Agrifoodclicks

Wolhandkrab en zilte groenten uit de Wieringermeer

Wolhandkrabmetslaachteroeverwieringermeer

Wolhandkrab en zilte groenten rechtstreeks van de boerderij uit de Wieringermeer. Het kan: bij een boerderij pal achter de IJsselmeerdijk in de kop van Noord-Holland liggen visvijvers waarin de Chinese krabbensoort en ook karpers worden gekweekt. Op het water drijven bakken waarin sla groeit en er zijn testen met de teelt van gewassen in zilt water.

Het is een opzet in een duurzaam gesloten systeem dat zoet met zilt water verenigt.In dit project Achteroever Wieringermeer verkennen Rijkswaterstaat, visonderneming Meromar Seafoods, onderzoeksinstituten Deltares en Zilt Proefbedrijf en Sportvisserij Nederland de mogelijkheden op het gebied van waterbeheer, aquacultuur en tuinbouw.

Duurzaam van krab en vis tot sla

Het systeem op de boerderij aan de dijk is volledig duurzaam. De Chinese wolhandkrab komt als klein diertje uit het zoete IJsselmeerwater in de netten van vissers terecht en gaat voor de verdere groei in een van de vier zoet waterbassins van de boerderij.

De krab kwam in de vorige eeuw in het ballastwater van schepen naar Europa toe en vormt nu als gekweekt schaaldier voor aquacultuurbedrijf Meromar Seafoods, een van de projectpartners, een geliefd exportproduct voor de Aziatische keuken.

De wolhandkrabben en de karpers worden gevoerd met larven van Black Soldier Flies. Deze vliegenlarven zijn onder led licht gekweekt met afval van de geteelde sla en van gft dat ze deels ook in compost omzetten.

De uitwerpselen van de krabben en karpers dienen weer als mest voor de slateelt op de boerderij. De karpers in de visvijvers bevorderen de teelt van sla in de drijvende bakken. De vissen zorgen voor bodemwerking in de bassins. Ze woelen in de grond waardoor goede voedingsstoffen voor de sla naar boven komen.

Testen met zilt en zoet

Op de boerderij worden op 20 hectare testen met de teelt in zoet en zilt water uitgevoerd. De Wieringermeer polder, die in 1930 uit de voormalige zoute Zuiderzee is ontstaan, heeft ook nu nog te maken met kwelwater. Dit is mild zilt water dat vanuit de polderbodem opwelt naar de oppervlakte. Dit komt omdat de polder meters diep onder het waterniveau van het IJsselmeer ligt. Het brakke zoute water kan geschikt zijn voor de teelt van zilte groenten, zo onderzoekt Zilt Proefbedrijf. De boeren in de belangrijke agrarische polder die de Wieringermeer is, kunnen er echter alleen gewassen verbouwen wanneer er voldoende zoet water door de sloten spoelt. Die combinatie van brak en zoet water is ideaal om te onderzoeken of een gesloten systeem ook in gebieden met verzilting elders in Nederland en in de wereld kansen voor een rendabele gewassenteelt heeft.

Achteroevers voor voedsel wereldwijd

Achteroevers, locaties voor de berging van zoet water binnen de dijk, vormen niet alleen een antwoord op klimaatverandering, de stijgende zeespiegel en de behoefte aan een flexibeler waterpeil. Het concept is naast zoetwater opslag ook geschikt voor het duurzaam produceren van voedsel in ons land en wereldwijd.

De vraag naar schoon zoet water en voedsel neemt immers overal in de wereld toe terwijl de beschikbaarheid door de groei van de bevolking en klimaatverandering steeds meer onder druk staat.

De onderzoekspartners willen Achteroever Wieringermeer ontwikkelen tot een natuurlijk productiesysteem waarin water en alle grondstoffen maximaal worden benut. Wanneer de processen voor zilt en zoet water haalbaar en rendabel blijken, biedt het project nieuwe opties voor het waterbeheer en voor opschaling in het IJsselmeergebied en andere regio’s die te maken hebben met verzilten.

Het project Achteroever in de Wieringermeer gaat dan ook nieuwe producten verder ontwikkelen en kennis verzamelen over duurzame watergestuurde en gecombineerde productieprocessen voor voedsel.

In het netwerk van publieke en private partijen wordt meegedacht over de mogelijkheden voor opschaling. Hierin denken ook Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Stichting AKWA, provincie Noord-Holland en gemeente Hollands Kroon mee.

De pilot van rond 2,8 miljoen – deels opgezet met subsidie vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en de provincie Noord-Holland, wordt in maart 2019 afgerond.

Dit artikel is gepubliceerd in de rubriek Agri & Food van  maakindustrie.nl

 

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2018 Ria Besseling