Agrifoodclicks

Moslim consument zoekt inspiratie in de keuken

Een kwart van de wereldbevolking is moslim. In België is dit 15 procent en in Vlaanderen 10 procent. Deze percentages groeien sterk en marketeers en producenten dienen voldoende oog te hebben voor deze moslimconsument. Dit kwam naar voren tijdens het tweede seminar van VLAM over etnomarketing tijdens de land- en tuinbouwbeurs Agriflanders in Gent. Drie sprekers over de kansen die de moslimconsument biedt voor Belgische –  en Nederlandse – ondernemers.

1.Het diepte-onderzoek ‘De moslimconsument: voedingsgedrag en aankoopgewoonten’ door Lies Vandaele, Research director bij Ipsos.
Om te kunnen inspelen op de onbenutte marktopportuniteiten die de moslimconsument biedt, moeten we de moslimconsument beter leren kennen. Dit doen we door de attitudes, motivaties en barrières ten aanzien van versproducten in kaart te brengen en te onderzoeken hoe we deze doelgroep het best kunnen bereiken. Om inzicht te krijgen in het feitelijke koopgedrag van de moslim voornaamste verantwoordelijke voor aankoop volgden we hem en haar op hun shopping trip. Diepte-interviews gaven inzicht in de houding tegenover voeding in het algemeen en versproducten in het bijzonder.

Welke factoren bepalen de eet- en kookgewoontes?
Hoe moslims omgaan met eten en koken is het resultaat van verschillende invloeden die we kunnen onderbrengen in vier groepen: de stad/omgeving waarin ze leven, de cultuur van het land van herkomst, de religie en de sociaaleconomische situatie.

We zien ook dat hoe beter de sociaaleconomische situatie is, hoe vrijer mensen omgaan met de invloeden en de inspiratie van buitenaf. Het aanbod van de inspiratie wordt dan weer bepaald door de omgeving waarin ze leven.

Het is belangrijk te begrijpen dat religie niet hetzelfde is als culturele afkomst. Bij religie gaat het om regulerende principes die meegegeven worden vanuit de islam, maar ook de strekking waartoe ze behoren en de persoonlijke manier waarmee ze met deze regels omgaan. Bij de culturele afkomst gaat het over familietradities, smaken en voorkeuren die gelinkt zijn aan de streek/het land waar ze vandaan komen.

Evolutie naar hybride eetcultuur

De traditionele eetcultuur van Turkse en Marokkaanse Belgen evolueert naar een hybride eetcultuur, een mix van elementen uit het land van herkomst met elementen uit de West-Europese voedingscultuur. Vooral door de week komen ze tot een eetpatroon dat ‘Vlaams’ gestructureerd is. In het weekend wordt er traditioneler gekookt en wordt meer tijd genomen om samen te eten.

 

Moslim cons vers ass

Moslimconsumenten doen moeite om vers te kopen. Het is de manier om naasten gezond te voeden en liefde te tonen.

Prijs, versheid en hoeveelheid zijn belangrijk

Er wordt moeite gedaan om ‘vers’ te kopen en te eten. Het is de manier om je naasten gezond te voeden en je liefde te tonen. Voorraad (genoeg in huis hebben) blijft ook belangrijk. Er moet altijd voldoende voorraad zijn om te kunnen koken voor iedereen die in huis is of op bezoek is.
De moslim is prijsgevoelig en maakt daarnaast vooral een afweging tussen vertrouwde smaak en kleur enerzijds en de mogelijkheid om te bewaren anderzijds. Er wordt vaak in grote hoeveelheden gekocht.

De afkomst van de producten speelt mee bij de aankoopbeslissing. Hierdoor heeft lokaal wel een betekenis, zij het impliciet. Er is vooral openheid voor lokaal aankopen als het gaat over producten die typisch Belgisch zijn of hier goed kunnen groeien en ook over het gevoel dat het van de boer komt, dat je dat kunt zien, voelen en ruiken.
‘Bio’ is dan weer geen garantie die moslims voor waar aannemen; er is zelfs argwaan tegenover het biolabel. De Marokkaanse en Turkse consumenten vinden bioproducten eigenlijk te duur. Versheid is voor hen een veel belangrijker aankoopcriterium dan milieubewust. Bewust seizoensgebonden kopen doen ze zelden. Ze gaan er van uit dat alle producten het hele jaar door beschikbaar zijn en willen ze ook altijd kunnen kopen.

Religie en kookkunst

De voedselconsumptie vertoont pieken rondom belangrijke religieuze rituelen, zoals de ramadan. De tradities vervagen, maar de voorkeur voor verse producten en het aanleggen van een ‘strategische’ voorraad blijven. De moslimeetcultuur is iets traditioneler.

Uitgebreid voorbereiden van de maaltijd maakt deel uit van de cultuur. Gemak wordt dikwijls gehaald door het invriezen van restanten en maaltijdcomponenten die men later kan gebruiken. Verder is men erg zintuiglijk ingesteld: niet alleen de smaak maar ook de kleur en de geur die een groente of fruit aan een gerecht kan toevoegen, zijn erg belangrijk.

Halal of religie is vooral van belang voor vlees en kaas, yoghurt en heeft veel te maken met vertrouwen. Halal aankopen gebeurt vooral bij de slager en in de etnische winkel. Voor een aantal is een halalaanbod in de supermarkt zeker te vertrouwen. Dit vertrouwen moet echter nog groeien. Dit kan enerzijds door een verdere stijging van de reputatie van het (huis)merk en door een grotere aftrek van deze producten door andere moslims. Bij kaas en yoghurt is duidelijke productinformatie van belang en bepaalde apps helpen in de zoektocht naar de juiste producten.

Colruyt Laagste prijzen en Lidl favoriete winkels

Versheid, hygiëne en prijs bepalen vooral de keuze voor de winkel. De moslimklant is prijsgevoelig en kiest daarom voor winkels die een lageprijspolitiek hanteren. Supermarkten worden bovendien als hygiënisch gezien. In Belgie zijn Colruyt en Lidl daarom de favoriete winkels: er is een ruim aanbod en het is er netjes. Naast de droge voeding worden hier ook verse producten als kaas, fruit en groenten gekocht.

2. Hoe kan retail inspelen op de behoeften van de moslim?
De multiculturaliteit bij Colruyt Laagste prijzen werd belicht door Marieke Myngheer, Productgroepmanager van Colruyt. Zij neemt ons mee in de multiculturele veranderingen voor de Colruytklant.

Dierlijke bestanddelen in veel producten, onduidelijke (halal)definities, lange lijsten van E-nummers en de eigen voorkeuren stellen de moslimklant voor keuzeproblemen. Hoe vindt de moslimconsument zijn weg in de winkel?

Colruyt geeft met ‘etnoproof’ een oplossing voor klanten met verschillende levenswijzen. Met duidelijke iconen voor vegetarische, veganistische en alcoholvrije producten zorgt ‘etnoproof’ voor eenvoudige oplossingen en goede vindbaarheid. De app Mycolruyt is een handig instrument om de keuze voor de multiculturele klant te vergemakkelijken en komt hiermee tegemoet aan het keuzeprobleem van de moslimconsument.

In het profiel van MyColruyt-app geeft de klant zijn favoriete voorkeur en/of levensstijl aan. Hij vinkt aan of hij graag glutenvrij, lactosevrij, vegetarisch, veganistisch, alcoholvrij en/of halal wil eten, en via een groene duim bij de producten weet de klant meteen of deze geschikt zijn en voldoen aan zijn keuze. Deze iconen zijn binnenkort ook terug te vinden op de huismerken van Colruyt. De klant hoeft dan niet meer ellenlange ingrediëntenlijsten  te lezen, maar ziet in één oogopslag of het product aansluit bij de gekozen voorkeur. Colruyt zet ook in op herkenning en lanceerde een 40-tal specifieke producten voor de moslimconsument. Dit productassortiment gaat van couscous over thee tot verse kazen.

3. Hoe pak je de nieuwe consument aan?
De moslimconsument biedt een enorm potentieel. Dat vertelde Rachid Lamrabat van het etno- communicatie- en marketingbureau, Tiqah. De moslimgemeenschap vertegenwoordigt 15% van de Belgische bevolking en groeit continu. Dit komt hoofdzakelijk doordat de moslimgemeenschap een jonger leeftijd (29 jaar) heeft ten opzichte van niet-moslims (32 jaar). Door deze jongere leeftijd hebben moslims gemiddeld meer kinderen (3,1) dan de autochtone bevolking (1,9). De Belgische moslimgemeenschap bestaat hoofdzakelijk uit Marokkanen (46 %) en Turken (26 %). Ook mensen met een Arabische, Pakistaanse, West-Afrikaanse achtergrond zijn een groeiende groep.

De islam is een ‘way of life’. Het geeft de mens vrede in het hart. Het is een remedie voor negatieve emoties zoals jaloezie, verdriet en woede. Het begeleidt de moslim in het alledaagse leven en de islam maakt deel uit van de identiteit. In essentie betekent moslim zijn in België het volgende: harmonieus leven in synergie met zichzelf en de anderen rondom zich.

De islamitische identiteit kan gedefinieerd worden aan de hand van het winkelkarretje. Geen alcohol, geen producten op basis van varkensvlees, geen additieven van dierlijke oorsprong en geen naakte figuren op verpakkingen. Enkel producten die voldoen aan de halalregels.
De moslim zit vaak gevangen tussen twee culturen en heeft het gevoel niet aanzien te worden als volwaardig lid van beide culturen. Er is een sterke focus op familie. Beschermend en reactief jegens potentiële bedreigingen tegenover de familie in het algemeen en de kinderen in het bijzonder.
Lamrabats betoog was er een van wederzijdse kennis en vertrouwen. Het opbouwen van ‘trust’ is essentieel om moslims te benaderen. Om vertrouwen op te bouwen moet men elkaar eerst leren kennen. Als marketeer volstaat het niet om enkel de verpakking of de communicatie aan te passen naar deze doelgroep. Je moet de moslimconsument leren begrijpen en aangepaste producten voor hem ontwikkelen.

Gemak is een belangrijke trend voor de moslimgemeenschap. Het zijn vooral de moslims van de derde generatie in België die gemaksproducten kopen en naar de supermarkt gaan. Hun grootouders kopen nog het liefst rechtstreeks bij de boer. De vertrouwensrelatie tussen hen en de boer is essentieel en overstijgt het halallabel.

Communicatie moet inspireren

Communicatie naar de moslimconsument moet inspireren: nieuwe dingen leren kennen, gerechten tonen en tips geven. Maar het is niet nodig om producten in traditionele Turkse of Marokkaanse gerechten te plaatsen. Ze staan open voor de Vlaamse cultuur.
Communicatie moet niet integreren of assimileren: de diversiteit in de doelgroep is groot. Dus als je de ene aanspreekt, kan het voor de ander als ‘niet voor mij’ gezien worden. Omdat eten zo belangrijk is, is deze groep ook via vele kanalen te bereiken, zowel push als pull en zowel online als offline.

Vleeswarenfabrikanten Kips en Stegeman schakelen naar vega

Vleeswarenfabrikanten Kips en Stegeman schakelen naar de vegetarische markt. Kips zet met vegetarische vleeswaren de stap naar vegan, terwijl Stegeman Vollof vleeswaren met een aandeel groenten lanceert. Beide fabrikanten spelen in op de markt van vleesvervangers die een sterke groei laat zien. De consumptie van vleeswaren en vleesproducten staat daarentegen onder druk.

Kips introduceert vier vega-producten: vegetarische leverworst, paté, smeerleverworst en filet americain. Het is het eerste vega assortiment van het leverworstmerk. Vanaf eind dit jaar ligt het een jaar lang exclusief in de schappen van Albert Heijn.

Kips kleintje smeerworst vegaKips filet americain vega

 

 Kips speelt met de vega-producten in op veranderende consumentengewoonten. Jo-Anne van der Laan: “Wij constateren al geruime tijd dat de consumptie van vlees jaarlijks iets terugloopt. Flexitariërs kiezen ervoor af en toe geen vlees te eten. Wij spelen daarop in door nu ook vega-producten onder het Kips-merk te brengen. Daarbij mikken we op een brede doelgroep; ook vegetariërs en veganisten, want er zitten geen dierlijke eiwitten in deze nieuwe Kips-producten.”

Vollof met 30 procent groenten

Stegeman lanceert Vollof, een reeks nieuwe vleeswaren met 30 procent groenten: boterham- en grillworst, gehakt, Gelderse gekookte worst, leverworst en filet americain. De producten zijn verkrijgbaar bij de grotere Albert Heijn-filialen en online via AH.nl. Begin volgend jaar komen hier drie producten bij: palingworst, kookworst en smeerleverworst.

Stegeman-Vollof Pop up

 Groente vervangt deels vet

De Vollof-producten bevatten tot 65 procent minder vet, maar zijn naar eigen zeggen net zo smakelijk en makkelijk in het dagelijks gebruik als vergelijkbare reguliere vleeswaren. Groente als gedeeltelijke vervanger van vet is het kenmerk van de nieuwe lijn traditionele vleeswarenproducten van Stegeman Vollof.

De Deventer vleeswarenfabrikant speelt met Vollof in op de groeiende behoefte van de Nederlandse consument aan verantwoorde voedingskeuzes die passen bij een evenwichtiger eetpatroon.Theo Toering van Stegeman: ‘Consumenten zijn zich steeds bewuster van wat ze eten en daar spelen we met Stegeman Vollof op in. We bieden de consument met Stegeman Vollof de mogelijkheid om te genieten van vleeswaren die echt aanzienlijk minder vet bevatten door hier groente aan toe te voegen.’

Bij de ontwikkeling van Stegeman Vollof was het de kunst om te zorgen voor minder vet, meer groente, vitaminen en vezels en tegelijk de smaakbalans te behouden. De producten bevatten eenderde aan groente – bij smeerleverworst is dat zelfs de helft – en tot zelfs 65 procent minder vet dan het marktgemiddelde.

Over Kips

Kips, onderdeel van Zwanenberg Food Group, produceert naast leverworst ook andere vleesproducten, snacks en vleeswaren. Zwanenberg Food Group is een voedingsmiddelenconcern met 1600 medewerkers en een omzet van circa € 400 miljoen.

Het concern produceert  soepen, sauzen en vegetarische producten.  Daarnaast exporteert Zwanenberg vleesconserven (onder andere onder de merknaam Zwan) naar meer dan honderd landen wereldwijd. Er zijn eigen productielocaties in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.  

Over Stegeman

Stegeman levert vanuit de locaties in Deventer en Wijhe droge worsten, verpakte vleeswaren – voornamelijk onder private label, spreads, maaltijdcomponenten en vegetarische producten. Stegeman is sinds 2008 onderdeel van  Campofrio Food Group, vooraanstaand vleesverwerkende bedrijf in Europa en een van de vijf grootste vleesverwerkende bedrijven in de wereld. Campofrio is met acht verschillende business units actief in Europa en de VS. Deze zijn gevestigd in: Spanje, Italië, Portugal, VS, Duitsland, België, Frankrijk, Nederland en een joint venture in Roemenië.

CBL: supermarkten hebben beperkte rol in versketens

 De landbouwbegroting voor 2019 van het nieuwe ministerie van LNV brengt veel  discussie over ketens en goede prijzen voor de boer op gang, verwacht het CBL. Volgens de supermarktorganisatie zijn die ketens vaak ingewikkelder ingericht dan wordt gedacht. Supermarkten hebben voor het grootste deel geen invloed op de prijs die een boer krijgt voor zijn producten.

 Supermarkten stellen duidelijke eisen aan hun leveranciers. Alle producten voldoen aan alle wettelijke eisen. Daar bovenop werken supermarkten ook met bovenwettelijke eisen voor hun leveranciers. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het gebruik van extra kwaliteitskeurmerken. Als het product ook voldoet aan deze bovenwettelijke eisen, kan het een keurmerk krijgen. Hoog scorende keurmerken zijn bijvoorbeeld Beter Leven Keurmerk, Fairtrade, ASC, MSC, UTZ, Milieukeur en Weidezegel.

“Vaak wordt de voedselketen voorgesteld als een zandloper, met in het midden slechts een handje vol supermarkten die allesbepalend zouden zijn”, vertelt Marc Jansen, directeur CBL. “Wij hebben voor een aantal ketens in beeld gebracht hoe de volumestromen lopen. Hieruit blijkt weer eens hoeveel de Nederlandse land- en tuinbouwsector exporteert. Op die hoogwaardige kwaliteitsexport is iedereen trots, ook wij. Maar Nederlandse supermarkten hebben hier voor zowel prijs- als kwaliteitseisen geen enkele invloed op.”

Zes ketens in beeld: export produktstroom domineert

Het CBL bracht zes ketens in beeld de appelketen, eierketen, tomatenketen, uienketen, varkensketen en zuivelketen. In deze laatste keten komt 30 procent van de totale productstroom van zuivelproducten in Nederland in de supermarkt terecht.  Het overige aandeel betreft export. De zuivelketen heeft tevens een grote reststroom, zoals wei uit kaasproducten. Van varkensvlees wordt ruim 80 procent geëxporteerd, van uien bijna 100 procent en van tomaten ruim 90 procent.

 

Supermarktenindeversketen CBL Ketenvisualisatie Varken Supermarktenindeversketen CBL Ketenvisualisatie Zuivel SupermarktindeversketenCBL Ketenvisualisatie Tomaat

 

 

Het Vinkje mag niet meer, pleidooi voor Nutri-Score

 

Tekst: Ria Besseling

Voedingswaardelabels: trekt ieder land zijn eigen plan?

Europese foodfabrikanten zijn nu bijna twee jaar verplicht om de voedingswaarde op het etiket van voedingsproducten te vermelden. Deze etikettering betekent een mooie stap vooruit naar een uniforme Europese regelgeving. Maar qua vorm van het label en eventuele logo’s trekken diverse landen hun eigen plan. Gaat Nederland met Nutri-score de Fransen en Belgen achterna?

Nutri-Score 30739332_1197247207073121_2009777964174016512_o

Wat gaat Nederland nu doen? De voedingsindustrie gebruikte het Vinkje, maar dat mag dus binnenkort officieel niet meer op producten staan. Het wachten is op een besluit van VWS of er een ander logo moet komen. “Op dit moment zijn producenten die het vinkje gebruikten het logo aan het uitfaseren”, zegt het FNLI in een reactie. “Daarmee is er in Nederland geen voorkeursysteem meer voor additionele informatie over voedingswaarden. Omdat de meeste systemen genotificeerd moeten worden door de Nederlandse overheid bij de Europese Commissie in Brussel is VWS aan het onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Wij vinden verder onderzoek verstandig, omdat er nog onduidelijkheid is over wat consumenten het beste zou helpen en welk systeem het meeste draagvlak heeft in Nederland.”

Foodwatch heeft een oproep staatssecretaris Blokhuis van VWS gedaan om snel tot een standpunt over een nieuw onafhankelijk voedingslabel te komen dat het Vinkje op voedseletiketten moet vervangen.
De voedselwaakhond vindt Nutri-score – naast het Britse verkeerslichtsysteem – een goede kandidaat, mits het aan fabrikanten wordt opgelegd om op al hun voedseletiketten te vermelden.

De Consumentenbond is blij dat het Vinkje op voedselverpakkingen verdwijnt, maar wil dat er snel een alternatief komt. Consumenten hebben behoefte aan een logo dat gezonde keuzes makkelijker maakt, zo blijkt. De Consumentenbond legde ruim 1600 consumenten vier keer twee ontbijtgranen voor. Op het oog vergelijkbare producten, zijn niet altijd even gezond. Consumenten kozen vaker voor het gezondere product wanneer het Franse Nutri-Score logo of het Britse Verkeerslichtensysteem op de verpakkingen stond.  Zo’n 62 procent van de ondervraagde consumenten denkt met een voedselkeuze logo op de voorkant van verpakkingen  gemakkelijker een keuze te kunnen maken. Consumenten hebben bij een nieuw logo voorkeur voor kleurcodes. Zij willen ook dat een nieuw logo op gezonde en ongezonde producten staat  en dat het onafhankelijk van het bedrijfsleven ontwikkeld wordt.

Voedingswaardelogo’s, Europees of per land?

En wat doen andere landen  met voedingswaardelogo’s? In diverse landen verschijnen eigen logo’s en labels voor nutritioneel etiketteren van de hoeveelheid calorieën, vetten, verzadigde vetten, koolhydraten, suikers, proteïnen en zout. Terwijl een erkend en betrouwbaar Europees voedingswaardelabel eigenlijk beter past in een uniforme markt. Gaat ieder land het anders doen? In Nederland hanteerden we lange tijd het Ik Kies Bewust-logo, beter bekend als het Vinkje, maar dat mogen fabrikanten vanaf oktober niet meer op producten zetten. Nu gaan er stemmen op om het kleurensysteem van Nutri-Score in te voeren. Dit label geeft met een letter en een kleur, gemeten naar de hoeveelheden voedingsstoffen en ingrediënten, een beeld hoe gezond of ongezond een product is. De consument kan een product met dit logo snel en eenvoudig bestempelen tot gezond of minder gezond.

 

Heldere boodschap

 

Het Voedingscentrum heeft geen voorkeur voor de vorm van het logo. “Elk logo heeft voor- en nadelen die goed bestudeerd moeten worden. Om naar consumenten een heldere boodschap te communiceren, is het belangrijk dat alle producenten en winkels meedoen, de consument begrijpt wat het logo betekent, het logo de consument aanspreekt en het voor de consument duidelijk is dat voedingsmiddelen uit de Schijf van Vijf de meeste gezonde keuze zijn. Deze randvoorwaarden zijn ook belangrijk om te voorkomen dat consumenten minder vertrouwen in het etiket krijgen”, aldus Wieke van der Vossen, expert voedselveiligheid en etikettering van het Voedingscentrum.

Over de invloed van verschillende etikettering of gebruik van een logo door bedrijven die produceren voor verschillende Europese landen is de expert van het Voedingscentrum duidelijk: “De etiketten met voedingswaardes zijn in verschillende landen nu al anders, bijvoorbeeld alleen al in de taal. Dit zou volgens ons geen belemmering hoeven te zijn omdat bedrijven hier nu al op ingesteld zijn.”

 

In Europa is het dus verplicht om de voedingswaarde op het etiket te vermelden zoals aangegeven in de wet Voedselinformatie (Vo. 1169/2011). Maar binnen deze wetgeving is het gebruik van een logo niet verder uitgewerkt. Als het om logo’s gaat zijn er twee Europese wetten van belang: de wet Voedselinformatie en de Claimswetgeving (Vo. 1924/2006). “Er is verder niet in deze wetten vastgelegd welke logo’s gebruikt mogen worden en hoe dit is geregeld. Wel zijn er bijkomende eisen. De EU-commissie heeft bij het systeem Nutri-Score aangetekend dat de groene A-score eigenlijk een claim is die bij de commissie moet worden meegedeeld voor gebruik in het land.” De kanttekening houdt in dat een land moet melden wanneer het die groene A-score als claim voor gezonde producten gaat gebruiken.

 
 

Nutri-Score: twijfels in België

 

Zijn wij in Nederland in afwachting van een logo na het Vinkje, de Belgen besloten onlangs om Nutri-Score in te voeren. Supermarkten in Belgie introduceren Nutri-Score nu in de winkels. Delhaize vermeldt het label de komende jaren op steeds meer huismerkproducten en klanten van Colruyt-formules kunnen met de SmartWithFood-app de Nutri-Score van producten nagaan.

Voedingswaarde etikettering 27303 Bami goreng Boni Selection

Bami goreng, een van de eerste Boni Selection-producten met Nutri-Score label die Colruyt in de schappen brengt. (Beeld: Colruyt)

 

Toch weifelt de Belgische voedingsindustrie. Belgische foodfabrikanten geven de voorkeur aan Europese wetgeving. Als ieder land op eigen houtje te werk gaat, wordt exporteren mogelijk moeizaam. Verder bestaat de kans dat fabrikanten van ongezonde producten consumenten niet waarschuwen voor grote hoeveelheden suiker, vet en zout in hun producten. Waardoor het label minder betrouwbaar wordt voor consumenten.

Toch besloot de Belgische minister van Volksgezondheid Maggie De Block deze zomer om Nutri-Score in te voeren. Voedingsbedrijven bepalen weliswaar vrijwillig of ze het label gebruiken, maar het ministerie verwacht dat de Belgische industrie hiervoor kiest.

 

Naar Frans voorbeeld

 

België volgt met de introductie van Nutri-Score Frankrijk dat er sinds vorig jaar mee werkt en het systeem verder heeft ontwikkeld. Nutri-Score is gebaseerd op het verkeerslichtensysteem Traffic Light dat de Britse gezondheidsdienst FSA in 2007 al ontwikkelde. Dit label laat vier aparte kleuren zien voor de ingrediënten vet, verzadigd vet, suiker, zout.

Nutri-score 1

Ook de Fransen beschouwen de Europese regels over consumenteninformatie voor voedingsmiddelen als wettelijke basis. Deze bepalen onder meer dat landen eigen systemen kunnen invoeren zolang deze vrijwillig blijven. Maar dat geldt dus alleen voor producten die in het land zelf op de markt komen. En zo zien de Fransen dat ook met Nutri-Score. Toch zijn grote internationale merkfabrikanten als Bonduelle en Danone gestart met het systeem. Andere internationale concerns als Unilever, Mondelȇz, Nestlé, PepsiCo en Coca-Cola zien daarentegen niets in het label. Zij onderzoeken in een bredere EU-context of Evolved Nutrition Label initiatief ofwel vermelding van voedingswaarden op basis van kleuren en porties, consumenten zou kunnen helpen bij het maken van gezondere keuzes.

 

Logo alleen niet genoeg voor gezonder kiezen

Het Voedingscentrum geeft aan dat een voedselkeuzelogo alleen niet genoeg is om mensen gezonder te laten kiezen. “Het is een middel om mensen te laten zien wat gezondere producten zijn. Maar het is niet wetenschappelijk aangetoond dat voedselkeuzelogo’s ervoor zorgen dat mensen vaker voor gezondere producten kiezen. Een voedselkeuzelogo kan daarom onderdeel zijn van een integrale aanpak, maar er is meer nodig om mensen gezonder te laten kiezen”, aldus Van der Vossen.

Ook het instituut anses (agence Française de sécurité sanitaire de l’alimentation) onderzocht de impact van de keuzes die consumenten maakten en oordeelde dat op basis van de huidige kennis niet kan worden aangetoond dat dergelijke systemen ook invloed hebben op de volksgezondheid.

 

Quetzal Chocoladebar heeft gestage uitrol voor ogen

Formule gaat mee in goede marktkansen voor chocolade

Quetzal Chocoladebar opent met regelmaat nieuwe locaties. Robert Hoenderdos, master franchisegever Nederland, heeft een gestage uitrol naar vijftien tot twintig vestigingen voor ogen. De formule gaat mee in de goede marktkansen voor chocolade.

De opmars van Quetzal-formule gaat onverstoord door. Vorig jaar zomer begon chocoladebar nummer veertien aan het Stadhuisplein in Rotterdam. En in meer Nederlandse steden duikt de formule op, nadat de eerste Nederlandse Quetzal Chocoladebar afgelopen najaar twee jaar geleden in Amersfoort opende.

De franchiseformule brengt een uitgebreid aanbod producten van diverse chocoladesoorten. Op de menukaart staan bijna honderd soorten chocolademelk, maar ook chocolademilkshakes, ijs en fruit met chocolade, brownies, wafels, flensjes en andere chocoladeproducten.

 

Waar komen de chocoladeproducten van Quetzal vandaan?

‘De chocolade en aanverwante producten worden in de chocoladebars van Quetzal op een ambachtelijke en duurzame manier gemaakt van grondstoffen van Belgische chocoladeleveranciers. Alle producten worden dus vers bereid in de winkel.’

‘De halfproducten die afgebakken moeten worden zoals wafels, brownies en chocolade boterkoek, komen bij een geselecteerde kwaliteitsbakker in Nederland vandaan zodat iedereen altijd dezelfde kwaliteit heeft.’

 

Hoe heeft het assortiment van Quetzal zich ontwikkeld sinds de start van de formule in Nederland?

‘De formule brengt producten gebaseerd op diverse soorten chocolade. Op de menukaart staan ongeveer honderd soorten chocolademelk, maar ook chocolade milkshakes, ijs en fruit met chocolade, brownies, wafels, flensjes en andere chocoladeproducten. In het aanbod tevens koffie, thee, smoothies en sappen.’

‘Het assortiment van Quetzal is al meer dan vijftien jaar succesvol in België. Voor Nederland zijn er een klein aantal producten toegevoegd en een enkel artikel is verdwenen. Een voorbeeld is de toevoeging van de wafels en flensjes en het verdwijnen van de chocolademousse. Een populair product is de High Choq, een chocoladearrangement voor twee personen en er is een specialiteit als actie van de maand.’

 

 

U heeft een gestage uitrol van de formule voor ogen met vijftien tot twintig vestigingen in ons land. In Rotterdam kwam de tiende winkel.

 

‘Dat is de veertiende Quetzal-winkel in totaal en inderdaad de tiende in Nederland. We zouden echter sneller kunnen groeien als het vinden van de juiste locaties niet zo moeilijk was in de steden waar we ons graag willen vestigen.’

 

‘De nieuwste winkel in Rotterdam voldoet volledig aan de eisen als het gaat om de vestigingsplaats, veel passanten, studenten en natuurlijk toeristen. Het Stadhuisplein ontwikkelt zich tot een uitstekende locatie voor formules als Quetzal.’

Waarom is volgens u choco zo hot op dit moment?

‘Chocolade is hot omdat het mensen een goed gevoel geeft. Verder zijn er steeds meer onderzoeken dat chocolade een goede invloed heeft op het menselijk gestel. Pas nog heeft een onderzoeker aangetoond dat een chocolademelk na het sporten goed is voor het herstellen van het lichaam. Chocolade geeft de mens een geluksgevoel.’

Vandaar dus die goede marktkansen voor formules met chocolade en chocoladeproducten?

‘Ja, de consument is bovendien op zoek naar iets nieuws en iets anders, Koffiezaken zijn er genoeg; de meeste breiden op dit moment hun assortiment uit om meer klanten te trekken. Vanuit de basis chocolade zijn er weinigen die dit specialisme naar voren brengen. Maar natuurlijk hebben we ook gewoon een hele goede kop koffie.’

Toch moesten sinds de start van Quetzal in Nederland twee jaar geleden inmiddels drie vestigingen van Quetzal sluiten. Op welke locaties was dit en wat waren de redenen voor sluiting?

‘Die sluitingen hadden twee redenen. De eerste en belangrijkste is wel het toch net niet zijn van de juiste locatie. De andere reden is helaas van persoonlijke aard: de gezondheid laat soms de juiste exploitatie in de steek. De vestigingen die nu dicht zijn zaten in Nijmegen, Helmond en Purmerend.’

Wat zijn de belangrijkste groeipijnen voor een nieuwe formule? Hoe kunt u deze beperken en zich hiertegen wapenen ?

‘De groeipijnen voor een nieuwe formule zitten in het zoeken naar de balans van groei en de snelheid ervan. Er wordt veel gevraagd van ondernemers en de franchisegever. Dat vraagt een absoute samenwerking en focus van een ieder dezelfde kant op. Dit is zeker in het begin niet altijd even makkelijk.’’

Hoe onderscheidt de keten zich tussen de vele andere opkomende zoete formules in de winkelstraat?

‘Het onderscheid van Quetzal is duidelijk: wij werken met verse producten en bereiden alles vers voor de mensen. Vers en zuiver zie je ook in de vier soorten chocolade die altijd vloeibaar in de bars aanwezig is om de producten vers te maken.’

Hoe selecteert de onderneming nieuwe locaties en franchisenemers in Nederland? Welke plekken zijn kansrijk?

‘Zoals gezegd is de juiste locatie vinden het moeilijkst. Zoeken naar plekken met voldoende passanten, studenten en toeristen is de eerste focus. Dat vind je grote en middelgrote steden in Nederland. We zijn nu te vinden in onder meer Amsterdam, Utrecht, Haarlem, Den Bosch, Leiden, Hoofddorp en Maastricht. De doelstelling is om jaarlijks vijf vestigingen te openen.’

Hoe doet Quetzal, een van oorsprong Belgisch concept, het elders in Europa? Er zijn nu chocoladebars in Leuven en Antwerpen en in Chemnitz en Leipzig in Duitsland.

‘Duitsland en België zijn landen die zich goed ontwikkelen met nu vier locaties. België als basis van de chocolade natuurlijk voorop. De winkels zijn gevestigd op locaties in stadscentra en trekken klanten als studenten en toeristen.’

www.quetzal.nl

 

 Snijden Brownie Sfeer klantenQuetzal 1Quetzal (4)Quetzal Balie Bob choq 4 Quetzal (1)

Plus foto’s

Foto 1

Bijschrift:

(interieur met klanten van een Quetzal winkel)

Starten op de juiste locatie is voor formules als Quetzal het moeilijkst. Die plekken zijn te vinden in grote en middelgrote steden in Nederland. Quetzal dat hier nu tien winkels telt, wil jaarlijks vijf vestigingen openen.

Foto 2

Bijschrift:

De chocolade en aanverwante producten worden bij Quetzal vers gemaakt van grondstoffen van Belgische chocoladeleveranciers. Er zijn altijd vier soorten chocolade vloeibaar in de bars aanwezig om producten vers te maken.

Foto 3

Bijschrift:

De nieuwste winkel aan het Stadshuisplein in Rotterdam voldoet aan alle eisen die Quetzal aan de vestigingsplaats stelt: veel passanten, studenten en natuurlijk toeristen.

Foto  4

Bijschrift:

Op de menukaart van Quetzal staan ongeveer honderd soorten chocolademelk, maar ook chocolade milkshakes, ijs en fruit met chocolade, brownies, wafels, flensjes en andere chocoladeproducten.

 

Jutter Speijs gaat samenwerken met Lekkerland voor versnelde uitrol

 

Jutter Speijs gaat samenwerken met foodserviceleverancier Lekkerland. Doel is in vijf jaar versneld uitrollen naar duizend onbemande gemakswinkels in binnen- en buitenland. De formule wil in de komende tijd wekelijks een nieuwe winkel openen in grote hotelketens met tachtig tot hondervijftig locaties in Nederland, Duitsland en Oostenrijk.

Jutter Speijs start met Lekkerland, huidig leverancier van het basisassortiment en internationaal vertegenwoordigd, een unit voor automatisch bevoorraden. Naast hotels en kantoren kijkt de formule naar andere kanalen waar retail en hospitality samenkomen.

 

Onbemande winkels voor hotels en kantoren

Jutter Speijs richt zich met onbemande winkels op de hospitality- en de kantorenmarkt. Het concept, een combinatie van out of home en retail, telt nu 14 locaties en mikt op 22 tot 24 vestigingen eind dit jaar. Jutter Speijs maakt zich op voor een verdere uitrol.

 

“We zijn ook in kantoren actief, maar blijven focussen op de hotelsector”, vertelt Patrick Dekker, een van de eigenaren. “Jutter Speijs zou ook in andere sectoren zoals onbemande tankstations, een plaats kunnen krijgen, maar service blijft belangrijk. De huidige winkels in hotels en kantoren zijn dan ook ingericht in het zicht van de receptie/front office voor toezicht. Overigens is met technologische innovaties die we van plan zijn te implementeren uitrol in andere sectoren met minder toezicht ook mogelijk”,  aldus Dekker die samen met Laurens de Kleine met het concept is verkozen tot een van de negen RetailRookies van 2018-2019.

 

JutterSpeijs Tulip Inn kleine shop 3 m2

Die winkels van Jutter Speijs – dat zoveel als lekker eten verzamelen betekent – variëren sterk in oppervlakte, “van een drie vierkante meter, in feite een uitgebreide vendingcorner, tot locaties van veertig tot zestig vierkante meter. De meeste zijn te vinden in hotelketens rond Amsterdam, zoals NH Hotels, Tulip Inn, Crown Plaza, Artemis en The James in Rotterdam. Binnenkort volgens ook hotels in Hilversum, Utrecht en een eerste kantoorvestiging is ingericht in het Amsterdamse Adam Smith Building”, aldus Patrick Dekker.

Grab&go plus ontbijt

In de shop zijn de hele dag eten en drankjes verkrijgbaar zoals ontbijt en lunch producten maar ook kant-en-klare maaltijden, gezonde tussendoortjes en borrelsnacks te koop. De klant kiest zelf en betaalt met zelfscan. Nieuw is dat er nu ook een ontbijt voor hotelgasten verkrijgbaar is.

Dekker: “Waar onze shop normaal gezien de locatie totaal ontzorgt, vergt een breakfast-to-go aanvulling iets meer handling voor bijvoorbeeld het afbakken van croissantjes en broodjes. Maar dat biedt dan wel een goed alternatief voor locaties die worstelen met een traditioneel ontbijtbuffet, denk aan veel kosten in personeel en derving.”

 Jutter Speijs The James Rdam shop+breakfastcorner - 18 (3)JutterSpeijs AdamSmithBuilding kantoorlocatie

“We zien dat de behoefte aan vers groeit. Zo heeft de locatie in het Adam Smith behoefte aan salades en verse yoghurts met granola. Deze dagverse producten worden aangeleverd door cateraar Meinders Catering in Badhoevedorp.  Lekkerland levert het basisassortiment.”

Dagvers van lokale ondernemers

Het toevoegen van dagverse producten van lokale ondernemers is voor Jutter Speijs zeker een optie. “We hebben zelf een oorsprong met ons kaasplankje met worstjes, kaas en mosterd dat we zelf ontwikkelden. We focussen dit jaar en begin volgend jaar echter eerst op het finetunen. Vervolgens komt verbreden van het aanbod in de shops aan de orde”, stelt Dekker.

In november verwachten Jutter Speijs een catorymanager aan te stellen die het assortiment vanuit de retailbasis onder de loep gaat nemen. “We beschikken inmiddels over een schat aan aankoopgegevens en andere data waarmee we het assortiment verder kunnen afstemmen. Aan de hand van sensoren in de shop weten we waar de voorkeur van de klant wel of niet naar uit gaat”, legt Patrick Dekker uit.

  

enVie brengt soepen van geredde groenten

 

Sociale onderneming enVie in Brussel brengt vers gemaakte soepen op basis van restanten  verse Belgische groenten. Er zijn drie verschillende soepen zijn beschikbaar in de winkels van OKay en OKay Compact. Later in het seizoen worden vier nieuwe soepen in de winkels geïntroduceerd.

 20180830TL_Sopexa-EnVie_030

Strijden tegen verspillen

enVie wil met de introductie van de soepen strijden tegen de voedselverspilling. De rijk gevulde flessen soep bevatten 40 tot 55 procent verse groenten en staan in de winkels bij de verse soepen.  Twee liter soep bevat maar liefst 1 kilo verse groenten zonder additieven of kleurstoffen.Momenteel bestaan er drie soepen: soep van 6 groenten, tomatensoep met basilicum en wortelsoep.

Iedere fles soep wordt geproduceerd bij enVie in Brussel, met verse groenten geteeld in België die anders niet voor menselijke consumptie zouden dienen en als dierenvoer worden gebruikt. De groenten komen rechtstreeks van het veld, maar vinden geen afnemers omdat er reeds een overschot op de markt is of omdat ze niet aan gangbare criteria als grootte en kleur voldoen. enVie verwacht nu reeds 40 ton groenten van de voedselverspilling te redden. Het doel is om in twee jaar tijd  100 ton groenten te verwerken.

enVie 0180830TL_Sopexa-EnVie_001

 

Dit is enVie

enVie ontstond met de steun van vijf partners: Colruyt Group. McCain België,  Randstad Group en REO Veiling, de Belgische groenten -en fruitcoöperatie. De Belgische Federatie van Voedselbanken, de vijfde partner, steunt het project.

 Colruyt Group waartoe de winkel formules Okay en Okay Compact behoren, biedt enVie een stevig en uitgebreid distributienetwerk aan, waardoor de soepen een grote zichtbaarheid genieten en de consument ze makkelijk kan aankopen. “Duurzaam ondernemen zit echt in het DNA van Colruyt Group: we nemen dit mee in alles wat we doen en willen op verschillende vlakken onze maatschappelijke rol oppakken. De samenwerking met enVie past perfect in deze ambitie: oplossingen zoeken voor food waste is en blijft ook voor ons een belangrijk punt. Het geeft een extra meerwaarde als dit ook nog eens een sociale insteek heeft. We zijn trots dat we enVie kunnen ondersteunen met onder andere onze kennis op vlak van retail, en door de soepen onder Boni Selection-label aan te bieden aan de OKay -en OKay Compact-klanten. Dankzij dit initiatief kunnen die klanten ook hun steentje bijdragen tot een heel mooi doel”, Stefan Goethaert, algemeen directeur Colruyt Group Fine Food.

McCain, wereldwijd marktleider van aardappelproducten biedt enVie strategische en logistieke steun aan. “Globaal willen we het dagelijkse leven verbeteren van gemeenschappen die in precaire situaties verkeren, lokaal maar ook aan de andere kant van de wereld. Het idee dat daarachter zit is dat iedereen kan helpen, elk op zijn manier. Zo leiden we projecten in Frankrijk, Griekenland, Colombia en Marokko, steeds in het kader van sociale ondernemingen”, aldus William Jarijch, Managing Director van McCain België. Katrin Sano: “Als werknemer ben ik enorm trots dat de McCain-familie durft te investeren in een Belgische sociale business. Het geeft me een extra boost om voor McCain te werken.”

Randstad Group speelt een centrale rol in het creëren en samenstellen van werkploegen voor enVie. “De arbeidsplaatsen worden voorgesteld aan langdurig werklozen die op deze manier terug deel uitmaken van de arbeidsmarkt. Dit is een schitterend sociaal project dat wij met veel plezier steunen”, verklaart Herman Nijns, CEO Randstad Group BeLux.

REO Veiling levert de overschotten verse groenten die afkomstig zijn van Belgische telers. Voornamelijk zijn dat groenten die uitermate geschikt zijn om soep van te maken  zoals courgette, prei, selderij, tomaat. “Als telerscoöperatie geloven we in de absolute meerwaarde van samenwerking om issues als duurzaamheid en voedselverspilling aan te pakken. Dankzij de gerichte samenwerking met de verschillende partners kunnen we overschotten van groenten en fruit alsnog valoriseren, wat een meerwaarde betekent voor ons als producent, de sociale onderneming en uiteindelijk ook de consument”, Dominiek Keersebilck, commercieel directeur REO veiling.

De Belgische Federatie van Voedselbanken steunt enVie als ethische partner en zal hiervoor al haar expertise inzetten ten dienste van het project. Het enVie-project sluit nauw aan bij de missie van de Belgische Voedselbanken, met name de strijd tegen honger en voedselverspilling, alsook de re-integratie van mensen in armoede via sociale tewerkstelling.

Versketens werken samen voor een betere data-uitwisseling

Vijf dingen die we moeten weten over FreshUpstream

Versproducenten gaan voor in de keten -  tussen de schakels van boer, tuinder, veehouder, visser, verwerker, handel en logistiek – samenwerken om data beter ketenbreed te kunnen delen.

Deze samenwerking in de stichting FreshUpstream is nieuw, want tot nu toe delen vooral producent en retailer gegevens. Vijf dingen die we volgens programmamanager Harrij Schmeitz en voorzitter Philip den Ouden moeten weten over FreshUpstream.

1 – De participerende partijen
GS1 Nederland is een drijvende kracht achter het
platform en de belangrijkste sponsor. Diverse brancheorganisaties
ondersteunen de stichting FreshUpstream: het Groenten-
Fruit Huis, de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie
(FNLI), Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO
Nederland), het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL)
en FrugICom. Ook bedrijven als Vion en Fruitmasters doen
mee.
De stichting FreshUpstream werkt intensief samen met en
draagt bij aan het onderzoeksproject Trusted Source over
betrouwbare informatie over voeding, opgezet door het
Ministerie van Economische zaken en Wageningen UR.
Versketens werken samen aan data-uitwisseling
Versproducenten gaan tussen de schakels van boer, tuinder, veehouder, visser, verwerker,
handel en logistiek samenwerken om data beter ketenbreed te kunnen delen. Deze samenwerking
in de stichting FreshUpstream is nieuw, programmamanager Harrij Schmeitz en
voorzitter Philip den Ouden brengen ons op de hoogte.

2 – De doelen
FreshUpstream wil voor diverse versketens
ketenbreed de GS1-standaarden toepassen. De standaarden
worden nu vooral toegepast in de keten voor AGF-producten.
In andere ketens – zuivel, vlees, vis – is dit minder. Natuurlijk
wordt er op veel plaatsen gewerkt aan het delen van informatie.
Dit is erg gefragmenteerd en de initiatieven sluiten niet op
elkaar aan. Versketens hebben in het delen van informatie nu
vooral te maken met informatie over product, volumes, aantallen,
logistieke info en dergelijke.
In de AGF-keten is door ketenpartijen zelf, door het oprichten
van FrugIcom, het initiatief genomen om het delen van informatie
sterk te verbeteren door een breed draagvlak voor
bestaande standaarden, vooral de GS1-standaarden, te bou-
wen. FreshUpstream bouwt voort op die ervaring waar
FrugICom in de AGF-keten al jaren GS1 als standaard hanteert
en nu werkt aan een verdere internationalisering van datauitwisseling
in de AGF-sector.
Door uit te gaan van bestaande en goed werkende standaarden
en deze in alle versketens toe te passen, kan efficiënt worden
gewerkt en kunnen kosten en tijd worden bespaard. Door dezelfde
DigiTaal te gebruiken, wordt communicatie niet alleen
binnen ketens, maar ook tussen ketens, sterk bevorderd.
GS1 fungeert daarbij als onafhankelijke organisatie die wereldwijd
afspraken over verschillende identificatiestandaarden (bijvoorbeeld
voor product en productcategorie of productielocatie) en
informatiestandaarden (welke informatie staat waar?) ontwikkelt
en vastlegt voor het effectief uitwisselen en toegankelijk maken
van informatie over product, producent en productie.

FreshUpstream-Infographic-050318 (002)

 

3 – Zo gaat FreshUpstream bijdragen aan
voedselveiligheid
Gegevens uitwisselen door hele keten heen kan onder meer
bijdragen aan het verder verbeteren van de voedselveiligheid.
Het gaat dan niet alleen om informatie over het product,
maar ook om de productiewijze, de productkwaliteit en de
grondstoffen voor de verse producten zoals groenten of vlees
en vleeswaren. Dan wordt duidelijk of de teler of veehouder
tijdens de productie bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen
of antibiotica heeft gebruikt en waarvoor het product of de
producent is gecertificeerd, ook voor partijen verder in de
keten.
Hier horen gegevens bij van de locatie van het productiebedrijf
en van de locatie voor de opslag van de versproducten. Informatie
van deze schakels geeft meer inzicht over de herkomst
van het vers. Ook hiervoor hoeft geen nieuwe identificatiestandaard
te worden opgezet: het bestaande Global Location
Number (GLN) voldoet prima als uniforme coderingsmethode
door de keten heen.

4 – De voordelen voor de voedingsmiddelenketen
Een uniforme standaard voor het uitwisselen van gegevens in
de hele keten moet leiden tot voordelen voor de hele keten.
Dus ook voor partijen in de primaire schakels. Stroomlijnen voor
een betere informatievoorziening vergroot de beheersing van
de hele aanvoerketen richting consument.
Ook de verwerkers – de voedingsmiddelenfabrikanten – hebben
veel baat bij dit initiatief. Immers, versproducten zijn hun belangrijkste
grondstoffen. Betere, betrouwbare en meer
informatie uit voorliggende ketenschakels die efficiënt toegankelijk
wordt gemaakt, is een evident voordeel. Essentieel ook
voor een naadloze distributie en logistiek: efficiënte bestel- en
leverprocessen en uitlevering.
Stroomlijnen kan ook veel bijdragen aan betere beheersing van
grondstofgebruik en dus minder voedselverspilling bij fabrikant,
handel en retailer.

5 – De voordelen voor de consument
Voedingsmiddelenfabrikanten kunnen een betere
informatievoorziening en een grotere transparantie over de
productiewijze aan de consument bieden. Zij kunnen werken
met meer uitgebreide, correcte en transparante productinformatie
van een goede datakwaliteit voor etiketinformatie op het
product.
Fabrikanten krijgen meer duidelijkheid over de herkomst en
kwaliteit van grondstoffen, de locaties waar versproducten zijn
geproduceerd, zijn be- en verwerkt, waar ze werden verpakt en
waar ze werden opgeslagen. De industrie vergroot hiermee de
transparantie over de producten naar de markt.

Vier domeinen
In het stroomlijnen van data uit het primaire deel van de
keten focust FreshUpstream zich om te beginnen op informatie
binnen vier domeinen: gewasbeschermingsmiddelen,
dierbehandelingsmiddelen, diervoeders en de toepassing van
het global location number (GLN). De stichting overlegt voor
ieder domein met partijen om de vervolgstappen vast te stellen.
Ook start ze een bredere discussie over het belang van
voedselveiligheid en het borgen via informatie-uitwisseling.

 

Meer informatie: Freshupstream.com en www.gs1.nl

 

 

HMSHost International ziet omzet groeien

HMSHost International, wereldmarktleider in eten en drinken voor reizigers, heeft de omzet in 2017 met 19 procent zien groeien tot €512 miljoen. In 2016 bedroeg de omzet nog €437 miljoen.

In Nederland is HMSHost actief op 80 locaties op luchthaven Schiphol en exploiteert het bedrijf horecaformules op 17 Nederlandse stations, 4 locaties op Rotterdam-Den Haag Airport, 7 locaties in Designer Outlet Roermond en 3 locaties in Hoog Catharijne in Utrecht.

 HMS OmzetPretAMangerUtrechtCS 2e34ce21-c0dc-4edf-88a2-556918609bd7

Luchthavens, winkelcentra en outletcentra: meer omzet

In Nederland steeg de omzet van 174 miljoen naar 212 miljoen, een toename van 21,4 procent. De omzet van de 80 horecalocaties op Schiphol steeg met dubbele cijfers harder dan de 7,7 procent groei van het aantal passagiers. Recent startte HMSHost International op de E-pier van Schiphol samen met Deliveroo als pilot een maaltijdbezorgservice voor reizigers die zitten te wachten bij de gate.

De omzet op de 7 horecalocaties in het Outletcentrum Roermond nam zo sterk toe dat de werkgelegenheid hier in 2017 groeide van 150 naar 250 arbeidsplaatsen.

De stijgende lijn zette zich ook in het eerste kwartaal van 2018 voort. In de eerste drie maanden steeg de omzet van HMSHost International van 141 miljoen naar 168 miljoen euro, een stijging van 19,2 procent.

Op 42 vliegvelden en 21 treinstations

HMSHost International (9.957 werknemers, waarvan 3.611 in Nederland) is de afgelopen vijftig jaar is uitgegroeid tot wereldmarktleider in eten en drinken voor reizigers. Wereldwijd is HMSHost International,  onderdeel van het Italiaanse beursgenoteerde bedrijf Autogrill, actief op 42 vliegvelden en 21 treinstations.

In Nederland voert HMSHost International eigen merken en daarnaast exploiteert het bedrijf franchiseformules als Starbucks en Burger King. Ook de exploitatie van de La Place-vestigingen op Schiphol en NS-stations is in handen van HMSHost.

HMSHost International haalde afgelopen jaar drie formules naar de ‘stadskamer’ van het sterk groeiende Utrechtse Hoog Catharijne: LEON, Comptoir Libanais (Libanese keuken) en The Burger Federation.

In maart 2018 opende de eerste vestiging van het Britse duurzame sandwichconcern Pret A Manger eveneens nabij het grootste NS-knooppunt van Nederland. HMSHost International exploiteert de vestiging in Utrecht. Recent startte HMSHost International op de E-pier van Schiphol samen met Deliveroo als pilot een maaltijdbezorgservice voor reizigers die zitten te wachten bij de gate.

De drie P’s van consumentengedrag
“Veranderend consumentengedrag zien we in de drie P’s”, aldus Walter Seib, CEO van HMSHost International. “Personalisatie van eten, mensen willen bijvoorbeeld hun eigen sandwich kunnen maken. Premiumsation, het upgraden van eten: de consument stelt steeds hogere eisen aan de kwaliteit. En als derde (mobiliteit) Portability: reizigers willen hun eten in toenemende mate kunnen meenemen.”

Groei in winkelcentra

HMSHost, traditioneel sterk op luchthavens en treinstations, slaat haar vleugels in rap tempo uit naar andere locaties met hoge bezoekersaantallen zoals outletcentra en grote winkelcentra.

Seib: “We zullen altijd onze focus houden op grote verkeersknooppunten. Onze kracht is met name dat we heel goed zijn in het runnen van locaties waar veel piekmomenten zijn. Op luchthavens en stations heb je veel te maken met piekmomenten en zeer uiteenlopende wensen van reizigers: de één komt voor z’n ontbijt, de ander voor z’n lunch en de volgende voor zijn diner. Op luchthavens als Schiphol hebben we te maken met zeven piekmomenten: de eetmomenten van de reizigers. Onze hele operatie van personeel, logistiek en verkoop is daarop ingericht. In dat opzicht niet te vergelijken met het runnen van bijvoorbeeld een brasserie in een stadscentrum”.

Groeimotor Zuidoost-Azië

Ook internationaal zet HMSHost International stappen. Zo is Zuidoost-Azië één van de grote groeimotors van het concern. HMSHost exploiteert inmiddels 8 horecalocaties op Beijing International Airport. Behalve op luchthavens is HMSHost International haar succesformules

Ook in grote winkelcentra in China rolt HMSHost haar formules uit. In mei 2018 openden acht locaties in een van de nieuwe winkelcentra in de miljoenenstad Shanghai.

China, India, Indonesië en Vietnam laten ‘on-Westerse’ groeicijfers zien. In India exploiteert HMSHost International nu 72 horecalocaties. In Vietnam werd in 2013 gestart met 20 locaties, momenteel zijn het er 79. Het aantal werknemers van HMSHost International steeg met 31,4 procent in 2017.

Over HMSHost International

HMSHost is wereldleider in het creëren van winkel- en dinerervaringen op reislocaties en is onderdeel van de Autogrill Group, leverancier van voedsel-, drank- en winkeldiensten voor mensen die onderweg zijn.

HMSHost bedient internationale merken en concepten op meer dan 100 vliegvelden over de hele wereld. Via de HMSHost International divisie heeft de onderneming eet- en drinkgelegenheden op meer dan 42 vliegvelden in Europa, het Midden-Oosten, Azië en de Stille Oceaan (Pacific).

Groentenbrood krijgt podium bij AH XL

GroentenbroodAH 27857807_1936097849989266_2789130858268524816_n Groentenbroodass 10344290_1420442094888180_2452208984856948383_o

Groentenbrood is een van de producten waaraan AH XL Gelderlandplein in Amsterdam een podium heeft gegeven. De testlocatie in de winkel bracht het brood in varianten met tomaat, spinazie en wortel onder de aandacht van de klant.

De broodjes van 100 gram, gebakken als regulier brood maar met sap en pulp van groenten als toevoeging, komen van food developer Daan Riedijk. Hij kijkt ook naar mogelijkheden om Groentenbrood ook als heel brood voor retailverkoop aan te bieden.

De food developer ontwikkelde het concept vijf jaar geleden samen met een bakker. Deze ambachtelijke bakkerij krijgt sap en pulp als product uit de reststroom van twee sapproducenten aangeleverd.

“We bakken maandelijks rond 20.000 bagels en 10.000 broodjes. Dit gebeurt volgens het gebruikelijke bakproces met meel en gist, maar de bakker gebruikt in plaats van water het groentensap”,  vertelt Riedijk. De broodjes krijgen een topping van zonnebloem- of pompoenpitten of gries en bevatten geen smaak- en kleurstoffen of E nummers.

 Catering en foodservice

Het product, dat bij lunchroomformule Bagels&Beans op de menukaart staat, komt ook bij catering en foodservice in trek. Riedijk: “We leveren aan onder meer groothandel Zegro in Rotterdam, leverancier van horecaketen New Fork en Just Like Your Mom catering. Groentenbrood past in catering in de opkomende trend naar gezonder eten en in de behoefte om onderscheidende producten met smaak in de markt te zetten”.

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2019 Ria Besseling