Agrifoodclicks

Nutritional Concepts Lab verwerkt agf tot gezonde gepersonaliseerde voeding

Nutritional Concepts Lab verwerkt agf tot gezonde gepersonaliseerde voeding

Het onlangs geopende Nutritional Concepts Lab in Venlo verwerkt groenten en fruit tot voeding. Uitgangspunt hierbij is dat de bioactieve stoffen die in het uitgangsmateriaal aanwezig zijn behouden blijven. Deze stoffen hebben een preventieve werking op de weerstand tegen de verschillende welvaartsziekten.

De R&D faciliteit, een van de nieuwe onderzoekslaboratorium op de Brightlands Campus in Venlo, ontwikkelt innovatieve mixen die worden ingezet in de humane interventietest met Universiteit van Maastricht. Doel van het onderzoek is het wetenschappelijk aantonen dat de verschillende bio actieve stoffen specifiek weerstandverhogende effecten genereren tegen diverse welvaartsziekten. Uiteindelijk leveren ze in de praktijk toekomstig een bijdrage aan het gezond ouder worden.

Brightlands Campus Greenport Venlo i275411Brigh10_519234505142964_589323410790596109_n 

De nieuwe R&D locatie op de Brightland Campus is een installatie van 10 meter hoog die regionale groenten en fruitproducten bewerkt waarbij de gezonde inhoudsstoffen behouden blijven.

De installatie is een aanscherping van de  Smoodtechnologie die Henri Michiels zo’n vijf jaar geleden ontwikkelde. De voormalig directeur en aandeelhouder van machinefabrikant Dinnissen ontwikkelde Smood, een voedingsconcept ontstaan vanuit de basisgedachte dat verse producten zoals groenten en fruit gezond, maar tegelijkertijd beperkt houdbaar zijn. De Smoodtechnologie maakt deze versproducten  langer houdbaar, terwijl vitaminen en andere gezonde bestanddelen behouden blijven.

De installatie in het Nutritional Concepts Lab biedt de volgende gecontroleerde processen: mengen, drogen en coaten. Het proces vindt geconditioneerd plaats via een vacuüm coatingtechnologie en door op een lage temperatuur te processen. Door het proces onder de 40°C te houden behoudt het product smaak, vitaminen en andere voedzame stoffen en blijven deze beschikbaar in het eindproduct. De bewerkte producten zijn ongeveer een jaar houdbaar.

‘’Het proces heeft vele manieren van bereiden van producten: separaat of in combinatie, met over- en onderdruk en verwarmen via wokken, au bain marie en dergelijke’’, vertelt directeur Raymond Nolet van Mifood die de procesinstallatie beheert.

‘’Het verwerken van groente en fruit met behoud van bio actieve stoffen tot voeding met een preventieve werking heeft gezondheidseffecten op mensen met diabetes, hart- en vaatziekten en bepaalde kankersoorten”, aldus Nolet. De producten zijn leverbaar in pearls met een stevige lading groente en fruitbestanddelen en zonder toegevoegde suikers. Ook geëxtrudeerde producten met een gezonde coating als basis voor diverse producten zoals over de salades en in soepen en maaltijden zijn mogelijk.

Zelf testen

 Geïnteresseerde voedingsmiddelenfabrikanten kunnen zelf testen in het NCL of er hun eigen producten aangevuld met de Dinnissen technologie Iaten vervaardigen. Productieruns zijn mogelijk tot 100 kilo per batch. Raymond Nolet: “Onze faciliteit is tweeënhalve dag per week beschikbaar voor bedrijven die willen innoveren. Zij worden begeleid door ons team van operators”.

De producten worden na de R&D fase in Venlo op de werking en effecten van de bioactieve stoffen getest in de labs in Venlo. Daarnaast worden bij UM in Maastricht humane interventietesten uitgevoerd. Er start een drie jarig onderzoek onder 200 consumenten naar de gezondheidseffecten van de groenten- en fruitmixen.

De vier campussen van Brightlands zijn een initiatief van de provincie Limburg, verschillende Limburgse onderwijsinstellingen, Maastricht UMC+ en bedrijven in de regio.

Het nieuwe Nutritional Concepts Lab is het tiende onderzoekslaboratorium op de Brightlands Campus in Venlo. Er zijn tot nu toe 52 bedrijven en instellingen gevestigd op de locatie.

IFFA 4 – 9 mei Frankfurt

IFFA Keyvisual

Internationale vleesvakbeurs verwacht ruim 60.000 bezoekers

De IFFA gaat ditmaal van start met een nieuwe beurshal, een geoptimaliseerd concept, een groter expositieoppervlak en alle marktleiders aan boord. De internationale vleesvakbeurs die van 4 tot 9 mei a.s. voor de 70ste maal in Frankfurt plaatsvindt, presenteert onder het motto Meet the Best wederom de technologie van de toekomst en het complete speelveld van de vleesindustrie – van ambacht tot hightech.

Messe Frankfurt verwacht dit jaar meer dan 1000 exposanten uit ongeveer 50 landen. Op een expositieoppervlak van ongeveer 119.000 vierkante meter – acht procent meer dan tijdens de vorige beurs – presenteren fabrikanten innovatieve technologieën, trends en toekomstgerichte oplossingen voor alle processtappen binnen de vleesverwerking: van het slachten, uitsnijden, verwerken en veredelen tot aan verpakking en verkoop. Er worden meer dan 60.000 vakbezoekers uit 140 landen verwacht. De vorige editie in 2016 telde in totaal ruim 62.000 bezoekers waarvan tweederde uit het buitenland kwam.

Wereldwijde vraag naar machines stijgt

De IFFA weerspiegelt als internationale vleesvakbeurs de groei in de vleessector en daarmee de wereldwijde vraag naar machines. Machinebouwvereniging VDMA en  partner van de IFFA, stelt vast dat de internationale vraag naar vleesverwerkende machines in 2017 iets toenam boven het hoge niveau van het voorgaande jaar naar bijna 1,9 miljard euro. De machinehandel binnen dit segment is binnen tien jaar met 30 procent gestegen. Hierbij komen nog verpakkingsmachines, automatiseringsoplossingen, transporttechniek en andere componenten die in de vleesindustrie worden ingezet. De VDMA schat dat de waarde van alle productgroepen voor 2017 rond minimaal 1 miljard euro bedraagt.

Positieve vooruitzichten door wereldwijd stijgende consumptie

De vooruitzichten voor de toeleveranciers van de vleesindustrie zijn positief volgens de VDMA: de wereldbevolking groeit, de uitgaven voor voedingsmiddelen stijgen en met name de opkomende economieën maken op consumptiegebied een inhaalslag.

De inschatting wordt bevestigd door cijfers van het Britse marktonderzoeksbureau Euromonitor International: voor bijvoorbeeld de productcategorie Fresh Meat wordt tot 2022 een groei van het internationale handelsvolume van 10 procent voorspeld. Voor de grootste marktregio Azië wordt een verdere groei van 10 procent verwacht, voor Latijns-Amerika is dat 12 procent en in de regio Midden-Oosten/Afrika zou de consumptie met 18 procent stijgen. Het wereldwijde verkoopvolume wordt voor 2022 op 260 miljoen ton geschat.

Investeren in bouw en uitbreiden productie

De stijgende consumptie leidt tot investeringen in bouw en uitbreiding van productiecapaciteiten. In de meeste landen kan de behoefte aan technologieën niet door het lokale aanbod worden afgedekt en de machines en installaties worden dus op de internationale markt ingekocht.

Europa: langzamere kwalitatieve groei en stagnering vleesconsumptie

In de ontwikkelde Westeuropese markten zal de vleesconsumptie door het reeds hoge niveau kwantitatief duidelijk langzamer groeien en deels stagneren. Tegelijkertijd stijgen hier de uitgaven aan vlees en vleesproducten. Deze markten kennen een kwalitatieve groei. Gezondheidstrends, de integratie van vleesloze alternatieven in het dieet, de wens naar nieuwe smaakbelevingen en veelzijdige verpakkingsvormen en -maten hebben een belangrijke invloed op het consumentengedrag. Seizoensproducten en specialiteiten worden daarom belangrijker. De productlevenscycli worden korter.

Hier moeten de bedrijven binnen de vleesindustrie op inspelen. Bij de investeringen staan daarom vooral oplossingen voor procesoptimalisatie, verhoging van rentabiliteit en totale installatie-efficiëntie centraal. Hierbij worden digitale oplossingen steeds belangrijker.

Exportleider Duitsland: sterk op basis van traditie

Het succes van de Duitse fabrikanten van vleesverwerkende machines is  nauw verbonden met de traditie van de worstproductie. Duitse bedrijven in vleesverwerkende machines zijn 29 procent aandeel (2017) van het wereldhandelsvolume wereldwijd toonaangevend.

Nederlandse machinefabrikanten leveren 22 procent van het wereldhandelsvolume en Italië heeft als op twee na belangrijkste leveringsland een aandeel van 9 procent. Tot de overige exporteurs behoren de VS met 7 procent, China met 6 procent, Denemarken met 5 procent en Polen, Frankrijk, Oostenrijk en Spanje met aandelen van elk 3 procent. 

Machines naar meer dan 100 landen

In 2017 werd 46 procent van de wereldwijd geëxporteerde vleesverwerkende machines naar Europese landen geleverd, waarvan 34 procent naar de Europese Unie. Azië had een aandeel van 18 procent. Naar Noord-Amerika werd 16 procent van het wereldhandelsvolume geleverd, naar Latijns Amerika ging 10 procent, naar de regio Midden-Oosten 4 procent van de wereldexport. Naar Afrika en Australië ging een aandeel van elk 3 procent van de totale leveringen. De VS was in 2017, net als in de voorgaande jaren, de belangrijkste van de top 20 van de afzetmarkten. Daarna volgen Rusland, Frankrijk, Duitsland, Thailand, Spanje, Groot-Brittannië, China, Polen, Nederland, Mexico, Republiek Korea, Canada, Australië, België, Japan, Brazilië, Italië, Zwitserland en Finland.

Vraag van buiten Europa

Het investeringsniveau in de sterke industrielanden is hoog, de dynamische vraag echter komt van buiten Europa. Het belang van de afzonderlijke afzetregio’s is in de afgelopen jaren verschoven ten gunste van Azië en Latijns Amerika. De VDMA verwacht dat deze verschuiving geleidelijk doorgaat, omdat de betekenis van de markten in Azië, Latijns-Amerika en ook in Afrika in de toekomst verder zal toenemen.

Informatie over programma en beursbezoek: www.iffa.com

 

 

Avebe groeit mee in de marktvraag naar plantaardig

    Avebe-head-office-small-576x275

Aardappeleiwit heeft ijzersterke troeven in wereldwijde behoefte voedingseiwit

Ria Besseling

Avebe opende afgelopen zomer een nieuwe productielijn voor voedingseiwit Solanic in de fabriek in Gasselternijveen. Het concern wil met de nieuwe lijn de plantaardige eiwitproductie voor humane voeding verder uitbreiden. De reden: de wereldwijd groeiende marktvraag naar plantaardig.

Aardappeleiwit: een restproduct dat vroeger goed was voor afvoer, daarna voor veevoer en sinds een jaar of tien past het steeds beter als hoogwaardig ingrediënt voor voeding. Avebe gaat volop mee in die toenemende waardering voor het plantaardig eiwit. Het concern speelde hierop vorig jaar in met het verruimen van de productiecapaciteit en met nieuwe productconcepten.

Aardappeleiwit heeft minstens drie ijzersterke troeven: het bezit een hoge voedingswaarde en dezelfde functionele eigenschappen – schuimen, emulgeren en geleren – als dierlijk eiwit en het heeft een riante voorsprong als duurzaam ingrediënt.

Het aardappelbedrijf bouwde met productconcepten als Solanic al meer dan tien jaar een solide naam op in de markt. In dit concept is aardappelzetmeel behandeld met een enzym dat producten als zuivel een volle romige textuur geeft. Het Etenia-concept bevat geen e-nummer en geeft mogelijkheden om clean label concepten voor uiteenlopende toepassingen te ontwikkelen. 

 ‘Avebe wil zich positioneren als expert op het gebied van textuur van plantaardige alternatieven’

Groei in goede voeding

In haar nieuwe strategie Binden & Bouwen 2.0 zet Avebe groei in goede voeding centraal. Dit betekent voor het bedrijf groeien in voedingsingrediënten die gezond en duurzaam zijn. Eiwit met het merk Solanic, zetmeel met de merken Etenia en Eliane en combinaties van beide zoals Perfectasol vormen een uitstekend ingrediënt in alternatieven voor vlees. Om te kunnen voldoen aan de groeiende marktvraag verdubbelde het concern de productiecapaciteit met de nieuwe Solanic productielijn in Gasseltenijveen. Het concern investeerde in totaal 55 miljoen euro voor uitbreiding van de eiwitproductie en verduurzaming van de productiecapaciteit. Dat gebeurt onder meer door sap na de aardappelverwerking te zuiveren tot proceswater.

De vegetarische markt wordt een grotere afnemer van aardappeleiwit. Zo gebruikt De Vegetarische Slager het eiwit als ingrediënt ter vervanging van kippeneiwit in de plantaardige Roockworst die dit jaar is gelanceerd. Aardappeleiwit zorgt voor een goede textuur en stevigheid en draagt het plantaardige label.

“Avebe heeft in haar strategie tot 2023 de focus op duurzame en gezonde voeding gericht. Dit past uitstekend bij de trend dat consumenten steeds vaker plantaardige producten eten in plaats van dierlijke producten. Ze beseffen dat minder vlees eten goed is voor mens, dier en milieu”, aldus marketing manager Jaap Harkema. “Dan heb ik het niet alleen over vegetariërs en veganisten, maar ook over een grote groep flexitariërs: mensen die een paar keer week geen vlees te eten omdat ze bezig zijn met dierenwelzijn, duurzaamheid of hun eigen gezondheid. De consument wil meer keus en betere kwaliteit”.

 

Avebe pizza-topping-576x275

De ingrediënten van Avebe komen terug in uiteenlopende voedingsproducten

“Dit stelt de voedingsproducent voor uitdagingen: wanneer je een product ‘ombouwt’ van dierlijk naar plantaardig veranderen textuur, smaak en voedingswaarde. Avebe wil zich positioneren als expert op het gebied van de textuur van plantaardige alternatieven voor vlees, zuivel, zoetwaren, sauzen en bakkerijproducten. Al onze producten, aardappelzetmeel, -eiwit en –vezels, zijn uiteraard plantaardig maar ook allergeenvrij en uitstekend in staat om dierlijke grondstoffen als melk, ei of gelatine te vervangen zonder in te leveren op textuur en mondgevoel”.

Perfectasol D520 is hiervan een goed voorbeeld volgens Harkema. “Dit is een textuuroplossing  voor plantaardige pizzakaas die het smeltgedrag en mondgevoel van op melk gebaseerde kaas benadert. Maar dan duurzaam en vrij van E-nummers en allergenen. Avebe won met dit  concept in een combinatie van aardappelzetmeel en –eiwit vorig najaar de Most Novel Protein Ingredient Award op de Protein Summit van Bridge2Food.”

Perfectasol is ook geschikt voor een reeks alternatieven voor zuivel, zoals yoghurt, spreads, ijs, desserts en zelfs fetakaas die tot in Griekenland wordt toegepast. Ook voor gelatinevrije snoep, die als veggie wordt gepositioneerd, is het een oplossing. En we werken aan betere alternatieven voor vlees, de grootste potentiële markt. Veel plantaardige voedingsproducten op basis van Avebe ingrediënten zijn nu al te vinden in de schappen van de supermarkt.”

 ‘We werken aan de grootste potentiële markt: betere plantaardige alternatieven voor vlees’

Naar minder vet en suiker

Een ander voorbeeld is de wens om vet en suiker in voedingsmiddelen te reduceren ziet de marketing manager. ‘’Als je echter vet uit een product haalt verander je de textuur. Hierdoor is het zogenoemde mondgevoel van zo’n product anders: het voelt en smaakt minder romig. Avebe produceert zetmelen en eiwitten die helpen om dat te compenseren en het product net zo smakelijk te maken, ondanks dat er minder vet in zit. Deze ingrediënten zijn clean label en allergeenvrij. Avebe biedt voor dit soort situaties een totaaloplossing aan zijn klanten met niiet alleen een ander ingrediënt, maar een compleet nieuw recept. Zo nemen we productontwikkelaars van onze klanten tijd en werk uit handen.”

Avebe

‘Clean label zetmelen’

Productinnovaties met zetmeel en eiwit worden belangrijker  omdat consumenten steeds vaker willen weten wat er nu precies in de producten zit die zij eten. Harkema: “Mensen willen weten of wat ze eten gezond is of juist niet. Dan zien ze liever zo min mogelijk e-nummers op de etiketten omdat die een negatief imago hebben. Maar die e-nummers zitten er soms niet voor niets in en zijn niet allemaal kunstmatig. Avebe ontwikkelt zogenoemde ‘clean label zetmelen’. Die hebben de eigenschappen van zetmelen met e-nummers, maar kunnen gewoon als ‘zetmeel’ op het etiket vermeld worden. Daarnaast zijn de zetmelen en eiwitten die Avebe produceert allemaal plantaardig en allergeenvrij. De aardappel is dus een heel ‘schoon’ product. En dat wordt gewaardeerd door onze klanten. Wij zijn dan ook transparant in ons productieproces en welke grondstoffen wij gebruiken.”

Innovatiecentrum

Om een rol te blijven spelen in deze innovatieve markt opende Avebe afgelopen najaar het Innovatiecentrum op de Zernike Campus in Groningen. Harkema: “Hier hebben we onze interne afdelingen Marketing, Sales en Innovaties samengebracht en werken we intensief samen met de Hanzehogeschool, Rijksuniversiteit Groningen, startups en andere bedrijven.”

“We willen verder groeien in goede voeding. Ons aardappelzetmeel en aardappeleiwit voegen waarde toe voor onze klanten. We streven naar de beste oplossing en willen met onze innovaties aansluiten bij de behoeften en trends in de markt.

 

Plantaardige eiwitten: marktvraag in vlees, zuivel en gezond

De markt voor plantaardige eiwitten is volgens Jaap Harkema miljoenen tonnen groot en groeit hard met 5 tot 7 procent per jaar. “De traditioneel grootste bronnen zijn soja en tarwe. Erwt komt sterk op. En er verschijnen steeds meer nieuwe plantaardige eiwitten op de markt waar aardappeleiwit er een van is.”

“De markt zoekt naar plantaardige eiwitten die in staat zijn dierlijke eiwitten te vervangen die niet allergeen zijn – soja en tarwe zijn dat wel –  en die een hoge voedingswaarde hebben, vergelijkbaar met melkeiwit.”

De behoefte aan plantaardige eiwitten zal volgens hem stijgen in productsegmenten als vlees, zuivel en sport- en gezondheidsvoeding (dranken, repen, gepersonaliseerde voeding voor ouderen en patiënten etc). Door de vraag naar alternatieven voor vlees en zuivel groeien plantaardige eiwitten met dubbele cijfers op de markt voor levensmiddelen, zo blijkt uit het EU-rapport de ontwikkeling van plantaardige eiwitten in Europa.

Promoten voor voeding

Diervoeder blijft de belangrijkste afzetmogelijkheid (93 procent), maar op de markt voor plantaardige eiwitten is een aanzienlijke segmentatie ontstaan door de groeiende vraag in de sectoren hoogwaardige diervoeders en levensmiddelen. Een van de voorstellen van de Europese Commissie om de productie van plantaardige eiwitten te ontwikkelen is het promoten van de voordelen van plantaardige eiwitten voor voeding, gezondheid, klimaat en milieu. Dat gebeurt dit jaar met steun van bijna tweehonderd miljoen euro van het promotieprogramma van de Commissie.

 

 

 

 

Agrifirm werkt met Protix aan nieuwe concepten met insecten

ProtixOERei p-0dd9001d5c8e02451cba06418b7740738_view

Agrifirm werkt met Protix aan nieuwe concepten met insecten.  De initiatieven variëren van het ontwikkelen van concepten voor vleeskuikens, leghennen en varkens tot gerichte toepassingen voor een circulaire bodemverbeteraar.

Dick Hordijk, CEO van Agrifirm: “We zijn er trots op dat we onze krachten bundelen met die van een andere Nederlandse pionier op het gebied van circulariteit en duurzaamheid. Deze samenwerking past binnen de missie van Agrifirm om een verantwoorde voedselketen te creëren voor toekomstige generaties. De toekomst van voedsel dwingt alle spelers in het wereldwijde voedselsysteem om opnieuw te kijken naar hun oude ideeën over hoe voedsel wordt gemaakt, waar het vandaan komt en of het echt gezond en duurzaam is. Een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties kan alleen worden gerealiseerd indien alle spelers daadwerkelijk bereid zijn hun gewoonten te veranderen. Een verantwoordelijkheid die ook zakelijke kansen met zich meebrengt. Wij zijn van mening dat hier een mooie kans ligt voor het ontwikkelen van meer concepten als OERei, een innovatief eiconcept dat Protix enkele maanden geleden succesvol op de markt heeft gebracht.” 

Protix is de eerste en grootste producent van gecertificeerde, hoogwaardige en duurzame ingrediënten gemaakt uit insecten. Producten ProteinX, LipidX en Bloosom worden gemaakt in een productiefaciliteit van wereldklasse en zijn gebaseerd op de zwarte soldatenvlieg. Met hun pioniersmentaliteit en gedrevenheid om een maatschappij te realiseren met een kleine ecologische voetafdruk, willen ze het huidige voedselsysteem op de helling zetten en rigoureus verbeteren.

Tarique Arsiwalla, oprichter en Chief Commercial Officer van Protix: “Met Agrifirm hebben we een waardevolle partner, nieuwe klant en leverancier gevonden, met veel kennis en ervaring. Het bedrijf heeft een duidelijke ambitie om te zorgen voor positieve en blijvende verandering, door een voedselsysteem te realiseren dat duurzamer en meer circulair is. We zijn er trots op dat we elkaar bij die missie kunnen steunen.” Ronald van de Ven, directeur van Agrifirm Noord-West Europa: “De op resultaatgerichte cultuur van Protix past goed binnen onze ambities. We breiden ons onderzoek uit met hun ingrediënten en ontwikkelen innovatieve nieuwe producten en concepten voor houders van kippen, leghennen en varkens, zowel in Nederland als daarbuiten. Ook verbreden we ons bereik om het volledig potentieel te ontdekken van de natuurlijke bodemverbeteraar van Protix – met een hoog gehalte aan organische stoffen – en de bijkomende eigenschappen ervan. We gaan uitgebreid onderzoek in het veld doen en samenwerken met het team van Protix om dit verder te vermarkten in de vorm van nieuwe producten die zowel goed zijn voor ons als voor de planeet.” Deze aankondiging volgt op een aanzienlijke capaciteitsuitbreiding die Protix op dit moment in Nederland realiseert en die in het tweede kwartaal van 2019 operationeel zal zijn.

Royal Agrifirm Group

Met meer dan 3000 betrokken medewerkers draagt Royal Agrifirm Group bij aan een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties. Wij leveren meetbare, relevante en duurzame waarde op het boerenerf, op de akker en aan de voederindustrie. 120 jaar geleden opgericht in Nederland, zijn we nu een agrarische coöperatie met een internationaal netwerk van dochterbedrijven in 16 landen in Europa, Zuid-Amerika en Azië en een wereldwijd distributienetwerk. Binnen deze regio’s opererend onder de lokale merken: Agrifirm, Nuscience, Nutral, Nutrifarma, Preconex, Lusai, Cehave Korm, Bonda en Oldambt.

Met kwalitatief hoogwaardige diervoeders, premixen, concentraten, mineralenmengsels en additieven voor de veevoederindustrie, producten voor gewas- en teeltverbetering, dier- en gewasspecifieke digitale oplossingen en professioneel advies, bieden we nutritionele oplossingen voor ondernemende veehouders, integraties, voerbedrijven, distribiteurs en teeltoplossingen voor telers. Wij willen de nummer één kennis- en oplossingsgerichte partner zijn voor onze klanten op het gebied van veevoeders, teelten en dier-, plant- en bodemgezondheid. Better Together!

Protix

Sinds de oprichting in 2009 is het Protix missie om het voedselsysteem terug in balans met de natuur te brengen: circulariteit en gebruik van natuurlijke grondstoffen staan hierbij centraal. Het bedrijf produceert eiwitten en andere hoogwaardige nutrienten uit insecten. Deze insecten worden gekweekt op plantaardige reststromen; hierdoor wordt tegelijkertijd een bijdrage geleverd aan het terugdringen van voedselverspilling. Door hoogwaardige nutrienten uit insecten op een betrouwbare basis te leveren aan klanten maakt Protix vandaag al blijvende impact. We zijn trots op onze innovatieve veevoer concepten waarbij stappen voorwaarts gezet worden op zowel footprint als dierenwelzijn.

 

 

Vleeswarenfabrikanten Kips en Stegeman schakelen naar vega

Vleeswarenfabrikanten Kips en Stegeman schakelen naar de vegetarische markt. Kips zet met vegetarische vleeswaren de stap naar vegan, terwijl Stegeman Vollof vleeswaren met een aandeel groenten lanceert. Beide fabrikanten spelen in op de markt van vleesvervangers die een sterke groei laat zien. De consumptie van vleeswaren en vleesproducten staat daarentegen onder druk.

Kips introduceert vier vega-producten: vegetarische leverworst, paté, smeerleverworst en filet americain. Het is het eerste vega assortiment van het leverworstmerk. Vanaf eind dit jaar ligt het een jaar lang exclusief in de schappen van Albert Heijn.

Kips kleintje smeerworst vegaKips filet americain vega

 

 Kips speelt met de vega-producten in op veranderende consumentengewoonten. Jo-Anne van der Laan: “Wij constateren al geruime tijd dat de consumptie van vlees jaarlijks iets terugloopt. Flexitariërs kiezen ervoor af en toe geen vlees te eten. Wij spelen daarop in door nu ook vega-producten onder het Kips-merk te brengen. Daarbij mikken we op een brede doelgroep; ook vegetariërs en veganisten, want er zitten geen dierlijke eiwitten in deze nieuwe Kips-producten.”

Vollof met 30 procent groenten

Stegeman lanceert Vollof, een reeks nieuwe vleeswaren met 30 procent groenten: boterham- en grillworst, gehakt, Gelderse gekookte worst, leverworst en filet americain. De producten zijn verkrijgbaar bij de grotere Albert Heijn-filialen en online via AH.nl. Begin volgend jaar komen hier drie producten bij: palingworst, kookworst en smeerleverworst.

Stegeman-Vollof Pop up

 Groente vervangt deels vet

De Vollof-producten bevatten tot 65 procent minder vet, maar zijn naar eigen zeggen net zo smakelijk en makkelijk in het dagelijks gebruik als vergelijkbare reguliere vleeswaren. Groente als gedeeltelijke vervanger van vet is het kenmerk van de nieuwe lijn traditionele vleeswarenproducten van Stegeman Vollof.

De Deventer vleeswarenfabrikant speelt met Vollof in op de groeiende behoefte van de Nederlandse consument aan verantwoorde voedingskeuzes die passen bij een evenwichtiger eetpatroon.Theo Toering van Stegeman: ‘Consumenten zijn zich steeds bewuster van wat ze eten en daar spelen we met Stegeman Vollof op in. We bieden de consument met Stegeman Vollof de mogelijkheid om te genieten van vleeswaren die echt aanzienlijk minder vet bevatten door hier groente aan toe te voegen.’

Bij de ontwikkeling van Stegeman Vollof was het de kunst om te zorgen voor minder vet, meer groente, vitaminen en vezels en tegelijk de smaakbalans te behouden. De producten bevatten eenderde aan groente – bij smeerleverworst is dat zelfs de helft – en tot zelfs 65 procent minder vet dan het marktgemiddelde.

Over Kips

Kips, onderdeel van Zwanenberg Food Group, produceert naast leverworst ook andere vleesproducten, snacks en vleeswaren. Zwanenberg Food Group is een voedingsmiddelenconcern met 1600 medewerkers en een omzet van circa € 400 miljoen.

Het concern produceert  soepen, sauzen en vegetarische producten.  Daarnaast exporteert Zwanenberg vleesconserven (onder andere onder de merknaam Zwan) naar meer dan honderd landen wereldwijd. Er zijn eigen productielocaties in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.  

Over Stegeman

Stegeman levert vanuit de locaties in Deventer en Wijhe droge worsten, verpakte vleeswaren – voornamelijk onder private label, spreads, maaltijdcomponenten en vegetarische producten. Stegeman is sinds 2008 onderdeel van  Campofrio Food Group, vooraanstaand vleesverwerkende bedrijf in Europa en een van de vijf grootste vleesverwerkende bedrijven in de wereld. Campofrio is met acht verschillende business units actief in Europa en de VS. Deze zijn gevestigd in: Spanje, Italië, Portugal, VS, Duitsland, België, Frankrijk, Nederland en een joint venture in Roemenië.

Het Vinkje mag niet meer, pleidooi voor Nutri-Score

 

Tekst: Ria Besseling

Voedingswaardelabels: trekt ieder land zijn eigen plan?

Europese foodfabrikanten zijn nu bijna twee jaar verplicht om de voedingswaarde op het etiket van voedingsproducten te vermelden. Deze etikettering betekent een mooie stap vooruit naar een uniforme Europese regelgeving. Maar qua vorm van het label en eventuele logo’s trekken diverse landen hun eigen plan. Gaat Nederland met Nutri-score de Fransen en Belgen achterna?

Nutri-Score 30739332_1197247207073121_2009777964174016512_o

Wat gaat Nederland nu doen? De voedingsindustrie gebruikte het Vinkje, maar dat mag dus binnenkort officieel niet meer op producten staan. Het wachten is op een besluit van VWS of er een ander logo moet komen. “Op dit moment zijn producenten die het vinkje gebruikten het logo aan het uitfaseren”, zegt het FNLI in een reactie. “Daarmee is er in Nederland geen voorkeursysteem meer voor additionele informatie over voedingswaarden. Omdat de meeste systemen genotificeerd moeten worden door de Nederlandse overheid bij de Europese Commissie in Brussel is VWS aan het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Wij vinden verder onderzoek verstandig, omdat er nog onduidelijkheid is over wat consumenten het beste zou helpen en welk systeem het meeste draagvlak heeft in Nederland.”

Foodwatch heeft een oproep staatssecretaris Blokhuis van VWS gedaan om snel tot een standpunt over een nieuw onafhankelijk voedingslabel te komen dat het Vinkje op voedseletiketten moet vervangen.
De voedselwaakhond vindt Nutri-score – naast het Britse verkeerslichtsysteem – een goede kandidaat, mits het aan fabrikanten wordt opgelegd om op al hun voedseletiketten te vermelden.

De Consumentenbond is blij dat het Vinkje op voedselverpakkingen verdwijnt, maar wil dat er snel een alternatief komt. Consumenten hebben behoefte aan een logo dat gezonde keuzes makkelijker maakt, zo blijkt. De Consumentenbond legde ruim 1600 consumenten vier keer twee ontbijtgranen voor. Op het oog vergelijkbare producten, zijn niet altijd even gezond. Consumenten kozen vaker voor het gezondere product wanneer het Franse Nutri-Score logo of het Britse Verkeerslichtensysteem op de verpakkingen stond.  Zo’n 62 procent van de ondervraagde consumenten denkt met een voedselkeuze logo op de voorkant van verpakkingen  gemakkelijker een keuze te kunnen maken. Consumenten hebben bij een nieuw logo voorkeur voor kleurcodes. Zij willen ook dat een nieuw logo op gezonde en ongezonde producten staat  en dat het onafhankelijk van het bedrijfsleven ontwikkeld wordt.

Voedingswaardelogo’s, Europees of per land?

En wat doen andere landen  met voedingswaardelogo’s? In diverse landen verschijnen eigen logo’s en labels voor nutritioneel etiketteren van de hoeveelheid calorieën, vetten, verzadigde vetten, koolhydraten, suikers, proteïnen en zout. Terwijl een erkend en betrouwbaar Europees voedingswaardelabel eigenlijk beter past in een uniforme markt. Gaat ieder land het anders doen? In Nederland hanteerden we lange tijd het Ik Kies Bewust-logo, beter bekend als het Vinkje, maar dat mogen fabrikanten vanaf oktober niet meer op producten zetten. Nu gaan er stemmen op om het kleurensysteem van Nutri-Score in te voeren. Dit label geeft met een letter en een kleur, gemeten naar de hoeveelheden voedingsstoffen en ingrediënten, een beeld hoe gezond of ongezond een product is. De consument kan een product met dit logo snel en eenvoudig bestempelen tot gezond of minder gezond.

 

Heldere boodschap

 

Het Voedingscentrum heeft geen voorkeur voor de vorm van het logo. “Elk logo heeft voor- en nadelen die goed bestudeerd moeten worden. Om naar consumenten een heldere boodschap te communiceren, is het belangrijk dat alle producenten en winkels meedoen, de consument begrijpt wat het logo betekent, het logo de consument aanspreekt en het voor de consument duidelijk is dat voedingsmiddelen uit de Schijf van Vijf de meeste gezonde keuze zijn. Deze randvoorwaarden zijn ook belangrijk om te voorkomen dat consumenten minder vertrouwen in het etiket krijgen”, aldus Wieke van der Vossen, expert voedselveiligheid en etikettering van het Voedingscentrum.

Over de invloed van verschillende etikettering of gebruik van een logo door bedrijven die produceren voor verschillende Europese landen is de expert van het Voedingscentrum duidelijk: “De etiketten met voedingswaardes zijn in verschillende landen nu al anders, bijvoorbeeld alleen al in de taal. Dit zou volgens ons geen belemmering hoeven te zijn omdat bedrijven hier nu al op ingesteld zijn.”

 

In Europa is het dus verplicht om de voedingswaarde op het etiket te vermelden zoals aangegeven in de wet Voedselinformatie (Vo. 1169/2011). Maar binnen deze wetgeving is het gebruik van een logo niet verder uitgewerkt. Als het om logo’s gaat zijn er twee Europese wetten van belang: de wet Voedselinformatie en de Claimswetgeving (Vo. 1924/2006). “Er is verder niet in deze wetten vastgelegd welke logo’s gebruikt mogen worden en hoe dit is geregeld. Wel zijn er bijkomende eisen. De EU-commissie heeft bij het systeem Nutri-Score aangetekend dat de groene A-score eigenlijk een claim is die bij de commissie moet worden meegedeeld voor gebruik in het land.” De kanttekening houdt in dat een land moet melden wanneer het die groene A-score als claim voor gezonde producten gaat gebruiken.

 
 

Nutri-Score: twijfels in België

 

Zijn wij in Nederland in afwachting van een logo na het Vinkje, de Belgen besloten onlangs om Nutri-Score in te voeren. Supermarkten in Belgie introduceren Nutri-Score nu in de winkels. Delhaize vermeldt het label de komende jaren op steeds meer huismerkproducten en klanten van Colruyt-formules kunnen met de SmartWithFood-app de Nutri-Score van producten nagaan.

Voedingswaarde etikettering 27303 Bami goreng Boni Selection

Bami goreng, een van de eerste Boni Selection-producten met Nutri-Score label die Colruyt in de schappen brengt. (Beeld: Colruyt)

 

Toch weifelt de Belgische voedingsindustrie. Belgische foodfabrikanten geven de voorkeur aan Europese wetgeving. Als ieder land op eigen houtje te werk gaat, wordt exporteren mogelijk moeizaam. Verder bestaat de kans dat fabrikanten van ongezonde producten consumenten niet waarschuwen voor grote hoeveelheden suiker, vet en zout in hun producten. Waardoor het label minder betrouwbaar wordt voor consumenten.

Toch besloot de Belgische minister van Volksgezondheid Maggie De Block deze zomer om Nutri-Score in te voeren. Voedingsbedrijven bepalen weliswaar vrijwillig of ze het label gebruiken, maar het ministerie verwacht dat de Belgische industrie hiervoor kiest.

 

Naar Frans voorbeeld

 

België volgt met de introductie van Nutri-Score Frankrijk dat er sinds vorig jaar mee werkt en het systeem verder heeft ontwikkeld. Nutri-Score is gebaseerd op het verkeerslichtensysteem Traffic Light dat de Britse gezondheidsdienst FSA in 2007 al ontwikkelde. Dit label laat vier aparte kleuren zien voor de ingrediënten vet, verzadigd vet, suiker, zout.

Nutri-score 1

Ook de Fransen beschouwen de Europese regels over consumenteninformatie voor voedingsmiddelen als wettelijke basis. Deze bepalen onder meer dat landen eigen systemen kunnen invoeren zolang deze vrijwillig blijven. Maar dat geldt dus alleen voor producten die in het land zelf op de markt komen. En zo zien de Fransen dat ook met Nutri-Score. Toch zijn grote internationale merkfabrikanten als Bonduelle en Danone gestart met het systeem. Andere internationale concerns als Unilever, Mondelȇz, Nestlé, PepsiCo en Coca-Cola zien daarentegen niets in het label. Zij onderzoeken in een bredere EU-context of Evolved Nutrition Label initiatief ofwel vermelding van voedingswaarden op basis van kleuren en porties, consumenten zou kunnen helpen bij het maken van gezondere keuzes.

 

Logo alleen niet genoeg voor gezonder kiezen

Het Voedingscentrum geeft aan dat een voedselkeuzelogo alleen niet genoeg is om mensen gezonder te laten kiezen. “Het is een middel om mensen te laten zien wat gezondere producten zijn. Maar het is niet wetenschappelijk aangetoond dat voedselkeuzelogo’s ervoor zorgen dat mensen vaker voor gezondere producten kiezen. Een voedselkeuzelogo kan daarom onderdeel zijn van een integrale aanpak, maar er is meer nodig om mensen gezonder te laten kiezen”, aldus Van der Vossen.

Ook het instituut anses (agence Française de sécurité sanitaire de l’alimentation) onderzocht de impact van de keuzes die consumenten maakten en oordeelde dat op basis van de huidige kennis niet kan worden aangetoond dat dergelijke systemen ook invloed hebben op de volksgezondheid.

 

Fooditive: additieven en zoetstoffen uit agf reststromen

Fooditive 37811372_436474286862984_3652551458236137472_n

Start-up 7th circle introduceert Fooditive, een assortiment additieven en zoetstoffen voor de foodindustrie uit reststromen uit de agf sector.

De natuurlijke producten zijn gebaseerd op restproducten van groenten en fruit. Zo zijn de emulgatoren van Fooditive afgeleid van aardappelen, zijn bananenschillen het  hoofdingrediënt voor de verdikkingsmiddelen en staan wortelen aan de basis van de. conserveringsmiddelen. De zoetstoffen worden gemaakt van schillen van peren en appels. Deze mix wordt  volgens een gepatenteerd droog- en mengproces met zelf ontwikkelde machines omgezet tot een nieuwe zoetstofformule. De zoetstof is geschikt voor zuivel  ,ijs,  diepgevroren desserts, dranken, gebak, soepen,  sauzen en conserven.

Duurzaam productieproces

7th Circle richt zich met de producten op een duurzaam productieproces voor fabrikanten en draagt bij aan de opbouw van een circulaire economie. Boeren leveren bovendien tegen een eerlijke prijs  de grondstoffen waarmee afval in additieven wordt getransformeerd.

De natuurlijke zoetstoffen zijn caloriearm en daarmee veilig voor mensen die lijden aan diabetes of zich bewust willen zijn van hun gewicht.”Consumenten willen begrijpen wat ze eten,” aldus Moayad Abushokhedim, wetenschapper en 7th Circle oprichter. “7th Circle streeft ernaar om het bewustzijn onder consumenten te vergroten. Zij moeten weten dat er natuurlijke gezonde alternatieven bestaan voor veel van de e-nummers waar we tot nu toe mee te maken hadden.”

Naar minder suiker

Met het bedenken en ontwikkelen van de producten strijdt Fooditive voor een wereld met minder suikerconsumptie. Fooditive wil niet verantwoordelijk zijn voor aan obesitas gerelateerde aandoeningen, zoals hartaandoeningen, beroertes, type 2-diabetes en zelfs bepaalde soorten kanker.

Daarnaast hanteert 7th Circle strenge maatstaven om de voedselveiligheid te kunnen garanderen, door bijvoorbeeld te testen op pesticiden en zware metalen. Om de strategie van duurzaamheid te onderstrepen, streeft de startup naar een productie die volledig op basis van hernieuwbare energie is gebaseerd.

 

 

Air Products verrijkt verpakte voeding met natuurlijke aroma’s

 
   

Air Products introduceert Freshline Aroma MAP, een systeem dat natuurlijke aroma’s zoals essentiёle oliёn in de verpakking injecteert gelijktijdig met het modified atmosphere packaging gas (MAP). Er zijn geen bijkomende productiestappen noodzakelijk.

 Aroma-MAP-CMYK

Met dit innovatieve systeem biedt Air Products fabrikanten van voedingsmiddelen een nieuwe manier om natuurlijke aroma’s aan verpakte voedingsmiddelen toe te voegen en zo de zintuiglijke ervaring van consumenten te verbeteren. Dit kan toekomstig koopgedrag gunstig beïnvloeden. Deze technologie heeft ook potentie om de verspilling van voedsel tegen te gaan en vermindert het risico op het terugsturen van niet-verkochte producten. Het gebruik van specifieke essentiële oliën kan – vergeleken met standaard MAP – de houdbaarheid van het product verlengen.

Inspelen op zintuiglijke marketing

De natuurlijke essentiёle oliёn of aroma’s, die met het Freshline Aroma MAP-systeem in de verpakking geïnjecteerd worden, komen tegemoet aan de stijgende vraag naar Clean Label ingrediënten. Het toevoegen van geuren die emoties triggeren helpt voedingsbedrijven om een emotionele band met hun klanten te creëren. Zintuiglijke marketing is de laatste jaren sterk in opmars. Dat is niet alleen trendy maar vooral zeer efficiënt en biedt een waaier aan mogelijkheden voor de voedingsmiddelenindustrie.

 

“De markt voor verpakte voedingsmiddelen blijft groeien. Ook voor voedingsproducten die verpakt worden onder gemodificeerde atmosfeer is er nog veel potentieel. Het gebruik van natuurlijke aroma’s die de zintuiglijke ervaring van de consument versterken, biedt producenten uitstekende mogelijkheden”, zegt Ann Callens, Food & Cryo Segment Manager bij Air Products.

 “Je kunt spreken van een win-win situatie voor alle betrokkenen. Ons systeem wordt eenvoudigweg geïntegreerd in de bestaande verpakkingslijn. Het toevoegen van aroma’s kan een meerwaarde betekenen voor tal van voedingsmiddelen, waaronder bewerkt vlees, gedroogde producten en bakkerijproducten.”

 

De machine injecteert dankzij de vooraf ingestelde parameters een nauwkeurige en herhaalbare hoeveelheid aroma in de gasstroom. Het mengsel van MAP-gas en actieve en aromastoffen wordt naar de verpakkingsmachine geleid, waar het vervolgens op dezelfde manier als bij standaard MAP in de verpakking geïnjecteerd wordt. Het systeem is veilig, hygiënisch en voldoet aan alle geldende richtlijnen en best practises in de voedingsmiddelenindustrie.

 

Over Air Products

 

Air Products is al meer dan 75 jaar een wereldwijd toonaangevende onderneming voor industriële gassen. De kernactiviteiten van het bedrijf op het gebied van industriële gassen omvatten de levering van atmosferische en procesgassen en het bijbehorende materieel aan industriёle bedrijfstakken zoals voeding en dranken, raffinage en petrochemie, metaalbewerking en elektronica. Daarnaast is Air Products wereldwijd de voornaamste leverancier van procestechnologie en -apparatuur op het gebied van vloeibaar aardgas.

 

Air Products realiseerde in boekjaar 2017 een omzet van $ 8,2 miljard uit de lopende activiteiten in 50 landen en heeft een huidige beurswaarde van ongeveer $ 35 miljard. Ongeveer 15.000 enthousiaste, getalenteerde en toegewijde medewerkers worden gedreven door het doel van Air Products om innovatieve oplossingen te ontwikkelen die het milieu ten goede komen, de duurzaamheid vergroten en die gericht zijn op de uitdagingen waar klanten, gemeenschappen en de wereld mee te maken krijgen.

www.airproducts.nl

Chocoa 2019: Gezond chocolade proeven uit de hele wereld

 

Op weg naar 100% duurzame chocolade in Nederland vanaf 2025

Chocoa 2017

Chocoa 2019, het grootste chocoladefestival van Nederland, staat ditmaal in het teken van gezondheid en duurzaamheid. Duurzaam, lekker en gezond gaan ook bij chocola heel goed samen. Deelnemers worden meegenomen in de hele keten van cacaoboon tot de lekkerste chocolade. Uit de hele wereld komen cacaoboeren, handelaren, verwerkers, chocolademakers en consumenten samen in de historische Beurs van Berlage in Amsterdam.

Chocoa vindt van 20 t/m 24 februari 2019 voor het zevende jaar op rij plaats en trok in voorgaande jaren zo’n 35.000 bezoekers.

Naast het grote festival dat in het weekend plaats vindt, omvat Chocoa onder andere een cacao-vakbeurs, een congres over verduurzaming van de keten, een forum voor chocolademakers en een masterclass voor chocolatiers. Tijdens het festival kom je alles te weten over de verduurzaming van de keten en is er vooral heel veel lekkere chocolade te proeven. Natuurlijk zijn er ook seminars over hoe je zelf chocolade kan maken en kan je zelf mee proeven en stemmen voor de ‘hot’ chocolate award. 

“We zien dat de herkomst en duurzame productie steeds belangrijker worden ook in de chocolade markt; het zal van steeds meer belang worden om te weten waar de cacao in je favoriete chocoladereep vandaan komt. Chocoa brengt de keten en de makers dichtbij, dat is uniek en heel inspirerend”,  aldus organisator Caroline Lubbers.

100% duurzame chocolade in 2025
De Nederlandse overheid en het Nederlandse bedrijfsleven hebben zich gecommitteerd aan 100 procent duurzame chocoladeconsumptie vanaf 2025. Momenteel is dat ruim 60%. Tijdens het congres en het festival van Chocoa 2019 komt aan bod wat er moet gebeuren om het doel te bereiken. 

Organisator Jack Steijn: “We moeten niet denken dat we de problemen in de cacao- en chocoladeketen alléén kunnen oplossen. Het wordt tijd dat we over de grenzen gaan denken en meer gaan samenwerken met andere sectoren om voor blijvende veranderingen te zorgen in de herkomstgebieden van de grondstoffen”.

www.chocoa.nl

Zo bereidt u zich voor op de Brexit

safe_image.php

Met nog 170 dagen tot de Brexit is een ding vrijwel zeker: op 29 maart 2019 verlaat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie. Ondernemers lopen het risico dat zij vanaf 30 maart 2019 geen zaken meer kunnen doen met het Verenigd Koninkrijk als zij niet de juiste voorbereidingen treffen en er geen overgangsperiode komt. De Nederlandse douane merkt dat veel mkb’ers nog niet weten hoe zij hun voorbereidingen moeten aanpakken.

Benodigde douanevoorbereidingen

Concreet krijgen ondernemers te maken met minimaal zeven extra formaliteiten, zoals douaneheffingen en invoerrechten. Als zij niet alle formaliteiten op orde hebben, is de kans groot dat zij vanaf 30 maart stil staan bij de grens. De voorbereidingen nemen gemiddeld enkele maanden in beslag. Daarom is het belangrijk snel met de voorbereidingen te starten.

De eerste stap is het aanvragen van het EORI-nummer voor handel met landen buiten de EU. Dit kan eenvoudig op het nieuwe platform douane.nl/Brexit.

Om te weten welke douanevoorbereidingen en certificaten nodig zijn, is er de Brexit Impact Scan. Deze scan brengt de persoonlijke situatie in kaart en geeft ondernemers advies op maat.

 

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2019 Ria Besseling