Agrifoodclicks

Biologische landbouw groeit

Vooral meer vraag naar varkensvlees, aardappelen en zuivel

Biologische varkenshouderij 17553437_1180647715390945_6502471407594194932_n

De biologische landbouw liet in 2017 duidelijke groei zien ten opzichte van een jaar eerder. Onder andere de omvang van de biologische varkensstapel (+ 24,2 procent) en de productie van biologisch varkensvlees groeide (+26,3 procent). In de biologische akkerbouw is de aardappelproductie toegenomen, blijkt uit  cijfers van het CBS.

 
De oppervlakte landbouwgrond voor biologische landbouw is tussen 2016 en 2017 met 7,6 procent toegenomen tot circa 56,4 duizend hectare. De groei van de biologische melkveehouderij is goed merkbaar in de toename van het areaal biologisch grasland dat onder andere beschikbaar is voor de melkveehouderij. Dat groeide met 8,8 procent naar 40,1 duizend hectare. In 2017 was 19,3 procent van het biologische landbouwareaal, zo’n 10,9 duizend hectare, in gebruik voor de akkerbouw. Dit areaal nam in een jaar tijd met 3,8 procent toe.

Overigens is de biologische landbouw relatief gezien nog altijd vrij beperkt. Vorig jaar was 3,2 procent van de landbouwgrond in gebruik voor biologische landbouw. Van de totale veestapel was 2,9 procent biologisch tegenover 2,6 procent een jaar eerder. In de melkveehouderij is dit 1,6 procent.

Meer biologische melk

In 2017 werd ruim 223 miljoen kilogram onbewerkte biologische koemelk naar de zuivelfabrieken aangevoerd. Dit is 12,4 procent meer dan een jaar eerder en 1,6 procent van de totale melkproductie van dat jaar. Bedrijven met biologische melkkoeien hielden vorig jaar samen ruim 32 duizend melkkoeien, 12,4 procent meer dan in 2016
Na het afschaffen van het melkquotum in 2015 daalde de melkprijs voor gangbare melk. Onder andere de stabielere melkprijs voor biologische melk was voor melkveehouders een extra stimulans om over te stappen op een biologische productiewijze.

Kwart meer biologisch varkensvlees

De productie van biologisch varkensvlees steeg met 26,3 procent van 6,5 miljoen kilogram karkasgewicht in 2016 naar 8,2 miljoen kilogram karkasgewicht een jaar later. Het aantal biologische vleesvarkens nam tegelijkertijd met ruim 10 duizend (+ 27,9 procent) dieren toe naar bijna 47,5 duizend.
Het totaal aantal biologisch gehouden varkens was in 2017 vergeleken met een jaar eerder met bijna een kwart gegroeid tot ruim 91 duizend.

Meer biologische eieren

Het aantal biologische eieren voor consumptie nam ten opzichte van 2016 met 14,2 procent toe naar 883 miljoen stuks een jaar later. Het aantal biologisch gehouden kippen groeide met 8,3 procent naar ruim 3,3 miljoen in 2017. Alleen het aantal biologische leghennen groeide in deze periode. Vorig jaar telde Nederland 3,2 miljoen biologische leghennen.

Biologische aardappel in opkomst

De opbrengst van biologische consumptieaardappelen was in 2017 ruim verdubbeld ten opzichte van een jaar eerder. Dit heeft vooral te maken met het matige groeiseizoen in 2016 en problemen met phytophthora (aardappelziekte). In 2017 werd bijna 60 miljoen kilogram biologische consumptieaardappelen geproduceerd tegenover ruim 27 miljoen kilogram het jaar daarvoor. Dit is een toename van 118,8 procent. De hectare opbrengst voor biologische consumptieaardappelen was vorig jaar 51,3 ton per hectare, in 2016 was dit 24,2 ton per hectare. In de gangbare landbouw waren de hectareopbrengsten in 2017 en 2016 respectievelijk 52,9 en 44,8 ton/ha. Over het algemeen zijn opbrengsten in de biologische landbouw meer onderhevig aan schommelingen dan in de gangbare landbouw.

Het areaal biologische consumptieaardappelen is tussen 2016 en 2017 met bijna 35 hectare gegroeid naar 1 166 hectare, een stijging van 3,1 procent. Van het totale areaal consumptieaardappelen in Nederland is 1,5 procent biologisch.

Meer biologische tuinbouw in open grond

In 2017 werd op bijna 3 duizend hectare aan biologische tuinbouw in de open grond bedreven. In één jaar tijd is het areaal met 9,3 procent (252 hectare) toegenomen. Er werden vooral tuinbouwgroenten geteeld. Bijna een derde van de biologische tuinbouwgroenten bestond uit komkommerachtigen, waaronder pompoenen en courgettes (672 hectare). Meer dan de helft (57,2 procent) van het totale areaal komkommerachtigen in de open grond is biologisch. Het areaal komkommerachtigen nam in 2017 met 13,0 procent toe ten opzichte van 2016.

Bierbostel drank vult ontbijt aan

Bierbostel, het bestanddeel dat overblijft na het brouwproces, wordt al verwerkt in bierbostelbrood en broodjes. Nu worden deze voedzame broodproducten bij het ontbijt aangevuld met een vezelrijke drank op basis van de graanrestanten.   

Ontbijtdrank Canvas ABInBev Pictures canvasx

De ontbijtdrank, Canvas – in vijf varianten Original, Cocoa, Latte, Matcha en Chai – is sinds kort verkrijgbaar in een pilot aan de oostkust van de Verenigde Staten en zal op termijn ook in Europa op de markt komen.

Elk flesje van de duurzame plantaardige granendrank bevat 11 gram voedingsvezels, 8 gram plantaardige proteïnen, essentiële vetten, smaakvolle ingrediënten en staat voor 39 procent van de dagelijks aanbevolen waarde aan voedingsvezels, zegt Jorge Gil-Martinez. Hij is biochemisch specialist en uitvinder van de technologie in het Global Innovaton & Technology Center in Leuven van brouwerijconcern AB InBev. Hier richt een team zich – na Canvas als eerste commerciële innovatie van graanresten – op het ontwikkelen van een reeks andere producten op basis van de resten graan die na het brouwen overblijven.

Tijdens het brouwproces worden de suikers uit het graan benut voor het bier, terwijl de resten van het graan nog veel proteïnen en vezels bevatten. Dit gaat nu voor het overgrote deel als bierbostel naar landbouwbedrijven waar het als diervoeding dient. Een klein deel wordt als afval afgevoerd. Wereldwijd gaat het om 30 miljoen ton graanresten. Dit is een reststroom van forse omvang die prima voor duurzame herverwerking en minder graanverspilling kan worden ingezet, te beginnen met de vezelrijke ontbijtdrank.

Ook bij het internationale brouwerijconcern AB InBev gaat het om een grote reststroom. Hier blijft wereldwijd jaarlijks 1 miljoen ton droge reststroom over na het brouwproces. De brouwerij die  als grootste bierbrouwer ter wereld merken als Hertog Jan, Dommelsch, Oranjeboom, Leffe, Hoegaarden, Jupiler en Hertog Jan op de markt brengt, wil minder graan verspillen en dit bierbostel in een speciale unit bij de brouwerijlocaties in de toekomst opnieuw gebruiken.

Door deze technologie op termijn op industriële schaal toe te passen in Europa verwacht de brouwer bovendien ieder jaar5000 ton CO2 te kunnen besparen.

Het Global Innovaton & Technology Center in Leuven ontwikkelde een fermentatieproces om de voedingswaarde van de graanresten stabiel te houden en een innovatie om de nutritionele waarden van plantaardige stoffen uit de restanten te halen zodat het menselijk darmstelsel ze kan opnemen.

Inzetten op circulaire economie

De brouwerketen zegt de eerste te zijn die graanresten uit het bedrijfsproces opnieuw inzet als basis voor nieuwe hoogwaardige en natuurlijke voedingsproducten. De nieuwe technologie opent internationaal enorme mogelijkheden. De restanten met hoge aandelen proteïnen en vezels zijn geschikt voor talloze toepassingen in de voedingsindustrie.

AB InBev investeert met de innovatie in duurzame oplossingen en zet tevens in op de circulaire economie. Het project past in de nieuwe Globale Duurzaamheidsdoelstellingen 2025 die AB InBev dit voorjaar lanceerde.

“Terwijl er tonnen aan ongebruikte voedzame graanresten in onze brouwerijen liggen, zal de wereldwijde vraag naar voedsel drastisch stijgen tegen 2050, voor naar schatting 9 miljard mensen”.

“Bij AB InBev willen we die twee feiten samenbrengen. Onze nieuwe technologie maakt het mogelijk om honderdduizenden proteïnen en vezels uit graanresten te behouden en hun nutritionele waarden in te zetten voor menselijke consumptie. Dat kan ook 75 procent CO2-vermindering genereren, aangezien deze plantaardige voedingsstoffen via circulaire economie veel duurzamer zijn dan traditionele voedingsbronnen zoals vlees”, zegt Jorge Gil-Martinez.

Groentenbrood krijgt podium bij AH XL

GroentenbroodAH 27857807_1936097849989266_2789130858268524816_n Groentenbroodass 10344290_1420442094888180_2452208984856948383_o

Groentenbrood is een van de producten waaraan AH XL Gelderlandplein in Amsterdam een podium heeft gegeven. De testlocatie in de winkel bracht het brood in varianten met tomaat, spinazie en wortel onder de aandacht van de klant.

De broodjes van 100 gram, gebakken als regulier brood maar met sap en pulp van groenten als toevoeging, komen van food developer Daan Riedijk. Hij kijkt ook naar mogelijkheden om Groentenbrood ook als heel brood voor retailverkoop aan te bieden.

De food developer ontwikkelde het concept vijf jaar geleden samen met een bakker. Deze ambachtelijke bakkerij krijgt sap en pulp als product uit de reststroom van twee sapproducenten aangeleverd.

“We bakken maandelijks rond 20.000 bagels en 10.000 broodjes. Dit gebeurt volgens het gebruikelijke bakproces met meel en gist, maar de bakker gebruikt in plaats van water het groentensap”,  vertelt Riedijk. De broodjes krijgen een topping van zonnebloem- of pompoenpitten of gries en bevatten geen smaak- en kleurstoffen of E nummers.

 Catering en foodservice

Het product, dat bij lunchroomformule Bagels&Beans op de menukaart staat, komt ook bij catering en foodservice in trek. Riedijk: “We leveren aan onder meer groothandel Zegro in Rotterdam, leverancier van horecaketen New Fork en Just Like Your Mom catering. Groentenbrood past in catering in de opkomende trend naar gezonder eten en in de behoefte om onderscheidende producten met smaak in de markt te zetten”.

Wolhandkrab en zilte groenten uit de Wieringermeer

Wolhandkrabmetslaachteroeverwieringermeer

Wolhandkrab en zilte groenten rechtstreeks van de boerderij uit de Wieringermeer. Het kan: bij een boerderij pal achter de IJsselmeerdijk in de kop van Noord-Holland liggen visvijvers waarin de Chinese krabbensoort en ook karpers worden gekweekt. Op het water drijven bakken waarin sla groeit en er zijn testen met de teelt van gewassen in zilt water.

Het is een opzet in een duurzaam gesloten systeem dat zoet met zilt water verenigt.In dit project Achteroever Wieringermeer verkennen Rijkswaterstaat, visonderneming Meromar Seafoods, onderzoeksinstituten Deltares en Zilt Proefbedrijf en Sportvisserij Nederland de mogelijkheden op het gebied van waterbeheer, aquacultuur en tuinbouw.

Duurzaam van krab en vis tot sla

Het systeem op de boerderij aan de dijk is volledig duurzaam. De Chinese wolhandkrab komt als klein diertje uit het zoete IJsselmeerwater in de netten van vissers terecht en gaat voor de verdere groei in een van de vier zoet waterbassins van de boerderij.

De krab kwam in de vorige eeuw in het ballastwater van schepen naar Europa toe en vormt nu als gekweekt schaaldier voor aquacultuurbedrijf Meromar Seafoods, een van de projectpartners, een geliefd exportproduct voor de Aziatische keuken.

De wolhandkrabben en de karpers worden gevoerd met larven van Black Soldier Flies. Deze vliegenlarven zijn onder led licht gekweekt met afval van de geteelde sla en van gft dat ze deels ook in compost omzetten.

De uitwerpselen van de krabben en karpers dienen weer als mest voor de slateelt op de boerderij. De karpers in de visvijvers bevorderen de teelt van sla in de drijvende bakken. De vissen zorgen voor bodemwerking in de bassins. Ze woelen in de grond waardoor goede voedingsstoffen voor de sla naar boven komen.

Testen met zilt en zoet

Op de boerderij worden op 20 hectare testen met de teelt in zoet en zilt water uitgevoerd. De Wieringermeer polder, die in 1930 uit de voormalige zoute Zuiderzee is ontstaan, heeft ook nu nog te maken met kwelwater. Dit is mild zilt water dat vanuit de polderbodem opwelt naar de oppervlakte. Dit komt omdat de polder meters diep onder het waterniveau van het IJsselmeer ligt. Het brakke zoute water kan geschikt zijn voor de teelt van zilte groenten, zo onderzoekt Zilt Proefbedrijf. De boeren in de belangrijke agrarische polder die de Wieringermeer is, kunnen er echter alleen gewassen verbouwen wanneer er voldoende zoet water door de sloten spoelt. Die combinatie van brak en zoet water is ideaal om te onderzoeken of een gesloten systeem ook in gebieden met verzilting elders in Nederland en in de wereld kansen voor een rendabele gewassenteelt heeft.

Achteroevers voor voedsel wereldwijd

Achteroevers, locaties voor de berging van zoet water binnen de dijk, vormen niet alleen een antwoord op klimaatverandering, de stijgende zeespiegel en de behoefte aan een flexibeler waterpeil. Het concept is naast zoetwater opslag ook geschikt voor het duurzaam produceren van voedsel in ons land en wereldwijd.

De vraag naar schoon zoet water en voedsel neemt immers overal in de wereld toe terwijl de beschikbaarheid door de groei van de bevolking en klimaatverandering steeds meer onder druk staat.

De onderzoekspartners willen Achteroever Wieringermeer ontwikkelen tot een natuurlijk productiesysteem waarin water en alle grondstoffen maximaal worden benut. Wanneer de processen voor zilt en zoet water haalbaar en rendabel blijken, biedt het project nieuwe opties voor het waterbeheer en voor opschaling in het IJsselmeergebied en andere regio’s die te maken hebben met verzilten.

Het project Achteroever in de Wieringermeer gaat dan ook nieuwe producten verder ontwikkelen en kennis verzamelen over duurzame watergestuurde en gecombineerde productieprocessen voor voedsel.

In het netwerk van publieke en private partijen wordt meegedacht over de mogelijkheden voor opschaling. Hierin denken ook Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Stichting AKWA, provincie Noord-Holland en gemeente Hollands Kroon mee.

De pilot van rond 2,8 miljoen – deels opgezet met subsidie vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en de provincie Noord-Holland, wordt in maart 2019 afgerond.

Dit artikel is gepubliceerd in de rubriek Agri & Food van  maakindustrie.nl

 

Blockchain helpt ketenschakels in agri & food met slim samenwerken

Blockchain helpt alle schakels in de keten van agri & food in slim samenwerken, ook  de consument. Informatie delen tussen partijen zorgt bij de uiteindelijke klant voor meer openheid over kwaliteit, herkomst en samenstelling van het product en helpt hem om gezonder te kiezen bij zijn aankoop van voeding.

Bedrijven die actief zijn in ketens voor eieren, vlees, groente, fruit en aardappelen kunnen nu beginnen met de technologie in het eerste Nederlandse blockchainplatform in de agri & foodsector. Het platform, dat is ontwikkeld door Food Insights en in licentie beschikbaar wordt gesteld, geeft alle schakels gelegenheid tot open communiceren.

De technologie vergroot kansen voor onderling samenwerken en het delen van product- en productie-informatie. Door het beschikbaar stellen van dergelijke gegevens kunnen boer, teler en veehouder efficiënter en marktgerichter produceren en zo bijdragen aan het beperken van voedselverspilling. Ondanks talloze initiatieven in het terugdringen van food waste is de verspilling nog relatief hoog. We gooien per persoon jaarlijks  rond 50 kilo voedsel wel en grofweg 38 procent van voeding voor menselijke consumptie wordt weggegooid of verwerkt tot veevoer.

Bijdragen aan circulaire transitie

Blockchain kan tevens helpen om circulariteit te bevorderen, verwacht FoodInsights. Nu Nederland in de startblokken staat voor een transitie naar een circulaire economie wordt het recyclen van rest- en zijstromen in de agri en foodsector een belangrijke factor voor het slagen van die transitie.

Door die transparantie versterken bedrijven hun onderlinge relatie in de keten, niet alleen tot en met de consument, ook toezichthouder en financiers blijven betrokken door het delen van informatie.

Het platform ondersteunt bedrijven ook om de kwaliteit van producten te borgen, de keten slimmer op te zetten en het werkkapitaal makkelijker te financieren.

 

Decentraal netwerk

Ook Lan Gé, senior scientist Innovatie, Risico- en Informatiemanagement bij Wageningen Economic Research, ziet voor agrifoodketens de voordelen van een transparant decentraal netwerk dat blockchaintechnologie is.  Lan Gé startte samen met TNO een pilotproject naar de toepassing van blockchaintechnologie in agrifoodketens.

Blockchain kan bijvoorbeeld worden toegepast in certificeringsprocessen van voedselproducten en tracking in logistieke processen. Iedere schakel in de voedselketen zoals producenten, leveranciers, verwerkers, distributeurs, detailhandelaren, regelgevers en consumenten, heeft toegang tot informatie over de oorsprong en kwaliteit van het product. Het blockchainnetwerk kan er dan bijvoorbeeld ook voor zorgen dat de bron van eventuele besmette producten sneller getraceerd kan worden.

De samenwerking tussen Wageningen Economic Research en TNO heeft inmiddels geleid tot een eerste proof of concept voor Agrofood.

Delen zonder risico

Het delen van gegevens in blockchain is zonder risico. De technologie verpakt informatie zo dat dit veilig in ketens en systemen kan worden gedeeld.

Blockchain combineert bestaande technologieën zoals cryptografie en database- en netwerkbeheer voor het uitwisselen van data in een open netwerk. De technologie kan fungeren als een volledig digitale keten naast de fysieke keten.

De bekendste toepassing van de technologie is het Bitcoin-systeem voor betalingen. Volgens Lan Gé is blockchain in feite te gebruiken bij alle vormen van transacties, zoals de registratie van woningtransacties zonder notarissen. Het werken zonder de zogenoemde ‘trusted third party’ maakt zo’n systeem mogelijk efficiënter en minder kwetsbaar. In plaats van intermediairs wordt er gebruik gemaakt van onder andere algoritmes en cryptografie.

Dit artikel is gepubliceerd in de rubriek Agri & Food van maakindustrie.nl

 

 

 

Betere paprika’s en minder energieverbruik met slimme sensoren

SensorenpaprikateeltPointed-Temperature-Sensor-monitort-in-deze-case-paprikas_foto-30MHz-150x150 

Een betere kwaliteit van de paprikateelt met minder energieverbruik: het kan met geavanceerde sensortechnologie. Het Amsterdamse bedrijf 30MHz brengt samen met Kwekerij Moors en Proeftuin Zwaagdijk een draadloze vruchttemperatuursensor op de markt voor de monitoring en aansturing van het groeiproces. De technologie is volgens 30MHz breed toepasbaar in de tuinbouw en wordt als proef ingezet bij paprikakwekerij Moors in Someren.

Bij telers van vruchten en bloemen groeit de vraag naar draadloze infrarood temperatuursensoren. Nu wordt vaak alleen het macroklimaat dus CO2, temperatuur en  luchtvochtigheid gemeten. Door ook het microklimaat te meten kan de instelling van kassen worden verfijnd en kunnen telers sneller inspelen op de plantbehoefte.

Volgens Cor-Jan Holwerda van 30MHz leidt het gebruik van de nieuwe sensortechnologie tot betere resultaten: “Het risico dat vruchten te warm worden waardoor rotting op kan treden neemt substantieel af. Dankzij de sensoren die met infrarood hun metingen doen worden zaken als temperatuur, vochtigheid, watergift, ventilatie en verwarming optimaal geregeld. De uitval gaat omlaag en de opbrengst omhoog.”

De hitte- en vochtbestendige sensoren zijn verstelbaar en kunnen desgewenst van plek wisselen. De resultaten van de metingen worden door teeltspecialisten op een gepersonaliseerd en aanstuurbaar dashboard uitgelezen.

Toepassing van draadloze sensortechnologie in combinatie met een voor iedere teler op te stellen klimaatmodel tot energiebesparing en kwaliteitsverbetering leiden, verwacht Holwerda. “Voor ons project in de paprikateelt houden we rekening met een energiebesparing van minimaal vijf procent in de komende vijf jaar. Een bijkomend pluspunt is dat het gebruik van chemische gewasbescherming kan worden verminderd.” Het klimaatmodel wordt mede gebaseerd op bestaande meetwaarden in de kas en aangevuld met nieuwe informatie.

IPSS denkt aan mobiele suikerraffinage op erf

WURpilotplantsuikerbLayout-RD1-1024x723

Ingenieursbureau IPSS denkt aan mobiele suikerraffinage op het erf van boerderijen. De mobiele fabrieken zijn ondergebracht in zeecontainers en worden bij boerderijen geplaatst om op locatie suiker uit suikerbieten en reststromen te halen. Het idee is om uiteindelijk kleine mobiele suikerfabrieken in zeecontainers te bouwen en te plaatsen bij bedrijven die reststromen hebben. Dit is mogelijk door een procedé dat is ontwikkeld door Wageningen UR.

Met de nieuwe methode kunnen suikerbieten bij boeren op het erf eenvoudig worden geraffineerd tot suikers. Suikerbieten, grondstoffen en reststromen bevatten eveneens aminozuren. Om reststromen meerdere componenten bevatten zijn vaak veel bewerkingen nodig om deze eruit te halen.

Het procede van Wageningen UR heeft dankzij een anti-solvent minder processtappen nodig om de componenten te isoleren. Door dit anti-oplosmiddel toe te voegen aan het mengsel en vervolgens het water weg te vangen, worden suikers en andere componenten onoplosbaar en kristalliseren ze. Het proces is energiezuinig en werkt zonder drogen en centrifugeren. Daardoor kan het lokaal en op kleine schaal worden ingezet, zoals bij boerderijen.

IPSS start in Wageningen een pilotfabriek om het procedé verder te testen en te onderzoeken naar commerciële haalbaarheid.

Ook andere reststromen verwerken

IPSS en Wageningen UR rekenen ook op verwerking van andere reststromen, bijvoorbeeld afkomstig van de appelmoesindustrie. Daarnaast wordt onderzocht of suikers uit andere reststromen gekristalliseerd kan worden.

Een kleine proeffabriek volgens IPSS in de vijftien weken van het bietenseizoen zo’n 300 hectare suikerbieten verwerken. Het maximale volume van de andere grondstoffen is nog onbekend.

Er is in Nederland behoefte aan meer capaciteit om suikers uit bieten te raffineren. Ons land heeft in Hoogkerk en Dinteloord twee grote productielocaties van Suiker Unie waar suikers uit bieten wordt gehaald.  Er is behoefte aan meer capaciteit, maar een nieuwe productiefaciliteit kost 500 miljoen euro.

Ook interesse in buitenland

Ook in het buitenland is volgens IPSS interesse in de mobiele suikerraffinage, onder meer in de suikerproducerende en -verwerkende industrie in Duitsland, Zwitserland en Nigeria en bij de teelt van suikerhoudende gewassen in Portugal, Canada en Engeland.

Katalysator zet biomassa sneller en efficiënter om in waardevolle grondstoffen

Scheikundigen van de Universiteit Utrecht ontwikkelden samen met Britse en Amerikaanse collega’s een nieuwe, herbruikbare katalysator die biomassa sneller en efficiënter omzet in waardevolle hernieuwbare producten als plastics en brandstoffen.Op de vinding is inmiddels een octrooi aangevraagd. Het onderzoek werd uitgevoerd binnen het publiek-private samenwerkingsverband CatchBio, dat nieuwe manieren ontwikkelt om niet-eetbare biomassa te verwerken.

De katalysator versnelt zeer selectief één van de chemische reacties die nodig zijn voor de verwerking van cellulose, een onderdeel van plantenmateriaal. Bij deze reactie wordt levulinezuur omgezet in een volgende groene chemische bouwsteen, γ-valerolacton. De katalysatoren die voor deze omzetting worden gebruikt, zijn vaak metalen. Uitgebreid onderzoek leidde tot een katalysator gebaseerd op de metalen ruthenium en palladium. Deze stuurt de omzetting veel sneller dan bestaande katalysatoren en doet dat bovendien heel specifiek, waardoor minder afval wordt geproduceerd.

Gesloten kringloop

In 2050 woont ongeveer driekwart van de wereldbevolking in de stad. Voor het behoud van een goede leefomgeving in miljoenensteden en agglomeraties van grote steden, zoals de Randstad, zijn duurzame en gesloten kringlopen essentieel. Biomassa omzetten in chemische bouwstenen voor de productie van materialen en brandstoffen is zo’n kringloop. Hierbij gaat het om niet-eetbare en snelgroeiende biomassa zoals stro, loof en hout.

Cruciaal

De biomassa wordt eerst omgezet in een select aantal chemische bouwstenen. Hieruit kan een groot aantal hernieuwbare basischemicaliën, zoals plastics, brandstoffen en oplosmiddelen, worden geproduceerd. Deze vormen weer de basis voor de brandstoffen en materialen in het dagelijks leven, variërend van geneesmiddelen tot kleding. Om in de toekomst op deze manier in de behoefte van de wereldbevolking te kunnen voorzien, is per kilo biomassa een maximale opbrengst nodig. Daarom zijn katalysatoren van cruciaal belang en heeft optimalisatie hiervan een grote impact.

CatchBio

Het publiek-private samenwerkingsverband CatchBio, ‘Catalysis for Sustainable Chemicals for Biomass’, is in 2008 opgericht en bestaat uit 21 partners van Nederlandse universiteiten, onderzoeksinstituten en bedrijfsleven. CatchBio heeft als doel om op een schone manier brandstof, chemicaliën en materialen uit niet-eetbare biomassa te halen. Hiervoor werkt het samenwerkingsverband aan meer dan 60 onderzoeksprojecten met een totaalbudget van 28 miljoen euro. Dit geld is opgebracht vanuit de deelnemende bedrijven, onderzoeksinstellingen en het SmartMix-programma van het ministerie van Economische Zaken.

www.catchbio.nl

 catchbio_pb_march2015

Weergave van een elektronen-microscopische opname van de nieuwe katalysator bestaande uit de metalen Ruthenium en Palladium, te zien als grijs witte bol. Rechts een uitvergroting van de katalysator waarbij de roze bolletjes de Ruthenium en blauwe bolletjes voor Palladium voorstellen. Het molecuul Luvelinezuur (links) wordt omgezet in γ-Valerolacton (rechts).

 

 

 

 

Cosun en Philips onderzoeken plastics uit bietenpulp

Cosun Biobased Products, onderdeel van Royal Cosun, heeft samen met Philips het project Beets to Biopolymers opgezet. Doel is te onderzoeken hoe chemische bouwstenen uit suikerbietenpulp kunnen worden ingezet voor de ontwikkeling van nieuwe hoogwaardige plastics. Philips wil biobased plastic toepassen in bijvoorbeeld koffiezetapparaten en strijkijzers.

Samen met Suiker Unie, een onderdeel van Cosun, wordt in de provincie Groningen onderzoek gedaan naar bouwstenen die uit de pulp kunnen worden gehaald. In combinatie met het recyclen van plastic wil Philips met de inzet van biobased plastics de carbon footprint voor de consumentenproducten verkleinen.

Cosun Biobased Products wint componenten uit reststromen voor biobased materialen ter vervanging van fossiele grondstoffen. De onderneming is lid van het Biobased Industries Consortium (BIC), een Europees samenwerkingsverband van bedrijven in agrofood, chemie, energie en gerelateerde sectoren. Doel is om door ketensamenwerking nieuwe processen, producten en toepassingen te ontwikkelen voor plantaardige restanten en daarmee bij te dragen aan de biobased economy.

 

 

« Nieuwere berichten

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2019 Ria Besseling