Agrifoodclicks

De melkveerevolutie – De lessen van de landbouwtransitie op Schiermonnikoog

De-melkveerevolutie_lr-668x1024

 

De melkveerevolutie
De lessen van de landbouwtransitie op Schiermonnikoog
Jan Willem Erisman & Koen van Wijk

 

Terwijl de stikstofcrisis Nederland in de greep houdt en de melkveehouderij onder het vergrootglas ligt, zetten de boeren van Schiermonnikoog een rigoureuze stap. Ze geven een derde van hun melkkoeien op om de stikstofdepositie op de omringende natuur te beperken.

De veehouders van Schiermonnikoog omarmen een natuurinclusieve bedrijfsvoering die de biodiversiteit moet verbeteren en zorgt voor een veerkrachtig ecologisch voedselsysteem. Om de krimp in productie te compenseren, produceren de boeren nu hun eigen kaasmerk ‘Van Schier, waarmee zij de eilander melk een lokaal gezicht geven.

De melkveerevolutie verhaalt over de transitie naar een duurzame landbouw en is bestemd voor boeren, ondernemers in de agrobusiness, landschapsspecialisten, bestuurders en beleidsontwikkelaars in heel Nederland. Het kabinet Rutte IV heeft 25 miljard uitgetrokken om de doelen voor stikstof, waterkwaliteit en klimaat te halen in 2030. Een groot deel daarvan gaat naar zogenaamde gebiedsprocessen waarvoor de ontwikkelingen op Schiermonnikoog als voorbeeld dienen.

Jan Willem Erisman is hoogleraar Milieu en Duurzaamheid bij het Centrum voor Milieuwetenschappen aan de Universiteit Leiden en was directeur van het Louis Bolk Instituut.

Koen van Wijk is freelance journalist, gespecialiseerd in de land- en tuinbouwsector.

De melkveerevolutie. De lessen van de landbouwtransitie op Schiermonnikoog

Noordboek | ISBN 978 90 5615 865 1 | paperback, 192 pagina’s | verkoopprijs € 22,50

Maaltijdbox Ekomenu lanceert kassabon met impact voedingskeuzes

 

 

 

Maaltijdbox Ekomenu biedt vanaf nu transparantie in de impact van de verschillende maaltijden. Bij bestellen en afrekenen staan niet alleen de kosten op de digitale kassabon, maar ook de impact op gezondheiden milieu. Bij het bestellen worden consumenten in staat gesteld om maaltijden te kiezen waarbij de hoeveelheid groenten, vitaliteit, CO2-uitstoot en waterverbruik volledig transparant wordt gemaakt. Ekomenu wil op deze manier mensen aansporen om meer groenten te eten en vaker te kiezen voor puur, plantaardig en biologisch. Zo wil Ekomenu klanten concreet aanmoedigen tot het bestellen van een avondmaal met 45% minder CO2-uitstoot dan de gemiddelde avondmaaltijd van 1690 gram uitstoot. Om hiermee bij te dragen aan het behalen van de Sustainable Development Goals voor 2030.

 

100 procent transparant
Klanten van Ekomenu hebben iedere week keuze uit 25 verschillende maaltijden. Gemiddeld bevatten de maaltijden van Ekomenu ruim 300 gram groenten, hetgeen bijdraagt aan een 20% verlaagd risico op ziekte, 45% minder CO2-uitstoot en 50% minder schaars waterverbruik. Elke maaltijd heeft een unieke foodprint. Jack Stroeken, CEO Ekomenu: “Natuurlijk zitten er ook maaltijden tussen met een minder positieve foodprint, zoals bijvoorbeeld recepten met rund- of kalfsvlees. Maar ook de impact tonen we. We willen 100% transparant zijn, zodat klanten zelf de impact van hun voedselkeuzes ervaren.”

Jack Stroeken: “Als wij goed willen zorgen voor onze planeet dan is het niet meer dan logisch dat we ons bewust moeten zijn wat de impact is van ons handelen. Weinig mensen weten dat voor de productie van een avocado bijna 200 liter water per 100 gram wordt gebruikt of dat de productie van één hamburger gelijk staat aan een ritje van ongeveer 16 kilometer in een personenauto of een maand lang zes minuten douchen.” 

“Met Ekomenu maken we dat vanaf nu inzichtelijk Voortaan kunnen mensen dus zelf bepalen wat de impact is van hun maaltijd. Daag jezelf uit en ga voor de laagste CO2-uitstoot of ga voor gerechten met de meeste groenten.”

 

Groente, vitaliteit, CO2-uitstoot en waterverbruik
De foodprint van Ekomenu bestaat uit vier pijlers: groenten, vitaliteit, CO2-uitstoot en waterverbruik.Ekomenu is een ‘Certified B Corporation’ en zet zich in om sociale en duurzaamheidskwesties op te lossen. Wat we eten heeft een gigantische impact op ons welzijn. In Europa zijn voedingsgerelateerde ziekten zoals obesitas, hart- en vaatziekten en kanker verantwoordelijk voor 70% van de sterfgevallen. Stroeken: “Voeding kan juist zoveel positiefs doen voor jouw gezondheid. Daarom geven we nu per pijler aan wat de impact is van jouw keuze en wat je misschien beter zou kunnen kiezen. Denk aan veel groenten, volkoren- en onbewerkte ingrediënten of een keer vaker vegetarisch. Door gezonder te eten win je gezonde levensjaren voor jezelf én voor toekomstige generaties.”
 
Groenteteller
Gemiddeld eten Nederlanders 131 gram groenten per dag. Dat is maar 52% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van 250 gram. Ekomenu gaat voor 300 gram groenten per dag omdat je hiermee niet alleen tekorten voorkomt, maar ook nog eens extra gezondheidsvoordelen behaalt. Met de Groenteteller daagt Ekomenu klanten uit om elke week 2100 gram groenten te eten, volgens een duurzaam voedselpatroon. Dit betekent dat eetgedrag bijdraagt aan een positieve foodprint door een lage milieubelasting en een gezond leven voor jezelf en toekomstige generaties

Voor meer informatie: www.ekomenu.nl

Normative brengt gids waarmee bedrijven de uitstoot van hun waardeketen kunnen terugdringen

Normative-Application-simplified

Om bedrijven te helpen de CO2-uitstoot in hun waardeketen te verminderen, heeft Normative eengids uitgebracht: Enterprise Value Chain Carbon Emission Reduction: Six building blocks to measure and reduce value chain carbon emissions. Met deze gids kunnen grote bedrijven hun totale uitstoot meten en vervolgens verminderen. Dit helpt hen om te voldoen aan de huidige wetgeving en om concurrerend te blijven in de huidige markt.

 

Hoewel grote bedrijven verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de koolstofuitstoot, komen zij er bij het analyseren van hun emissies vaak achter dat het grootste deel van hun uitstoot afkomstig is uit hun waardeketen. Volgens een CDP-rapport uit 2020 vindt 92% van de uitstoot van een gemiddeld bedrijf zijn oorsprong in de waardeketen.

 

De waardeketen van een bedrijf omvat enerzijds upstream-emissies vanuit de supply chain, oftewel de kleinere bedrijven die de diensten, producten en middelen leveren die in de eindproducten van het bedrijf worden verwerkt. Anderzijds zijn er downstream-emissies die voortvloeien uit het gebruik en weggooien van producten.

 

“We weten dat bedrijven graag het juiste willen doen en hun koolstofuitstoot willen verminderen. De uitstoot van de waardeketen is uiterst complex en bovendien moeilijk te meten en te verminderen. Bedrijven die hier wel in slagen, kunnen echter het grootste deel van hun totale CO2-uitstoot terugdringen. Met deze gids willen we het berekenen van de CO2-uitstoot toegankelijk maken voor bedrijven over de hele wereld”, aldus Kristian Rönn, CEO en mede-oprichter van Normative.

 

De gids biedt een stappenplan voor bedrijven waarmee ze de bedrijven in hun waardeketens kunnen betrekken bij het terugdringen van de CO2-uitstoot. Hierbij ligt de nadruk op praktische en pragmatische aspecten.

 

  1. Iedereen naar netto-nul krijgen. Kristian Rönn, mede-oprichter van Normative, legt uit hoe de waardeketen eruit ziet en waarom deze van cruciaal belang is om de klimaatdoelstellingen te bereiken.
  2. Het klimaatakkoord van Parijs. De verplichtingen volgens het klimaatakkoord van Parijs, hoe de koolstofuitstoot wordt gemeten, en waarom de uitstoot van de waardeketen belangrijk is.
  3. Waarom nu? Hoe vermindering van de CO2-uitstoot in de waardeketen bedrijven helpt vooruitgang te boeken op het gebied van klimaatverandering, te voldoen aan regelgeving en druk van stakeholders, en klanten en werknemers aan te trekken.
  4. Aan de slag. De belangrijkste stappen om te beginnen zijn:

            1) Steun zoeken.

            2) Meten.

            3) Plannen.

            4) Opvolgen.

  1. Leveranciers mobiliseren. Een praktische stap-voor-stap gids.
  2. De belangrijkste conclusies. Een samenvatting.

 

In het meest recente IPCC-rapport staat dat – tenzij er in alle sectoren direct drastische maatregelen worden genomen om de uitstoot te verminderen – het onmogelijk zal zijn om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden Celsius te beperken.

 

Het rapporteren en terugdringen van emissies biedt bedrijven niet alleen een zakelijke kans, maar het is ook nog eens wettelijk vastgelegd. In de EU zijn grote bedrijven volgens de Non-Financial Directive Reporting (NFDR)-wetgeving verplicht hun emissies te meten en daarover te rapporteren. De NFDR wordt binnenkort vervangen door de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), die strengere normen stelt en van toepassing is op bijna vijf keer zo veel bedrijven. Bovendien moeten financiële partijen op grond van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) rapporteren over de emissies die hun investeringen met zich meebrengen. 

 

“We hebben deze gids samengesteld om bedrijven te helpen hun waardeketen in te schakelen en concrete actie te ondernemen. Als ze dat doen, helpen ze niet alleen bij de strijd tegen klimaatverandering, maar voorkomen ze ook greenwashing, blijven ze compliant en behouden ze hun concurrentiepositie”, voegt Kristian Rönn toe.

 

Normative is ‘s werelds eerste rekenmodel voor koolstofuitstoot en helpt bedrijven hun volledige klimaatvoetafdruk te berekenen en hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Het bedrijf streeft ernaar om het inconsistente, dure en arbeidsintensieve proces van koolstofcalculatie te standaardiseren. Dit wordt steeds belangrijker voor bedrijven omdat lokale landen en de EU steeds meer nadruk leggen op duurzame doelstellingen. De software van Normative automatiseert emissieberekeningen door alle transacties en facturen te analyseren. Daarnaast biedt de software inzichten en richtlijnen voor bedrijven over hoe ze netto-nul kunnen bereiken.

 

De gids kan hier worden gedownload.

 Over Normative

Normative is ‘s werelds eerste rekenmodel voor koolstofuitstoot en helpt bedrijven hun volledige klimaatvoetafdruk te berekenen en hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Het bedrijf werd in 2014 mede opgericht door Kristian Rönn om de overgang naar een netto uitstoot van nul te versnellen. Normative zet een nieuwe standaard in wetenschappelijke nauwkeurigheid voor de berekening van de uitstoot, ondersteund door zijn marktleidende database van uitstootgegevens. Het bedrijf, met het hoofdkantoor in Stockholm, heeft honderden klanten en werkt samen met toonaangevende organisaties op het gebied van klimaatverandering, waaronder de VN, om bruikbare informatie over duurzaamheid te leveren. normative.io

 

 

Indoor farming-pionier PlantLab haalt € 50 miljoen groeigeld op

medewerkers en CEO van Plant Lab 

Van links naar rechts: mede-oprichter van PlantLab Leon van Duijn en CEO Eelco Ockers, en Jelle Roodbeen, CFO van De Hoge Dennen.

 

 

 

Scale-up breidt verder uit in Noord-Amerika en Europa

 

 PlantLab, de Nederlandse pionier in indoor farming, heeft 50 miljoen euro opgehaald in een nieuwe financieringsronde die geleid werd door De Hoge Dennen Capital. Het geld wordt gebruikt om extra productielocaties te openen in het buitenland, onder meer in Noord-Amerika en Europa. Hierdoor kunnen dichtbij de consument op grote schaal kraakverse, gezonde en lekkere groenten verbouwd worden, zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. In totaal werd tot nu toe 120 miljoen in het bedrijf gestoken.

 

PlantLab realiseerde in de afgelopen tien jaar een doorbraak met een gepatenteerde technologie voor innovatieve stadslandbouw, die inmiddels wordt toegepast in een commerciële productielocatie in Amsterdam van 15.000 vierkante meter. Ook in Indianapolis en op de Bahama’s is het bedrijf inmiddels actief. In een ruimte met een oppervlakte van slechts twee voetbalvelden kan genoeg geproduceerd worden om een stad van honderdduizend inwoners dagelijks van 200 gram groente te voorzien. Plantlab focust zich momenteel op sla, kruiden, tomaten en komkommers, maar heeft voor veel andere gewassen de research gedaan om deze ook commercieel te kunnen kweken.

 

Klaar om op te schalen

“We hebben de afgelopen tien jaar met de founders en medewerkers van het eerste uur keihard gewerkt aan onze technologie”, vertelt Leon van Duijn, een van de oprichters van PlantLab. “Deze technologie lost belangrijke vraagstukken binnen ons voedselsysteem op en wordt inmiddels toegepast in de commerciële productielocaties in Nederland, de Verenigde Staten en de Bahama’s. We zijn klaar voor verdere opschaling en hebben het personeelsbestand inmiddels verdubbeld.”

 

“We zijn blij dat De Hoge Dennen in onze groei investeert”, zegt Eelco Ockers, CEO van PlantLab. “Met onze innovatieve technologie kunnen we het voedselsysteem van de toekomst verder vormgeven. De potentie is enorm. De afgelopen jaren is in de Amsterdamse productielocatie bewezen dat deze zeer geschikt is voor grootschalige toepassing. Inmiddels zijn onder andere Van Gelder en Picnic afnemers en groeien ook onze locaties in Indianapolis en op de Bahama’s heel hard. Dit is hét moment om de uitbreiding in het buitenland te versnellen.”

 

De Hoge Dennen is onderdeel van de beleggings- en investeringsmaatschappij van de familie De Rijcke, de voormalige eigenaren van Kruidvat. Het investeerde eerder in online supermarkt Picnic, deelscooterconcept Felyx en elektrische fietsenmerk QWIC. CFO Jelle Roodbeen: “We denken dat de technologie van PlantLab wereldwijd een verschil zal gaan maken. Gezonde en lekkere groente wordt op deze manier betaalbaar, voor iedereen bereikbaar en ook nog eens zeer duurzaam geproduceerd.”

 

Minder CO2-uitstoot
Die technologie van PlantLab maakt het mogelijk overal ter wereld groente en kruiden te telen, zoals tomaten, komkommer, basilicum en munt. Dit kan zelfs op onvruchtbare grond of midden in stedelijke gebieden. De gewassen groeien dankzij temperatuur-, vocht- en lichtregulatie uit tot hun volledige potentie, terwijl er 95 procent minder water nodig is en geen chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Licht komt van speciaal ontwikkelde LED’s, die de specifieke kleur licht geven die de plant nodig heeft voor fotosynthese. Door locaties dicht bij de klant en de consument te hebben hoeft voedsel niet meer over lange afstanden getransporteerd te worden, wat direct leidt tot minder CO2-uitstoot, lagere kosten en minder voedselverspilling.

 

PlantLab heeft in Den Bosch zijn R&D-centrum, wereldwijd het grootste op het gebied van vertical farming, en in Amsterdam de grootste commerciële productielocatie van Europa. Behalve in Amsterdam heeft PlantLab ook productielocaties in Indianapolis, in de Amerikaanse staat Indiana en de Bahamas. Daarnaast is de scale-up aan het uitbreiden in de VS en Europa. Bij PlantLab werken internationaal inmiddels meer dan 100 mensen.

 

Over PlantLab
PlantLab is gespecialiseerd in technologie voor innovatieve indoor farming, de voedselvoorziening van de toekomst. Het bedrijf is in 2010 opgericht in Den Bosch met als doel het wereldvoedselsysteem te verbeteren. In de afgelopen tien jaar is reeds € 70 miljoen geïnvesteerd in de ontwikkeling van technologie waarmee op iedere plek op aarde dichtbij consumenten kraakverse en gezonde groente verbouwd kan worden, met een minimale milieubelasting, zonder chemische bestrijdingsmiddelen en een radicaal lager waterverbruik. In een ruimte met een oppervlakte van slechts twee voetbalvelden kan genoeg verbouwd worden om een stad van honderdduizend inwoners dagelijks van 200 gram verse groente te voorzien. Omdat de nieuwe technologie overal en altijd werkt kan het hele jaar rond een radicaal kortere logistieke keten gerealiseerd worden met alle bijbehorende voordelen: superieure productkwaliteit, langere houdbaarheid, sterk gereduceerde voedselverspilling, nagenoeg geen CO2-uitstoot en overlast gerelateerd aan vervoer over langere afstanden. PlantLab wil zijn technologie voor iedereen toegankelijk maken en daarmee lekker, vers en duurzaam voedsel bereikbaar maken voor iedereen.

 

IKEA pakt samen met Too Good To Go voedselverspilling aan

Ikea

Consumenten kunnen vanaf nu overgebleven IKEA maaltijden en delicatessen bestellen via de Too Good To Go app en deze afhalen bij een IKEA winkel in Nederland. IKEA biedt de overgebleven producten uit het restaurant en de Zweedse delicatessenwinkel – zoals de balletjes – tegen lagere prijzen aan. Ongeveer een derde van al het voedsel wereldwijd wordt weggegooid of gaat verloren, reden voor IKEA om dit probleem aan te pakken.

Helft minder verspillen

 Jaarlijks kopen wereldwijd meer dan 600 miljoen mensen eten bij IKEA. De samenwerking met Too Good To Go draagt bij aan het behalen van het doel om eind 2022 voedselverspilling in IKEA winkels wereldwijd met 50 procent te verminderen.

Daarnaast wil het woonwarenhuis meer plantaardige producten aanbieden. Zo introduceerde IKEA Food in 2021 VÄRLDSLOK plantaardig gehakt. IKEA wil dat het aanbod van warme gerechten in 2025 voor 50 procent uit plantaardige producten bestaat. Op dit moment is dat 43 procent.

Too Good To Go app

In de Too Good To Go app zien gebruikers of ze overgebleven maaltijden en andere etenswaren kunnen bestellen en afhalen bij een IKEA bij hen in de buurt. De bestellingen kunnen rond sluitingstijd worden opgehaald en om overbodig afval te vermijden  wordt klanten gevraagd om een eigen verpakking of bewaarbakje mee te nemen.

Alle 13 Nederlandse IKEA winkels doen mee aan het initiatief. Nederland is na Noorwegen, Spanje, Frankrijk, Italië, Zwitserland, Oostenrijk en België het achtste land waar IKEA samenwerkt met Too Good To Go.

 

Over Ingka Group
Ingka Group is een van de 12 bedrijven die IKEA winkelkanalen bezitten en uitbaten op basis van een franchiseovereenkomst met Inter IKEA Systems B.V.

Ingka Group kent drie divisies: IKEA Retail, Ingka Investments en Ingka Centres. Ingka Group is met 392 IKEA winkels in 32 markten ‘s werelds grootste woninginrichtingretailer. In 2021 kwamen in deze winkels 657 miljoen bezoekers. IKEA.com telde 4,3 miljard bezoekers.

Voor meer informatie IKEA.nl.

 
 
 
 
 
 
 

Pieter Pot haalt investering op van 9 miljoen euro

Pieter Pot potten vasthouden PieterPot12oct2021_1450

Verpakkingsvrije online supermarkt Pieter Pot heeft in een nieuwe investeringsronde 9 miljoen euro opgehaald. Met dit geld wil de in Nederland en België opererende start-up verpakkingsvrij boodschappen doen verder versterken. Pieter Pot gaat komend jaar het verpakkingsvrije assortiment vergroten, een nieuwe glazen pot ontwikkelen en uitbreiden naar andere landen.

 Pieter Pot wil met herbruikbare verpakkingen zoals glazen potten boodschappen doen 100 procent circulair maken.   Met de investering – afkomstig van impactinvesteerders ETF Partners, SHIFT Invest, Innovation Quarter, en Future Food Fund – kan Pieter Pot zijn impact vergroten en waagt het zich komend jaar aan nieuwe West-Europese markten. Onlangs introduceerden ze het concept in België.

Jouri Schoemaker (31) en Martijn Bijmolt (29) lanceerden met Pieter Pot een online supermarkt met een circulair verpakkingsmodel. “Verpakkingen zijn de allergrootste vervuiler van onze oceanen en vormen 20 procent van onze totale afvalbijdrage. We openen er gemiddeld 7 per persoon per dag in Nederland. Daar moeten we vanaf,” aldus Schoemaker.

De animo voor verpakkingsvrij winkelen is groot. Pieter Pot telt 70.000 Nederlandse Potters – zoals het bedrijf leden noemt – 10.000 Vlaamse Potters en nog eens 30.000 Potters in spé.

Van startup naar serieuze speler

 De Katendrechtse zolderkamer waar alles in 2019 begon is verruild voor een 3000 vierkante meter groot magazijn en met een eerste internationale stap naar België is Pieter Pot zijn startup fase ontstegen.

Schoemaker: “Bij een circulaire bezorgservice als de onze, waarbij er dubbele vervoerskosten zijn in verband met het ophalen van de lege verpakkingen en we ook schoonmaken van verpakkingen op ons nemen, is de schaal waarop je opereert van groot belang bij het financieel gezond worden. Tegelijkertijd moeten we ook in de bestaande markt de consument blijven verleiden met de duurzame optie. Deze is nog te vaak tijd- en geldrovend en Pieter Pot bewijst dat dat niet zo hoeft te zijn,” zegt Schoemaker. Potters krijgen hun boodschappen thuis geleverd in glazen potten en alle producten worden aangeboden voor prijzen die vergelijkbaar zijn met de traditionele supermarkt.

Naar circulaire bulkverpakking

 Naast uitbreiding in binnen- en buitenland gaat Pieter Pot een eigen, vierkante pot ontwikkelen, wordt de wasstraat voor circulaire verpakkingen in house gehaald en moet het aandeel dat volledig circulair wordt geleverd omhoog. Voorwaarde om bij Pieter Pot in de digitale schappen te liggen, is dat er aangeleverd kan worden in een grote (circulaire) bulkverpakking. Zo komt olijfolie in een tank van 1000 liter die na afgevuld te zijn in de weckpotten weer teruggaat naar de producent om opnieuw gevuld te worden.

Dit proces is echter nog niet bij iedere producent optimaal, omdat bulkverpakkingen niet de standaard zijn. Althans, nog niet. Verschillende producenten zoals Heinz, Unilever en PepsiCo worden door de populariteit van Pieter Pot aan het denken gezet en kloppen reeds bij het jonge bedrijf aan voor samenwerkingen.

Verpakkingsvrij circulair en rendabel

 Het doel van Pieter Pot is te laten zien dat het kan: circulaire verpakkingen en een rendabele business case. Het bedrijf ziet zichzelf als blueprint voor een circulair verpakkingsmodel waar de grote spelers op kunnen aanhaken. Schoemaker: “Wij willen met onze strategie de retailmarkt opschudden. Duurzaam kan mainstream worden, als je het maar gemakkelijk en sexy maakt. Met ons speelse merk en de mooie glazen potten laten we zien dat het veel leuker is om boodschappen te doen zonder al dat verpakkingsafval. Grote spelers beginnen dat ook in te zien en dat is precies wat we willen.”

 Over Pieter Pot

 Pieter Pot, opgericht in 2019, is een online supermarkt die verpakkingsvrij boodschappen bij de consument bezorgt door producten in glazen weckpotten te verpakken. De potten bevatten food en non-food producten van zowel het Pieter Pot huismerk als A-merken, van rijst tot snoepjes, van olijfolie tot shampoo. Lege potten worden weer mee teruggenomen om te wassen en opnieuw te vullen; een circulair proces dat het grote aantal (plastic) verpakkingen terugdringt. Pieter Pot biedt hiermee gemak en is gemiddeld niet duurder dan de reguliere supermarkt. Pieter-pot.nl.

 
 

Het Bright Beet Book brengt ruim 130 toepassingen uit de suikerbiet

Bright Beet Book

Van gebak tot vegan hamburger, van sportkleding tot cosmetica, van antivriesmiddel in vaccins tot vervanger van microplastics. De suikerbiet is in al zijn veelzijdigheid deel van de innovatieve oplossing voor een duurzame toekomst. Cosun Beet Company laat dat zien met de meer dan 130  toepassingen van de biet die zijn  verzameld in een Bright Beet Book.

Innovaties naar circulair

Wereldwijd staan we voor de grote uitdaging om het gebruik van fossiele bronnen te elimineren om klimaatneutraliteit in 2050 te realiseren. ,,In die transitie willen wij als Cosun Beet Company voorop lopen. Door samenwerkingen en innovaties in de keten te realiseren, willen wij de omschakeling naar een circulaire economie waarmaken. In het Bright Beet Book staan innovaties, waarmee we (samen met partners) die transitie van fossiel naar circulair mogelijk maken. Zo ook onze recente samenwerking met Avantium om plantaardige bouwstenen voor groene plastics uit suikers te produceren.’’ aldus Paul Mesters CEO van Cosun Beet Company.

De biet: boordevol mogelijkheden

Cosun Beet Company illustreert met het boek de veelzijdige circulaire potentie van de biet. ,,Dit ligt volledig in lijn met onze ambitie en strategie om het meest innovatieve, groene en efficiënte bietenconcern ter wereld te zijn’’, zegt Paul Mesters. “De suikerbiet is een veelzijdige bron voor voedingsmiddelen en non-food toepassingen. Denk aan nieuwe biomaterialen die fossiele grondstoffen in bijvoorbeeld, textiel, wasmiddel en verf vervangen. Veel van wat ons omringt, wordt met bestanddelen uit bieten gemaakt of kan ervan gemaakt worden” vertelt hij trots. Het vuistdikke en handzame boek is in samenwerking met papierproducent Crown Van Gelder gemaakt van suikerbietenpapier.

 100% circulair, geen afval

Het Cosun innovation center in Dinteloord zoekt voortdurend naar nieuwe producten en innovaties. Zo heeft Cosun Beet Company een toepassing bedacht voor speciale vezels uit pulp. ,,Deze vind je nu terug in huidverzorgende producten, in de cosmeticamarkt”, aldus Mesters. ,,We halen er uit wat er in zit.’’ De CEO van Cosun Beet Company wil nog meer uit de biet halen. ,,We maken dit bijzondere gewas volledig circulair, zo kennen we nu al geen afval in ons gehele verwerkingsproces. Het product aanbod is de afgelopen jaren al veel breder geworden. Ja, de biet is zoveel meer dan suiker. Onze ambitie is om over 10 jaar een derde van de winst van de biet uit andere producten dan suiker te laten komen.’’ 

Meer weten over de mogelijkheden van de biet?

Bekijk dan het e-book www.brightbeetbook.nl

Matsutake – De paddenstoel aan het einde van de wereld

Depaddenstoel Afbeelding1

 

Een van de eerste tekenen van leven na de atoombomaanval op Hiroshima in 1945 was een matsutake. De naam verwijst naar een groep aromatische wilde paddenstoelen die zeer kostbaar zijn en bijzonder geliefd in de Japanse keuken. De matsutake groeit op het noordelijk halfrond in bergachtige gebieden waar ontbossing heeft plaatsgevonden.

In haar boek De paddenstoel aan het einde van de wereld onderzoekt antropologe Anna Lowenhaupt Tsing de ecologie van de matsutake. Zij volgt de handel in deze paddenstoel langs verschillende sporen, bijvoorbeeld die van plukkers in Oregon, bosbeheerders in Finland, Hmong-strijders in de wouden van Indochina en fijnproevers in Japan.

 

Anna Lowenhaupt Tsing is hoogleraar antropologie aan de University of California, Santa Cruz. In 2013 werd haar werk bekroond met een Niels Bohr-leerstoel aan de Aarhus University in Denemarken. Naast het nu vertaalde boek publiceerde zij onder andere Friction: An Ethnography of Global Connection (2004).

 

Anna Lowenhaupt Tsing – De paddenstoel aan het einde van de wereld. Leven op de ruïnes van het kapitalisme | Oorspr. titel The Mushroom at the End of the World, vertaling Janne Van Beek

Octavo boeken  ISBN 9789490334291| paperback, ca. 432 pagina’s | verkoopprijs € 29,50

 

 
 

 

23 en 24 november a.s.: Free From Functional & Health Ingredients 2021

 

Zicht op nieuwste trends in clean label, biologisch, vegan en plantaardig

 

 FreeFrombanner-mainpage-eng-2

Op 23 en 24 november a.s. vindt Free From Functional & Health Ingredients 2021 plaats in de RAI Amsterdam. Tijdens deze retailvakbeurs geven nationale en internationale experts uit verschillende vakgebieden inzicht in de belangrijkste voedingstrends en  wat er over vijf jaar in de schappen ligt.

Tijdens de Free From Amsterdam editie 2021 presenteren honderden internationale fabrikanten en handelaren in voedingsmiddelen en dranken hun nieuwste productinnovaties. Zij brengen relevante producten die klaar staan om in de supermarkten en in foodservice te worden geplaatst en op de menukaarten van cateringbedrijven en bezorgservices worden gezet.

‘Meer en meer mensen denken na over waar hun eten vandaan komt en vooral over wát erin zit’, vertelt organisator Ronald Holman van Expo Business Communications.  ‘Het assortiment plantaardig in de Nederlandse supermarkten stijgt in rap tempo en alleen al in Wageningen werken meer dan zestig startups en onderzoeksinstituten aan oplossingen en innovaties. Om het retail- en foodservice assortiment hier nog beter op te laten aansluiten en de productontwikkeling te versnellen, creëren wij met deze vakbeurs een verbindingsplek voor foodprofessionals uit alle vakgebieden. Van category managers en inkopers, tot fabrikanten, marketeers en voedingstechnologen.’

 Clean label, biologisch, vegan en plantaardig

Free From Functional & Health Ingredients 2021 geeft inzicht in zowel de laatste als toekomstige trends op het vlak van lactose-, gluten-, suikervrije en plantaardige producten, biologisch, vega(n), proteïne transitie, functionele voeding en ingrediënten. ‘Producten met zo min mogelijk bewerking en kunstmatige toevoegingen, die steeds meer mainstream worden.’

De expo koppelt potentiële zakenpartners aan elkaar en inspireert met conferences van tientallen toonaangevende sprekers van prestigieuze instellingen en bedrijven. ‘Het is onze missie om connecties mogelijk te maken en beter zakendoen voor retail en foodservice te stimuleren, in een zich razendsnel ontwikkelende markt.’ Voor foodprofessionals, inkopers en category managers biedt de expo inzicht in de trends die horen bij de gezonde lifestyle van de consument.

Tijdens de Free From Amsterdam editie 2021 geven ruim driehonderd exposanten, meer dan duizend foodprofessionals en vijftig topsprekers uit binnen- en buitenland antwoord op de vragen wat wil de consument, welke producten haken hierop aan en welke partijen kunnen deze producten maken? De vakbeurs zorgt voor snelheid en efficiency in het ontwikkelen van de juiste producten en een schapinvulling die daadwerkelijk aansluit op de vraag van dde steeds bewuster wordende consument.

 Informatie en tickets: https://nl.freefromfoodexpo.com/home

Ruud Zanders, Kipster: reststromen voor humaan omzetten in dierlijke eiwitten

 

Kipster 132081639_3270562713047549_5004504202097799356_n

 

 

Het is de kunst om reststromen die naar humaan gaan om te zetten in dierlijke eiwitten. Dit zei Ruud Zanders, founding

partner bij Kipster, tijdens het online event dat Lidl hield over haar traject naar verspillingsvrij in het kader van de landelijke

Verspillingsvrije Week. 

 

Lidl_Rondetafel

 

Lidl is een samenwerking met Wageningen University en Kipster gestart om te onderzoeken hoe de supermarktketen in de

toekomst volledig verspillingsvrij kan worden.

 

 

Kippen voeren met reststromen

 

De supermarktketen verkoopt sinds een aantal jaren Kipster eieren die worden gevoerd met reststromen als brood en pasta die normaal

weggegooid zouden worden. Ruud Zanders, founding partner bij Kipster, legt uit dat de kippen genoeg ruimte hebben, zodat ze in daglicht kunnen

lopen. “Dat komt uiteindelijk de kwaliteit van de eieren ten goede”, stelt hij. “Onze kippen hebben een binnen- en buitentuin, zodat ze zich

natuurlijk kunnen bewegen. Ook is er een groot nachtverblijf. Wij komen met dit concept terug bij ons pap en mam, die vroeger een gemengd

bedrijf hadden. De varkens aten alle restjes op, en kregen geen sojavoer. Op basis hiervan hebben wij nu ook veevoer ontwikkeld uit reststromen,

samen met Nijsen.”

Doordat de kippen gevoerd worden met reststromen, is de footprint 15 procent lager dan bij een kip die ‘gewoon’ veevoer krijgt. “Het is wel een

uitdaging om zoveel mogelijk zoutarme producten te verwerken als reststroom. De kip gedijt goed op zoutarme voeding, en dat is met veel

producten lastig. Ze bevatten vaak te veel zout. Een kip zet reststromen veel efficiënter om dan een varken.”

 

Kipster 132081639_3270562713047549_5004504202097799356_n

 

 

 

 

Toine Timmermans, directeur van Stichting Samen Tegen Voedselverspilling, geeft aan dat de wetgeving ook vaak een beperkende factor is

in de discussie over reststromen. “Nu mag alleen plantaardige voeding worden gebruikt voor reststromen. Dat betekent dat deze reststromen

gescheiden moeten blijven, wat enorme consequenties heeft voor de gehele keten. De discussie hierover blijven we voeren met de betrokken

partijen.”

 

 Lidl Foodwaste

 

Lidl zet stappen naar verspillingsvrij

 

 

Na de landelijke uitrol van Verspil Mij Niet vorig jaar, heeft de supermarkt  8,5 miljoen Verspil-Me-Nietjes – artikelen die op de laatste dag van hun

houdbaarheid worden aangeboden voor 25 of 50 cent – verkocht en 700.000 Too Good To Go-boxen. Toch blijft er nog altijd voedsel over dat niet

meer geschikt is voor menselijke consumptie.In de samenwerking met TGTG gaan de partijen onder meer onderzoeken hoe voedsel dat momenteel

overblijft nog een goede bestemming kan krijgen.

 

Quirine de Weerd, hoofd Corporate Social Responsibility & Relations bij Lidl: “Wij hebben vorig jaar een praktische oplossing geboden voor

een groot maatschappelijk probleem, de landelijke introductie van ons concept Verspil Mij Niet. Het concept heeft de verspilling van voedsel in

onze organisatie drastisch teruggedrongen, onze klanten verrast met goede artikelen voor een hele lage prijs én onze medewerkers zijn blij dat ze

minder hoeven weg te gooien.Maar onze ambitie gaat verder. In de toekomst willen we totaal verspillingsvrij zijn en samen met Wageningen

University en Kipster gaan we onderzoeken of we het vergisten van eten kunnen vermijden en het voedsel een betere bestemming kunnen geven.”

 

Naar kringlooplandbouw

 

Ongeveer 70 procent van de uitstoot van dieren komt van het voedsel dat zij eten. Door de voeding van dieren te veranderen kunnen we dit

percentage significant terugdringen. Imke de Boer, Wageningen University: “Dieren kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een gezond

enduurzaam voedselsysteem. Zo zijn varkens en kippen heel geschikt om voedsel reststromen die niet meer geschikt zijn voor menselijke

consumptie te verwerken. Dit voorkomt voedselverspilling en goede landbouwgronden hoeven niet gebruikt te worden om voer voor dieren op te

verbouwen.

Voor het Kipster-ei worden de dieren volledig gevoerd op reststromen. Met de samenwerking tussen Wageningen University, Kipster en Lidl

berekenen we hoeveel dieren we zouden kunnen voeren van de reststromen, voedsel dat we niet meer kunnen verkopen, van Lidl. Hiermee zetten

we weer een volgende stap in de richting van kringlooplandbouw”.

 

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2022 Ria Besseling