Agrifoodclicks

Foodretail moet nu werk maken van ketensamenwerking

Samenwerking tussen ketenpartners in foodretai komt maar mondjesmaat van de grond. Dit is de tijd om daarin verandering te brengen, betoogt senior consultant Joke Vink van Groenewout.

Mede door e-commerce is de noodzaak groter dan ooit, terwijl de randvoorwaarden aanwezig zijn om van ketensamenwerking een succes te maken. “Data is het nieuwe goud in transport en logistiek.

Vijftien jaar geleden mocht ik als student aan de Erasmus Universiteit Rotterdam een bijdrage leveren aan het project ‘Van maatwerk naar confectie’. Dit was een groot onderzoeksproject naar retaillogistiek onder leiding van Piet van der Vlist, partner bij Deloitte en deeltijdhoogleraar aan de TU Eindhoven.

Het centrale thema van dit project was ketensynchronisatie. Door processen van supermarktketens, logistiek dienstverleners en leveranciers beter op elkaar af te stemmen, zou de hele keten beter en vooral goedkoper kunnen opereren. Het project heeft wereldwijd tot veel publicaties en pilots geleid. Calculaties maakten duidelijk dat met ketensynchronisatie enorme besparingen mogelijk waren. In 2007 is Van der Vlist aan de Erasmus Universiteit gepromoveerd op dit onderwerp.

 Lees ook de blog
Pak nu momentum: beter wordt het niet

 De titel ‘Van maatwerk tot confectie’ duidt onder meer op de uiteenlopende eisen die elke schakel in de keten aan de logistieke operatie stelde. Destijds was al sprake van uitdijende assortimenten en stijgende bestelfrequenties bij foodretailers, wat betekende dat de bestelgroottes per artikel flink afnamen. Leveranciers produceerden volle pallets met één artikel per pallet, maar de winkels ontvingen liever pallets of rolcontainers met een mix van artikelen.

 Gaan we nu echt samenwerken? De verladers zijn aan zet

 Dat sommige foodretailers een afwijkende ladingdrager prefereerden, maakte de logistieke operatie allesbehalve eenvoudiger. Zelf werkte ik tijdens mijn afstudeertraject bij Schuitema – inmiddels opgegaan in Jumbo – dat geen leveringen op europallets accepteerde of deze intern op Schuitema pallets moest overstapelen. Het gebruik van de eigen afwijkende Schuitema-pallet leidde tot veel extra handling en dus extra kosten in de keten. In het ideale scenario, zo blijkt uit het onderzoeksproject, gebruikt de hele keten dezelfde pallet en gaan de goederen zoveel mogelijk in volle pallets door de keten.

Nog geen werkelijkheid

Vijftien jaar later is dat ideale scenario nog altijd geen werkelijkheid . Van een gesynchroniseerde keten is nog lang geen sprake, terwijl dit mede dankzij de verder ontwikkelde IT-systemen geen probleem meer zou mogen zijn. Een belangrijke reden is de hevige concurrentiestrijd in foodretail. In deze sector met zijn lage marges moeten foodretailers hard knokken om een procentje marktaandeel te winnen. Onder dergelijke omstandigheden zijn bedrijven terughoudend in het delen van informatie met hun leveranciers, die immers ook aan hun concurrenten leveren.\\

‘Goede ketenregie vraagt om visie en macht’

De vraag is daarnaast hoe goed die informatie is. Welke partij weet bijvoorbeeld wat de handling van één pallet kost? Het inzicht in logistieke kosten is vaak beperkt. Vijftien jaar geleden was het lastig om dergelijke informatie uit de IT-systemen te krijgen, maar dat mag vandaag de dag geen excuus meer zijn.

Prijs teveel voorop

Zelf ben ik afgestudeerd op het onderdeel transparantie in de keten. Het recente fipronil-schandaal leert dat dit thema nog steeds relevant en tegelijkertijd een grote uitdaging is. Voor een belangrijk deel heeft dat te maken met de toenemende complexiteit in ketens die internationaler worden.

Foodretailers tellen bovendien honderden leveranciers, waarvan een groot aantal zijn logistiek heeft uitbesteed. Het maken van bilaterale afspraken met al die partijen is onbegonnen werk. Zeker als inkooporganisaties een rol spelen in de onderhandelingen met leveranciers. Zelfs als de winst van meer logistieke samenwerking klip en klaar is, ligt de focus in de onderhandelingen voornamelijk op de prijs.

Starten met ketensynchronisatie

De opkomst van e-commerce dwingt retailers nu om alsnog meer werk te maken van ketensynchronisatie. Elke foodretailer heeft inmiddels een online verkoopkanaal opgestart, maar zelfs marktleiders als Albert Heijn en Jumbo hebben grote moeite om dat kanaal winstgevend te krijgen. Ondertussen betreden nieuwe spelers met nieuwe logistieke concepten het online speelveld. Een voorbeeld is Picnic, dat erin is geslaagd een efficiënte logistieke operatie met weinig verspilling en weinig voorraadrisico op te zetten. Wie in foodretail succes wil hebben met e-commerce, zal meer informatie moeten delen en nauwer met leveranciers en dienstverleners moeten samenwerken.

Andere argumenten om met ketensamenwerking aan de slag te gaan zijn duurzaamheid en het dreigende tekort aan mensen. In een artikel van 11 oktober op Logistiek.nl werd gesteld dat reductie van vervoerskilometers en betere benutting van de beschikbare capaciteit meer dan ooit klemmende vraagstukken zijn. Een betere benutting staat of valt met betere samenwerking in de keten, maar die samenwerking is nog lang geen vanzelfsprekendheid. Helaas zijn veel bedrijven in de logistiek nog altijd hoofdzakelijk intern gericht en blijft de samenwerking met externe partners een lastig punt, concludeert het artikel.

Ononderbroken datastroom

De randvoorwaarden voor succesvolle ketensamenwerking zijn nu aanwezig. De ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie – denk aan cloud-technologie – maken het makkelijker dan ooit om bedrijven te koppelen en door de hele keten een ononderbroken digitale informatiestroom te realiseren. Nieuwe technologieën zoals het ‘semantic web’ en blockchain maken dat in de toekomst alleen nog maar gemakkelijker.

IBM maakte onlangs bekend samen met bedrijven als Wal-Mart, Unilever en Nestlé een blockchain op te zetten om de voedselveiligheid te verbeteren.

De data die we tot onze beschikking krijgen, kunnen we nu gemakkelijker, goedkoper, sneller en beter verwerken en analyseren dan voorheen. Door toepassing van kunstmatige intelligentie kunnen we complete processen automatiseren en daardoor versnellen. Als ketenpartners inzicht in elkaars voorraden geven, kunnen we de totale voorraden in de keten verlagen en werkkapitaal vrijmaken. Het wordt tijd dat we de stap maken naar een volledig data gedreven bedrijfsvoering.

Laat geen kansen liggen

De voordelen van ketensamenwerking zijn bekend: lagere voorraden, minder verspilling en minder handling. Een ander voordeel is de grotere flexibiliteit en responsiviteit: de ketens waarin partners nauw samenwerken, kunnen sneller inspelen op veranderingen in de markt. Logistiek dienstverleners spelen daarbij een cruciale rol: zij krijgen toegang tot steeds meer data, waarmee ze hun toegevoegde waarde in de keten kunnen vergroten door goederenstromen van meerdere leveranciers te bundelen. Met dit soort concepten kunnen ketens hun concurrentiepositie versterken. Kortom: wie niet met data aan de slag gaat, laat kansen liggen.

Auteur Joke Vink is senior consultant bij Groenewout

Biobakker Van Esch bakt Fries streekproduct met oergranen

Pompeblêdbroodjes passen in Friese eetcultuur

PompebledbroodjesIMG_8485

Biologische bakkerij Van Esch bakt biologische pompeblêdbroodjes met oergranen uit de streek. De broodjes, ontwikkeld door LekkereTrek foodconcepts, passen in de Friese eetcultuur en zijn volgend jaar lokaal te koop.  

Voor Herman van Vliet van Lekkere Trek staat voorop dat zijn nieuwe Friese broodjes biologisch moeten zijn, worden gebakken van lokale granen en uit een korte duurzame keten komen. De conceptontwikkelaar en graanteler in Garmerwolde bedacht het product in het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 om de Friese eetcultuur onder de aandacht te brengen.

De pompeblêdbroodjes komen uit de oven van biologische bakkerij van Van Esch in Tolbert. ‘Onze bakkerij ligt weliswaar net op de grens van Friesland met Groningen’, zegt bakker Bas van Esch, ‘maar het graan komt grotendeels uit Friesland en soms ook uit Groningen, omdat het niet altijd goed beschikbaar is’.

Van oude granen

De biologische desembroodjes in de vorm van het Friese pompeblêd worden  gebakken van oude streekrassen zoals de Ommelander tarwe en Sint Jans rogge. Ze komen van het land van biologisch akkerbouwer Piet van Zanten in Garmerwolde. De biologische boekweit komt uit Frankrijk waar het vanwege het warmere klimaat  machinaal efficiënt kan worden geplukt. ‘De granen zijn gunstig voor mensen die overgevoelig zijn voor gluten. De gluten van de oude rassen zijn niet verder veredeld en daardoor beter te verteren’, vertelt de conceptontwikkelaar.

‘De broodjes worden gebakken van robuuste goede rassen die minder intensief dan de huidige granen worden verbouwd en daardoor beter voor de bodem zijn. Zo is de Ommelander tarwe een authentiek wintergraan met een eiwitgehalte van rond 12 procent, evenveel als de hedendaagse bakgranen’. Ook Sint Jans rogge is een oud graanras dat prima geschikt is voor brood bakken. Het meel van het biologische boekweitzaad is rijk aan eiwit.

Pompebledbroodje Tolbert Cor bakt brood

Van akker en molen naar bakker

De geoogste granen maken weinig kilometers tijdens het vervoer vanaf de akker naar molen ’t Lam in Woudsend waar molenaar Cees Notenboom ze tot meel maalt.  In Tolbert geeft bakker Cor van Esch van biobakkerij Van Esch het deeg na toevoeging van water en desem met de hand de vorm van de gele plomp, het Friese symbool. Hij laat het deeg vervolgens 24 uur rijzen om het tot smaak te laten komen.  Daarna wordt het op een stenen vloer in de oven gebakken tot verantwoorde broodjes met veel smaak en een krokante korst. ‘Cor van Esch heeft het proces goed in de vingers. Hij monitort het deeg continu op temperatuur, elasticiteit en dergelijke en speelt met rijstijden en doorslaan. Van belang omdat oude granen niet constant van kwaliteit zijn omdat het gehalte aan gluten en suikers wisselt’, vertelt Herman van Vliet.

Het resultaat is een smaakvol zacht desembroodje, mooi van structuur en zeer voedzaam omdat het veel vezels, mineralen en vitamines bevat. De boekweit geeft het een zoetige nootachtige smaak.

Het pompeblêdbroodje wordt vanuit groothandel Jansma in Haulerwijk exclusief zowel vers als afbak en in drie gewichten aan instellingen en biologische lunchrooms in Friesland geleverd. ‘Het product is volgend jaar volop lokaal te koop. Het blijft een duurzaam Fries product’, benadrukt Herman van Vliet.

Hij lanceerde onlangs een ander streekproduct: Kneppelboale, Fries stokbrood, eveneens gebakken van Ommelander tarwe.

Dit artikel schreef ik voor bakkerswereld.nl

 

 

 

Koespecifieke yoghurt Buitenverwachting verkozen tot Groene Hart streekproduct

StandyoghurtBuitenverwachting 12599518_1092834244109725_998927523_n

De yoghurt van de melk van koe Margriet van biologische boerderij Buitenverwachting in Hoogmade is verkozen tot het beste streekproduct van het Groene Hart. De volvette standyoghurt, gemaakt van de melk van blaarkopkoe Margriet 53, is te koop in de boerderijwinkel van Buitenverwachting.

Marrit Schakel van de boerderij die de yoghurt produceert, denkt dat het product heeft gewonnen omdat duidelijk is dat het uit een korte keten komt. “Iedere koe van onze boerderij – er zijn er vijftig -  wordt apart gemolken en geeft melk met een eigen vet- en eiwitgehalte. Het product is dus telkens uniek en plaatsgebonden”. Een deel van de melk van Buitenverwachting wordt ook tot kaas en andere zuivel verwerkt.

Koespecifiek als micro dairy

De winnende koespecifieke yoghurt komt van één koe en heeft een duidelijke herkomst.’”De consument koopt de in onze boerderijwinkel en kan de koe in de wei zien. Ik noem dit kleinschalig zuivelproduct micro dairy”.

Marrit melkt Margriet 53 eenmaal per dag. De 20 liter melk die dit oplevert verwerkt zij tot 10 a 20 liter yoghurt in ongeveer drie batches per week. De yoghurt wordt afgevuld in potten van rond 650 ml.

De klanten kopen nu wekelijks ongeveer dertig potten. “Ik wil de product geleidelijk laten groeien en de verkoop in de winkel verder stimuleren. De standyoghurt gaat ook naar restaurants als seizoensgebonden volvette zuivel”, vertelt Marrit.

(Foto: Sandraloos Instragram@sandraadloos sandraloos)

Syndy houdt productdata merkfabrikanten actueel

 

Syndy_Logo_Black_RGB_1000px

E commerce platform Syndy houdt digitale productdata van merkfabrikanten actueel. Zij delen met retailers altijd de laatste gegevens van producten, belangrijk voor de online aankoop van klanten.

Syndy beheert digitale content voor diverse internationale merken in food en non food, aangepast aan veranderingen in het online assortiment van de retailformule en de consument in de markt.

Meer informatie over werkwijze en plannen van Syndy  www.telegraaf.nl/nieuws/1255552/controle-over-content

 

Aardappelen bezorgen via aardappeltje.nl

Horeca en consumenten kunnen nu via aardappeltje.nl aardappelen laten bezorgen. De webshop, opgezet door The Potato Company in Emmeloord, bezorgt verschillende soorten aardappelen bij restaurantkeukens en bij klanten thuis.

aardappeltje.nl

De aardappelen, geteeld in de Noordoostpolder, zijn geschikt voor  restaurantmenu’s en voor hobbykoks die iets bijzonders met aardappelen willen maken. Hiervoor staan op de bestellijst speciale aardappelen zoals de paarse Bergerac truffelaardappel en de vastkokende Bordeaux.

In het voorjaar begint aardappeltje.nl met de verkoop van pootaardappelen voor de consument.

Ook bio aardappelen

Ook de biologische aardappelen van aardappeltje.nl komen uit de vruchtbare polderklei van Tollebeek in de Noordoostpolder. Hier verbouwt biologische boer Henry van der Woerd pure aardappelen van hoge kwaliteit en zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hij levert verschillende smaken, van kruimige aardappelen voor in de stamppot tot verse aardappelen voor het maken van frites. Meer informatie over boer Henry: www.woerdagro.nl

Op de site staan regelmatig nieuwe recepten, gemaakt met de aardappels van aardappeltje.nl. Aardappelen zijn gezond, bevatten veel vitamines en snel en gemakkelijk te bereiden

aardappeltje.nl

Open innovatie wordt basis voor vernieuwingen in agrifood

De komende jaren zullen baanbrekende innovaties het landbouwsysteem fundamenteel veranderen. Dat is de overtuiging van prof.dr. Onno Omta uitgesproken bij zijn afscheid als hoogleraar Bedrijfskunde aan Wageningen University & Research.

Succesvol innoveren in de agrifoodsector is niet gemakkelijk. Om van één product een voor honderd procent commercieel succes te maken zijn drieduizend ruwe ideeën nodig. Tien procent van die ideeën verdienen een verdere uitwerking. Uit die driehonderd projecten komen gemiddeld 125 onderzoeksprojecten voort, waaruit negen ontwikkelingstrajecten voortvloeien. Hieruit volgen vier commercialiseringsprojecten met 1,7 productlanceringen. Het succespercentage van zulke productintroducties is zestig procent, zodat aan het einde van de oorspronkelijke drieduizend ideeën er één commercieel succes resulteert.

Hoewel een bedrijfsteam van specialisten uit de R&D-hoek, financiering, marketing, fabricage en inkoop vanaf het begin nauw samenwerkt en onderling communiceert, stuiten zij op problemen wanneer zij een nieuwe fase in het innovatieproces betreden, bijvoorbeeld van de fase Research naar Development. “Geen wonder dat CEO’s zich liever toeleggen op verdienmodellen van de korte termijn dan om te investeren in innovatie”, zegt prof. Omta in zijn rede ‘Open innovation – The road to success in agriifood?’

Open innovatie Onno Omta 21c02d90-15e6-42de-a949-b9123b3df02a_shutterstock_350763884_d9b09f27_179x120

Van open innovatie naar innovatie-ecosysteem

Zou innovatie met meer partijen buiten het bedrijf zulke hardnekkige interne problemen vóór kunnen zijn? Ideeën, technologieën of in de portfolio missende producten komen dan van alle kanten. “We zien dat open innovatie het innovatievermogen van een bedrijf vergroot”, legt prof. Omta uit.

“Als je dat verder uitbreidt kom je bij het innovatie-ecosysteem, waarin alle afspraken op het gebied van samenwerking het mogelijk maken dat researchorganisaties hun innovatieproces versterken en versnellen door co-innovatie, ofwel samenwerking met potentiële gebruikers of klanten. Dit gebeurt in Silicon Valley, de High Tech Campus in Eindhoven of in Food Valley rond Wageningen. Food Valley Open Innovation Ecosystem telt inmiddels 15000 onderzoekers, twintig onderzoeksinstituten, 1440 voeding gerelateerde en 70 wetenschappelijk georiënteerde bedrijven die in principe allemaal in wisselwerking kunnen treden”.

Maar ecosysteem innovatie is niet risicoloos. “Veiligheidsproblemen, afhankelijk zijn van derden, kosteneffectiviteit of hoge coördinatiekosten, en zelfs kan er een concurrent worden gekweekt of versterkt”, voegt prof. Omta toe. Hoe gaan bedrijven om met die kansen en risico’s, en wat is de optimale graad van openheid?

Innovatie als exportproduct

Het belang van de agrifoodsector voor Nederland is enorm. Als ’s werelds tweede agrofood exporteur bedraagt de export 94 miljard euro (2016). “Negen miljard zit in de export van innovaties als energiezuinige kassen, precisielandbouw met drones bijvoorbeeld of resistentie van gewassen tegen ziekten en plagen. In een studie concluderen we dan ook dat innovatie essentieel is voor bedrijfssucces en overleving op de markt op de lange termijn. Hoe hoger geagendeerd, en hoe beter het innovatieproces hoe beter het bedrijf afsteekt tegenover zijn concurrenten.”

“Doorbraken kunnen niet meer uitblijven”, zegt prof. Omta. “Zulke disruptieve innovaties zijn bijvoorbeeld kunstvlees uit stamcellen van de startup Mosa Meat, behandelingen tegen plantenziektes door gen-modificatie via Crisp Cas9 of verticale landbouw met diverse lagen gewassen in klimaatkamers met LED-verlichting. De winst is daarbij helder: driekwart minder water, negentig procent minder bodemgebruik en tachtig procent hogere opbrengst op hetzelfde oppervlak.”

Prof. Onno Omta werd in 2000 in Wageningen benoemd tot hoogleraar aan de leerstoelgroep Bedrijfskunde die toen tien Nederlandse onderzoekers telde. Inmiddels telt de groep vijftig medewerkers, waarvan de helft uit een ander land. Een internationaal visitatiecommissie beoordeelde de groep in 2015 als ‘excellent’. Elk jaar schrijven circa honderd masterstudenten hun thesis onder de supervisie van de groep Bedrijfskunde.

Blockchainplatform voor agri & food maakt voedselketens zichtbaar

 

BlockchainLG_FoodInsights_RGB

 

Onlangs is het eerste Nederlandse blockchainplatform in agri & food van start gegaan. Het platform, ontwikkeld door Food Insights, is in licentie beschikbaar voor bedrijven die actief zijn in versketens voor eieren, vlees, groente, fruit en aardappelen.

De innovatie maakt voedselketens zichtbaar en versterkt zo de relatie tussen consument, toezichthouder, financiers en producent. Het platform biedt de consument transparantie en helpt om gezondere keuzes te maken.  Voor boeren en tuinder helpt blockchain om marktgerichter te produceren en voedselverspilling te beperken. Blockchain is bovendien een stimulans voor ketens die circulariteit willen bevorderen. Het platform ondersteunt bedrijven ook om de kwaliteit van producten te borgen, de keten slimmer te organiseren en het werkkapitaal makkelijker te financieren.

Blockchain opent tevens kansen voor samenwerken en het delen van product- en productie-informatie. De technologie verpakt informatie zo dat dit veilig in ketens en systemen kan worden gedeeld. Kijk voor meer informatie op www.foodinsights.nl

Ook Lan Gé, Senior Scientist Innovatie, Risico- en Informatiemanagement bij Wageningen Economic Research, ziet voor agrifoodketens de voordelen van een transparant decentraal netwerk dat blockchaintechnologie (BCT) is.  Zij startte samen met TNO een pilotproject naar de toepassing van blockchaintechnologie in agrifoodketens.

BCT combineert bestaande technologieën zoals cryptografie en database- en netwerkbeheer voor het uitwisselen van data in een open netwerk. De technologie kan fungeren als een volledig digitale keten naast de fysieke keten. Blockchain kan bijvoorbeeld worden toegepast in certificeringsprocessen van voedselproducten en tracking in logistieke processen. Iedere schakel in de voedselketen zoals producenten, leveranciers, verwerkers, distributeurs, detailhandelaren, regelgevers en consumenten, heeft toegang tot informatie over de oorsprong en kwaliteit van het product. Het blockchainnetwerk kan er dan bijvoorbeeld ook voor zorgen dat de bron van eventuele besmette producten sneller getraceerd kan worden.

De samenwerking heeft inmiddels geleid tot een eerste proof of concept voor Agrofood.

Bagels & Beans zet insecten op de kaart

 Bagels&BeansDelibugs 918-00fa59afabd75f5846f1cf6eec6211a8 - kopie

 

Bagels & Beans  heeft Bugs Bagels met insecten van Delibugs op de kaart. De lunchroomformule haakt met de bagels – met een topping van sprinkhaan, krekel en meelworm – in op de trend om vlees te vervangen door andere eiwitrijke producten.

De Bugs Bagel is ontwikkeld samen met Delibugs dat in 2011 startte met de verkoop van eetbare insectensoorten. Het bedrijf in Lelystad kweekt en verwerkt inmiddels ook zelf insecten.

 

Betere paprika’s en minder energieverbruik met slimme sensoren

SensorenpaprikateeltPointed Temperature Sensor monitort in deze case paprika's_foto 30MHz

Een betere kwaliteit van de paprikateelt met minder energieverbruik: het kan met geavanceerde sensortechnologie. Het Amsterdamse bedrijf 30MHz brengt samen met Kwekerij Moors en Proeftuin Zwaagdijk een draadloze vruchttemperatuursensor op de markt voor de monitoring en aansturing van het groeiproces. De technologie is volgens 30MHz breed toepasbaar in de tuinbouw en wordt als proef ingezet bij paprikakwekerij Moors in Someren.

Bij telers van vruchten en bloemen groeit de vraag naar draadloze infrarood temperatuursensoren. Nu wordt vaak alleen het macroklimaat dus CO2, temperatuur en  luchtvochtigheid gemeten. Door ook het microklimaat te meten kan de instelling van kassen worden verfijnd en kunnen telers sneller inspelen op de plantbehoefte.

Volgens Cor-Jan Holwerda van 30MHz leidt het gebruik van de nieuwe sensortechnologie tot betere resultaten: “Het risico dat vruchten te warm worden waardoor rotting op kan treden neemt substantieel af. Dankzij de sensoren die met infrarood hun metingen doen worden zaken als temperatuur, vochtigheid, watergift, ventilatie en verwarming optimaal geregeld. De uitval gaat omlaag en de opbrengst omhoog.”

De hitte- en vochtbestendige sensoren zijn verstelbaar en kunnen desgewenst van plek wisselen. De resultaten van de metingen worden door teeltspecialisten op een gepersonaliseerd en aanstuurbaar dashboard uitgelezen.

Toepassing van draadloze sensortechnologie in combinatie met een voor iedere teler op te stellen klimaatmodel tot energiebesparing en kwaliteitsverbetering leiden, verwacht Holwerda. “Voor ons project in de paprikateelt houden we rekening met een energiebesparing van minimaal vijf procent in de komende vijf jaar. Een bijkomend pluspunt is dat het gebruik van chemische gewasbescherming kan worden verminderd.” Het klimaatmodel wordt mede gebaseerd op bestaande meetwaarden in de kas en aangevuld met nieuwe informatie.

Innovation and Solutions Center van Key Technology

key-hasselt-isc-interior

Key Technology heeft in Hasselt (België)  een Innovation and Solutions Center.  Europese voedingsproducenten kunnen op de locatie van 2500 vierkante meter zowel in levende lijve als op afstand via live videosoftware demonstraties van machines, applicatietesten en opleidingen volgen.

Er staan verschillende Key sorteermachines opgesteld, waaronder de nieuwe Veryx, Optyx, Cayman, BioPrint, Python, VitiSort, DateSort en Veo en trilgoten zoals Iso-Flo en Impulse. De sorteermachines hebben drieweg sortering, Pixel Fusion multi-sensortechnologie, Sort-to-Grade en dergelijke. De configuratie van deze machines is zodanig dat er de  productieomgeving van klanten mee kan worden gesimuleerd en zo efficiënter kan worden getest dan in batchmodus. Hierdoor krijgen klanten een beter zicht op de prestaties van de machines specifiek voor hun producten en in fabrieken.

Het Innovation and Solution Center bevat een gespecialiseerd demonstratielab, een ruimte voor uitgebreide applicatietesten en voorzieningen voor opleidingen. Tevens heeft de nieuwe locatie een ruimte die bestemd is voor de research & development afdeling van Key. In de kantoren worden medewerkers voor verkoop, applications engineering, service, marketing, finance en management gehuisdvest. Dankzij het nieuwe R&D lab en kantoren komt er ruimte vrij in de bestaande productiefaciliteit in Hasselt.

Het bezoekerscentrum in Hasselt heeft een sterke synergie met de andere Innovation en Solution Centers van Key in het hoofdkwartier in Walla Walla, Washington (VS), Sacramento, Californië (VS) en Melbourne (Australië).

Over Key Technology, Inc.

Key Technology (NASDAQ: KTEC) is een wereldleider op het gebied van het ontwerpen en produceren van procesautomatiseringssystemen zoals digitale sorteermachines, transportbanden en verwerkingsapparatuur. Op basis van verwerkingskennis en toepassingsexpertise helpt Key haar klanten in de voedingsindustrie en in andere sectoren bij het realiseren van kwaliteitsverbetering, een hoger rendement en kostenbesparingen.

Key Technology is een ISO-9001 gecertificeerd bedrijf met productielocaties bij het hoofdkantoor in het Amerikaanse Walla Walla (Washington), in Beusichem (Nederland), Hasselt (België) en Redmond, Oregon (VS).

Oudere berichten »

 

  Kennis- en innovatieplatform voor de agrifoodketen ©2017 Ria Besseling