groeiend potentieel binnen en buiten Nederland te vergroten. 

Eiwitten voor de toekomst, 10 oktober
De groene eiwitten die in de toekomst zullen floreren, zullen niet alleen de duurzaamheid en gezondheid verbeteren, maar ook helpen bij het opbouwen van een circulaire economie die waarde toevoegt voor zowel consumenten als ondernemers. Als het gaat om de overgang naar meer duurzame eiwitbronnen, is de tijd om de urgentie van de situatie uit te leggen voorbij en is de tijd gekomen om nieuwe ideeën te implementeren. Laat u inspireren door degenen die vooroplopen bij de groene eiwitrevolutie.

Tijdens de summit spreken onder meer Matthias Krön – Donau Soy association Europe, Gert Jan Gombert – Vivera, Isabel Boerdam – Week zonder Vlees, Jeroen Willemsen -The Protein Cluster en ‘Groene’ Eiwitcommissaris, Thomas Felice – Algama en Pinar Hosafc -Euromonitor International. Daarnaast vinden tal van versnellingssessies, pitches en proeverijen van edamame en vega mayo tot en met zeewier en green döner kebab plaats. Erik te Velthuis – Topsportrestaurant Papendal verzorgt namens de innovatieve bedrijven de smaakvolle proeverijen. Meer informatie over het volledige programma.

Sport & Voeding, 11 oktober
De aandacht voor de impact van gepersonaliseerde voeding op sportprestaties wint terrein in de (inter)nationale sport- en voedingssector. Ook groeit de interesse in andere sectoren om de kennis en ontwikkelingen voor doelgroepen zoals voor ouderen en patiënten toe te passen. Op 11 oktober staan de nieuwste sportvoedingsconcepten, technologieën, producten en het internationaal vermarkten centraal voor professionals in food, sport en gezonde levensstijl.

Tijdens de summit presenteren topsprekers van onder meer AgroParisTec en Valorial (Frankrijk) , Innova Market Insights, Teagasc (Ierland), Generade, Wageningen University & Research, Hogeschool Arnhem en Nijmegen, KNVB, Team NL Performance Nutrition en Universiteit Maastricht. En worden bezoekers geïnspireerd tijdens de pitches door onder meer Jaco Pieper – Koupe, Simon Branch – Herbalife en Mark Tuitert – First Energy Gum. Erik te Velthuis – Topsportrestaurant Papendal verzorgt de smaakvolle innovatieve proeverijen. Meer informatie over het volledige programma.

B2B Internationale matchmaking
Tijdens de summits verzorgt Enterprise Europe Network de internationale B2B matchmakingservice. Bezoekers van de summit krijgen de gelegenheid na het boeken van een ticket om kosteloos een ‘search’-account aan te maken om vervolgens vooraf en tijdens de summits afspraken via de website en app te maken.

Voor wie
De Food Valley Summits worden georganiseerd door Food Valley NL voor food professionals. Onder meer directie, proces- en productontwikkelaars in de voedingsmiddelenindustrie, ingrediëntenleveranciers, food service en bedrijfscateraars en onderzoeksinstellingen nemen deel aan de summits.

Voertaal tijdens de summits is Engels.

Meer informatie & aanmelden

Voor vragen over de Food Valley summits kunt u mailen naar event@foodvalley.nl. Voor actuele informatie of het delen van informatie op twitter over de summits: #foodvalleysummits.

 

Bierbostel drank vult ontbijt aan

Bierbostel, het bestanddeel dat overblijft na het brouwproces, wordt al verwerkt in bierbostelbrood en broodjes. Nu worden deze voedzame broodproducten bij het ontbijt aangevuld met een vezelrijke drank op basis van de graanrestanten.   

Ontbijtdrank Canvas ABInBev Pictures canvasx

De ontbijtdrank, Canvas – in vijf varianten Original, Cocoa, Latte, Matcha en Chai – is sinds kort verkrijgbaar in een pilot aan de oostkust van de Verenigde Staten en zal op termijn ook in Europa op de markt komen.

Elk flesje van de duurzame plantaardige granendrank bevat 11 gram voedingsvezels, 8 gram plantaardige proteïnen, essentiële vetten, smaakvolle ingrediënten en staat voor 39 procent van de dagelijks aanbevolen waarde aan voedingsvezels, zegt Jorge Gil-Martinez. Hij is biochemisch specialist en uitvinder van de technologie in het Global Innovaton & Technology Center in Leuven van brouwerijconcern AB InBev. Hier richt een team zich – na Canvas als eerste commerciële innovatie van graanresten – op het ontwikkelen van een reeks andere producten op basis van de resten graan die na het brouwen overblijven.

Tijdens het brouwproces worden de suikers uit het graan benut voor het bier, terwijl de resten van het graan nog veel proteïnen en vezels bevatten. Dit gaat nu voor het overgrote deel als bierbostel naar landbouwbedrijven waar het als diervoeding dient. Een klein deel wordt als afval afgevoerd. Wereldwijd gaat het om 30 miljoen ton graanresten. Dit is een reststroom van forse omvang die prima voor duurzame herverwerking en minder graanverspilling kan worden ingezet, te beginnen met de vezelrijke ontbijtdrank.

Ook bij het internationale brouwerijconcern AB InBev gaat het om een grote reststroom. Hier blijft wereldwijd jaarlijks 1 miljoen ton droge reststroom over na het brouwproces. De brouwerij die  als grootste bierbrouwer ter wereld merken als Hertog Jan, Dommelsch, Oranjeboom, Leffe, Hoegaarden, Jupiler en Hertog Jan op de markt brengt, wil minder graan verspillen en dit bierbostel in een speciale unit bij de brouwerijlocaties in de toekomst opnieuw gebruiken.

Door deze technologie op termijn op industriële schaal toe te passen in Europa verwacht de brouwer bovendien ieder jaar5000 ton CO2 te kunnen besparen.

Het Global Innovaton & Technology Center in Leuven ontwikkelde een fermentatieproces om de voedingswaarde van de graanresten stabiel te houden en een innovatie om de nutritionele waarden van plantaardige stoffen uit de restanten te halen zodat het menselijk darmstelsel ze kan opnemen.

Inzetten op circulaire economie

De brouwerketen zegt de eerste te zijn die graanresten uit het bedrijfsproces opnieuw inzet als basis voor nieuwe hoogwaardige en natuurlijke voedingsproducten. De nieuwe technologie opent internationaal enorme mogelijkheden. De restanten met hoge aandelen proteïnen en vezels zijn geschikt voor talloze toepassingen in de voedingsindustrie.

AB InBev investeert met de innovatie in duurzame oplossingen en zet tevens in op de circulaire economie. Het project past in de nieuwe Globale Duurzaamheidsdoelstellingen 2025 die AB InBev dit voorjaar lanceerde.

“Terwijl er tonnen aan ongebruikte voedzame graanresten in onze brouwerijen liggen, zal de wereldwijde vraag naar voedsel drastisch stijgen tegen 2050, voor naar schatting 9 miljard mensen”.

“Bij AB InBev willen we die twee feiten samenbrengen. Onze nieuwe technologie maakt het mogelijk om honderdduizenden proteïnen en vezels uit graanresten te behouden en hun nutritionele waarden in te zetten voor menselijke consumptie. Dat kan ook 75 procent CO2-vermindering genereren, aangezien deze plantaardige voedingsstoffen via circulaire economie veel duurzamer zijn dan traditionele voedingsbronnen zoals vlees”, zegt Jorge Gil-Martinez.

Vis en sla kweken in milieuvriendelijk schoon water

Reinigen met waterenergie

H2OTechnics CDome IMG_6631

Viskweek en slateelt in schoon water dat via trillingen milieuvriendelijk is gereinigd. Het is een van de kansrijke toekomstige toepassingen in agrifood van de C-Dome. H2O Technics ontwikkelde deze innovatieve boei om water op een milieuvriendelijke manier te ontdoen van bacteriën, algen, biofouling, parasieten en ziekteverwekkers.

Het bedrijf behoorde met de innovatie tot een van de zes categoriefinalisten Agri & Food van Rabo Duurzame Innovatieprijs die in maart werd uitgereikt. Er deden in totaal 350 inzendingen mee aan de competitie.

Het systeem wordt op dit moment ingezet bij zalmkwekerijen in Noorwegen, Australië, Ierland, Schotlanden Chili. De innovatie is eveneens geschikt voor andere vormen van viskweek, aquacultuur en aquafarming en toepassingen in de agrarische sector wereldwijd waar teeltbedrijven te maken hebben met waterverontreiniging.

Ook voor procesindustrie

Ook voor de procesindustrie van onder meer de agrifoodsector waar koelwater moet worden gereinigd, is de boei een oplossing. H2OTechnics test nu in eigen land in aquaponics.

De inzet van de boei leidt bij de zalmkwekerijen waar H2OTechnics heeft geleverd  tot een snellere groei en betere gezondheid van de vis. De kwekerijen kunnen bovendien de inzet van chemische middelen achterwege laten.

Reinigen met waterenergie

De C-Dome is een boei uitgerust met zeer krachtige resonatoren met een gemiddelde frequentie van 40kHz en de unieke sterkte van 110 dB en een besturingssysteem. Deze zorgt in het water voor het opwekken van ultrasone geluidsgolven op wisselende frequenties en sterktes. Dit gebeurt via titaniumkoppen gekoppeld aan kabels en elektronicakasten boven water.

Het opwekken van die geluidsgolven door de resonators leidt tot het principe van Nano cavitatie. De techniek produceert ruim 40.000 trillingen per seconde die mechanische energie in het water omzetten in kinetische energie. De pulsen zijn vele malen sterker dan bij traditionele systemen. Het resultaat is Nano cavitatie op grote schaal tot 55 meter in zout water en 40 meter in zoet water. De Nano cavitatie is microscopisch klein, maar ruim honderd keer krachtiger dan ultrasound alleen.

Het verschijnsel veroorzaakt na snelle drukverlaging en vervolgens weer verhoging een implosie van moleculen in het bewegende water. Hierdoor ontstaan kleine sterke waterstraaltjes en vacuümbellen. De energie van die straaltjes en bellen die in het water aanwezig zijn, zorgt ervoor dat ongewenste ziekteverwekkers, bacteriën, algen, biofouling en parasieten niet verder kunnen groeien en uit het water worden verwijderd. Deze bestaande geluidsgolventechnologie krijgt nu met de C-Dome haar eerste unieke wereldwijde praktijktoepassing.

 

 

Meer aandacht voor voedselfraude en veilig produceren in FSSC 22000

DNV GL {86b5d4a0-0ea7-4ae5-b3f7-0e9960708144}_FSSC_22000_versie_4.1_Eloqua

Food Safety System Certification (FSSC) heeft nieuwe richtlijnen opgesteld waarin meer aandacht is voor het tegengaan van voedselfraude en voor het beveiligen van voedselproductie tegen besmettingen.  

Food Fraud

De nieuwe FSSC-richtlijnen bevatten nu vereisten zoals bij de bestrijding van voedselfraude het documenteren en implementeren van een procedure waarmee de kwetsbaarheid van bedrijven kan worden beoordeeld. Verder moet de organisatie maatregelen treffen om indien nodig de gevonden kwetsbaarheden weg te nemen. Ten slotte moet de organisatie een plan opstellen voor het tegengaan van voedselfraude dat aan de geldende wetten moet voldoen. De FSSC geeft aan hoe bedrijven de doelstellingen het beste kunnen bereiken.

Food Defense

De FSSC-richtlijnen voor Food Defense moeten  risico’s van interne en externe bedreigingen beperken.  Dit aspect van FSSC is nu afgestemd op GFSI-vereisten en beschreven op het niveau van het beheersysteem, waardoor food defense onder de verantwoordelijkheid van het management valt.

Bedrijven moeten voor de vereisten voor food defense, net als op die voor Food Fraud, beschikken over een procedure om potentiële bedreigingen te identificeren en maatregelen bevatten om deze bedreigingen tegen te gaan. Ook hier moet een plan worden opgesteld voor alle producten van het bedrijf met de procedures om Food Defense te integreren in het voedselveiligheidssysteem van de organisatie.

FSSC 22000 versie 4 gewijzigd

De FSSC 22000 versie 4 voedselveiligheidsnorm onderging vanaf begin dit jaar wijzigingen, omdat vanaf januari alle FSSC audits volgens de FSSC versie 4 verlopen zijn, meldde DNV GL destijds. FSSC 22000 versie 4 heeft ten opzichte van versie3 diverse wijzigingen ingevoerd om het systeem te verbeteren. De nieuwe versie is tot stand gekomen in samenwerking met onder meer de industrie, certificerende instanties, accreditatie-instellingen en overheden. ]

De huidige norm is pragmatischer en werd gewijzigd in

1) Het uitvoeren van onaangekondigde audits: Dit is geen optie meer, maar een verplichting. Tenminste één van de audits in drie jaar zal onaangekondigd verlopen.

2) Er is meer aandacht voor Food Fraud, de preventie van opzettelijke productbesmetting.

3) De scope van de FSSC 22000 norm is uitgebreid. Naast FSSC 22000  varianten Food, Feed en Packaging, komt er ook een FSSC 22000 variant voor transport en opslag en horeca en detailhandel. 

De FSSC 22000 schema wordt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) aanvaard. Dit betekent dat de certificatieregeling voldoet aan de criteria en wordt vermeld op de website www.ketenborging.nl. Deze acceptatie is een belangrijke stap voorwaarts in de publiek-private samenwerking en afstemming binnen de Nederlandse voedingsindustrie.

In haar toezicht op individuele bedrijven in de levensmiddelensector houdt de NVWA rekening met het feit of een organisatie al dan niet is gecertificeerd door een voedselveiligheidsschema dat voldoet aan de NVWA criteria. Dit resulteert voor gecertificeeerde bedrijven, bijvoorbeeld volgens de FSSC 22000, in aangepast of verminderd NVWA toezicht. Meer over de acceptatie door de NVWA is te lezen op de website van de FSSC 22000.

Meer weten over de wijzigingen?

Download de gratis whitepaper  FSSC 22000 versie 4.1: wat is er veranderd?

Meer informatie over FSSC 22000 certificering via

FSSC 22000 – Food en het certificatietraject.

FSSC 22000 – Packaging

 

 

De nieuwe norm is pragmatischer en werd gewijzigd in

1) Het uitvoeren van onaangekondigde audits: Dit is geen optie meer, maar een verplichting. Tenminste één van de audits in drie jaar zal onaangekondigd verlopen.  2) Er is meer aandacht voor Food Fraud, de preventie van opzettelijke productbesmetting. 3) De scope van de FSSC 22000 norm is uitgebreid. Naast FSSC 22000  varianten Food, Feed en Packaging, komt er ook een FSSC 22000 variant voor transport en opslag en horeca en detailhandel. 

De FSSC 22000 schema wordt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) aanvaard. Dit betekent dat de certificatieregeling voldoet aan de criteria en wordt vermeld op de website www.ketenborging.nl. Deze acceptatie is een belangrijke stap voorwaarts in de publiek-private samenwerking en afstemming binnen de Nederlandse voedingsindustrie.

In haar toezicht op individuele bedrijven in de levensmiddelensector houdt de NVWA rekening met het feit of een organisatie al dan niet is gecertificeerd door een voedselveiligheidsschema dat voldoet aan de NVWA criteria. Dit resulteert voor gecertificeeerde bedrijven, bijvoorbeeld volgens de FSSC 22000, in aangepast of verminderd NVWA toezicht. Meer over de acceptatie door de NVWA is te lezen op de website van de FSSC 22000.

Meer weten over de wijzigingen? Download de gratis whitepaper  FSSC 22000 versie 4.1: wat is er veranderd?

Meer informatie over FSSC 22000 certificering viaFSSC 22000 – Food en het certificatietraject.

FSSC 22000 – Packaging

 

FMI Foodhandling en JFPT/Foodlife gaan samenwerken

FMIenJFPTfoodlife-media_298_409067_w1800_fit-150x150 

Industrieel toeleverancier en dienstverlener FMI uit Bergen op Zoom en het bedrijf JFPT uit Zwolle, bekend onder de merknaam foodlife, gaan samenwerken.  Per 1 januari 2018 wordt foodlife onderdeel van het FMI concern, zo hebben René de Keijzer, CEO van FMI en Patrick Jansen, directeur-eigenaar van JFPT bekend gemaakt.  

 

Foodlife en FMI Foodhandling zullen onder de naam foodlife, an FMI company verder gaan. De foodlife vestiging in Zwolle blijft bestaan als verkoopkantoor en onderhoudslocatie. Ook de R&D-afdeling in Schiphol-Rijk blijft gehandhaafd. De engineering en productie van machines zullen plaatsvinden op de FMI locatie in Uden. 

FMI, producent van componenten, assemblages en systemen voor de maakindustrie, versterkte met de overname van de Irmato-groep eerder dit jaar eveneens haar  positie als leverancier van gerobotiseerde productielijnen voor onder andere de voedselverwerkende industrie.  

JFPT/foodlife, een internationaal opererend Nederlands bedrijf, ontwerpt en maakt innovatieve machines voor verse groenten en fruitverwerking.

Met de integratie van foodlife voegt FMI de activiteiten van foodlife samen met die van FMI Foodhandling uit Uden. De technologie, kennis en machines van foodlife sluiten volgens De Keizer naadloos aan bij wat FMI Foodhandling biedt. “Door de krachten te bundelen, kunnen we de wereldwijde markt veel breder bedienen en gezamenlijk nieuwe machines en productielijnen ontwikkelen,” aldus De Keijzer.  Voor foodlife is dit eveneens een mooie kans gezien hun internationale aspiraties, aldus Patrick Jansen van JFPT.

Meer informatie: www.fmi.nl en  www.foodlife.nl

Syndy houdt productdata merkfabrikanten actueel

 

Syndy_Logo_Black_RGB_1000px

E commerce platform Syndy houdt digitale productdata van merkfabrikanten actueel. Zij delen met retailers altijd de laatste gegevens van producten, belangrijk voor de online aankoop van klanten.

Syndy beheert digitale content voor diverse internationale merken in food en non food, aangepast aan veranderingen in het online assortiment van de retailformule en de consument in de markt.

Meer informatie over werkwijze en plannen van Syndy  www.telegraaf.nl/nieuws/1255552/controle-over-content

 

Open innovatie wordt basis voor vernieuwingen in agrifood

Open-innovatie-Onno-Omta-21c02d90-15e6-42de-a949-b9123b3df02a_shutterstock_350763884_d9b09f27_179x120

De komende jaren zullen baanbrekende innovaties het landbouwsysteem fundamenteel veranderen. Dat is de overtuiging van prof.dr. Onno Omta uitgesproken bij zijn afscheid als hoogleraar Bedrijfskunde aan Wageningen University & Research.

Succesvol innoveren in de agrifoodsector is niet gemakkelijk. Om van één product een voor honderd procent commercieel succes te maken zijn drieduizend ruwe ideeën nodig. Tien procent van die ideeën verdienen een verdere uitwerking. Uit die driehonderd projecten komen gemiddeld 125 onderzoeksprojecten voort, waaruit negen ontwikkelingstrajecten voortvloeien. Hieruit volgen vier commercialiseringsprojecten met 1,7 productlanceringen. Het succespercentage van zulke productintroducties is zestig procent, zodat aan het einde van de oorspronkelijke drieduizend ideeën er één commercieel succes resulteert.

Hoewel een bedrijfsteam van specialisten uit de R&D-hoek, financiering, marketing, fabricage en inkoop vanaf het begin nauw samenwerkt en onderling communiceert, stuiten zij op problemen wanneer zij een nieuwe fase in het innovatieproces betreden, bijvoorbeeld van de fase Research naar Development. “Geen wonder dat CEO’s zich liever toeleggen op verdienmodellen van de korte termijn dan om te investeren in innovatie”, zegt prof. Omta in zijn rede ‘Open innovation – The road to success in agriifood?’

 

Van open innovatie naar innovatie-ecosysteem

Zou innovatie met meer partijen buiten het bedrijf zulke hardnekkige interne problemen vóór kunnen zijn? Ideeën, technologieën of in de portfolio missende producten komen dan van alle kanten. “We zien dat open innovatie het innovatievermogen van een bedrijf vergroot”, legt prof. Omta uit.

“Als je dat verder uitbreidt kom je bij het innovatie-ecosysteem, waarin alle afspraken op het gebied van samenwerking het mogelijk maken dat researchorganisaties hun innovatieproces versterken en versnellen door co-innovatie, ofwel samenwerking met potentiële gebruikers of klanten. Dit gebeurt in Silicon Valley, de High Tech Campus in Eindhoven of in Food Valley rond Wageningen. Food Valley Open Innovation Ecosystem telt inmiddels 15000 onderzoekers, twintig onderzoeksinstituten, 1440 voeding gerelateerde en 70 wetenschappelijk georiënteerde bedrijven die in principe allemaal in wisselwerking kunnen treden”.

Maar ecosysteem innovatie is niet risicoloos. “Veiligheidsproblemen, afhankelijk zijn van derden, kosteneffectiviteit of hoge coördinatiekosten, en zelfs kan er een concurrent worden gekweekt of versterkt”, voegt prof. Omta toe. Hoe gaan bedrijven om met die kansen en risico’s, en wat is de optimale graad van openheid?

Innovatie als exportproduct

Het belang van de agrifoodsector voor Nederland is enorm. Als ’s werelds tweede agrofood exporteur bedraagt de export 94 miljard euro (2016). “Negen miljard zit in de export van innovaties als energiezuinige kassen, precisielandbouw met drones bijvoorbeeld of resistentie van gewassen tegen ziekten en plagen. In een studie concluderen we dan ook dat innovatie essentieel is voor bedrijfssucces en overleving op de markt op de lange termijn. Hoe hoger geagendeerd, en hoe beter het innovatieproces hoe beter het bedrijf afsteekt tegenover zijn concurrenten.”

“Doorbraken kunnen niet meer uitblijven”, zegt prof. Omta. “Zulke disruptieve innovaties zijn bijvoorbeeld kunstvlees uit stamcellen van de startup Mosa Meat, behandelingen tegen plantenziektes door gen-modificatie via Crisp Cas9 of verticale landbouw met diverse lagen gewassen in klimaatkamers met LED-verlichting. De winst is daarbij helder: driekwart minder water, negentig procent minder bodemgebruik en tachtig procent hogere opbrengst op hetzelfde oppervlak.”

Prof. Onno Omta werd in 2000 in Wageningen benoemd tot hoogleraar aan de leerstoelgroep Bedrijfskunde die toen tien Nederlandse onderzoekers telde. Inmiddels telt de groep vijftig medewerkers, waarvan de helft uit een ander land. Een internationaal visitatiecommissie beoordeelde de groep in 2015 als ‘excellent’. Elk jaar schrijven circa honderd masterstudenten hun thesis onder de supervisie van de groep Bedrijfskunde.

Innovation and Solutions Center van Key Technology

Key-Hasselt-ISC-interior-1024x569 

Key Technology heeft in Hasselt (België)  een Innovation and Solutions Center.  Europese voedingsproducenten kunnen op de locatie van 2500 vierkante meter zowel in levende lijve als op afstand via live videosoftware demonstraties van machines, applicatietesten en opleidingen volgen.

Er staan verschillende Key sorteermachines opgesteld, waaronder de nieuwe Veryx, Optyx, Cayman, BioPrint, Python, VitiSort, DateSort en Veo en trilgoten zoals Iso-Flo en Impulse. De sorteermachines hebben drieweg sortering, Pixel Fusion multi-sensortechnologie, Sort-to-Grade en dergelijke. De configuratie van deze machines is zodanig dat er de  productieomgeving van klanten mee kan worden gesimuleerd en zo efficiënter kan worden getest dan in batchmodus. Hierdoor krijgen klanten een beter zicht op de prestaties van de machines specifiek voor hun producten en in fabrieken.

Het Innovation and Solution Center bevat een gespecialiseerd demonstratielab, een ruimte voor uitgebreide applicatietesten en voorzieningen voor opleidingen. Tevens heeft de nieuwe locatie een ruimte die bestemd is voor de research & development afdeling van Key. In de kantoren worden medewerkers voor verkoop, applications engineering, service, marketing, finance en management gehuisdvest. Dankzij het nieuwe R&D lab en kantoren komt er ruimte vrij in de bestaande productiefaciliteit in Hasselt.

Het bezoekerscentrum in Hasselt heeft een sterke synergie met de andere Innovation en Solution Centers van Key in het hoofdkwartier in Walla Walla, Washington (VS), Sacramento, Californië (VS) en Melbourne (Australië).

Over Key Technology, Inc.

Key Technology (NASDAQ: KTEC) is een wereldleider op het gebied van het ontwerpen en produceren van procesautomatiseringssystemen zoals digitale sorteermachines, transportbanden en verwerkingsapparatuur. Op basis van verwerkingskennis en toepassingsexpertise helpt Key haar klanten in de voedingsindustrie en in andere sectoren bij het realiseren van kwaliteitsverbetering, een hoger rendement en kostenbesparingen.

Key Technology is een ISO-9001 gecertificeerd bedrijf met productielocaties bij het hoofdkantoor in het Amerikaanse Walla Walla (Washington), in Beusichem (Nederland), Hasselt (België) en Redmond, Oregon (VS).

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2018 Ria Besseling